Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:1068

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
26-02-2014
Datum publicatie
21-03-2014
Zaaknummer
C-13-552313 - HA ZA 13-1616 inc
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bevoegdheid rechtbank Amsterdam in procedure tussen rechtspersonen gevestigd in verschillende EU-lidstaten. Forumkeuze is een uitzondering op de hoofdregel dat gedaagde voor rechtbank van woon- of vestigingsplaats wordt gedagvaard. Dat partijen in twee overeenkomsten een andere forumkeuze hebben gemaakt, leidt ertoe dat een geschil voortvloeiend uit de ene overeenkomst bij een andere rechtbank aanhangig moet worden gemaakt dan het geschil voortvloeiende uit de andere overeenkomst. De rechtbank Amsterdam is niet bevoegd inzake het geschil tussen partijen betreffende de overeenkomst waarin een forumkeuze voor de rechter te Denemarken is gemaakt. Art. 28 en 30 EEX-Vo zijn niet van toepassing, nu er geen sprake is van een situatie waarin voor gerechten van verschillende lidstaten twee procedures tussen dezelfde partijen aanhangig zijn gemaakt.“

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTHR 2014, afl. 4, p. 207
NJF 2014/204

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/552313 / HA ZA 13-1616

Vonnis in incident van 26 februari 2014

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INSTIVEST B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. G.J.G. Bolderman te Amsterdam,

tegen

de vennootschap naar buitenlands recht

SAXO BANK A/S,

gevestigd te Kopenhagen, Denemarken,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. L.A.M.J. Putz te Utrecht.

Partijen zullen hierna Instivest en Saxo Bank worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 15 oktober 2013, met producties,

  • -

    de incidentele conclusie houdende de exceptie van onbevoegdheid,

  • -

    de incidentele conclusie van antwoord.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 De feiten in het incident

2.1.

Partijen zijn op 14 september 2010 een zogeheten Samenwerkingsovereenkomst waarin, voor zover van belang, opgenomen:

OVERWEGENDE DAT:

a. Saxo Bank haar clienten via platforms in staat stelt om online te beleggen (…);

b. Saxo Bank seminars wil organiseren om nieuwe cliënten in Nederland en België te werven, als ook bestaande cliënten en andere geïnteresseerden te helpen inzicht te krijgen in het online beleggen;

c. Instivest gespecialiseerd is en expertise heeft in het geven van presentaties aan particuliere beleggers alsmede in staat is om particuliere beleggers te interesseren in het volgen van seminars en daartoe over een netwerk beschikt;

d. Saxo Bank gebruik wil maken van deze expertise van Instivest en de desbetreffende werkzaamheden wil laten uitvoeren door Instivest, waaronder het verzorgen en presenteren van seminars door Instivest;

(…)

8. Toepasselijk recht, bevoegde rechter

8.1

Op deze overeenkomst is uitsluitend Nederlands recht van toepassing (…).

8.2

In geval van enig geschil is de bevoegde rechter in het arrondissement Amsterdam bij uitsluiting bevoegd van dit geschil kennis te nemen.

(…)”

2.2.

Vervolgens hebben partijen op 11 februari 2011 een Nadere Overeenkomst gesloten, waarin, voor zover van belang, is bepaald:

Scope of Agreement

§ 1 This agreement governs the relationship between Saxo Bank A/S and RA [Instivest, rechtbank], where RA will refer prospective clients to Saxo Bank A/S. For this referral RA will receive remuneration as stated in § 10.

The prospective clients referred by RA will be individual speculative persons or corporations, which will open trade accounts with Saxo Bank A/S as well as prospective institutional and fund management clients and White Label Partners (WLP). (…)

§ 2 RA will be acting as a referring party only. (…)

(…)

Governing Law

§ 14 Disputes arising out of this agreement or its interpretation shall be submitted to and be subject to the jurisdiction of the Maritime and Commercial Court in Copenhagen with the application of Danish law.

(…)”

3 Het geschil

in de hoofdzaak

3.1.

Instivest vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

  • -

    i) Te verklaren voor recht dat Saxo Bank toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar plichten jegens Instivest en / of dat Saxo Bank onrechtmatig jegens Instivest heeft gehandeld;

  • -

    ii) Saxo Bank te veroordelen tot vergoeding van de door Instivest geleden en te lijden schade voortvloeiende uit de Samenwerkingsovereenkomst van € 135.935,00, vermeerderd met de wettelijke rente;

  • -

    iii) Saxo Bank te veroordelen tot vergoeding van de door Instivest geleden en te lijden schade voortvloeiende uit de Nadere overeenkomst, en de weigering van Saxo Bank om het beleggingsfonds op te richten, vermeerderd met de wettelijke rente, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

  • -

    iv) Saxo Bank te veroordelen tot vergoeding van de kosten van deze procedure, zulks met bepaling dat daarover de wettelijke rente verschuldigd zal zijn met ingang van veertien dagen na de datum van het te dezen vonnis.

in het incident

3.2.

Saxo Bank vordert dat de rechtbank zich (deels) onbevoegd verklaart. Zij stelt daartoe dat in de Nadere Overeenkomst een forumkeuze is gemaakt voor de rechtbank te Kopenhagen, Denemarken, zodat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht toekomt voor zover het geschil betrekking heeft op de Nadere Overeenkomst van 11 februari 2011.

3.3.

Instivest voert – kort gezegd – aan dat de forumkeuze uit de Nadere Overeenkomst niet exclusief is en als aanvullend op de forumkeuze uit de Samenwerkingsovereenkomst moet worden gezien. De vorderingen (i) en (ii) in de hoofdzaak betreffen de gestelde tekortkoming van verbintenissen uit de Samenwerkingsovereenkomst. De derde vordering vloeit voort uit de Nadere Overeenkomst maar heeft een samenhang met de eerste twee vorderingen. Deze samenhang vereist dat dezelfde rechter kennis neemt van de vorderingen. Uit artikel 28 lid 3 en artikel 30 EEX-Vo volgt dat het gerecht waar de procedure eerst aanhangig is gemaakt ook bevoegd is kennis te nemen van de samenhangende vordering, aldus steeds Instivest.

4 De beoordeling in het incident

4.1.

De twee overeenkomsten tussen partijen kennen twee verschillende keuzes voor de bevoegde rechter ter beslechting van geschillen voortvloeiend uit de desbetreffende overeenkomst. In de Samenwerkingsovereenkomst (van 14 september 2010) hebben partijen gekozen voor deze rechtbank (bij uitsluiting) en in de Nadere Overeenkomst (van 11 februari 2011) hebben zij gekozen voor de rechtbank te Kopenhagen, Denemarken. Deze forumkeuzes – en de gevolgen daarvan voor de bevoegde rechter waarvoor een partij kan worden gedagvaard – worden op zich niet betwist door Saxo Bank.

4.2.

Omdat partijen zijn gevestigd in verschillende lidstaten van de Europese Unie dient voor de beantwoording of deze rechtbank bevoegd is de rechtstreeks verbindende en toepasselijke “Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken” (verder: EEX-Vo) te worden toegepast. De EEX-Vo is op 1 maart 2002 in werking getreden voor alle toenmalige lidstaten van de Europese Gemeenschap met uitzondering van Denemarken. Deze uitzonderingspositie is per 1 juli 2007 in die zin gewijzigd, dat met ingang van die datum de bepalingen van de EEX-Vo, met enkele wijzigingen, moeten worden toegepast in de betrekkingen tussen Denemarken en de overige lidstaten van de Europese Unie. Artikel 23 EEX-Vo geldt ook wanneer partijen een gerecht in Denemarken hebben aangewezen in hun forumkeuze.

Uit artikel 23 in verbinding met artikel 3 EEX-Vo volgt dat met een forumkeuze mag worden afgeweken van de in artikel 2 EEX-Vo vastgelegde hoofdregel dat, onverminderd deze verordening, zij die zijn gevestigd op het grondgebied van een lidstaat worden opgeroepen voor de gerechten van die lidstaat. De forumkeuzes in de Samenwerkingsovereenkomst en de Nadere Overeenkomst vormen een afwijking op de hoofdregel als hier bedoeld.

4.3.

Uit de standpunten van partijen volgt dat deze rechtbank in ieder geval bevoegd is kennis te nemen van de eerste twee vorderingen (genummerd (i), voor zover betrekking hebbend op de Samenwerkingsovereenkomst, en (ii) onder 3.1).

Met betrekking tot de derde vordering (genummerd (iii)) heeft Instivest zich beroepen op het niet-exclusieve karakter van de forumkeuze in de Nadere Overeenkomst. Daarnaast heeft zij gewezen op de samenhang van die vordering met de eerste twee vorderingen en gesteld dat op grond van de artikelen 28 en 30 EEX-Vo deze rechtbank bevoegd is.

4.4.

Volgens Instivest is er geen sprake van een exclusieve forumkeuze in de Nadere Overeenkomst, omdat die exclusiviteit, anders dan bij de forumkeuze in de Samenwerkingsovereenkomst, niet in de Nadere Overeenkomst is vermeld. Partijen hebben volgens haar beoogd de rechtbank Kopenhagen bevoegd te maken naast de rechtbank Amsterdam. Als zij dat niet hadden gewild, hadden ze in de Nadere Overeenkomst wel gekozen voor de bewoording ‘bij uitsluiting’ of ‘exclusively’. Nu dat niet is gebeurd, zijn zij dus overeengekomen dat de rechtbank Amsterdam ook bevoegd is te oordelen over geschillen over de nadere overeenkomst, aldus Instivest.

4.5.

De rechtbank volgt Instivest daarin niet. Artikel 23 lid 1 van de EEX-Vo bepaalt dat een gemaakte forumkeuze exclusief is, tenzij partijen anders zijn overeengekomen. Partijen moeten over een forumkeuzebeding daadwerkelijke wilsovereenstemming hebben bereikt, welke wilsovereenstemming nauwkeurig tot uiting dient te komen. Dit geldt eveneens voor de uitzondering op de hoofdregel dat een gemaakte forumkeuze exclusief is. Dat partijen omtrent de forumkeuze in de Nadere Overeenkomst geen exclusiviteit zijn overeengekomen, zoals Instivest stelt, kan dan ook niet uitsluitend worden afgeleid uit het feit dat het woord ‘exclusively’ niet in de Nadere Overeenkomst voorkomt en in de Samenwerkingsovereenkomst wel. Andere feiten en omstandigheden waaruit van een dergelijke afwijkende overeenkomst zou kunnen blijken, zijn door Instivest niet gesteld.

4.6.

Anders dan Instivest heeft betoogd, volgt uit artikel 28 en 30 EEX-Vo (afdeling 9 van die verordening) geen bijzondere bevoegdheid van deze rechtbank, die de forumkeuze opzij kan zetten. Die afdeling betreft immers de situatie dat twee procedures tussen dezelfde partijen – of samenhangende vorderingen – voor gerechten van verschillende lidstaten aanhangig zijn gemaakt. Daarvan is hier geen sprake. Evenmin volgt uit de andere afdelingen van de EEX-Vo en uit Boek 1, Titel 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dat een (eventuele) samenhang van vorderingen voortvloeiend uit verschillende overeenkomsten tussen dezelfde partijen rechtsmacht van deze rechtbank creëert, ook ter zake van geschillen tussen die partijen waarvoor een forumkeuzebeding is gemaakt.

4.7.

Uit dit alles volgt dat deze rechtbank rechtsmacht heeft om kennis te nemen van geschillen voortvloeiend uit de Samenwerkingsovereenkomst, dat wil zeggen de vorderingen in de hoofdzaak genoemd onder (i), voor zover betrekking hebbend op de Samenwerkingsovereenkomst, onder (ii) en onder (iii) voor zover betrekking hebbend op de schade die voortvloeit uit de weigering van Saxo Bank om een beleggingsfonds op te richten (zie 3.1), en verder dat deze rechtbank geen rechtsmacht heeft om kennis te nemen van geschillen voortvloeiend uit de Nadere Overeenkomst, dat wil zeggen de vordering in de hoofdzaak genoemd onder (iii), voor zover betrekking hebbend op de schade voortvloeiend uit de Nadere Overeenkomst (zie 3.1). De door Saxo Bank ingestelde bevoegdheidsexceptie zal in zoverre worden toegewezen.

4.8.

Omdat Instivest in het ongelijk is gesteld, wordt zij in de proceskosten van dit incident veroordeeld.

5 De beslissing

De rechtbank

in het incident

5.1.

verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het in het petitum van de dagvaarding onder (iii) gevorderde ter zake het door Instivest gestelde geschil voortvloeiend uit de Nadere Overeenkomst tussen partijen,

5.2.

veroordeelt Instivest in de kosten van het incident, tot heden aan de zijde van Saxo Bank begroot op EUR 452,00;

5.3.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in de hoofdzaak

5.4.

verwijst de zaak naar de rol van woensdag 9 april 2014 voor conclusie van antwoord.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.H.J. Konings en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2014.1

1 type: RERV coll: