Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:2909

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
20-05-2014
Datum publicatie
26-06-2014
Zaaknummer
1418157 \ HA EXPL 13-302
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Uitleg van garantstelling, waarbij minder gewicht is toegekend aan de meest voor de hand liggende taalkundige uitleg van de garantstelling, omdat niet zonder meer vast staat dat het opstellen van de garantstelling zodanig zorgvuldig is geschied dat er van moet worden uitgegaan dat de bedoeling van partijen volledig en correct is neergelegd in de bewoordingen van de garantstelling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTHR 2015, afl. 1, p. 45
RCR 2014/72
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

Zaaknummer en rolnummer: 1418157 \ HA EXPL 13-302

Uitspraak: 20 mei 2014

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Tenback Projecten B.V.,

gevestigd te Eindhoven,

eiseres,

gemachtigde: Active Collecting Control & Services B.V.,

tegen

1 [gedaagde 1],

wonende te [woonplaats],

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats],

gedaagden,

gemachtigde: mr. M.L. van Kleef

Eiseres wordt hierna ook wel Tenback en gedaagden gezamenlijk [gedaagden gezamenlijk] en afzonderlijk waar nodig [gedaagde 1] en [gedaagde 2] genoemd.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 4 december 2013 en de daaraan ten grondslag liggende processtukken;

  • -

    de akte uitlating aan de zijde van Tenback.

Daarna is vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1 Feiten en omstandigheden

1.1.

Tenback houdt zich bezig met het ontwerpen, leveren en monteren van plafonds en

wanden.

1.2.

Quadra Bouw B.V. was een bouw- en aannemingsbedrijf. De bestuurder en enig

aandeelhouder van Quadra Bouw was Quadra Bouw Holding B.V. De bestuurders van Quadra Bouw Holding zijn [bedrijf x] en [bedrijf y] Gedaagden zijn bestuurders van deze vennootschappen.

1.3.

Tenback heeft in de periode van augustus tot november 2012 in opdracht van Quadra

Bouw aannemingswerkzaamheden ten behoeve van het project [project] aan de [adres] (hierna: “het project”) verricht.

1.4.

Tenback heeft haar werkzaamheden periodiek gefactureerd aan Quadra Bouw. Die heeft

de facturen niet betaald.

1.5.

Tijdens een bespreking op 11 oktober 2012 hebben Tenback en [gedaagden gezamenlijk] de

openstaande facturen van Tenback, de financiële problemen van Quadra Bouw en de afronding van het project besproken.

1.6.

Bij e-mail van 12 oktober 2012 heeft Tenback aan [gedaagde 2] geschreven:

“(..) Refererend aan ons prettige gesprek van gistermiddag bevestigen wij hierbij de gemaakte afspraken;

Quadra Bouw zorgt voor de eerste termijnbetaling op vrijdag 19 oktober ad Euro 15.000,00 en vervolgens iedere maand een bedrag van gelijke grootte.

De beide directieleden geven een garantstelling in privé van samen Euro 45.000,00 voor de periode van het werk aan de [adres] als zekerheidsstelling voor de openstaande posten.

Indien de betalingsachterstand de 75 dagen overschrijd zal de zekerheidsstelling, na overleg, geïnd worden (..)”

1.7.

Bij e-mail van 13 oktober 2012 heeft [gedaagde 2] aan Tenback geschreven:

“(..) Die mening is wederzijds en ik ben blij dat wij opbouwend met elkaar kunnen verder werken en het project [project] op deze manier kunnen afronden. Echter heb ik wel enkele opmerkingen nav jouw uiteenzetting van de afspraken. De afspraken die wij onderling gemaakt hebben zijn m.i. als volgt:

  • -

    Quadra garandeert maandelijks omstreeks de 21ste van de maand vanaf oktober t/m december een bedrag te voldoen van € 15000,00.

  • -

    De verwachte kosten voor het afronden van het werk zijn geraamd op € 45000,00 waarop bovenstaande betalingsafspraak is gebaseerd.

