Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:1389

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
05-03-2014
Datum publicatie
20-03-2014
Zaaknummer
HA ZA 13-597
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De gemeente Amsterdam en Telesquash hebben een bindend advies ingewonnen ter vaststelling van de schade die Telesquash heeft geleden en zal lijden als gevolg van de aanleg van het spoorwegviaduct De Hemboog. De Gemeente vordert vernietiging van het bindend advies op grond van artikel 7:904 lid 1 Burgerlijk Wetboek. Volgens vaste jurisprudentie is gebondenheid aan een bindend advies regel en vormt strijd met de redelijkheid en billijkheid een uitzondering. Uitsluitend ernstige gebreken geven aanleiding tot een sanctie: de beslissing is onaantastbaar als de grenzen waarbinnen redelijk denkende mensen van mening kunnen verschillen, niet zijn overschreden. Dit brengt met zich dat toetsing van het bindend advies door de rechter een marginale toetsing is, waarbij de rechter beoordeelt of de bindend adviseurs, alle omstandigheden van het geval in aanmerking genomen, in redelijkheid tot hun beslissing hebben kunnen komen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/542741 / HA ZA 13-597

Vonnis van 5 maart 2014

in de zaak van

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE AMSTERDAM,

zetelend te Amsterdam,

eiseres,

advocaat mr. B.R. ter Haar te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TELESQUASH B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. drs. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam.

Partijen zullen hierna de Gemeente en Telesquash genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 2 mei 2013,

  • -

    de akte houdende overlegging producties zijdens de Gemeente,

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties,

  • -

    het tussenvonnis van 9 oktober 2013, waarbij een comparitie is gelast,

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 9 december 2013 en de daarin vermelde processtukken.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De Gemeente en Telesquash hebben op 8 december 1994 en op 22 december 1999 erfpachtovereenkomsten gesloten met betrekking tot het perceel gelegen aan de [adres] (hierna: het perceel). Op het perceel bevindt zich het kantoorgebouw van Telesquash (hierna: het pand).

2.2.

Na het sluiten van de erfpachtovereenkomsten heeft de Gemeente aan Prorail, althans aan haar rechtsvoorgangster, een bouwvergunning verleend voor het oprichten van het spoorwegviaduct “De Hemboog”, gedeeltelijk op, in en boven het perceel van Telesquash, en op korte afstand van het pand.

2.3.

Telesquash heeft tegen de aan Prorail verleende bouwvergunning een bezwaarschrift ingediend. De Gemeente en Telesquash zijn daarna in overleg getreden over de (financiële) voorwaarden waaronder Telesquash het bezwaarschrift zou intrekken en toestemming voor de bouw van De Hemboog zou verlenen. Partijen zijn vervolgens overeengekomen dat Telesquash het bezwaarschrift zou intrekken, haar toestemming voor de bouw aan de Gemeente zou verlenen en dat de Gemeente alle door Telesquash geleden en nog te lijden schade ten gevolge van de realisatie van De Hemboog op de huidige locatie zou vergoeden. Telesquash heeft nadien voormelde toestemming verleend, waarna De Hemboog op, in en boven het perceel is gerealiseerd.

2.4.

Bij brief van 29 november 2000 heeft de Gemeente aan Telesquash bericht:

“Afspraken die al eerder met u zijn gemaakt, blijven van kracht. Deze zijn:

(…)

Na de aanleg van de Hemboog , waarbij de parkeervoorziening (…) niet in dezelfde toestand kan worden teruggebracht, zal het grondbedrijf in overleg met u een nieuwe inrit vervaardigen en het terrein opnieuw inrichten met tevens een uitbreiding van het aantal parkeerplaatsen conform de geldende norm van 1:125. Het aantal gaat dan van 20 naar 27.”

Voorts heeft de Gemeente in deze brief vastgelegd dat partijen zijn overeengekomen dat de Gemeente een schadeloosstelling van NLG 1.925.000,00 (EUR 873.526,92) aan Telesquash zal betalen.

2.5.

In reactie hierop heeft Telesquash bij brief van 12 december 2000 aan de Gemeente meegedeeld, dat zij akkoord gaat met het in de brief van 29 november 2000 gedane voorstel onder een aantal voorwaarden, waaronder:

“Voor die uitbreiding van de hoeveelheid (en dus vierkante meters) wordt geen extra canon berekend”

Bij brief van 14 december 2000 heeft de Gemeente zich hiermee akkoord verklaard.

2.6.

De Gemeente heeft het bedrag van NLG 1.925.000,00 (EUR 873.526,92) aan Telesquash betaald. Partijen zijn verdeeld gebleven over de vraag of de door Telesquash geleden en nog te lijden schade met dat bedrag volledig is vergoed.

Op 24 maart 2009 hebben partijen een vaststellingsovereenkomst gesloten. Deze vaststellingsovereenkomst vermeldt, voor zover hier van belang, het volgende:

in aanmerking nemende:

(…)

- dat Telesquash uit hoofde van de beide met de Gemeente gesloten erfpachtovereenkomsten niet gehouden was (is) (de realisatie en aanwezigheid van) De Hemboog op de huidige locatie noch op enige andere locatie op, in en boven het Perceel te gedogen, hetgeen de Gemeente onder meer bij brieven d.d. 17 mei 2000 en 8 augustus 2002 aan Telesquash heeft bevestigd;

- dat Telesquash ook overigens, op grond van de verdere gegevens, niet kon en mocht verwachten dat De Hemboog op de huidige locatie op, in en boven het Perceel zou worden opgericht;

(…)

verklaren het volgende te zijn overeengekomen:

Artikel 1- Schade

1.1.

De Gemeente zal met inachtneming van het bepaalde in artikel 3.1. enhet overigens in deze overeenkomst bepaalde de totale door Telesquash (eventueel) geleden en/of nog te lijden schade ten gevolge van (de realisatie en de aanwezigheid van) De Hemboog op de huidige locatie op, in en boven het Perceel vergoeden.

Onder deze schade dient te worden begrepen alle directe en indirecte schade en/of nadeel, van welke aard dan ook, hoe dan ook genaamd, waaronder gevolgschade zoals onder meer bedrijfsschade, huurderving, winstderving, verminderde beleggingswaarde, in het bijzonder t.g.v. beperkingen in de gebruiks- en verhuurmogelijkheden, alsmede door Telesquash werkelijk en in redelijkheid gemaakte c.q. nog te maken kosten waaronder onder meer kosten van deskundigen, juridische bijstand en van accountants.

Onder deze schade dient tevens te worden begrepen het verschil tussen enerzijds de – in de erfpachtovereenkomst d.d. 22 december 1999 en een eventueel door partijen (in verband met de huidige situatie) opvolgend te sluiten erfpachtovereenkomst – door de Gemeente bedongen c.q. te bedingen canon,

én

anderzijds de canon waarop de Gemeente in redelijkheid aanspraak kon/kan maken wanneer bij deze overeenkomsten rekening was/wordt gehouden met (de realisatie en de aanwezigheid van) De Hemboog op de huidige locatie. Met (de realisatie en de aanwezigheid van) De Hemboog op de huidige locatie is in voornoemde erfpachtovereenkomst d.d. 22 december 1999 geen rekening gehouden.

1.2.

Onder de in artikel 1.1 bedoelde schade valt ook de (eventuele) schade die Telesquash heeft geleden en/of nog zal lijden omdat zij/de Gemeente geen ontheffing c.q. vergunning uit hoofde van de Spoorwegwet heeft verkregen c.q. deze niet zal verkrijgen voor het geheel instandhouden van het Gebouw in haar huidige vorm op de huidige zeer korte afstand tot De Hemboog.

1.3.

Onder de in artikel 1.1 bedoelde schade valt ook die schade die

Telesquash heeft geleden en/of nog zal lijden, omdat zij/de Gemeente ten behoeve van de door de Gemeente aan Telesquash in 2000 toegekende extra uitbreidingsmogelijkheden in verband met de nabijheid van De Hemboog uit hoofde van de Spoorwegwet geen ontheffing c.q. vergunning heeft verkregen c.q. deze niet zal verkrijgen.

Onder de in artikel 1.1. bedoelde schade valt tevens de schade die Telesquash heeft geleden en/of nog zal lijden wanneer komt vast te staan dat Telesquash deze extra uitbreidingsmogelijkheden in verband met de nabijheid van De Hemboog anderszins, uit andere hoofde dan de Spoorwegwet, niet kan verwezenlijken.

(…)

Artikel 3-Vaststelling schade

3.1

De totale in artikel 1 bedoelde schade van Telesquash zal bindend worden vastgesteld door (…) drie (…) nader geduide deskundigen.

(…)

Artikel 5- Opdracht deskundigen

5.1.

De door partijen aan de deskundigen te verstrekken opdracht zal inhouden de totale in artikel 1 bedoelde schade van Telesquash bindend vast te stellen, op welke door deze deskundigen bindend vast te stellen totale schade van Telesquash in mindering wordt gebracht dat deel van deze schade dat (eventueel) door de Gemeente/ProRail reeds aan Telesqash is vergoed.

(…).

2.7.

Op 8 juli 2009 heeft een bijeenkomst met partijen en de op grond van de vaststellingsovereenkomst aangewezen drie deskundigen plaatsgevonden, alwaar partijen de gelegenheid hebben gekregen opmerkingen te maken en een nadere toelichting te geven.

2.8.

Op 21 december 2009 hebben de drie deskundigen een conceptrapport aan partijen toegezonden. De door de Gemeente aan Telesquash nog te vergoeden schade is daarin begroot op een bedrag van EUR 4.825.000,-. Partijen hebben schriftelijk op dat rapport gereageerd.

2.9.

Op 3 mei 2010 hebben de drie deskundigen een definitief deskundigenrapport opgesteld (hierna: het bindend advies). Het bindend advies vermeldt, voor zover hier van belang, het volgende:

De nog te vergoeden schade in fase 1 (geleden schade) bestaat uit de volgende onderdelen:

Huurderving € 328.105,-

Renteverlies huurderving € 17.816,-

Financieringschade € 476.557,-

Gemiste liquiditeiten € 22.967,-

Waardevermindering € 2.213.509,-

Nog te maken kosten € 468.000,-

Erfpacht bestemmingswijziging/Hemboog € -284.000,-

Schade uitbreidingsmogelijkheden € 97.774,-

(…)

Totaal nog te vergoeden schade € 3.340.727,-

2.10.

Bij brief van 21 mei 2010 heeft Telesquash de Gemeente verzocht het door de deskundigen vastgestelde bedrag van EUR 3.340.727,- binnen een maand bij te schrijven op de bankrekening van Telesquash.

2.11.

Bij brief van 25 juni 2010 heeft de Gemeente aan Telesquash meegedeeld dat het definitieve rapport van de deskundigen op onderdelen onjuist is en de toets van artikel 7:904, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek niet kan doorstaan.

2.12.

Bij vonnis van 26 augustus 2010 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank, op vordering van Telesquash, de Gemeente naar aanleiding van het bindend advies veroordeeld om binnen acht dagen een bedrag van EUR 2.994.329,00 aan Telesquash te voldoen, vermeerderd met de wettelijke rente.

2.13.

De Gemeente heeft [naam 1], van [naam 1] (hierna: [naam 1]), gevraagd om ten aanzien van het bindend advies een ‘second opinion’ te geven. In maart 2011 heeft [naam 1]een conceptrapportage uitgebracht.

2.14.

[naam 1]is overleden voordat hij een eindrapportage heeft kunnen uitbrengen. De Gemeente heeft nadien prof. drs. P.P. Kohnstamm, emeritus hoogleraar vastgoedkunde aan de UvA, (hierna: Kohnstamm) gevraagd om een oordeel te geven over het bindend advies. Op 28 maart 2012 heeft Kohnstamm een rapport uitgebracht.

2.15.

Op 14 februari 2013 hebben de op grond van de vaststellingsovereenkomst benoemde drie deskundigen opnieuw een bindend advies uitgebracht, nu met betrekking tot de door Telesquash werkelijk en in redelijkheid gemaakte c.q. nog te maken kosten als gevolg van de aanleg van de Hemboog, waaronder de kosten van deskundigen, juridische bijstand en van accountants, vanaf oktober 2006 tot en met 31 december 2009. Deze schade is in dit rapport vastgesteld op een bedrag van EUR 360.558,-.

2.16.

Op verzoek van de Gemeente heeft een commissie bestaande uit
[naam 2](hierna: de commissie), het bindend advies van 3 mei 2010 beoordeeld. Op 22 april 2013 heeft deze commissie een advies (hierna: Advies Van Arnhem) uitgebracht. Dit advies luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

CONCLUSIE

Op grond van hun analyse van het bindend advies hebben ondergetekenden in deelrapport I geconcludeerd dat het bindend advies is gebaseerd op een substantieel aantal onjuiste feiten en uitgangspunten, waardoor de schade niet juist (lees: op een veel te hoog bedrag) is vastgesteld.

Vanwege deze conclusie is op verzoek van de gemeente een tweede rapportage opgesteld, met daarin een herberekening van de schade op een naar de mening van ondergetekenden wel verantwoorde wijze. Dit tweede rapport (deelrapport II) is onlosmakelijk met deelrapport I verbonden. Ondergetekenden hebben ervoor gekozen de analyse en de herberekening in twee afzonderlijke deelrapporten op te nemen, omdat bij de totstandkoming van beide deelrapporten verschillende deskundigen zijn betrokken.”

In deelrapport II wordt de schade van Telesquash begroot op € 1.359.000,-.

2.17.

Bij vonnis van 24 juni 2013 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank, op vordering van Telesquash, de Gemeente naar aanleiding van het bindend advies van 14 februari 2013 veroordeeld om een bedrag van EUR 360.558,- aan Telesquash te voldoen, vermeerderd met de wettelijke rente.

3 Het geschil

3.1.

De Gemeente vordert –samengevat - dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

  1. het bindend advies van 3 mei 2010 vernietigt;

  2. Telesquash veroordeelt tot (terug)betaling aan de Gemeente van al hetgeen de Gemeente overeenkomstig de schadevaststelling van het bindend advies aan Telesquash heeft betaald binnen 10 dagen na betekening van het vonnis, behoudens de schade die door de rechtbank, al dan niet na inwinning van een deskundigenbericht, op grond van artikel 7:904 lid 2 BW wordt begroot;

  3. Telesquash veroordeelt in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente;

  4. Telesquash veroordeelt in de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

Telesquash voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Substantiëringsplicht

4.1.

Telesquash voert primair aan dat de Gemeente niet ontvankelijk is, omdat zij haar substantiëringsplicht heeft geschonden. De rechtbank is het met Telesquash eens dat de Gemeente een aantal stukken – onnodig - laat aan Telesquash heeft toegezonden als gevolg waarvan Telesquash daarop niet voor deze procedure heeft kunnen reageren en dat een aantal verweren van Telesquash wellicht niet in de dagvaarding zijn opgenomen. Gelet op het feit dat Telesquash gedurende deze procedure wel de gelegenheid heeft gekregen om op alle door de Gemeente overgelegde stukken te reageren en aldus niet onredelijk in haar belangen is geschaad, zal de rechtbank hier verder geen consequenties aan verbinden.

Ingebrachte rapporten tardief?

4.2.

Telesquash stelt zich op het standpunt dat de rechtbank aan een aantal van de door de Gemeente overgelegde rapporten voorbij moet gaan, omdat zij tardief zijn. Nu deze rapporten tijdig in deze procedure door de Gemeente zijn overgelegd, ziet de rechtbank geen aanleiding – wat er ook zij van hetgeen is vooraf gegaan aan deze procedure – om deze rapporten terzijde te leggen.

Toetsingskader vernietiging bindend advies

4.3.

De Gemeente vordert vernietiging van het bindend advies op grond van artikel 7:904 lid 1 Burgerlijk Wetboek. Dit artikel bepaalt, dat indien gebondenheid aan een beslissing van een partij in verband met de inhoud of de wijze van totstandkoming daarvan in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, die beslissing vernietigbaar is. De bezwaren van de Gemeente zien niet op de totstandkoming maar op de inhoud van het bindend advies. Volgens vaste jurisprudentie is gebondenheid aan een bindend advies regel en vormt strijd met de redelijkheid en billijkheid een uitzondering. Uitsluitend ernstige gebreken geven aanleiding tot een sanctie: de beslissing is onaantastbaar als de grenzen waarbinnen redelijk denkende mensen van mening kunnen verschillen, niet zijn overschreden. Dit brengt met zich dat toetsing van het bindend advies door de rechter een marginale toetsing is, waarbij de rechter beoordeelt of de bindend adviseurs, alle omstandigheden van het geval in aanmerking genomen, in redelijkheid tot hun beslissing hebben kunnen komen. Hierna zal de rechtbank de door de Gemeente gestelde vernietigingsgronden bespreken.

Vernietigingsgronden:

Feitelijke onjuistheden

4.4.

Ten eerste stelt de Gemeente zich op het standpunt – in navolging van het Advies Van Arnhem - dat het bindend advies feitelijke onjuistheden bevat. Met Telesquash is de rechtbank van oordeel dat, voor zover al sprake zou zijn van deze feitelijk onjuistheden, onvoldoende gemotiveerd gesteld en evenmin gebleken is dat er gevolgen zouden zijn voor de schadebegroting. Gelet daarop wordt deze grond gepasseerd.

Huurderving en waardeverlies pand

4.5.

Volgens de Gemeente wordt in het bindend advies een verkeerde methode gebruikt bij het begroten van de schade als gevolg waarvan dubbeltellingen ontstaan, met name bij de posten huurderving en waardeverlies pand. De huurderving is reeds verdisconteerd in de vastgestelde waardevermindering van het pand, aldus de Gemeente. Onder verwijzing naar een door haar als productie 22 overgelegde brieven van 22 en 26 augustus 2013 van
[naam 3]betwist Telesquash dat sprake is van een dubbeltelling.

De rechtbank stelt aan de hand van de inhoud van het bindend advies (pagina 15) vast dat de bindend adviseurs de marktwaarde van het pand hebben berekend volgens de huurwaardekapitalisatiemethode. Volgens deze methode wordt de waarde van het pand bepaald door kapitalisatie van de bruto en/of netto markthuurwaarde (bruto huurwaarde verminderd met de aan het pand verbonden lasten) van de verhuurbare oppervlakten van het pand. Uit de aan het bindend advies als bijlagen gevoegde taxatierapporten van Colliers International blijkt dat de markthuurwaarde van het pand is vastgesteld op zowel de peildatum 1 juli 2000 als de peildatum 24 maart 2009. Deze markthuurwaarde is gebaseerd op normatieve bedragen en dus niet op de daadwerkelijke huuropbrengsten van het pand. Vast staat dat in de jaren voordat het bindend advies werd uitgebracht de huuropbrengsten van het pand lager waren dan de in het bindend advies gehanteerde normatieve huuropbrengsten en dat aldus gedurende deze periode sprake is geweest van huurderving. Op pagina 14 laatste alinea van het bindend advies geven de bindend adviseurs aan dat zij bij de berekening van deze huurderving de door de Gemeente mogelijke andere genoemde oorzaken, zoals de verslechterde marktomstandigheden, van de huurderving in acht hebben genomen. Uit het voorgaande volgt naar het oordeel van de rechtbank dat geen sprake is van een dubbeltelling, maar van twee zelfstandige schadeposten. Voor zover de vernietigingsgronden die de Gemeente naar voren heeft gebracht een ander uitgangspunt hanteren, wordt daaraan aan voorbij gegaan.

4.6.

Daarnaast stelt de Gemeente dat de waardevermindering van het pand ten onrechte is getaxeerd op basis van de huurwaardekapitalisatiemethode. Vast staat dat de bindend adviseurs met gebruikmaking van deze methode de waardevermindering van het pand hebben vastgesteld op een bedrag van € 2.213.509,00. De Gemeente heeft de stelling van Telesquash, dat de Gemeente de WOZ-waarde van het pand in 2010 heeft verlaagd met een bedrag van € 2.152.000,00 niet betwist. Gelet op het geringe verschil tussen de door de bindend adviseurs berekende waardevermindering en de eigen berekening door de Gemeente in het kader van de WOZ, ziet de rechtbank geen aanleiding om te oordelen dat gehoudenheid van de Gemeente aan het advies onaanvaardbaar zou zijn. Temeer niet nu de Gemeente de inhoud van het door Telesquash als productie 19 ingebrachte rapport van 23 augustus 2013 van [naam 4]waaruit volgt dat ook in het Advies Van Arnhem (Deelrapport II) deze methode voor de taxatie van de pand is gebruikt, niet heeft betwist.

Financieringsschade

4.7.

Volgens de Gemeente is niet duidelijk hoe de bindend adviseurs in redelijkheid tot de post financieringsschade zijn gekomen. De rechtbank stelt vast dat de bindend adviseurs op pagina 15 van het bindend advies hebben uitgelegd wat de grondslag is van deze schadepost, namelijk:

“Bij de bepaling van de financieringsschade is aansluiting gezocht bij de aanvangsfinanciering in 2000, zoals blijkend uit de jaarrekening van 2000 van Telesquash B.V. ad € 3.486.847,00 met een rentelast van 5,43%. Over de gemiste huurinkomsten (leegstand gedurende aanleg Hemboog) is renteverlies huurderving als schade opgenomen.”

en

In de taxatie van de schade is uitsluitend betrokken de extra financiering welke optreedt door het uitblijven van huurinkomsten. De extra financiering door de gemiste huurinkomsten is berekend op basis van de aanvangshypotheek (€ 3.486.847,00) en de oplopende financieringskosten door gebrek aan kasstroom”.

Daarbij hebben de bindend adviseurs als bijlage A1 een gespecificeerde berekening van deze schadepost aan het bindend advies toegevoegd. Voor zover thans nog onduidelijkheid zou bestaan over deze berekening (in het kort geding vonnis van 26 augustus 2010 was daar sprake van), dan wordt deze onduidelijkheid weggenomen door de – niet door de Gemeente betwiste - inhoud van de door Telesquash als productie 17 overgelegde brief van 29 november 2012 van[naam 5], waarin wordt uitgelegd dat de bindend adviseurs de hoogte van de financieringsschade op juiste wijze hebben berekend. Gelet op het voorgaande hebben de bindend adviseurs naar het oordeel van de rechtbank deze schadepost voldoende duidelijk toegelicht. In ieder geval heeft de Gemeente op dit punt niets gesteld dat tot het oordeel noopt dat gehoudenheid van de Gemeente aan het bindend advies onaanvaardbaar zou zijn.

Nog te maken kosten

4.8.

Deze post wordt door de Gemeente niet meer betwist en behoeft daarom geen bespreking.

Schade als gevolg van uitbreidingsmogelijkheden

4.9.

Deze post is volgens de Gemeente al verdisconteerd in de waardebepaling van het pand en er is derhalve sprake van een dubbeltelling. De rechtbank stelt vast dat in artikel 1.3. van de vaststellingsovereenkomst de schade die Telesquash lijdt als gevolg van het niet kunnen verwezenlijken van de uitbreidingsmogelijkheden in verband met de nabijheid van De Hemboog, zowel uit hoofde van de Spoorwegwet als anderszins, als afzonderlijke schadepost is opgenomen. Bovendien valt niet in het bindend advies te lezen dat deze schadepost is meegenomen bij het vaststellen van de schade uit waardevermindering van het pand noch de schade uit exploitatieverlies. Naar het oordeel van de rechtbank hebben de deskundigen deze schadepost dan ook terecht in hun berekening opgenomen.

Kosten van deskundige en rechtskundige bijstand

4.10.

De hoogte van deze schadepost is vastgesteld in het bindend advies van 14 februari 2014 en niet in het bindend advies waarvan de Gemeente thans de vernietiging vordert. De rechtbank ziet onder deze omstandigheden geen aanleiding om deze post inhoudelijk te bespreken.

Bijkomende schadebeperkende aanbieding

4.11.

In het bindend advies wordt volgens de Gemeente ten onrechte geen rekening gehouden met het aanbod van de Gemeente tot uitbreiding van de parkeerruimte bij het pand van Telesquash. Telesquash betwist deze stelling onder verwijzing naar een briefwisseling tussen de Gemeente en Telesquash, zoals hiervoor weergegeven onder 2.4. en 2.5., waaruit volgt dat tussen partijen is overeengekomen dat, naast een door de Gemeente te betalen schadeloosstelling, het een uitbreiding van de parkeerplaatsen om niet betreft ter compensatie van het feit dat de parkeervoorziening van Telesquash ten gevolge van De Hemboog niet in dezelfde situatie kon worden teruggebracht. Met Telesquash is de rechtbank van oordeel, dat, indien deze uitbreiding in mindering gebracht zou worden op de in het bindend advies vastgestelde schade, Telesquash alsnog feitelijk voor deze uitbreiding zou betalen. Deze post is dan ook terecht niet meegenomen in het bindend advies.

Overige grondslagen

4.12.

Uit de inhoud van de dagvaarding en de overige stukken heeft de rechtbank de hiervoor genoemde door de Gemeente gestelde vernietigingsgronden kunnen afleiden. Voor zover de Gemeente beoogd heeft daarnaast andere vernietigingsgronden aan haar vordering ten grondslag te leggen, dan worden deze als onvoldoende begrijpelijk geformuleerd, verworpen.

Conclusie

4.13.

Uit het bovenstaande volgt dat geen van de door de Gemeente aangevoerde vernietigingsgronden slaagt en dat aldus geen aanleiding bestaat het bindend advies te vernietigen. De vorderingen van de Gemeente zullen worden afgewezen.

4.14.

De Gemeente zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Telesquash worden begroot op:

- griffierecht 589,00

- salaris advocaat 904,00 (2 punten × tarief € 452,00)

Totaal € 1.493,00

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt de Gemeente in de proceskosten, aan de zijde van Telesquash tot op heden begroot op € 1.493,00,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.A.H. Melissen, mr. C. Kraak en mr. F.W. Pieters en in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2014.1

1 type: coll: