Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:2392

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
16-04-2014
Datum publicatie
02-05-2014
Zaaknummer
EA 13-11878
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Woningverbetering in de sfeer van energiebesparing op kosten van verhuurder. Beroep op art. 7:243 BW lid 2 sub c niet mogelijk als er in de woning nog geen verwarmingsketel aanwezig is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
WR 2014/92

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

AFDELING PRIVAATRECHT

Kenmerk : EA 13-11878

Datum : 16 april 2014

94

Beschikking van de kantonrechter te Amsterdam op een verzoek als bedoeld in artikel 7:243 van het Burgerlijk Wetboek, ingediend door:

[verzoekster]

wonende te [woonplaats]

verzoekster

verder te noemen [verzoekster]

gemachtigde: mr. M.E. Zweers

t e g e n:

1

KEIJ & STEFELS B.V.

gevestigd te Amsterdam

2

[verweerster]

wonende te [woonplaats]

3 [verweerster 2]

wonende te [woonplaats]

4 [verweerder]

wonende te [woonplaats]
5 [verweerster 3]

wonende te [woonplaats]

6 [verweerder 2]

wonende te [woonplaats]

verweerders

verder te noemen: verweerder sub 1 Keij & Stefels, verweerders sub 2 tot en met 6 de eigenaren en alle verweerders gezamenlijk verweerders

gemachtigde: mr. H.C. Bollekamp

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

[verzoekster] heeft op 17 oktober 2013 een verzoek als bedoeld in artikel 7:243 Burgerlijk Wetboek ingediend dat strekt tot het verplichten van verweerders een HR CV-ketel te plaatsen.

Verweerders hebben op 1 november 2013 een verweerschrift ingediend.

[verzoekster] heeft vervolgens een akte met producties ingediend.

Het verzoek is ter terechtzitting behandeld op 18 maart 2014. [verzoekster] is verschenen, vergezeld door haar gemachtigde. Verweerders zijn verschenen bij [naam] en bijgestaan door hun gemachtigde. [verzoekster] heeft pleitaantekeningen in het geding gebracht. De griffier heeft van het verhandelde aantekeningen gemaakt.

BEOORDELING VAN HET VERZOEK

1.

Als gesteld en onvoldoende weersproken staat vast:

1.1.

Ingevolge een daarvan schriftelijk opgemaakte huurovereenkomst huurt [verzoekster] sedert 1999 van “Keij & Stefels (…) ten deze handelend als mondeling gevolmachtigde van de eigenaar” de woning aan de [adres]. De huur bedraagt € 510,06 per maand.

1.2.

Verweerders sub 2 tot en met 6 zijn thans eigenaren van de woning.

1.3.

De woning heeft een woonkamer en twee slaapkamers op de eerste verdieping en twee kamers op de zolderverdieping die binnendoor, vanuit de woning bereikbaar zijn.

1.4.

Ten tijde van het sluiten van de overeenkomst was er geen verwarmingsvoorziening in de woning aanwezig. De woning wordt thans verwarmd door twee gaskachels en electrische radiatoren. Deze zijn eigendom van [verzoekster].

1.5.

[verzoekster] heeft met Keij & Stefels overleg gevoerd over het aanleggen van een CV-installatie met HR-ketel op kosten van de eigenaren. [verzoekster] heeft zich daarbij bereid verklaard een redelijke huurverhoging te betalen.

1.6.

Keij & Stefels heeft in het kader daarvan bij [bedrijf x]een offerte aangevraagd voor het leveren en monteren van een “volautomatische verwarmingsinstallatie met warmwater voorziening”. Volgens de offerte van deze [bedrijf x] van 18 juni 2012 zouden de kosten daarvoor € 7.080,50 bedragen.

1.7.

Verweerders zijn niet met de plaatsing van de CV-installatie op kosten van de eigenaren akkoord gegaan.

Standpunt [verzoekster]

2.

verzoekt de kantonrechter te bepalen:
I dat verweerders een verwarmingsinstallatie bestaande uit een HR-combiketel, radiatoren en leidingnetwerk, geschikt om de hele woning te verwarmen dienen aan te leggen in de woning aan de [adres] onder deugdelijke verwijdering of afsluiting van de bestaande opstelplaats(en) voor gaskachels binnen een in goede justitie te bepalen termijn en in overeenstemming met de daarvoor geldende bouwkundige normen en normen van goed vakmanschap, alles op verbeurte van een dwangsom van € 25,00 per dag;
II dat de maandelijkse kale huur wordt verhoogd met een bedrag van € 45,78 met ingang van de eerste van de maand volgend op het gereedkomen van de onder I verzochte voorzieningen, althans met een in goede justitie vast te stellen bedrag;
III dat de te geven beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad is.
met veroordeling van verweerders in de kosten van de procedure.

3.

[verzoekster] voert aan dat haar voor het tekenen van de huurovereenkomst bij de bezichtiging van de woning was meegedeeld dat zij een verzoek kon indienen als zij een CV-installatie wenste en dat de huur dan iets omhoog zou gaan. [verzoekster] is dan ook verbaasd dat verweerders thans geen CV installatie willen plaatsen. [verzoekster] is bereid een redelijke huurverhoging te betalen. Zij heeft bij de berekening van de te betalen huurverhoging aansluiting gezocht bij de methodiek van de Huurcommissie. Volgens deze methodiek is een huurverhoging van € 45,78 per maand redelijk.

4.

Verzoekster is van oordeel dat verweerders op grond van artikel 7:243 BW gehouden zijn de verwarmingsinstallatie te plaatsen. Er is immers volgens haar met het plaatsen van een CV- installatie met HR-combiketel sprake van energie besparende maatregelen. Dat er volgens lid 2 van dit artikel sprake moet zijn van vervanging van een bestaande CV ketel doet daaraan volgens haar niet af. De energiebesparing bij plaatsing van een HR-ketel is immers minstens gelijk aan de verbetering die bereikt kan worden bij het vervangen van een minstens 10 jaar oude verwarmingsketel door een ketel die een rendement van ten minste 80% haalt.

Standpunt verweerders

5.

Verweerders voeren allereerst aan dat Keij & Stefels de huurovereenkomst heeft gesloten als gevolmachtigde van de eigenaren en dat deze daarom zelf geen contractspartij is. Verzoekster dient daarom jegens Keij & Stefels in haar verzoek niet-ontvankelijk te worden verklaard.

6.

Verweerders betwisten dat zij op grond van art. 7:243 BW kunnen worden verplicht een HR-combiketel te plaatsen. Het alleen plaatsen van een verwarmingsketel valt namelijk niet onder de voorzieningen als genoemd in 7:243 lid 2 BW. Volgens art. 7:243 lid 2 sub c moet er immers sprake zijn van vervanging van de ketel. Aan dit vereiste wordt in deze zaak niet voldaan aangezien er in het gehuurde geen verwarmingsketel aanwezig is. Volgens verweerders heeft de wetgever niet beoogd om ook de vervanging van gaskachels door een CV-installatie op grond van dit artikel mogelijk te maken. Als de wetgever dat wel zou hebben gewild, dan zou de wet daarin volgens hen hebben voorzien. Het was immers ten tijde van de totstandkoming van dit wetsartikel (in 2006) gewoon dat woningen werden verwarmd door gaskachels. Voorts wijzen verweerders erop dat de woning ook niet over een verwarmingsinfrastructuur (waaronder leidingen, radiatoren en watertappunten) beschikt. Het aanleggen daarvan is ingrijpend. De wet geeft [verzoekster] ook geen aanspraak op de aanleg van deze infrastructuur.

7.

Subsidiair betwisten verweerders dat de aangeboden huurverhoging in redelijke verhouding staat tot de kosten van de door [verzoekster] verlangde werkzaamheden.

Beoordeling

8.

[verzoekster] heeft haar verzoek gegrond op art. 7:243 BW. Dit artikel luidt als volgt:



1. Indien woonruimte in een gebouwde onroerende zaak voorzieningen behoeft als bedoeld in lid 2, kan de rechter op verzoek van de huurder bepalen dat de verhuurder verplicht is deze verbetering op eigen kosten aan te brengen, mits de huurder zich bereid heeft verklaard tot het betalen van een huurverhoging die in redelijke verhouding staat tot deze kosten. Van deze bepaling kan niet ten nadele van de huurder worden afgeweken.

2. Voorzieningen als bedoeld in lid 1 zijn:
a. het thermisch isoleren van de uitwendige scheidingsconstructies;
b. het thermisch isoleren van de constructie die de scheiding vormt met de kruipruimte;
c. het ten behoeve van de verwarmingsinstallatie plaatsen van een verwarmingsketel met een
opwekkingsrendement van ten minste 80%, indien de bestaande verwarmingsketel ten
minste tien jaren oud is.

9.

Allereerst dient vastgesteld te worden wie als verhuurder dient te worden aangemerkt. In

de huurovereenkomst staat dat Keij & Stefels als gevolgmachtigde van de eigenaar de huurovereenkomst heeft gesloten. Verweerders hebben aangevoerd dat Keij & Stefels daarom zelf geen partij is bij de huurovereenkomst. Verzoekster heeft dat niet weersproken. Dit betekent dat [verzoekster] in haar tegen Keij & Stefels gedane verzoek, niet kan worden ontvangen en dat zij zal worden veroordeeld in de - op nihil begrote – proceskosten.

10.

Vaststaat dat er bij aanvang van de huurovereenkomst geen (centrale) verwarming in de woning aanwezig was en dat de woning thans wordt verwarmd door gaskachels en elektrische radiatoren, die in eigendom aan [verzoekster] toebehoren. Er is in de onderhavige zaak derhalve geen sprake van vervanging van een aanwezige verwarmingsketel als bedoeld in art. 7:243 lid 2 sub c BW. De overige twee voorzieningen genoemd in art. 7:243 lid 2 zijn ook niet op het verzoek van toepassing.

11.

Uit de Memorie van Toelichting bij artikel 7:243 BW, waarvan lid 2 tot 1 april 2007 was opgenomen in art. 15 lid 2 Woningwet, blijkt dat dit artikel in het Burgerlijk Wetboek is opgenomen om de huurder te mogelijkheid te bieden om de verhuurder te verplichten op eigen kosten woningverbeteringen aan te brengen in de sfeer van energiebesparing, omdat dergelijke woningverbeteringen niet langs de weg van de gebrekenregeling kunnen worden afgedwongen, maar alleen door een gemeentelijke aanschrijving. Dit artikel geeft in lid 2 een opsomming van de bedoelde energievoorzieningen. Uit niets blijkt dat de wetgever heeft beoogd een verderstrekkende regeling tot stand te brengen dan de in lid 2 genoemde (energiebesparende) verbeteringen en de verhuurder ook heeft willen verplichten tot het plaatsen van een volledige verwarmingsinstallatie met infrastructuuur.

12.

Nu de in art. 7:243 lid 2 genoemde voorzieningen niet op de onderhavige zaak van toepassing zijn, kunnen verweerders niet op grond van artikel 7:243 BW worden verplicht om op hun kosten een CV-installatie aan te brengen. Dit betekent dat de vorderingen zullen worden afgewezen.

13.

Verzoekster zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding.



BESLISSING

De kantonrechter:

Ten aanzien van Keij & Stefels:

verklaart [verzoekster] niet-ontvankelijk in haar verzoek jegens Keij & Stefels;

veroordeelt [verzoekster] in de kosten van het geding aan de zijde van Keij & Stefels tot op heden begroot op nihil;

Ten aanzien van de eigenaren:

wijst de vorderingen af;

veroordeelt [verzoekster] in de kosten van het geding aan de zijde van de eigenaren tot op heden begroot op € 200,00 aan salaris van hun gemachtigde.


Aldus gegeven door mr. M.E.B. Terwee, kantonrechter en in het openbaar uitgesproken op 16 april 2014 in aanwezigheid van de griffier.

De griffier

De kantonrechter