  • -

    Tenback zal zorgdragen voor en zich maximaal inzetten om voldoende mensen vrij te maken om binnen de gestelde termijn (e.e.a. in goed overleg met [projectleider], Projectleider van Quadra) het werk te klaren.

  • -

    De directie van Quadra staat daarbij privé garant voor de vastgestelde betalingen aan Tenback.(..)”

1.8.

In een door [gedaagde 2] en [gedaagde 1] ondertekende brief van 24 oktober 2012 aan Tenback

met als onderwerp Garantiestelling betalingen project [project] (hierna: de garantstelling) staat vermeld:

“(..) Hierbij bevestigen wij de afspraken zoals wij die gezamenlijk hebben vastgesteld tijdens het prettige gesprek welke heeft plaatsgevonden op 11 oktober 2012. De afspraken hebben betrekking op het project [project] aan [adres] en betreffen de afronding van de werkzaamheden waarvoor Tenback B.V. is aangesteld op het project. Wij zijn overeengekomen dat alle werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor het afwerken van de plafonds worden voortgezet en binnen de daarvoor gestelde termijn worden afgerond onder de volgende voorwaarden:

-Quadra garandeert maandelijks omstreeks de 21ste van de maand vanaf oktober t/m december een bedrag te voldoen van € 15000,00.

- De verwachte kosten voor het afronden van het werk zijn geraamd op € 45000,00 waarop bovenstaande betalingsafspraak is gebaseerd.

- Tenback zal zorgdragen voor en zich maximaal inzetten om voldoende mensen vrij te maken om binnen de gestelde termijn (e.e.a. in goed overleg met [gedaagde 1] van Quadra) het werk te klaren.

- De directie van Quadra staat daarbij privé garant voor de betalingen aan Tenback B.V. (..)”

1.9.

Bij e-mail van 29 oktober 2012 heeft Tenback [gedaagde 2] verzocht om de eerste termijn

van 21 oktober te betalen. In deze e-mail heeft Tenback een overzicht gegeven van de openstaande facturen waarin de facturen in de periode van augustus tot en met oktober 2012 staan vermeld.

1.10.

Bij e-mail van 12 november 2012 heeft Tenback aan [gedaagden gezamenlijk] geschreven:

“(..) Door jullie ([gedaagde 1]) is toegezegd aan ondergetekende dat afgelopen vrijdag de eerste termijn van Euro 15.000 zou worden voldaan.

Daar er heden nog niets op onze rekening is bijgeschreven verzoeken wij u vriendelijk dit even na te kijken en ons hier per omgaande over te informeren.(..)”

1.11.

Bij e-mail van dezelfde datum heeft [gedaagde 2] aan Tenback, met kopie aan [gedaagde 1]

, geschreven:

“(..) Er heeft inderdaad nog geen storting plaatsgevonden aangezien er tussen jou en dhr. [gedaagde 1] is overeengekomen dat wij de eerste betaling zouden doen wanneer de werkzaamheden zouden starten. Deze zijn nog niet als dusdanig gestart waardoor de betaling nu ook nog niet in de financiële planning is opgenomen. (..)”

1.12.

Bij e-mail van 14 november 2012 heeft Tenback [gedaagde 2] verzocht om een

betalingsvoorstel te doen voor de openstaande facturen van augustus tot en met november 2012. In een daarop volgende e-mail op dezelfde dag heeft Tenback aan [gedaagde 2] geschreven:

“(..) we spreken het volgende af:

Op donderdag 22 november zal er een bedrag zijn bijgeschreven van Euro 20.000,00

Op donderdag 29 november een bedrag van Euro 7.500,00

Op donderdag 6 december het restant (..)”

1.13.

Bij brief van 16 november 2012 heeft Tenback Quadra Bouw gesommeerd om de

openstaande facturen met betrekking tot de periode augustus tot en met november 2012 ten bedrage van € 22.513,10 uiterlijk op 20 november 2012 te voldoen.

1.14.

Bij e-mail van 21 november 2012 schreef Tenback aan [gedaagden gezamenlijk]:

“(..) refererend aan het gesprek van gisteravond tussen [gedaagde 1] en ondergetekende bevestigen wij hierbij de gemaakte afspraken:

Quadra Bouw of [gedaagde 2] of [gedaagde 1] dragen zorg voor een wekelijkse betaling van
Euro 2.000,00 met ingang van heden 21 november.

Zij dragen er zorg voor dat uiterlijk iedere vrijdag voor 12.00 uur (middag) het bedrag van
Euro 2.000,00 op de rekening van Tenback Projecten is bijgeschreven.(..)”

1.15.

Bij e-mail van dezelfde datum schreef [gedaagde 2] aan Tenback:

“(..) Mijn dank voor de uiteenzetting van de gemaakte afspraken en het doet mij deugd dat er een regeling is overeengekomen. Als aanvulling zou ik echter graag het volgende nog wensen toe te voegen, dat genoemde betalingsregeling betrekking heeft op het totaal van de openstaande kosten volgens onderstaand overzicht. Daarbij de betalingsregeling van kracht is tot het totaal van
€ 30.563,10 is voldaan waarna alle verplichtingen richting Tenback vanuit Quadra Bouw en/of haar directie zullen vervallen.

Naam factuurnr factuurdatum bedrag

Quadra Bouw

Quadra Bouw wk 33/34 2.012.345 31-8-2012 €10.404,50

Quadra Bouw wk 35/36/37 2.012.376 14-9-2012 €6.857,10

Quadra Bouw wk 38 2.012.397 24-9-2012 €2.037,50

Quadra Bouw wk 39 2.012.417 28-9-2012 €1.475,00

Quadra Bouw wk 40 2.012.433 5-10-2012 €1.739,00

Quadra Bouw wk 41 2.012.449 15-10-2012 €2.300,00

Quadra Bouw wk 42 2.012.456 22-10-2012 €1.150,00

Quadra Bouw wk 44 2.012.500 9-11-2012 €2.875,00

Quadra Bouw wk 45 2.012.501 9-11-2012 €1.725,00

€30.563,10 (..)”

1.16.

Bij brief van 27 november 2012 heeft de gemachtigde van Tenback Quadra Bouw

gesommeerd om voor 2 december 2012 een bedrag van € 29.566,85 te vermeerderen met incassokosten en rente te voldoen.

1.17.

Quadra Bouw is op 22 januari 2013 in staat van faillissement verklaard.

2 Vordering en verweer

2.1.

Tenback vordert dat gedaagden bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis

hoofdelijk zullen worden veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 24.579,51 te vermeerderen met wettelijke handelsrente over een bedrag van € 23.338,10 vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van betaling, met veroordeling van gedaagden in de proceskosten.

2.2.

Tenback stelt dat gedaagden zich persoonlijk garant hebben gesteld tot een bedrag van

€ 45.000,- als zekerheid voor de betaling van de openstaande facturen van Tenback door Quadra Bouw. In verband met de competentiegrens vordert Tenback betaling van de facturen met nummers 2.012.345 gedateerd 31 augustus 2012, 2.012.376 gedateerd 14 september 2012, 2.012.397 gedateerd 24 september 2012, 2.012.433 gedateerd 5 oktober 2012 en 2.012.449 gedateerd 15 oktober 2012. Deze facturen bedragen in totaal
€ 23.338,10. Gedaagden hebben de facturen niet binnen de betalingstermijn van 45 dagen voldaan en zijn daarom wettelijke handelsrente verschuldigd vanaf de vervaldata van de facturen. De vervallen wettelijke handelsrente bedraagt tot en met 12 december 2012
€ 230,72. Ondanks aanmaning en sommatie zijn gedaagden in gebreke gebleven om de facturen te voldoen. Hierdoor heeft Tenback buitengerechtelijke kosten moeten maken, die worden begroot op een bedrag van € 1.010,69. Vanwege proceseconomische redenen en de competentiegrens beperkt Tenback haar vordering inclusief wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten tot een bedrag van € 25.000,-.

2.3.

Gedaagden voeren verweer tegen de vordering. Zij voeren daartoe aan dat

partijen op 11 oktober 2012 afspraken hebben gemaakt over de betalingen voor werkzaamheden die noodzakelijk waren voor de voortzetting en afronding van het project. Daaruit volgt dat gedaagden zich garant hebben gesteld voor de betalingen voor de werkzaamheden die na 11 oktober 2012 zouden worden verricht. De vordering van Tenback wordt erkend voor zover de facturen betrekking hebben op werkzaamheden na 11 oktober 2012. Dit zijn de facturen met nummers 2.012.449, 2.012.456, 2.012.500 en 2.012.501. Nu Tenback blijkens de dagvaarding enkel betaling van de factuur met nummer 2.012.449 van € 2.300,00 vordert, wordt de vordering tot dit bedrag erkend. Ten slotte, voeren gedaagden aan dat de werkzaamheden niet binnen de daarvoor gestelde termijn door Tenback zijn afgerond.

3 Beoordeling

3.1.

De kantonrechter is bevoegd om kennis te nemen van deze zaak, nu Tenback bij de akte uitlating uitdrukkelijk afstand heeft gedaan van haar vordering voor zover deze het bedrag van € 25.000,- te boven gaat.

3.2.

[gedaagden gezamenlijk] heeft de vordering van Tenback erkend tot een bedrag van € 2.300,-, zodat dit bedrag zal worden toegewezen.

3.3.

Partijen verschillen van mening over de uitleg die aan de door [gedaagden gezamenlijk] opgestelde garantstelling moet worden gegeven. Tenback meent dat partijen op 11 april 2012 een betalingsregeling zijn overeengekomen waarbij Quadra Bouw vanaf oktober tot en met december 2012 maandelijks een bedrag van € 15.000,- aan Tenback zou betalen en [gedaagden gezamenlijk] zich garant heeft gesteld voor deze betalingen. Zij vordert nakoming van die afspraken. [gedaagden gezamenlijk] heeft de uitleg van Tenback van de garantstelling bestreden en stelt zich op het standpunt dat hij zich enkel garant heeft gesteld voor de betalingen die Quadra Bouw vanaf 11 oktober 2012 aan Tenback moest voldoen voor de werkzaamheden die noodzakelijk waren voor de voortzetting en afronding van het project.

3.4.

Bij de beantwoording van de vraag welke uitleg de juiste is, is niet alleen de tekst van de garantstelling van belang, maar komt het aan op de betekenis die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen van de garantstelling mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij kan mede van belang zijn tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige partijen kan worden verwacht. Verder zijn bij de uitleg van belang de aard van de overeenkomst, de omvang en gedetailleerdheid van het geschrift, de wijze van totstandkoming en de overige bepalingen ervan.

3.5.

Tenback stelt dat partijen op 11 oktober 2012 overleg hebben gehad over de openstaande facturen en daarbij afspraken hebben gemaakt over de voorwaarden waaronder de samenwerking zou worden voorgezet. Ter comparitie heeft de heer J. Tenback, directeur van Tenback, verklaard dat de garantstelling betrekking had op de door Tenback gemaakte kosten en nog te maken kosten. Voorts heeft hij verklaard dat het bedrag van € 45.000,- door [gedaagden gezamenlijk] is voorgesteld, omdat dit het maximale bedrag was waarvoor hij garant wilde staan. Daarnaast heeft Tenback verklaard dat partijen in november 2012 gesproken hebben over een betalingsregeling, omdat [gedaagden gezamenlijk] de betalingsregeling zoals opgenomen in de garantstelling niet is nagekomen. De door [gedaagden gezamenlijk] voorgestane uitleg van de garantstelling wordt bestreden, omdat het bedrag van € 45.000,- veel te hoog is voor het afronden van de werkzaamheden gelet op de resterende periode van zes weken.

3.6.

[gedaagden gezamenlijk] heeft erop gewezen dat in de garantstelling staat vermeld dat deze betrekking heeft op alle werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor het afwerken van de plafonds, dat betaling wordt gegarandeerd vanaf oktober t/m december 2012 en dat de kosten voor het afronden van het werk zijn geraamd op € 45.000,-. Volgens [gedaagden gezamenlijk] volgt uit deze formulering dat hij zich slechts garant heeft gesteld voor werkzaamheden die zich na de datum van de garantstelling zouden voordoen. Voorts heeft [gedaagden gezamenlijk] erop gewezen dat in de in r.o. 1.7. geciteerde e-mail van 13 oktober 2013 staat vermeld dat de kosten voor het afronden van de werkzaamheden € 45.000,- bedragen en dat Quadra Bouw daarom maandelijks € 15.000,- zal voldoen. [gedaagde 2] heeft ter comparitie verklaard dat het bedrag van € 45.000,- een verwachting was van de kosten die gemaakt zouden moeten worden om de werkzaamheden af te ronden. [gedaagde 1] heeft ter comparitie verklaard dat er minstens een bedrag van € 45.000,- is besteed aan het afronden van de werkzaamheden aan de plafonds.

[gedaagden gezamenlijk] stelt voorts dat partijen naast de garantstelling op 20 november 2012 een betalingsregeling voor de openstaande facturen zijn overeengekomen. Als de garantstelling ook betrekking had gehad op de openstaande posten voor 11 oktober 2012, dan hadden partijen in november 2012 niet meer over een betalingsregeling voor die posten gecorrespondeerd, aldus [gedaagden gezamenlijk]

3.7.

De kantonrechter stelt vast dat, zoals [gedaagden gezamenlijk] stelt, in de garantstelling is opgenomen dat de afspraken de afronding van de werkzaamheden betreffen en dat de verwachten kosten voor het afronden van het werk zijn geraamd op € 45.000,-. In het onderhavige geval ziet de kantonrechter - anders dan [gedaagden gezamenlijk] - aanleiding om minder gewicht toe te kennen aan de meest voor de hand liggende taalkundige uitleg van de garantstelling, nu het niet zonder meer vast staat dat het opstellen van de garantstelling zodanig zorgvuldig is geschied dat er van moet worden uitgegaan dat de bedoeling van partijen volledig en correct is neergelegd in de bewoordingen van de garantstelling.

3.8.

Bij de uitleg van de garantstelling zijn de volgende omstandigheden van belang. De garantstelling is opgesteld, nadat partijen een bespreking hebben gevoerd over de openstaande facturen van Tenback en het afronden van het werk door Tenback. Ter comparitie heeft [gedaagde 1] verklaard dat partijen op 11 oktober 2012 bij elkaar zijn gekomen op verzoek van Tenback, omdat er een groot bedrag open stond en Tenback niet wilde doorgaan met het project zonder betalingsafspraken. Het ligt daarom voor de hand dat partijen op 11 oktober 2012 afspraken hebben gemaakt met betrekking tot de betaling van de openstaande facturen van Tenback. Dat Tenback de afspraken zo heeft begrepen volgt uit de in r.o. 1.6. geciteerde e-mail van 12 oktober 2012 die hij na de bespreking aan [gedaagde 2] heeft verzonden. In deze e-mail noemt Tenback de openstaande facturen. Ook in de daarop volgende correspondentie, genoemd in r.o. 1.9., 1.12 en 1.13, heeft Tenback steeds alle openstaande facturen genoemd. Uit de in r.o. 1.10. en 1.11. geciteerde e-mails van Tenback en [gedaagden gezamenlijk] kan worden afgeleid dat Tenback de werkzaamheden wilde voortzetten onder de voorwaarde dat [gedaagden gezamenlijk] aan haar betalingsverplichtingen zou voldoen. In de reacties van [gedaagden gezamenlijk] op de correspondentie van Tenback valt niet te lezen dat de op 11 oktober 2012 gemaakte afspraken enkel betrekking zouden hebben gehad op facturen voor werkzaamheden na 11 oktober 2012. De stelling van [gedaagden gezamenlijk] dat deze correspondentie betrekking heeft op een betalingsregeling voor de openstaande facturen tot 11 oktober 2012 die partijen naast de garantstelling zijn overeengekomen, is niet aannemelijk. Uit de in r.o. 1.15 geciteerde e-mail van 21 november 2012 van [gedaagde 2] volgt dat bij deze betalingsregeling ook de facturen zijn betrokken voor de werkzaamheden die na 11 oktober 2012 zijn verricht. In deze e-mail heeft [gedaagde 2] geschreven dat de betalingsregeling betrekking heeft op het totaal van de openstaande facturen van € 30.563,10 en dat wanneer dit bedrag is voldaan alle verplichtingen richting Tenback vanuit Quadra Bouw en/of haar directie zullen vervallen. De door [gedaagde 1] voorgestane uitleg van de garantstelling verhoudt zich dus niet met deze e-mail.

3.9.

De stelling dat de kosten voor het afronden van het werk zijn begroot op een bedrag van € 45.000,- is niet door [gedaagden gezamenlijk] met concrete feiten onderbouwd. Bovendien vindt deze stelling geen steun in de hoogte van de facturen van Tenback die in totaal € 30.563,10 bedragen. Nu [gedaagden gezamenlijk] aan zijn stelling dat Tenback de werkzaamheden niet binnen de daarvoor gestelde termijn heeft afgerond geen rechtsgevolg heeft verbonden, gaat de kantonrechter daaraan voorbij.

3.10.

Gelet op de hiervoor weergegeven omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, brengt een redelijke uitleg van de garantstelling met zich mee dat [gedaagden gezamenlijk] zich in privé garant heeft gesteld voor de betaling van de facturen van Tenback aan Quadra Bouw tot een bedrag van € 45.000,-. Door [gedaagden gezamenlijk] is geen verweer gevoerd ten aanzien van de omvang van het door Tenback gevorderde bedrag. De door Tenback gevorderde hoofdsom van € 23.338,10 zal daarom worden toegewezen.

Wettelijke handelsrente

3.11.

De gevorderde wettelijke handelsrente is toewijsbaar, omdat de overeenkomst tussen partijen een handelsovereenkomst is in de zin van artikel 6:119a BW. De wettelijke handelsrente zal met inachtneming van artikel 6:119a lid 1 BW als onbetwist worden toegewezen vanaf de vervaldata van de facturen.

Buitengerechtelijke incassokosten

3.12.

Ten slotte maakt Tenback aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke

incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. Tenback heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht, hetgeen ook niet door [gedaagden gezamenlijk] is betwist. Het bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen tot het wettelijk tarief van € 1.008,31.

Proceskosten

3.13.

Bij deze uitkomst van de procedure zal [gedaagden gezamenlijk] als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van Tenback begroot op:

griffierecht € 896,-
explootkosten € 76,71

kosten KvK / GBA € 17,90
salaris gemachtigde € 800,- (2 x € 400,-)
______
totaal € 1.790,61
exclusief eventueel verschuldigde btw.

3.14.

De kantonrechter ten overstaan van wie de comparitie van partijen is gehouden, heeft dit vonnis niet kunnen wijzen om organisatorische redenen.

BESLISSING

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagden gezamenlijk] hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, tot betaling aan Tenback van een bedrag van € 23.338,10 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke handelsrente zoals bedoeld in artikel 6:119a BW vanaf de vervaldata van de facturen tot aan de dag van voldoening;

veroordeelt [gedaagden gezamenlijk] hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, tot betaling aan Tenback van een bedrag van € 1.008,31 aan buitengerechtelijke kosten;

veroordeelt [gedaagden gezamenlijk] hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten, aan de zijde van Tenback tot op heden begroot op
€ 1.790,61;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen door mr. M.C.H. Broesterhuizen, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 mei 2014 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter