Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:CA0386

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
03-04-2013
Datum publicatie
17-05-2013
Zaaknummer
13-676185-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor voorhanden hebben van (vuur)wapens en munitie van categorie II en III WWM (oa pistoolmitrailleur).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13/676185-12 (Promis)

Datum uitspraak: 3 april 2013

Tegenspraak

VONNIS

van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [plaats] op [1985],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres], [postcode] [plaats].

De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 20 maart 2013.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. E.J. de Groot en van wat verdachte en zijn raadsman mr. R.G.E. de Vries naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 augustus 2011 tot en met 05 maart 2012 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen:

- een of meer vuurwapen(s) van categorie II, te weten een pistoolmitrailleur (Crvena Zastava 84, itemnummer 4252025) en/of

- een of meer vuurwapen(s) van categorie III te weten vier, in elk geval één of meer patroonmagazijn(en) (Crvena Zastava 84, itemnummer 4252045) en/of één pistool (Blow, itemnummer 4252013) en/of een patroonmagazijn (itemnummer 4252039) en/of één pistool (BBM, itemnummer 4252021), inhoudende een patroonmagazijn (itemnummer 4252036) en/of

- munitie van categorie III, te weten (totaal) vijfentachtig, in elk geval één of meer patro(o)n(en) (S&B, itemnummer(s) 4255350 en/of 4255319 en/of itemnummer 4251994) en/of twee, in elk geval één of meer patro(o)n(en) (Ozkursan, itemnummer 4255354) en/of drie, in elk geval één of meer patro(o)n(en) (9x18 mak, itemnummer 4251992) en/of vijf, in elk geval één of meer patro(o)n(en) (Geco, itemnummer 4251992) en/of zeventien, in elk geval één of meer patro(o)n(en) (PMP, itemnummer 4251992) en/of vier, in elk geval één of meer (hagel) patro(o)n(en) (Machionchi, itemnummer 4251984), voorhanden heeft/hebben gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

(Artikel 26 juncto 55 Wet Wapens en Munitie juncto 47 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 augustus 2011 tot en met 05 maart 2012 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een wapen van categorie I, te weten één geluidsdemper (itemnummer 4252022) voorhanden heeft/hebben gehad;

(Artikel 13 juncto 55 Wet Wapens en Munitie juncto 47 Wetboek van Strafrecht)

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

2. Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

3. Waardering van het bewijs

3.1 Feiten en omstandigheden

3.1.1 De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.i

3.1.2 Op 5 maart 2012 vindt er in de woning van verdachte te Amsterdam een doorzoeking plaats. Daarbij treft een verbalisant in de kledingkast van de slaapkamer van verdachte een groene rugzak van het merk Eastpack aan, met daarin de volgende voorwerpen: ii

- een pistoolmitrailleur (Crvena Zastava 84), zijnde een vuurwapen van categorie IIiii;

- vier patroonmagazijnen (Crvena Zastava 84)iv, een pistool (Blow)v en een patroonmagazijn een pistool (BBM), inhoudende een patroonmagazijnvi, zijnde telkens vuurwapens van categorie III;

- vijfentachtig patronen (bodemstempel S&B)vii, twee patronen (Ozkursan)viii, drie patronen (bodemstempel 9x18 mak)ix, vijf patronen (bodemstempel Geco)x, zeventien patronen (bodemstempel PMP)xi, vier hagelpatronen (bodemstempel Machionchi)xii, telkens betreffende munitie van categorie III.

- een geluiddemper, zijnde een wapen van categorie Ixiii.

3.2 Het standpunt van het Openbaar Ministerie

Bewezen kan worden verklaard dat verdachte tezamen en in vereniging met medeverdachte [A] de verschillende wapens (feit 1) en een geluiddemper (feit 2) voorhanden heeft gehad.

3.3 Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van het voorhanden hebben van de wapens (feit 2) en de geluiddemper (feit 3) heeft de raadsman vrijspraak bepleit. Daartoe heeft hij overwogen dat niet uit het dossier volgt dat verdachte op enig moment wetenschap heeft gehad van de aanwezigheid van de wapens in zijn woning.

3.4 Het oordeel van de rechtbank

3.4.1 Verklaring van verdachte ter terechtzitting

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij niet van de aanwezigheid van de wapens in zijn woning heeft geweten. Hij heeft zijn neef [B], die geregeld bij verdachte in de woning kwam, een paar dagen voor de doorzoeking bij hem binnen zien komen met de tas (de rechtbank begrijpt: de Eastpack-rugzak waarin de wapens zijn aangetroffen). Zijn neef heeft de tas in zijn kamer op de grond gezet. Verdachte heeft geen aandacht geschonken aan de tas, maar toen de tas een paar dagen zo bleef staan, heeft hij tegen zijn neef gezegd dat hij zijn spullen op moest ruimen. Op de vierde dag (na de binnenkomst) was de tas verdwenen. Weer later heeft verdachte gezien dat de tas in zijn kast lag. Hij leidde daaruit af dat zijn neef de tas daar had neergelegd. Verdachte heeft niet in de tas gekeken. Zes uur nadat verdachte de tas in zijn kast had gezien, waren de agenten in zijn huis.

3.4.2 Relevante bewijsmiddelen

De rechtbank betrekt bij haar oordeel de volgende bewijsmiddelen.

* De bevindingen van het intakegesprek d.d. 6 januari 2012 met [C] (hierna: [C]):xiv

[C] heeft in dit gesprek verklaard dat zij in de gesloten instelling de [locatie 1] bij de Utrechtse Heuvelrug heeft gewoond en zij daar een meisje genaamd [D] heeft ontmoet. Eind oktober 2011 is [C] weggelopen bij haar moeder en terecht gekomen bij de moeder van [D] in Den Haag. Na een paar dagen zijn zij en [D] opgehaald door twee Antilliaanse jongens, [verdachte] en [E], om naar een adres in Amsterdam gebracht te worden. De woning van [verdachte], een vriend van [D], was gelegen in Amsterdam-Noord. [E] woonde in dezelfde flat als [verdachte], op een andere etage. [C] heeft samen met [D] een nacht bij [verdachte] geslapen, is daarna naar een andere woning in de [adres 1] gebracht, waarin zij zeker een week heeft gewoond, waarna zij naar de woning van ene [F] in de flat [adres 2] is verhuisd, welke woning zij na ruim twee weken heeft verlaten.

[C] is bang voor [verdachte] en [E] omdat zij verschillende keren heeft gezien dat [verdachte] en [E] vuurwapens in hun bezit hadden. Zij heeft de wapens gezien bij [verdachte] in de woning en bij [F] in de woning. [verdachte] haalde zijn vuurwapen uit de middelste deur van de witte kast in zijn slaapkamer en deed deze in een zwarte Eastpack-rugtas. Het vuurwapen leek op een vuurwapen uit de Matrix-films. Het was groot, zwart van kleur, waarbij het achterste gedeelte uitgeklapt kon worden om tegen je schouder te zetten en met twee zijkanten waarop een ijzeren boog was geplaatst. Het was een vuurwapen waarmee heel veel schoten gelost kunnen worden.

* Verklaring verdachte bij de politie:

In de kast ligt allerlei troep van mij en van mijn meisje, [D].xv (...) Een vriendin van haar die ik ken heet [C].xvi

* Verklaring medeverdachte [A] bij de politie:

Ik ken twee vriendinnen van [D]. Die bleven toen slapen bij een vriend van mij. (geconfronteerd met een uitspraak van [C] die hij tegen haar zou hebben gedaan:) Bij mijn vriend in huis is wel zoiets gebeurd. (...) Zij kwam bij ons terecht via [D].xvii

* Bevindingen foto's gsm's uit ander onderzoek en herkenning [A]:

Het proces-verbaal van het intakegesprek van [C] deed mij, verbalisant, denken aan een opsporingsonderzoek waaraan ik heb deelgenomen, naar een schietincident dat heeft plaatsgevonden in een perceel aan de [adres 3] te Amsterdam. In dat opsporingsonderzoek zijn meerdere gsm's inbeslaggenomen en onderzocht. In een van deze gsm's bevonden zich foto's waarop manspersonen waren afgebeeld met vuurwapens, waaronder een vuurwapen welke gelijkenis vertoont met het vuurwapen dat door [C] wordt omschreven als een vuurwapen uit de Matrix-films. Ik heb een politiefoto van [A] bekeken. Ik zag dat de persoon op de foto dezelfde persoon was als degene die met de vuurwapens stond afgebeeld op de foto's uit de gsmxviii.

* Herkenning slaapkamer woning verdachte:

Eén van de in het onderzoek [adres 2] in beslag genomen foto's heeft de volgende specificaties:

o witte muren en twee deuren met blauwe kozijnen;

o een whiteboard met zilveren omlijsting op de linkerdeur;

o een zwart touw met daaraan een rode pet gehangen.

Tijdens de doorzoeking van de woning van verdachte op 5 maart 2012 zag ik, verbalisant dat er zich in de woning een slaapkamer bevond die overeenkwam met de specificaties van de kamer die is afgebeeld op de foto. Ik herken de kamer voor 100 procent.xix

* bevindingen foto'sxx

De foto's die in het onderhavige onderzoek zijn opgenomen en die afkomstig zijn uit de inbeslaggenomen Blackberry (de rechtbank stelt vast: onder welke de foto waarop [A] door de verbalisant is herkend) zijn vervaardigd op 18 augustus 2011.

3.4.3 Eerste conclusies rechtbank

Op basis van de voorgaande bewijsmiddelen concludeert de rechtbank:

- dat de foto's gemaakt op 18 augustus 2011 genomen zijn in de slaapkamer van verdachte;

- dat op die foto's onder meer medeverdachte [A] staat afgebeeld;

- dat de personen [verdachte] en [E] uit de verklaring van [C] respectievelijk verdachte en medeverdachte [A] betreffen;

3.4.4 Pistoolmitrailleur

De in de slaapkamer van verdachte aangetroffen pistoolmitrailleur vertoont qua grootte, kleur en vorm een zeer sterke gelijkenis met één van de wapens die zijn afgebeeld op de op 18 augustus 2011 in de slaapkamer van verdachte genomen foto's.

Daarnaast voldoet dit wapen volledig aan de omschrijving die [C] heeft gegeven van het wapen dat zij (de rechtbank stelt vast: op of omstreeks de maand november 2011) bij verdachte heeft gezien en dat, volgens haar verklaring, van verdachte was.

Gelet op het feit dat het gaat om een specifiek incourant wapen op dezelfde, niet openbare locatie (de slaapkamer van verdachte), is de rechtbank van oordeel dat het hierbij gaat om één hetzelfde wapen. Daarbij weegt de rechtbank mee dat enige andere verklaring voor de hiergenoemde omstandigheden niet aannemelijk is geworden.

3.4.5 Eindconclusie rechtbank

Op basis van dezelfde bewijsmiddelen acht de rechtbank de ter terechtzitting afgelegde verklaring van verdachte dat hij niet van de aanwezigheid van de wapens heeft geweten, ongeloofwaardig. Uit de foto's en de verklaring van [C] volgt immers dat in het bijzonder de pistoolmitrailleur in augustus 2011 en in november 2011 in de slaapkamer van verdachte aanwezig was, wat niet te rijmen is met de stelling van verdachte dat de wapens pas maximaal twee weken in de tas van zijn neef op verdachtes kamer lagen. Voorts blijkt evident uit de verklaring van [C] van wetenschap bij verdachte van de aanwezigheid van die pistoolmitrailleur, reeds in november 2011. Omdat de pistoolmitrailleur in één tas is aangetroffen met de andere wapens is het ten laste gelegde voorhanden hebben voor alle wapens bewezen.

Ten aanzien van de periode:

De wetenschap bij verdachte kan niet zonder meer volgen uit de foto's van 18 augustus 2011. Van betrokkenheid of aanwezigheid van verdachte bij de totstandkoming van die foto's blijkt immers niet. Evenmin kan deze zonder meer uit het feit dat de foto's op zijn slaapkamer zijn gemaakt worden afgeleid. Ook anderszins ontbreekt bewijs dat verdachte op dat moment reeds van de aanwezigheid van de wapens wist. Daarom zal de rechtbank het voorhanden hebben bewezen verklaren voor de periode vanaf november 2011.

4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de onder 3. vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1.

in de periode van november 2011 tot en met 5 maart 2012 te Amsterdam:

- een vuurwapen van categorie II, te weten een pistoolmitrailleur (Crvena Zastava 84) en

- een vuurwapen van categorie III, te weten vier patroonmagazijnen (Crvena Zastava 84) en een pistool (Blow) en een patroonmagazijn en een pistool (BBM), inhoudende een patroonmagazijn en

- munitie van categorie III, te weten vijfentachtig patronen (S&B) en twee patronen (Ozkursan) en drie patronen (9x18 mak) en vijf patronen (Geco) en zeventien patronen (PMP) en vier hagelpatronen (Machionchi),

voorhanden heeft gehad;

2.

in de periode van november 2011 tot en met 5 maart 2012 te Amsterdam een wapen van categorie I, te weten een geluiddemper, voorhanden heeft gehad;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5. De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7. Motivering van de straffen en maatregelen

7.1. De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten 1 en 2 zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van één jaar, met aftrek van voorarrest.

7.2. Het standpunt van de verdediging

Bij de strafmaat moet rekening worden gehouden met het dralen van het Openbaar Ministerie in de vervolging, het blanco strafblad van verdachte en met de inhoud van het reclasseringsrapport, in het bijzonder de pagina's 5 en 6. De raadsman verzoekt een straf uit te spreken die lager ligt dan de wettelijke minimumstraf.

7.3. Het oordeel van de rechtbank

Bij de strafoplegging wordt het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van meerdere vuurwapens, waaronder een pistoolmitrailleur, en een aanzienlijke hoeveelheid (bijbehorende) munitie. Dat het ongecontroleerde bezit van vuurwapens een groot veiligheidsrisico met zich brengt en om die reden dient te worden bestreden spreekt vanzelf. Daarbij komt dat een geval als het onderhavige, waarin het gaat om de combinatie van meerdere wapens met munitie en met een geluiddemper en waarin één van die wapens geschikt is om in korte tijd vele kogels af te vuren, gevoelens van angst en onveiligheid teweegbrengt bij omwonenden maar ook in de samenleving als geheel. Er is dan ook sprake van ernstige feiten, in reactie waarop niet met een mildere strafmodaliteit dan een gevangenisstraf kan worden volstaan.

Daar staat het volgende tegenover. Verdachte is niet eerder veroordeeld voor strafbare feiten en in het omtrent zijn persoon en zijn persoonlijke omstandigheden opgemaakte reclasseringsrapport d.d. 31 mei 2012 wordt de kans op recidive als laag ingeschat. Voorts ziet de rechtbank geen aanwijzingen in het dossier dat verdachte bemoeienis heeft (gehad) met zware criminaliteit, waarbij wapens als deze daadwerkelijk zouden kunnen worden gebruikt.

Al het voorgaande afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf van na te noemen duur geboden, mede om de ernst van het feit tot uitdrukking te brengen, en ziet zij aanleiding een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen - in zoverre wijkt zij af van de eis van de officier van justitie -, als waarschuwing voor verdachte en om hem ervoor te behoeden opnieuw de fout in te gaan.

Onttrekking aan het verkeer

De inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten: nr. 1) Wapen Kl: zwart pistool (4252021) klein pistool 8 mm, nr. 5) Pistool Kl: zwart BLOW 8 mm (4252013) bruine kolf en nr. 6) 1 Patroonhouder Kl: zwart (4252039) met patronen, dienen onttrokken te worden aan het verkeer en zijn daarvoor vatbaar, aangezien met betrekking tot deze voorwerpen het onder 1 bewezen geachte is begaan en deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36c en 57 van het Wetboek van Strafrecht en 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

9. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

1.

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl de schuldige het misdrijf heeft begaan met betrekking tot een wapen van categorie II en een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd

2.

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 4 maanden, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Verklaart onttrokken aan het verkeer de onder nummers 1, 5 en 6 op de beslaglijst weergegeven inbeslaggenomen voorwerpen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. K.A. Brunner, voorzitter,

mrs. W.A.J.P. van den Reek en J.M.L.I. van Hommerich, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. P.C.N. van Gelderen, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 3 april 2013.

De jongste rechter is buiten staat mede te ondertekenen.

i Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

ii PV bev, pag. 44 e.v.

iii PV wapenonderzoek, pag. 35.

iv PV wapenonderzoek, pag. 36 en 37.

v PV wapenonderzoek, pag. 152.

vi PV wapenonderzoek, pag. 150 en 151.

vii PV wapenonderzoek, pag. 151 en 152, pag. 155 en 156, pag. 160.

viii PV wapenonderzoek, pag. 153.

ix PV wapenonderzoek, pag. 159.

x PV wapenonderzoek, pag. 159.

xi PV wapenonderzoek, pag. 158.

xii PV wapenonderzoek, pag. 158.

xiii PV wapenonderzoek, pag. 36.

xiv PV bev, pag. 01 e.v.

xv PV verklaring verdachte, pag. 85.

xvi PV verklaring verdachte, pag. 88 en 89.

xvii PV verklaring [A], pag. 118 en 119.

xviii PV bev, pag. 10 e.v.

xix PV bev, pag. 27 e.v.

xx PV van bevindingen "foto's in dossier [X]" d.d. 20 december 2012.

??

??

??

??

22

8

Parketnummer: 13/676185-12 (Promis) inzake [verdachte]