Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:2751

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
12-05-2014
Datum publicatie
16-05-2014
Zaaknummer
2923121 KK EXPL 14-585
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Werknemer wordt op staande voet ontslagen wegens verboden nevenwerkzaamheden en overtreding van het geheimhoudingsbeding.

Werknemer vordert in kort geding schadevergoeding wegens inbreuk op de privacy en de gefixeerde schadevergoeding wegens onregelmatig ontslag.

De kantonrechter oordeelt het onrechtmatig dat de werkgever in de privémail van werknemer heeft gezocht naar verboden activiteiten; hij acht een schadevergoeding van 7500 euro (te betalen door werkgever) daarvoor op zijn plaats. De werkgever mag wel gebruik maken van die (onrechtmatig verkregen) gegevens, en uit die gegevens blijkt dat werknemer tekort is geschoten. Hij was betrokken bij verkoop van horloges voor de concurrent (waar hij inmiddels in dienst was getreden); ook had hij aan een concurrent de locatie in China doorgegeven waar zijn (oud) werkgever haar horloges liet maken. De vordering wegens de gefixeerde schadevergoeding wordt afgewezen, omdat de kantonrechter het aannemelijk acht dat het ontslag op staande voet in stand zal blijven.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 611
Burgerlijk Wetboek Boek 7 677
Burgerlijk Wetboek Boek 7 678
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2014-0462
AR 2014/320
JAR 2014/149
JBP 2014/87 met annotatie van E.M.L. van den Krommenacker
JBP 2015/35 met annotatie van E.M.L. van den Krommenacker
Verrijkte uitspraak

Uitspraak



vonnis

RECHTBANK AMSTERDAMKORT GEDING

Afdeling privaatrecht

Zaaknummer: 2923121 KK EXPL 14-585

Vonnis van: 12 mei 2014

481

Vonnis in kort geding van de kantonrechter

I n z a k e

[eiser]

wonende te [woonplaats]

eiser in conventie, verweerder in reconventie

nader te noemen [eiser]

gemachtigde: mr. P.M. Meijer

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid S.WEISZ-UURWERKEN B.V.

gevestigd te Amsterdam

nader te noemen Weisz

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie

gemachtigde: mr. M. Drolsbach

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Bij dagvaarding van 2 april 2014 heeft [eiser] een voorziening gevorderd. [eiser] heeft bij akte zijn eis vermeerderd. Weisz heeft bij akte een eis in reconventie ingesteld, welke eis bij nadere akten tweemaal is vermeerderd. Ter terechtzitting van 28 april 2014 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. [eiser] is in persoon verschenen, vergezeld door de gemachtigde. Weisz is verschenen bij [naam 1] en [naam 2], bijgestaan door de gemachtigde. Partijen hebben aan de hand van pleitaantekeningen hun standpunten ter zitting toelicht. Beide partijen hebben producties ingebracht, ook in de verzoekschriftprocedure (EA 14-287), welke procedure gelijktijdig met de onderhavige is behandeld en waarbij het verzoek door Weisz ter zitting is ingetrokken. De bijlagen bij het verzoek- en verweerschrift maken deel uit van het onderhavige dossier.

Daarna is vonnis bepaald op heden.

GRONDEN VAN DE BESLISSING


Uitgangspunten

1.

Als uitgangspunt geldt het volgende:

1.1.

Weisz is een onderneming die zich bezig houdt met de groothandel in horloges.

1.2.

[eiser] is op 1 juli 2007 bij Weisz in dienst getreden. Laatstelijk heeft hij de functie uitgeoefend van export director, tegen een salaris van € 6.212,47 bruto per maand, te vermeerderen met 8 % vakantietoeslag.

1.3.

Artikel 13 van de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst luidt als volgt:

“Behoudens voorafgaande schriftelijke toestemming van de werkgever is het de werknemer niet toegestaan om naast de dienstbetrekking bij de werkgever nevenwerkzaamheden te verrichten:

- die concurrerend zijn voor de werkgever en/of een aan haar gelieerde onderneming;

- waardoor er sprake is van onverenigbaarheid van functies;

- die medisch gezien in combinatie met de functie een te zware fysieke of geestelijke belasting voor de werknemer vormen;

- die schade toebrengen aan de belangen van de werkgever en/of een aan haar gelieerde onderneming.”

1.4.

Artikel 15 van de arbeidsovereenkomst bepaalt:

“Zowel tijdens als na het dienstverband bestaat de verplichting tot geheimhouding inzake alle informatie die ofwel als vertrouwelijk is aangemerkt, dan wel blijkend uit de aard van de informatie in redelijkheid geacht mag worden vertrouwelijk te zijn.”

1.5.

op 12 maart 2014 heeft er een gesprek plaats gevonden tussen [eiser] en [naam 2], waarbij [eiser] heeft medegedeeld dat hij voornemens is om in dienst te treden van [bedrijf x] (verder [bedrijf x]), een fabrikant van horloges, gevestigd te [land] en [land].

1.6.

op 12 maart 2014, na het onder 1.5 bedoelde gesprek, heeft Weisz [eiser] verzocht de laptop (Intel Core i5, HD screen, 2,5 GHz, 4 GB) op het bedrijf achter te laten in verband met een software update. Aan dit verzoek heeft [eiser] voldaan.

1.7.

op 14 maart 2014 heeft Weisz [eiser] op staande voet ontslagen, welk ontslag bij brief van dezelfde datum aan hem is bevestigd. Blijkens deze brief wordt [eiser] verweten dat hij intensieve contacten heeft onderhouden met [bedrijf x] (waaronder het voorbereiden van een verkooporganisatie voor [bedrijf x]), dat hij vertrouwelijke bedrijfsgegevens aan [bedrijf x] heeft verstrekt, dat hij [bedrijf x] heeft geïntroduceerd bij zakelijke relaties van Weisz, dat hij voor [bedrijf x] een Business Plan heeft gemaakt (met gebruikmaking van de kennis van de bedrijfsvoering van Weisz) en dat hij bemiddeld heeft bij de indiensttreding van werknemers van Weisz bij [bedrijf x].

1.8.

op 14 maart 2014 heeft [eiser] een mobiele telefoon (Samsung Galaxy) bij Weisz ingeleverd.

1.9.

op 17 maart 2014 heeft Weisz [eiser] opnieuw op staande voet ontslagen, voor het geval het onder 1.7 genoemde ontslag geen stand zou houden. Als grond voor dit ontslag heeft Weisz aangevoerd dat [eiser] aan een concurrent de naam zou hebben doorgegeven van de fabriek in [land] waar Weisz haar horloges laat maken.

1.10.

Weisz heeft bij de politie te Amstelveen aangifte gedaan van bedrijfsspionage. Daarbij is [eiser] als verdachte aangemerkt.

1.11.

aanvankelijk heeft [eiser] de vernietigbaarheid van de gegeven ontslagen ingeroepen. Ter zitting heeft hij uitdrukkelijk verklaard er definitief en onherroepelijk te berusten dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen is beëindigd per 14 maart 2014, met handhaving van zijn bezwaren tegen de volgens Weisz aanwezige dringende redenen.

1.12.

daarop heeft Weisz het “voorwaardelijke” ontbindingsverzoek ingetrokken.

1.13.

[eiser] heeft in het geding gebracht een transcriptie van een geluidsopname van een bespreking d.d. 17 maart 2014 ten kantore van Weisz.

1.14.

[eiser] is per 1 april 2014 in dienst getreden bij [bedrijf x].

Vordering en verweer in conventie en in reconventie

2.

[eiser] vordert na vermeerdering van eis, kort gezegd, dat Weisz veroordeeld wordt tot

  1. betaling van € 3.106,23 bruto, zijnde het loon over de periode van 1 tot en met 14 maart 2014, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente vanaf 1 april 2014;

  2. betaling van € 16.773,66 wegens de gefixeerde schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 maart 2014;

  3. uitbetaling van de niet opgenomen vakantiedagen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 april 2014 tot de dag van voldoening;

  4. betaling van € 4.721,47 bruto wegens vakantiegeld, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente vanaf 1 april 2014;;

  5. betaling van een schadevergoeding van € 10.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van het te wijzen vonnis;

  6. afgifte van de onder 1.6 bedoelde laptop en de onder 1.8 bedoelde telefoon, op straffe van een dwangsom;

  7. betaling van de kosten van de procedure.

3.

Ter toelichting op de vordering voert [eiser] aan dat van een dringende reden geen sprake is. [eiser] heeft niet gehandeld in strijd met artikel 13 en/of artikel 15 van de arbeidsovereenkomst. Evenmin heeft hij collega’s overgehaald om met hem mee te gaan naar een ander werkgever, zoals Weisz beweert. Deze collega’s hebben een eigen afweging gemaakt en er is niemand anders dan [eiser] zelf bij [bedrijf x] in dienst getreden. De achtergrond voor zijn overstap is dat [eiser] graag in Israël wil gaan wonen en bij [bedrijf x] kan hij, anders dan bij Weisz, vanuit dat land werken.

4.

Omdat er geen dringende reden voor de ontslagen is, heeft Weisz de arbeidsovereenkomst onregelmatig opgezegd en is zij schadeplichtig. Bij regelmatige opzegging had de arbeidsovereenkomst voortgeduurd tot en met 31 mei 2014 en [eiser] maakt aanspraak op de gefixeerde schadevergoeding, zijnde het loon over de periode van 15 maart tot en met 31 mei 2014. Weisz heeft het loon betaald tot en met 28 februari 2014. Tot en met 14 maart 2014 moet Weisz daarom nog het achterstallige loon betalen. Ook dient zij de eindafrekening te voldoen, met betaling van de niet genoten vakantiedagen en het vakantiegeld.

5.

Voorts dient Weisz de laptop aan [eiser] terug te geven. Deze heeft hij van een zakenrelatie gekregen (op een beurs in Basel) en is dus zijn eigendom. Ook de telefoon is van [eiser]: blijkens de overeenkomst met KPN d.d. 4 september 2013 heeft hij, en niet Weisz, dit toestel gekocht.

6.

Weisz heeft op zeer ernstige, flagrante en disproportionele wijze inbreuk gemaakt op de privacy van [eiser]. Immers heeft Weisz zich toegang verschaft tot de PC van [eiser] op het werk en daarnaast tot de laptop en de telefoon, die eigendom van [eiser] zijn. Daarbij heeft Weisz toegang gekregen tot een groot aantal (privé) e-mails van het G-mail account van [eiser] en een groot aantal (privé) whatsapp berichten. In de procedure die Weisz heeft aangespannen tegen een van haar andere werknemers heeft Weisz e-mails en berichten van [eiser] gebruikt. Verder heeft Weisz [eiser] in berichten binnen en buiten de organisatie neergezet als crimineel en dief. Deze handelwijze van Weisz is jegens [eiser] onrechtmatig en daardoor lijdt [eiser] schade, zowel vermogensschade als immateriële schade.

7.

Weisz heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Dit verweer zal, voor zover van belang, hierna worden besproken en beoordeeld.

8.

Weisz vordert in reconventie, na vermeerderingen van eis

  1. [eiser] te veroordelen tot betaling van € 7.568,41, te weten € 7.209,06 in verband met aan [eiser] verstrekte leningen/voorschotten en € 359,35 wegens door [eiser] van Weisz gekochte horloges, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 april 2014 tot aan de dag van voldoening;

  2. [eiser] te bevelen tot geheimhouding inzake alle informatie betreffende de onderneming van Weisz en haar bedrijfsvoering die ofwel als vertrouwelijk in aangemerkt, dan wel blijkend uit de aard van de informatie in redelijkheid geacht mag worden vertrouwelijk te zijn, op straffe van een dwangsom van € 50.000,- per overtreding, met een maximum aan te verbeuren dwangsommen van € 2.500.000,-;

  3. [eiser] te bevelen opgave te doen van de identiteit van de persoon die op 17 maart 2014 een geluidsopname heeft gemaakt van een bespreking ten kantore van Weisz, op straffe van een dwangsom;

  4. [eiser] te gelasten zich te onthouden van verdere contacten met werknemers van Weisz, op straffe van een dwangsom;

  5. [eiser] te veroordelen in de kosten van de procedure.

9.

Ter onderbouwing van haar vordering sub 8.A heeft Weisz een specificatie overgelegd van de stand van de leningen en voorschotten, alsmede de facturen betreffende de door [eiser] gekochte horloges. Nu Weisz ter zake in conventie een beroep op verrekening heeft gedaan, begrijpt de kantonrechter dit onderdeel van de vordering aldus, dat zij wordt ingesteld, voor zover het beroep op verrekening in conventie wordt afgewezen.

10.

Voor wat betreft het gevorderde bevel tot geheimhouding heeft Weizs, kort gezegd, aangevoerd dat [eiser] zijn geheimhoudingsverplichting heeft geschonden en dat er daarom aanleiding is voor het bevel, versterkt met een dwangsom.

11.

Weisz heeft verder aangevoerd dat zij recht en belang heeft om erachter te komen wie degene is die de onder 8.C genoemde bespreking heeft opgenomen. Zij wenst binnen haar organisatie geen spionnen of mollen van [eiser] en zijn nieuwe werkgever [bedrijf x].

12.

Het gevorderde contactverbod met werknemers van Weisz ligt in het verlengde van het voorgaande. [eiser] heeft al enige werknemers van Weisz bewerkt (om ook bij [bedrijf x] in dienst te treden) en gecorrumpeerd. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de overgelegde WhatsApp berichten. Hier moet een eind aan komen. Ook heeft Weisz er recht en belang bij te voorkomen dat [eiser] via werknemers van Weisz toegang blijft houden tot informatie over de gang van zaken binnen haar onderneming.

13.

[eiser] voert gemotiveerd verweer tegen de vordering in reconventie. Dit verweer zal, voor zover relevant, hierna worden besproken en beoordeeld.

Beoordeling

in conventie

14.

In dit kort geding dient te worden beoordeeld of de in deze zaak aannemelijk te achten omstandigheden een ordemaatregel vereisen dan wel of de vordering van [eiser] in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat het gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen door het treffen van een voorziening zoals gevorderd. Het navolgende behelst dan ook niet meer dan een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen.

15.

Weisz heeft het spoedeisend belang betwist. De kantonrechter acht dit echter gegeven, nu de vordering onder meer (volgens [eiser]) achterstallig loon betreft.

16.

Bij de vraag of op voorhand moet worden aangenomen dat er sprake is van een dringende reden moet eerst beoordeeld worden of het bewijs onrechtmatig is verkregen. Als deze vraag bevestigend zou worden beantwoord betekent dit dat Weisz zich niet als goed werkgever heeft gedragen en jegens [eiser] onrechtmatig heeft gehandeld. In dat kader moet worden vastgesteld dat geen aansluiting gezocht kan worden bij intern vastgestelde regels over de rechten en plichten van partijen ter zake internet- en e-mail gebruik en het controleren daarvan door de werkgever, nu een reglement ter zake bij Weisz ontbreekt.

17.

Naar voorlopig oordeel van de kantonrechter is (tenminste een deel van) het bewijs onrechtmatig verkregen. Daarbij zijn de volgende omstandigheden van belang. Weisz heeft onvoldoende aannemelijk kunnen maken dat zij een concreet vermoeden had dat [eiser] in strijd handelde met bepalingen uit de arbeidsovereenkomst, dan wel dat hij onrechtmatige of strafbare handelingen verrichtte. Dat er veeleer sprake was van een “fishing expedition” blijkt uit het gegeven dat Weisz het onderzoek is gestart daags nadat [eiser] haar had verteld dat hij bij [bedrijf x] in dienst wilde treden.

18.

Verder is van belang dat Weisz zich via PC op het werk toegang heeft verschaft tot privé g-mail accounts van [eiser]. Daaraan doet niet af dat Weisz bij de betreffende gegevens kon komen omdat de inloggegevens op de PC bewaard waren gebleven en zij dus niet de accounts heeft hoeven hacken (met andere woorden: het laten openstaan van de voordeur rechtvaardigt geen insluiping of diefstal!) Ook het gebruik maken van de WhatsApp berichten op de door [eiser] gebruikte telefoon worden als een ontoelaatbare inbreuk op diens privacy beschouwd, nu de telefoon en daarmee de betreffende berichten deels een privé karakter droegen, omdat de telefoon immers ook privé werd gebruikt, hetgeen ook was toegestaan. Voorts is van belang dat Weisz de laptop onder valse voorwendselen heeft ingenomen, namelijk niet voor het toevoegen van een update (zoals Weisz deed voorkomen) maar voor het onderzoek naar mogelijk onoorbaar gedrag van [eiser]. Tot slot is van belang dat [eiser] onweersproken heeft gesteld dat Weisz een aantal van de e-mails, afkomstig van een van de g-mail accounts heeft gebruikt in een ontslagprocedure tegen een andere werknemer van Weisz. Dit levert een “extra” inbreuk op de privacy op, nu deze de verhouding Weisz-[eiser] te buiten gaat.

19.

Het bovenstaande betekent dat er sprake is van een ernstige inbreuk door Weisz op het recht op privacy van [eiser] en Weisz zich niet als goed werkgever heeft gedragen en jegens [eiser] onrechtmatig heeft gehandeld.

20.

[eiser] heeft aangevoerd dat, nu Weisz de betreffende gegevens op onrechtmatige wijze heeft verkregen, deze bij de beoordeling van de dringende reden niet mee mogen worden genomen. Naar voorlopig oordeel betekent de vaststelling dat het bewijs onrechtmatig is verkregen in het algemeen niet dat de resultaten van het onderzoek in een civiele procedure buiten beschouwing moeten worden gelaten. Daarvan zal alleen in zeer bijzondere omstandigheden sprake kunnen zijn. Naar voorlopig oordeel is ten deze van dergelijke bijzondere omstandigheden geen sprake.

21.

Wel moet voorkomen worden dat het recht op privacy van een werknemer door het (onbelemmerd) gebruik van onrechtmatig verkregen bewijs ernstig zou worden uitgehold. Aangewezen middel kan zijn het toekennen van een schadevergoeding wegens het onrechtmatig handelen. Op deze wijze ontstaat er geen vrijbrief voor de werkgever om op onrechtmatige wijze gegevens te verkrijgen over een bepaalde handelwijze van een werknemer en blijft het tegelijkertijd mogelijk het gedrag van de werknemer te beoordelen met alle gegevens die boven tafel zijn gekomen.

22.

Een schadevergoeding zoals onder 21 bedoeld heeft [eiser] in deze procedure gevorderd. Voorshands wordt, gelet op de ernst van de inbreuk, een bedrag van € 7.500,- billijk geacht. Dit betreft (mede) immateriële schade. De kantonrechter zal dit bedrag bruto toekennen, en daarmee bij [eiser] het risico leggen dat de schadevergoeding door de fiscus geheel of gedeeltelijk niet als onbelaste vergoeding zal worden aangemerkt.

23.

Thans moet worden beoordeeld of het aannemelijk is dat de bodemrechter zal oordelen dat het ontslag (op 14 en/of 17 maart 2014) zal houden omdat aangenomen zal worden dat er sprake is van een dringende reden aan de zijde van [eiser].

24.

Daarbij wordt overwogen dat naar voorlopig oordeel twee overtredingen van [eiser] van artikel 13 en 15 van de arbeidsovereenkomst vast zijn komen te staan. Allereerst wordt op grond van de door Weisz in het geding gebrachte e-mailberichten aannemelijk geacht dat [eiser] in februari 2014 betrokken was bij de verkoop van horloges ten behoeve van [bedrijf x]. Uit een e-mail van 18 februari 2014 blijkt dat een relatie de hele collectie bij [bedrijf x] heeft besteld. Deze e-mail is weliswaar niet van [eiser], maar van een collega (en gericht aan [eiser]), doch uit de mailwisseling tussen hen beide blijkt overduidelijk de samenwerking tussen [eiser] en de betreffende collega. Dit wordt beoordeeld als een overtreding van het verbod op nevenwerkzaamheden. Voorts wordt het noemen van de naam van de fabriek in [land], waar Weisz een deel van haar horloges laat maken, aan een concurrent door de kantonrechter wel degelijk als het prijsgeven van bedrijfsgevoelige informatie beschouwd, hetgeen (dan ook) een overtreding van het geheimhoudingsbeding oplevert.

25.

Op grond van de beide onder 24 genoemde overtredingen acht de kantonrechter het aannemelijk dat de bodemrechter de ontslagen in stand zal laten. Dat betekent dat de vordering van [eiser] betreffende de gefixeerde schadevergoeding zal worden afgewezen.

26.

De vorderingen onder 2. a, c en d zijn toewijsbaar, zoals hierna te vermelden. Tegen toewijzing van de vordering betreffende niet genoten vakantiedagen heeft Weisz als verweer gevoerd dat deze moet worden afgewezen, nu [eiser] niet heeft vermeld om hoeveel dagen het gaat. Dit verweer wordt gepasseerd, nu Weisz (op haar beurt) niet met gegevens is gekomen, waaruit zou moeten blijken dat er geen vakantiedagen meer open staan, terwijl op haar, als werkgever, de plicht rust om de vakantiedagen van haar werknemers “bij te houden”. De wettelijke verhoging zal worden bepewerkt tot 10 %.

27.

Weisz heeft ter zake de onder 26 genoemde vorderingen een beroep op verrekening gedaan met haar vordering op [eiser] ad € 7.568,41, te weten € 7.209,06 in verband met aan [eiser] verstrekte leningen/voorschotten en € 359,35 wegens door [eiser] van Weisz gekochte horloges. Dit beroep zal worden toegewezen. Weisz heeft haar vordering met bewijsstukken (waaronder betalingsbewijzen) onderbouwd en daartegenover heeft [eiser] volstaan met de enkele ontkenning van de juistheid van deze gegevens. Daarmee heeft [eiser] zijn verweer tegen de vordering onvoldoende onderbouwd.

28.

De vordering tot afgifte van de laptop zal worden toegewezen. Weisz heeft niet betwist dat de betreffende zakenrelatie de laptop aan [eiser] heeft gegeven. Anders dan Weisz heeft gesteld kan niet in zijn algemeenheid worden aanvaard dat een werknemer die op een zakenreis een geschenk ontvangt, dit te allen tijde geacht moet worden “voor zijn werkgever” in ontvangst te nemen. Concrete omstandigheden op grond waarvan ten deze anders geoordeeld zou moeten worden heeft Weisz niet aangevoerd. Dat Weisz de harde schijf heeft laten wisselen betekent niet dat Weisz als eigenaar van deze harde schijf moet worden beschouwd en dat deze dus aan haar zou moeten worden gelaten. Weisz zal dus de laptop in haar geheel aan [eiser] moeten afgeven.

29.

Met betrekking tot de telefoon zal de kantonrechter de vordering afwijzen. De overeenkomst met betrekking tot de aankoop ervan staat weliswaar op naam van [eiser], doch Weisz heeft aangetoond dat deze is betaald door Weisz en dat verder ook alle kosten verbonden aan het gebruik van de telefoon door Weisz zijn betaald. Onder die omstandigheden kan [eiser] geen aanspraak maken op afgifte van de telefoon.

30.

Bij deze uitkomst van de procedure bestaat er aanleiding de proceskosten te compenseren.

in reconventie

31.

Ook hier geldt de onder 14 genoemde toets.

32.

De vordering onder 8.A zal worden afgewezen, nu in conventie het beroep op verrekening is gehonoreerd.

33.

Ter zake de vordering tot geheimhouding op straffe van een dwangsom (zie onder 8.B) wordt overwogen dat uit de arbeidsovereenkomst volgt dat het geheimhoudingsbeding ook na het einde van het dienstverband blijft gelden. Nu aannemelijk is geworden dat [eiser] dit beding heeft geschonden, heeft Weisz er recht en belang bij dat het beding versterkt wordt met een dwangsom. De vordering op dit punt zal dan ook worden toegewezen, met matiging van de hoogte van de gevorderde dwangsommen.

34.

Het gevorderde onder 8.C zal worden afgewezen. Wat er ook zij van het verweer van [eiser] dat hij niet weet wie het gesprek heeft opgenomen, geoordeeld wordt dat van [eiser] niet kan worden gevergd dat hij die naam noemt. Het mag immers duidelijk zijn dat het achterliggende doel van Weisz is het treffen van sancties tegen deze persoon en daaraan hoeft [eiser] niet bij te dragen.

35.

Naar voorlopig oordeel bestaat er onvoldoende grondslag voor toewijzing van de vordering tot het zich onthouden van contacten met werknemers van Weisz (zie onder 8.D). Daarbij is van belang dat Weisz niet aannemelijk heeft kunnen maken dat [eiser] in zijn contacten met werknemers van Weisz gedurende de afgelopen maanden onrechtmatig heeft gehandeld. Daar komt bij dat [eiser] onweersproken heeft gesteld dat zich onder die werknemers ook vrienden van hem bevinden. Een zo verstrekkende vordering is daarom niet toewijsbaar.

36.

Ook in reconventie wordt aanleiding gezien de kosten te compenseren.

BESLISSING


De kantonrechter:

in conventie

I. veroordeelt Weisz tot betaling aan [eiser] van:

- € 3.106,23 bruto, zijnde het loon over de periode van 1 tot en met 14 maart 2014, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ad 10 % en de wettelijke rente vanaf 1 april 2014 tot aan de dag van voldoening;

- de niet opgenomen vakantiedagen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 april 2014 tot de dag van voldoening;

- € 4.721,47 bruto wegens vakantiegeld, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ad 10 % en de wettelijke rente vanaf 1 april 2014 tot aan de dag van voldoening;

onder aftrek van een bedrag van € 7.568,41 (netto), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 april 2014 tot de datum van voldoening door de verrekening;

II. veroordeelt Weisz tot betaling aan [eiser] van een schadevergoeding van € 7.500,- bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 mei 2014 tot de dag van voldoening;

III. veroordeelt Weisz tot afgifte aan [eiser] van de onder 1.6 bedoelde laptop, door afgifte van de laptop ten kantore van de gemachtigde van [eiser] binnen 2 werkdagen na betekening van dit vonnis, op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag, met een maximum aan te verbeuren dwangsommen van € 3.000,-;

IV. verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

V. wijst het meer of anders gevorderde af;

in reconventie

VI. beveelt [eiser] tot geheimhouding inzake alle informatie betreffende de onderneming van Weisz en haar bedrijfsvoering die ofwel als vertrouwelijk is aangemerkt, dan wel blijkend uit de aard van de informatie in redelijkheid geacht mag worden vertrouwelijk te zijn, op straffe van een dwangsom van € 10.000,- per overtreding, met een maximum aan te verbeuren dwangsommen van € 500.000,-;

VII. verklaart dit bevel uitvoerbaar bij voorraad;

VIII wijst het meer of anders gevorderde af;

In conventie en in reconventie

IX. bepaalt dat ieder van partijen de eigen proceskosten draagt.

Aldus gewezen door mr. T.M.A. van Löben Sels, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 mei 2014 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter