Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:CA3239

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
16-05-2013
Datum publicatie
14-06-2013
Zaaknummer
13/557-539088
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vervallenverklaren aanwijzing en in de plaats stellen gewijzigde omgangsregeling. Artikel 1:259 en 1: 263a, tweede lid BW.

De kinderrechter overweegt dat kinderen ook kunnen worden beschadigd indien sprake is van een zeer beperkte omgangsregeling met hun ouder(s). Een dergelijke omgang verloopt vaak geforceerd en onnatuurlijk, zeker wanneer dit op een kantoor en onder begeleiding plaatsvindt. Zowel de ouder als het kind worden dan vaak teleurgesteld in hun verwachtingen, hetgeen logischer wijs een wisselwerking op het contact heeft. Aangezien in onderhavige zaak juist onderzocht wordt of de kinderen in de toekomst bij moeder kunnen wonen is een dergelijke beperkte omgang onwenselijk en niet in het belang van de kinderen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

Vervallen verklaring aanwijzing

Zaaknummer: 13/557-539088

Beschikking van de kinderrechter van bovengenoemde rechtbank naar aanleiding van het verzoek van:

[A], hierna te noemen de moeder,

wonende te [plaats],

advocaat mr. M.R.P. Hoppenbrouwers,

tegen

het Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering,

gevestigd te Enschede,

hierna ook te noemen: het LJ&R,

strekkende tot vervallenverklaring van de aanwijzing, gegeven in het kader van de uitvoering van de ondertoezichtstelling van de minderjarigen,

[kind 1], geboren te [plaats] op [2003].

[kind 2], geboren te [plaats] op [2007].

[A] (meisjesnaam: [naam]), wonende te [plaats], is de moeder.

[B], wonende te [plaats], is de biologische vader van [kind 2].

[C], wonende te [plaats], is de biologische vader van [kind 1].

De moeder is belast met de uitoefening van het gezag over de minderjarige [kind 1].

De moeder en de heer [B] zijn belast met de uitoefening van het gezag over de minderjarige [kind 2].

1. Verloop van de procedure

Op 15 maart 2013 heeft het LJ&R aan de moeder een schriftelijke aanwijzing doen toekomen inzake de minderjarigen.

Op 29 maart 2013 heeft de moeder een verzoekschrift met bijlagen ingediend strekkende tot vervallenverklaring van de aanwijzing en tevens tot vaststelling van een omgangsregeling.

De zaak is behandeld ter terechtzitting met gesloten deuren van 16 mei 2013.

Verschenen en gehoord zijn:

- de moeder, bijgestaan door haar raadsman mr. M.R.P. Hoppenbrouwers,

- de heer [D], namens de LJ&R.

De uitspraak is nader bepaald op heden.

2. Beoordeling van het verzochte

Ten aanzien van het verzoek overweegt de kinderrechter het volgende.

Bij beschikking van de kinderrechter te Amsterdam van 6 oktober 2008 zijn voornoemde minderjarigen onder toezicht gesteld. De ondertoezichtstelling is nadien verlengd tot 22 januari 2014.

In het kader van de ondertoezichtstelling zijn de minderjarigen uit huis geplaatst. De laatst gegeven machtiging tot uithuisplaatsing voor verblijf bij een netwerkpleeggezin, te weten bij de heer [B], is geldig tot 22 juli 2013.

De bestreden aanwijzing houdt in dat de LJ&R heeft besloten dat de huidige omgangsregeling, te weten eenmaal per twee weken twee en half uur, niet zal worden uitgebreid en de komende vier keren zal worden begeleid door All in the Family, een professionele instantie. De bevindingen zullen tevens richting geven aan de het perspectief van de hoofdverblijfplaats van de kinderen.

Het LJ&R heeft aan haar aanwijzing ten grondslag gelegd dat de pedagogische kwaliteiten van moeder onvoldoende positief tot uiting komen tijdens de begeleidde omgangen. Het LJ&R is van mening dat moeder onvoldoende in staat is om zelfstandig structuur aan te brengen tijdens de omgang en onvoldoende aansluit bij de behoeften van de kinderen. Daarnaast blijkt dat moeder de kinderen nog steeds belast met haar eigen problematiek en behoeften door de kinderen voor te houden dat ze binnenkort bij haar komen wonen. Voorts heeft zich tijdens de omgang een incident plaatsgevonden waarbij de medewerkers van het LJ&R direct moesten ingrijpen omdat de moeder tegen alle afspraken in de kinderen bij de hand meenam en wegliep. Op deze manier is moeder zeer onvoorspelbaar in haar gedrag.

De raadsman heeft namens de moeder verzocht de voornoemde schriftelijke aanwijzing vervallen te verklaren. De moeder kan zich niet verenigen met de huidige omgangsregeling, zoals in het verzoekschrift tot intrekking van de aanwijzing is uit een gezet. Zij verzoekt de kinderrechter te beslissen dat de kinderen in afwachting van de beslissing over de hoofdverblijfplaats eenmaal per 14 dagen van vrijdag 18.00 tot zondagavond 18.00 uur bij haar zullen verblijven.

Ter zitting heeft de raadsman verwezen naar de beschikking van 22 januari 2013 waarin de kinderrechter heeft bepaald dat op korte termijn dient te worden bekeken of en op welke voorwaarden terugplaatsing naar moeder mogelijk is. De kinderrechter heeft daarbij overwogen dat het in het belang van de kinderen is dat de omgangsregeling tussen moeder en de kinderen spoedig wordt verruimd. De raadsman stelt dat de huidige omgangsregeling in strijd is met voornoemde beschikking. Het LJ&R lijkt zelfs een hele andere koers te varen waarbij terugplaatsing naar de moeder opeens niet meer aan de orde lijkt.

Dit terwijl uit onderzoek is gebleken dat er geen sterke aanwijzingen zijn voor verslavingsproblematiek of persoonlijkheidsproblematiek bij de moeder, hetgeen de voornaamste gronden voor de uithuisplaatsing waren. De raadsman vervolgt dat moeder verder betwist dat zij niet over voldoende opvoedingscapaciteiten zou beschikken en wil graag een kans krijgen zich te bewijzen. Echter, de huidige omgangsregeling biedt hiervoor onvoldoende ruimte.

De heer [D] heeft ter zitting namens het LJ&R naar voren gebracht dat de omgangsregeling na de beschikking van 22 januari 2013 met een uur is verruimd. Hij benadrukt dat dit gelet op de omstandigheden, waaronder de afstand tussen Amsterdam en Enschede, een ruime regeling betreft. Zoals in de aanwijzing is verwoord verloopt de huidige omgangsregeling moeizaam en is een pas op de plaats geboden. De heer [D] is van mening dat de begeleiding van de omgang door All in the Family moet worden doorgezet zodat de bevindingen, gelet op de expiratiedatum van de machtiging uithuisplaatsing in juli, bij het nieuwe verzoekschrift kan worden meegenomen. Gelet op het sterke loyaliteitsconflict en de kwetsbaarheid van de kinderen dient elke verandering, ook een eventueel mogelijke terugplaatsing naar de moeder uiterst zorgvuldig te gebeuren.

De kinderrechter overweegt het volgende.

Het wettelijk kader van de ondertoezichtstelling biedt de gezinsvoogd de mogelijkheid - ter uitvoering van haar taak - een schriftelijke aanwijzing te geven, welke het doel van de ondertoezichtstelling moet dienen. De met het gezag belaste ouder dient de schriftelijke aanwijzing op te volgen. Ingevolge artikel 1:259 BW kan de kinderrechter onder andere op verzoek van de met het gezag belaste ouder de aanwijzing geheel of gedeeltelijk vervallen verklaren. Nu bij de beoordeling van de noodzaak een schriftelijke aanwijzing te geven aan de stichting zoals bedoeld in artikel 1 sub f van de Wet op de Jeugdzorg een zekere beleidsvrijheid toekomt, beziet de kinderrechter- gegeven de taak van de gezinsvoogd - of de gezinsvoogd voldoende gronden heeft om de schriftelijke aanwijzing op te leggen.

Indien een aanwijzing de omgang tussen ouders en kinderen betreffen geldt echter ingevolge artikel 1: 263a, tweede lid dat de kinderrechter de aanwijzing vol toetst en zelf indien daar aanleiding toe bestaat een gewijzigde omgangsregeling kan vaststellen.

De kinderrechter is gebleken dat er in het kader van de toekomstige hoofdverblijfplaats van de kinderen bekeken wordt in hoeverre terugplaatsing naar de moeder een reƫle mogelijkheid is. Ter zitting van 22 januari 2013 in het kader van de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing hebben zowel de Raad voor de Kinderbescherming als de heer [B] dit beaamd. De kinderrechter heeft in het licht van vorenstaande ontwikkeling bij beschikking van 22 januari 2013 zijdelings in overweging genomen dat uitbreiding van de omgangsregeling gewenst is.

In onderhavige procedure is de omgangsregeling als zodanig onderwerp van geschil.

De kinderrechter overweegt dat kinderen ook kunnen worden beschadigd indien sprake is van een zeer beperkte omgangsregeling met hun ouder(s). Een dergelijke omgang verloopt vaak geforceerd en onnatuurlijk, zeker wanneer dit op een kantoor en onder begeleiding plaatsvindt. Zowel de ouder als het kind worden dan vaak teleurgesteld in hun verwachtingen, hetgeen logischer wijs een wisselwerking op het contact heeft. Aangezien in onderhavige zaak juist onderzocht wordt of de kinderen in de toekomst bij moeder kunnen wonen is een dergelijke beperkte omgang onwenselijk en niet in het belang van de kinderen.

Daarnaast heeft de moeder op dit moment voldoende aannemelijk gemaakt dat de door het LJ&R gestelde persoonlijkheidsproblematiek van de moeder thans niet aan de orde is.

Alles afwegende wordt besloten dat de omgang zal worden uitgebreid naar eenmaal per 14 dagen van zaterdag 10.00 uur tot zondagmiddag 16.00 uur. Indien een contactweekend in een vakantieperiode valt waarbij de kinderen met de vader op vakantie zijn dan vervalt de omgang in dat weekend.

De kinderen worden rond 10.00 uur opgehaald en de volgende dag rond 16.00 uur weer thuisgebracht waarbij de verantwoordelijkheid voor de reis(kosten) in de eerste plaats bij de moeder liggen.

De kinderrechter acht het van belang dat een en ander goed dient te worden voorbereid zodat voornoemde omgangsregeling met ingang van 14 juni 2013 zal ingaan.

De kinderrechter gaat er daarbij van uit dat het LJ&R ouders daarbij begeleiden en de omgang zo goed als mogelijk blijven monitoren en hun bevindingen rapporteren.

Mitsdien wordt als volgt beslist.

3. Beslissing

De kinderrechter:

- verklaart de schriftelijke aanwijzing d.d. 15 maart 2013 van het de WSS ten aanzien van de omgang met de kinderen vervallen, en bepaalt dat de kinderen met ingang van 14 juni 2013 om de 14 dagen van zaterdag 10.00 uur tot zondagmiddag 16.00 uur omgang met moeder hebben;

- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. R. van de Water, kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 mei 2013, in tegenwoordigheid van mr. F. Nijland, griffier..