Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2014:1045

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
26-02-2014
Datum publicatie
21-03-2014
Zaaknummer
C-13-545319 - HA ZA 13-740
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiseres stelt een overeenkomst te hebben gesloten met ieder van gedaagden (boekwinkels) ter zake van de levering van het Boekenweekgeschenk. Gedaagden betwisten een overeenkomst te hebben gesloten met eiseres. De bestellingen voor het Boekenweekgeschenk, aldus gedaagden, werden centraal gedaan. De rechtbank is voorshands van oordeel dat eiseres met gedaagden overeenkomsten heeft gesloten. Gedaagden worden toegelaten tot het leveren van tegenbewijs.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/545319 / HA ZA 13-740

Vonnis van 26 februari 2014

in de zaak van

de stichting

STICHTING COLLECTIEVE PROPAGANDA VAN HET NEDERLANDSE BOEK,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

advocaat mr. W.O. Groustra te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SCHELTEMA B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GIANOTTEN VAN PIERE B.V.,

gevestigd te Tilburg,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BGN INTERNET B.V.,

gevestigd te Deventer,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BROESE B.V.,

gevestigd te Utrecht,

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DONNER BOEKEN B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DEKKER VAN DE VEGT B.V.,

gevestigd te Nijmegen,

7. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KOOYKER VERWIJS B.V.,

gevestigd te Leiden,

8. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SCHOLTENS WRISTERS B.V.,

gevestigd te Groningen,

gedaagden,

advocaat mr. S.A. van der Sluijs te Amsterdam.

Partijen worden hierna de CPNB en Donner c.s. genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 20 juni 2013, met producties,

  • -

    de conclusie van antwoord,

  • -

    het tussenvonnis van 2 oktober 2013 waarin een comparitie van partijen is gelast,

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 15 januari 2014.

1.2.

Vervolgens is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De CPNB heeft tot doel het stimuleren van het lezen van boeken en van boekenbezit. Een deel van de activiteiten bestaat uit het houden van campagnes, zoals het uitbrengen van het Boekenweekgeschenk en het Kinderboekenweekgeschenk.

2.2.

De afzonderlijke gedaagden betreffen alle boekwinkels. Deze winkels waren sedert 2005 dan wel 2006 dochtervennootschappen van Selexyz Boekhandels B.V. (hierna: Selexyz). Selexyz is op 27 maart 2012 in staat van faillissement verklaard. Donner c.s. zijn buiten dit faillissement gebleven.

2.3.

Met uitzondering van gedaagde 3 BGN Internet B.V, hebben alle gedaagden in hun handelsnaam de naam ‘Selexyz’ gebruikt, dit gecombineerd met de naam van de winkel.

2.4.

Tot 2008 functioneerden Donner c.s. als zelfstandige winkels die hun bestellingen voor campagnemateriaal, zoals het Boekenweekgeschenk, bestelden bij de CPNB en daarvoor betaalden aan de CPNB.

2.5.

Met ingang van 2008 werden bestellingen van campagnemateriaal voor Donner c.s. door Selexyz betaald aan de CPNB. De CPNB stuurde haar facturen aan Selexyz.

2.6.

De bestellingen voor de Boekenweekgeschenken en het daarbij behorende promotiemateriaal werden vanaf 2008 via de website van de CPNB door Donner c.s, iedere winkel voor zich afzonderlijk, doorgegeven aan de CPNB. Onder de stukken bevinden zich diverse orderbevestigingen ter zake van bestellingen van het Boekenweekgeschenk voor 2012. De orderbevestigingen zijn afkomstig van de CPNB en deze zijn ‘gepost naar’ ‘Orderbevestigingen’.

2.7.

Op de diverse orderbevestigingen betreffende het Boekenweekgeschenk 2012 van 5 en 6 december 2011 staat, voor zover hier relevant:

“ Hierbij bevestigen wij de volgende bestelling voor Selexyz Gianotten Tilburg, gedaan door [naam 1] (…)” [orderbevestiging met orderbericht 42065 BW 12];

“ Hierbij bevestigen wij de volgende bestelling voor Selexyz Gianotten Breda, gedaan door [naam 1] (…)” [orderbevestiging met orderbericht 43029 BW 12];

“ Hierbij bevestigen wij de volgende bestelling voor Selexyz Dekker, gedaan door [naam 2] (…)” [orderbevestiging met orderbericht 14019 BW 12];

“ Hierbij bevestigen wij de volgende bestelling voor Selexyz Dekker van de Vegt, gedaan door [naam 3] (…)” [orderbevestiging met orderbericht 15016 BW 12];

“ Hierbij bevestigen wij de volgende bestelling voor Selexyz Scholtens, gedaan door [naam 4] (…)” [orderbevestiging met orderbericht 01033 BW 12];

“ Hierbij bevestigen wij de volgende bestelling voor Selexyz van Piere, gedaan door[naam 5] (…)” [orderbevestiging met orderbericht 40027 BW 12];

“ Hierbij bevestigen wij de volgende bestelling voor Selexyz Kooyker, gedaan door [naam 6] (…)” [orderbevestiging met orderbericht 31025 BW 12];

“ Hierbij bevestigen wij de volgende bestelling voor Selexyz Scheltema, gedaan door [naam 7] (…)” [orderbevestiging met orderbericht 51315 BW 12];

“ Hierbij bevestigen wij de volgende bestelling voor Selexyz Scheltema, gedaan door [naam 7] (…)” [orderbevestiging met orderbericht 51315 BW 12];

“ Hierbij bevestigen wij de volgende bestelling voor Selexyz [bedrijfsnaam], gedaan door [naam 8] (…)” [orderbevestiging met orderbericht 41113 BW 12];

“ Hierbij bevestigen wij de volgende bestelling voor Selexyz [bedrijfsnaam], gedaan door [naam 2] (…)” [orderbevestiging met orderbericht 46049 BW 12];

“ Hierbij bevestigen wij de volgende bestelling voor Selexyz [bedrijfsnaam], gedaan door [naam 9] (…)” [orderbevestiging met orderbericht 03030 BW 12].

2.8.

Op 22 december 2011 heeft de CPNB in een e-mailbericht aan Selexyz onder meer geschreven:

“(…) Klopt het dat jullie zelf materiaal willen maken en alleen de makelaarsborden bij ons willen bestellen? Zo ja, dan zorg ik voor beeldmateriaal. (…) En wil je dan wel dat de winkels elk een gratis promotiepakket krijgen?

Daarnaast ook nog even over de buikbandjes.. Wilden jullie de geschenken met buikbandje eromheen of zonder? Als je de geschenken met buikbandje wil, hoor ik graag deze week nog even welke tekst er op moet komen. (…)”

2.9.

In reactie hierop heeft Selexyz op 22 december 2011 aan de CPNB geschreven, voor zover relevant:

“ (…) ja dat klopt omdat we alles met banieren doen willen we dat ook in de boekenweek doen, met jullie beeld graag (aub aanleveren via wetransfer). (…)

Wat betreft de buikbandjes: Omdat we de Boekenweek nog niet rond hebben, en dus niet weten wat we precies gaan communiceren maken we geen gebruik van de buikbandjes. (…)”

2.10.

Bij e-mailbericht van 19 december 2011 heeft Selexyz aan de CPNB de verdeling van de boekenweekgeschenken en essays, uitgesplitst per boekwinkel, gestuurd.

2.11.

De facturen ter zake van de bestellingen van het Boekenweekgeschenk met promotiemateriaal voor 2012 zijn gezonden naar de crediteurenadministratie van Selexyz. In de adressering staat vermeld op welke (individuele) boekwinkel de betreffende factuur betrekking heeft.

2.12.

De bestelde boekenweekgeschenken met daarbij behorend promotiemateriaal zijn door de CPNB aan Donner c.s. geleverd.

2.13.

In het faillissementsverslag van 9 mei 2012 betreffende het faillissement van Selexyz staat, voor zover hier relevant:

“(…) Structuur

Selexyz Boekhandels B.V., hierna te noemen ‘Selexyz’ of gefailleerde’, was de moedermaatschappij van het Nederlandse boekhandelsconcern Selexyz, dat via 16 winkels en een webshop voornamelijk boeken en tijdschriften verkocht. (…)

De winkels en webshop zijn ondergebracht in 9 dochtervennootschappen, te weten:

1. Scheltema B.V.;

2. B.V. Boekhandel v.h. C. Kooyker;

3. BGN Internet B.V.;

4. Broese B.V.;

5. Dekker Van de Vegt B.V.;

6. Donner Boeken B.V.;

7. Gianotten van Piere B.V.;

8. Kooyker Verwijs B.V., en

9. Scholtens Wristers B.V.

Deze 9 dochtervennootschappen worden hierna aangeduid als ‘de Dochtervennootschappen’. (…)

4 Debiteuren

4.1

Omvang debiteuren:

(…)

Doordat belangrijke leverancierscontracten op naam stonden van Selexyz en Selexyz de activiteiten van de Dochtervennootschappen faciliteerde, zijn in de loop der tijd intercompany-vorderingen op de Dochtervennootschappen ontstaan. (…)

Deze intercompany-vorderingen waren twee dagen voor datum surceance, op uitdrukkelijk verzoek van de Bank, aan de Bank verpand. (…)

De curator kon het pandrecht niet erkennen, gezien het wel zeer late tijdstip van verpanding. Tegelijkertijd zou niet-erkenning van het pandrecht leiden tot ontbinding van de koopovereenkomst met ProCures en tot insolventie van de Dochtervennootschappen. Daardoor zouden de intercompany-vorderingen feitelijk alsnog verhaalbaar worden, nu vrijwel vaststond dat bij een faillissement van de Dochtervennootschappen geen uitkering zou kunnen plaatsvinden.

Om die reden heeft de curator (…) met de bank en ProCures afspraken gemaakt, waarbij de curator tegen een boedelbijdrage het pandrecht van de Bank heeft erkend. Tevens zijn de intercompany-vorderingen gecedeerd aan ProCures.(…)”

3 Het geschil

3.1.

De CPNB vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. Voor recht te verklaren dat:

- Primair Donner c.s. ieder voor zich de contractspartij zijn van de CPNB ter zake van de respectievelijke bestellingen van het Boekenweekgeschenk 2012 en Donner c.s. ieder voor zich mitsdien tot onverkorte nakoming van hun respectievelijke contractuele verplichtingen uit hoofde van de bestellingen en in het bijzonder maar daar niet toe beperkt, voldoening van de respectievelijke facturen (productie 3 van het exploot) jegens de CPNB gehouden zijn en

-Subsidiair Donner c.s. ten koste van de CPNB ongerechtvaardigd zijn verrijkt en mitsdien zijn gehouden aan de CPNB een vergoeding te betalen gelijk aan de betreffende factuursommen van de door hen geplaatste bestellingen;

II. Donner c.s. te veroordelen in de proceskosten en de nakosten.

3.2.

De CPNB legt aan de vordering ten grondslag dat zij overeenkomsten heeft gesloten met Donner c.s. Donner c.s. hebben bij de CPNB bestellingen geplaatst voor het Boekenweekgeschenk 2012 en daaraan gerelateerd promotiemateriaal, zoals een essay, vouchers en een makelaarsbord. Donner c.s. konden zelfstandig rechtshandelingen verrichten, zoals het sluiten van overeenkomsten. Zo konden zij bijvoorbeeld ook zelf personeel in dienst nemen. De CPNB heeft de bestellingen middels aan Donner c.s verzonden orderbevestigingen bevestigd. Voor de bestellingen zijn afzonderlijke facturen, gespecifieerd per individuele boekwinkel, gezonden naar Selexyz. De facturen voor deze bestellingen hebben Donner c.s. onbetaald gelaten.

3.3.

Donner c.s. voeren verweer. Dit verweer houdt, kort weergegeven, in dat de CPNB niet een overeenkomst met Donner c.s. heeft gesloten ter zake van het Boekenweekgeschenk 2012, maar met Selexyz. Aldus zijn Donner c.s. niet gehouden de facturen ter zake van het Boekenweekgeschenk te voldoen, dan wel gehouden aan enige andere verplichting uit hoofde van de bestellingen van het Boekenweekgeschenk 2012.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kern van het geschil tussen partijen is of er tussen de CPNB en Donner c.s. overeenkomsten tot stand zijn gekomen betreffende de koop van het Boekenweekgeschenk en daarbij behorend promotiemateriaal. Artikel 6:217 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat een overeenkomst tot stand komt door een aanbod en een aanvaarding daarvan. Daarbij is van belang wat partijen hebben verklaard en uit elkaars verklaringen en gedragingen, overeenkomstig de zin die zij daaraan in de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mochten toekennen, hebben afgeleid.

4.2.

De rechtbank overweegt ten eerste dat vaststaat dat Donner c.s. hun bestellingen voor het Boekenweekgeschenk en het promotiemateriaal aan de CPNB hebben doorgegeven via de website van de CPNB. Donner c.s. beschikten daartoe over een account. Hiermee hebben Donner c.s. aan de CPNB kenbaar gemaakt hoeveel exemplaren van het Boekenweekgeschenk zij ieder wensten te ontvangen. Vervolgens heeft de CPNB voor iedere winkel afzonderlijk een orderbevestiging verzonden ter zake van de door de winkel gedane bestelling (onder 2.7). Donner c.s. hebben hiertegen in gebracht dat de orderbevestigingen allen zijn ‘gepost naar’ het adres Orderbevestigingen en aldus ogenschijnlijk naar Selexyz. De rechtbank volgt Donner c.s. daar niet in. In de orderbevestigingen staat vermeld van welke individuele boekwinkel de order afkomstig is. Of de bestelling door Donner c.s. gekwalificeerd kan worden als een aanbod en de orderbevestigingen zijdens de CPNB als een aanvaarding van dat aanbod, hangt af van de overige omstandigheden waaronder het aanbod en de aanvaarding hebben plaatsgevonden.

4.3.

Donner c.s. leggen aan hun verweer ten grondslag dat Donner c.s. niet zelfstandig verplichtingen aan konden gaan en aldus ook geen overeenkomsten konden sluiten. Er is namelijk ex artikel 2:403 BW een zogeheten 403-verklaring afgegeven. Dat niet Donner c.s. contractspartij was, maar Selexyz blijkt voorts uit de e-mailberichten (onder 2.8 tot en met 2.10) tussen (een medewerker van) Selexyz en de CPNB. Voorts, aldus nog steeds Donner c.s., zijn de facturen ter zake van de bestellingen aan Selexyz gezonden. Selexyz heeft deze zonder protest gehouden. Ook blijkt uit het faillissementsverslag (onder 2.13) van Selexyz dat de overeenkomsten op naam van Selexyz zijn gesloten en dat de inkoop van boeken centraal, door Selexyz, geschiedde. Vanwege de levering van het Boekenweekgeschenk en het promotiemateriaal aan Donner c.s. zijn intercompany-vorderingen tussen Donners c.s. en Selexyz ontstaan. Thans moeten Donner c.s. de vordering voldoen aan ProCures, de opvolger van Selexyz. De vorderingen zijn, met goedkeuring van de curator, verpand aan de bank. Aldus Donner c.s.

4.4.

De rechtbank stelt voorop dat dat een zogeheten 403 verklaring niet met zich brengt dat de tot een groep behorende rechtspersonen, in dit geval Donner c.s., niet zelfstandig verplichtingen kunnen aangaan. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, ziet de rechtbank niet in dat aan Donner c.s. niet de bevoegdheid toekwam om rechtshandelingen te verrichten en een overeenkomst te sluiten. In beginsel kan een rechtspersoon rechten en verplichtingen aangaan. Gelet op dit uitgangspunt en de gemotiveerde stelling van de CPNB dat Donner c.s. rechtshandelingen konden verrichten, hebben Donner c.s. hun verweer onvoldoende onderbouwd.

4.5.

De rechtbank overweegt voorts dat weliswaar de facturen voor de bestellingen zijn gezonden naar Selexyz, echter dat deze wel zijn gespecificeerd per boekwinkel. Dat lijkt erop te duiden dat niet Selexyz, maar Donner c.s. de overeenkomsten zijn aangegaan en zodoende per afzonderlijke winkel werd gefactureerd. Bovendien is naar aanleiding van de bestellingen een vordering van Selexyz (en later ProCures) op Donner c.s. ontstaan. Donner c.s. hebben immers gesteld dat het door de CPNB aan Selexyz gefactureerde bedrag is verworden tot een intercompany-vordering van Selexyz (en later van ProCures) op Donner c.s. Anders dan Donner c.s. betogen, leidt de rechtbank hieruit af dat ook Selexyz en Donner c.s. er kennelijk van uit gingen dat Donner c.s. (uiteindelijk) verplicht waren tot betaling van de facturen. Dit in aanmerking genomen, hebben Donner c.s. onvoldoende gemotiveerd dat het enkele feit dat de, per winkel opgestelde, facturen naar het adres van Selexyz zijn gezonden, met zich brengt dat Selexyz als contractspartij van de CPNB heeft te gelden.

4.6.

Dat tussen de CPNB en Selexyz e-mailberichten zijn uitgewisseld omtrent het promotiemateriaal ter zake van het Boekenweekgeschenk kan voorts op zichzelf niet leiden tot de conclusie dat Selexyz de overeenkomst met de CPNB heeft gesloten, temeer daar het onderwerp van de e-mails niet de essentiala betrof, te weten de Boekenweekgeschenken. De CPNB stelt zich op het standpunt dat het gebruikelijk was dat bepaalde zaken centraal door Selexyz werden geregeld. Uit de e-mails kan worden afgeleid dat Selexyz mogelijk een sturende rol had met betrekking tot de aanschaf van promotiemateriaal, echter dat Selexyz als contractspartij de overeenkomst heeft gesloten, blijkt hieruit zonder nadere toelichting

- die ontbreekt - niet.

4.7.

Vorenstaande omstandigheden in onderlinge samenhang bezien, de bestellingen door Donner c.s. bij de CPNB en de bevestigingen van die bestellingen door de CPNB middels per boekwinkel afzonderlijk verzonden orderbevestigingen, de per winkel gespecificeerde facturen en de levering van de Boekenweekgeschenken aan Donner c.s. afzonderlijk, maken dat de rechtbank voorshands van oordeel is dat behoudens tegenbewijs juist is de stelling van de CPNB dat zij met Donner c.s. overeenkomsten heeft gesloten voor de levering van het Boekenweekgeschenk 2012.

4.8.

Donner c.s. zullen worden toegelaten tot het leveren van tegenbewijs van het door de rechtbank aangenomen bewijsvermoeden. Dit tegenbewijs zou kunnen worden geleverd door bewijs van de stelling dat tussen Selexyz en de CPNB een overeenkomst met betrekking tot het Boekenweekgeschenk 2012 is ontstaan. De rechtbank overweegt voorts dat Donner c.s. bewijs hebben aangeboden van de door hen gestelde intercompany-vorderingen. Deze vorderingen en de mogelijke verpanding daarvan betreft echter een interne aangelegenheid in de verhouding tussen Donner c.s. en Selexyz (en later ProCures). Vooralsnog ziet de rechtbank niet in dat bewijs van deze stelling kan onderbouwen dat Selexyz en de CPNB contractspartij waren.

4.9.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5 De beslissing

5.1.

laat Donner c.s. toe om tegenbewijs te leveren van de voorshands bewezen geachte stelling dat de CPNB en Donner c.s. een koopovereenkomst hebben gesloten ter zake van het Boekenweekgeschenk 2012 met daarbij behorend promotiemateriaal;

5.2.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 26 maart 2014 voor uitlating bij akte door Donner c.s. of zij tegenbewijs willen leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,

5.3.

bepaalt dat Donner c.s., indien zij geen tegenbewijs willen leveren door getuigen, maar wel bewijsstukken willen overleggen, zij die stukken direct (op de rolzitting van 26 maart 2014) in het geding moeten brengen,

5.4.

bepaalt dat Donner c.s., indien zij bewijs willen leveren door het horen van getuigen, opgave dienen te doen van de verhinderdata van alle betrokkenen voor de komende vier maanden, waarna een dag voor getuigenverhoor zal worden bepaald,

5.5.

bepaalt dat dit verhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van

mr. I.H.J. Konings in het gerechtsgebouw aan de Parnassusweg 220 te Amsterdam,

5.6.

bepaalt dat beide partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,

5.7.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.H.J. Konings en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2014.1

1 type: CEPHcoll: MM