Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:CA0036

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
19-04-2013
Datum publicatie
14-05-2013
Zaaknummer
C/13/537103 / KG ZA 13-259 MvW/JWR
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort Geding. Broadcast heeft een overeenkomst met Wild FM ter zake het technisch verzorgen van radio-uitzendingen. Wild FM stelt dat deze overeenkomst is geëindigd omdat zij haar zendvergunning heeft overgedragen aan CRC, een aan haar gelieerde vennootschap. De voorzieningenrechter acht deze overdracht paulianeus. Wild FM wordt ertoe veroordeeld de overeenkomst met Broadcast te blijven nakomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/537103 / KG ZA 13-259 MvW/JWR

Vonnis in kort geding van 19 april 2013

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BROADCAST NEWCO TWO B.V., handelend onder de naam Broadcast Partners,

gevestigd te Terneuzen,

eiseres bij dagvaarding van 8 maart 2013,

advocaat mr. P.J. Winkel te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WILD FM B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CREATIVE RADIO CONCEPTS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagden,

advocaat mr. R.P. Zieltjens te Amsterdam.

Eiseres zal hierna Broadcast worden genoemd. Gedaagden zullen worden aangeduid als respectievelijk Wild FM en CRC en gezamenlijk als Wild FM c.s.

1. De procedure

Ter terechtzitting van 22 maart 2013 heeft Broadcast gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding en akte houdende vermeerdering eis. Wild FM c.s. heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. Beide partijen hebben een pleitnota overgelegd en producties in het geding gebracht. Ter zitting waren aanwezig:

- namens Broadcast de heer [A] ([functie]), bijgestaan door mr. Winkel;

- namens Wild FM c.s. de heer [B], bijgestaan door mr. Zieltjens.

Ter terechtzitting is besloten dat de zaak pro forma zou worden aangehouden tot

5 april 2013, teneinde partijen in de gelegenheid te stellen in onderling overleg tot overeenstemming te komen. Namens Broadcast is bij brief van 5 april 2013 om voortzetting van de behandeling ter zitting verzocht. Wild FM c.s. heeft zich hiertegen verzet. Nadat beide partijen hun standpunt nader hadden toegelicht heeft de voorzieningenrechter besloten dat op 19 april 2013 vonnis zal worden gewezen.

2. De feiten

2.1. Broadcast exploiteert zendinstallaties als zendernetwerk ten behoeve van het uitzenden van radioprogramma’s. Wild FM is een radio-omroep.

2.2. Statutair directeur van Wild FM is sinds 21 juni 2012 de heer [B] (hierna: [B]). [B] is sinds die datum tevens statutair directeur van CRC. Tot 21 juni 2012 was Pérukel statutair directeur en enig aandeelhouder van de besloten vennootschap Amsterdamse Kranten Producties B.V. (hierna: AKP), welke onderneming tot die datum houder was van de aandelen van zowel Wild FM als CRC.

2.3. Tussen Broadcast en Wild FM is op 28 oktober 2004 een “overeenkomst contractnummer CO400069” (hierna: de overeenkomst) gesloten. In deze overeenkomst is onder meer het volgende bepaald:

“artikel 4 inwerkingtreding, duur en beëindiging

1. Deze overeenkomst treedt in werking op de dag dat beide partijen de overeenkomst hebben ondertekend

2. Deze overeenkomst is aangegaan voor de duur waarvoor aan WILD FM een vergunning is verleend. Mocht de vergunning verlengd worden of mocht WILD FM na afloop van de periode waarvoor de vergunning verleend was, een nieuwe vergunning verkrijgen, dan zal deze overeenkomst worden voortgezet.

3. Deze overeenkomst kan door WILD FM tussentijds worden opgezegd en wel aan het einde van het derde jaar en aan het einde van het vijfde jaar. Indien WILD FM van deze opzeggingsmogelijkheid gebruik wil maken, dient zij een opzegtermijn van zes maanden in acht te nemen. Wordt de overeenkomst tussentijds beëindigd, dan is WILD FM aan BNT [Broadcast; vzr] een vergoeding verschuldigd (…).

4. Deze overeenkomst eindigt van rechtswege en zonder dat schriftelijke opzegging nodig is:

a. (…)

b. op de dag dat WILD FM niet langer beschikt over een vergunning.

5. (…)

6. Indien WILD FM de vergunning(en), waarover zij beschikt, overdraagt aan een of meer derden, zal zij er zorg voor dragen dat de nieuwe vergunninghouder(s) deze overeenkomst op gelijke voorwaarden zal/zullen overnemen.”

2.4. Op 23 december 2010 hebben partijen een document “Bijlage Zenderspecificaties betreffende de zender Alkmaar 96,3 MHz, behorende bij contract CO400069 tussen Broadcast Newco Two B.V. en Wild FM B.V. van 28/10/2004” ondertekend. In dit document is onder meer de volgende bepaling opgenomen:

“In afwijking op hetgeen in artikel 4 van de overeenkomst met nummer CO400069 is bepaald, komen partijen thans overeen dat de overeenkomst loopt tot en met 31/12/2020. Indien echter de zendvergunning van Wild FM in 2017 niet zou worden verlengd en ook niet wordt vervangen door een andere zendvergunning, analoog of digitaal, dan eindigt deze overeenkomst van rechtswege.”

2.5. Bij verstekvonnis van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 24 juli 2012 is Wild FM veroordeeld om aan Broadcast een bedrag van € 26.327,92 te betalen. Broadcast had de betreffende vordering jegens Wild FM ingesteld omdat Wild FM in gebreke bleef met de betaling van de overeengekomen maandelijkse vergoeding.

2.6. In het vonnis van 24 juli 2012 is Wild FM tevens veroordeeld om de op grond van de overeenkomst maandelijks verschuldigde vergoeding te blijven voldoen totdat de overeenkomst rechtsgeldig zou zijn beëindigd.

2.7. Broadcast is naar aanleiding van voornoemd vonnis van 24 juli 2012 overgegaan tot het leggen van executoriale beslagen, onder meer op de zendvergunning van Wild FM.

2.8. Op 23 oktober 2012 heeft Wild FM de bedragen die Broadcast van haar te vorderen had voldaan, waarna de gelegde executoriale beslagen op 24 oktober 2012 zijn opgeheven.

2.9. Bij brief van 26 oktober 2012 heeft Wild FM aan Broadcast bericht dat zij de overeenkomst per 1 december 2012 opzegt.

2.10. Broadcast heeft Wild FM bericht dat zij niet akkoord gaat met de opzegging en aanspraak blijft maken op de vergoeding die Wild FM op grond van de overeenkomst verschuldigd is. Vanwege het uitblijven van betaling daarvan is Broadcast vervolgens overgegaan tot het opnieuw betekenen van het vonnis van 24 juli 2012 (zie 2.6).

2.11. Bij akte van overdracht van 30 november 2012 heeft Wild FM haar zendvergunning overgedragen aan CRC. In de akte is opgenomen dat de koopsom zal worden voldaan door middel van verrekening binnen de Rekening Courantverhouding tussen Wild FM en CRC.

2.12. Bij brief van 15 februari 2013 heeft Broadcast de overeenkomst tot overdracht van de zendvergunning buitengerechtelijk vernietigd wegens paulianeus handelen. Op dezelfde datum heeft Broadcast, met verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank, beslag ex artikel 737 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) op de zendvergunning gelegd.

3. Het geschil

3.1. Broadcast vordert, na vermeerdering van eis, – samengevat –

Primair, indien het beroep op pauliana slaagt:

- hoofdelijke veroordeling van Wild FM c.s. om de overdracht van de zendvergunning ongedaan te maken, op straffe van verbeurte van een dwangsom;

- hoofdelijke veroordeling van Wild FM c.s. tot betaling van € 26.318,56, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente;

- hoofdelijke veroordeling van Wild FM c.s. tot betaling van de maandelijks verschuldigde vergoeding vanaf 1 april 2013 tot het moment dat de overeenkomst rechtsgeldig is geëindigd;

- veroordeling van Wild FM tot nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst, totdat deze rechtsgeldig zal zijn beëindigd, op straffe van verbeurte van een dwangsom;

Subsidiair, indien het beroep op pauliana niet slaagt:

- Wild FM te veroordelen ervoor zorg te dragen dat CRC de uit hoofde van

de overeenkomst jegens Broadcast bestaande verplichtingen overneemt, op straffe van verbeurte van een dwangsom;

- Wild FM te veroordelen haar uit hoofde van de overeenkomst jegens Broadcast

bestaande verplichtingen na te komen tot het moment dat CRC deze overneemt, op straffe van verbeurte van een dwangsom;

- CRC te veroordelen de op grond van de overeenkomst thans nog op Wild FM rustende verplichtingen vanaf het moment van overname na te komen, op straffe van verbeurte van een dwangsom;

een en ander met hoofdelijke veroordeling van Wild FM c.s. in de proceskosten.

3.2. Broadcast stelt dat de overeenkomst tussen haar en Wild FM nog steeds van kracht is, aangezien deze niet rechtsgeldig is beëindigd. Derhalve dient Wild FM haar betalingsverplichtingen na te komen, hetgeen zij evenwel niet doet. De overdracht van de zendvergunning aan CRC is volgens Broadcast nietig op grond van artikel 3:45 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (BW), nu deze overdracht onverplicht heeft plaatsgevonden en Broadcast hierdoor in haar verhaalsmogelijkheden is geschaad.

3.3. Wild FM c.s. voert – kort gezegd – aan dat de kwestie zich niet leent voor kort geding en dat Broadcast geen spoedeisend belang heeft. Verder is de overeenkomst rechtsgeldig opgezegd, althans ontbonden althans geëindigd doordat Wild FM haar vergunning heeft overgedragen aan CRC. Voor zover de overeenkomst nog zou bestaan is deze nietig wegens strijd met de Mededingingswet. Er is derhalve geen sprake van enige vordering van Broadcast op Wild FM. Afgezien daarvan is de overdracht van de zendvergunning niet in strijd met artikel 3:45 BW, aldus – steeds – Wild FM c.s.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Ontvankelijkheid

4.1. Omdat in dit geval sprake is van een procedure waarin een voorlopige voorziening wordt gevorderd, zal de voorzieningenrechter artikel 127a lid 1 en lid 2 Rv - waarin is bepaald dat aan het niet tijdig betalen van het griffierecht consequenties worden verbonden - buiten beschouwing laten. Toepassing van deze bepaling zou immers, gelet op het belang van één of beide partijen bij de toegang tot de rechter, leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

4.2. Wild FM c.s. voert aan dat er geen sprake is van spoedeisend belang aan de zijde van Broadcast en dat daarnaast de vraag naar de toepasselijkheid van artikel 3:45 BW en de in het kader van de eisvermeerdering aan de orde komende vraag naar vereenzelviging van rechtspersonen te ingewikkeld zijn voor behandeling in kort geding.

4.3. De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. De vorderingen van Broadcast strekken ertoe dat de overeenkomst wordt nagekomen en voortgezet. Voldoende aannemelijk is dat zij een bedrijfseconomisch belang heeft bij deze vorderingen. Voorts zijn de feiten in deze zaak voldoende duidelijk om te kunnen komen tot een voorlopig oordeel. De complexiteit van een rechtsvraag is in beginsel geen reden om een zaak ongeschikt te achten voor behandeling in kort geding.

Bestaan overeenkomst

4.4. Niet in geschil is dat partijen een overeenkomst zijn aangegaan, zij verschillen echter van mening over de vraag of deze (rechtsgeldig) is beëindigd.

4.5. Wild FM c.s. voert in de eerste plaats aan dat Wild FM de overeenkomst bij brief van 26 oktober 2012 heeft opgezegd tegen 1 december 2012. Volgens Wild FM c.s. is de in 2004 tussen partijen gesloten overeenkomst opzegbaar. Uit de tekst van de overeenkomst volgt reeds dat de mogelijkheid van opzegging bestond aan het einde van het derde en het vijfde jaar. Dat er daarnaast geen opzegmogelijkheden zijn overeengekomen betekent niet dat de overeenkomst een onbeperkte duur heeft gekregen, aldus Wild FM c.s. Nu er geen expliciete einddatum is overeengekomen moet de overeenkomst opzegbaar worden geacht met inachtneming van een redelijke opzegtermijn, waarbij in dit geval een termijn van een maand volstaat.

4.6. Broadcast verwijst naar de aanvulling op de overeenkomst, zoals die op 23 december 2010 (zie 2.4) is overeengekomen. Hieruit volgt dat de overeenkomst in ieder geval tot 2020, althans 2017 zal doorlopen en niet tussentijds opzegbaar is. Wild FM c.s. voert daartegen aan dat als aan deze aanvulling al betekenis moet worden toegekend, deze aanvulling nietig is op grond van artikel 6 Mededingingswet (Mw), aangezien de overeenkomst een exclusieve afnameverplichting inhoudt. Ook beroept Wild FM c.s. zich op artikel 24 Mw.

4.7. De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Om te beginnen valt niet in te zien waarom de aanvulling geen betekenis zou hebben. De daarin gemaakte afspraak dat de overeenkomst tot en met het jaar 2020 loopt kan tussen partijen niet als onredelijk worden aangemerkt, mede gelet op de inhoud en strekking van de overeenkomst. Verder geldt ten aanzien van het mededingingsrecht het volgende. Artikel 6 Mw bepaalt, kort gezegd, dat overeenkomsten die ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan wordt verhinderd, beperkt of vervalst, nietig zijn. Strekking van deze bepaling is de vrije concurrentie tussen aanbieders van dezelfde producten of diensten te bevorderen. Het artikel beoogt echter niet om een overeenkomst tussen een aanbieder en een afnemer die op basis van vrije concurrentie tot stand is gekomen te verbieden. Weliswaar zal het zo zijn dat met het tot stand komen van een dergelijke overeenkomst een deel van de vraag wegvalt (nu daarin door die overeenkomst is voorzien), maar dat is inherent aan het feit dat zowel het aantal aanbieders als het aantal afnemers in de praktijk kwantitatief beperkt zal zijn. Waar het echter om gaat is dat de afnemer, in dit geval Wild FM, in eerste instantie een vrije keus heeft kunnen maken wat betreft de partij waarmee en de voorwaarden waaronder hij zaken wil doen.

4.8. Artikel 24 Mw verbiedt het misbruik maken van een economische machtspositie. Van een machtspositie is volgens artikel 1 Mw sprake indien een onderneming een zodanige positie heeft dat deze hem in staat stelt de instandhouding van een daadwerkelijke mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan te verhinderen doordat deze hem de mogelijkheid geeft zich in belangrijke mate onafhankelijk van concurrenten, leveranciers, afnemers of eindgebruikers te gedragen. Dat hiervan sprake is acht de voorzieningenrechter voorshands niet aannemelijk. Naast Broadcast bevindt zich in elk geval nog een andere aanbieder op de markt en ingeval Broadcast zodanig tekortschiet in de nakoming van de door haar met Wild FM gesloten overeenkomst dat dit een ontbinding rechtvaardigt, kan Wild FM naar die andere aanbieder overstappen (hetgeen zij feitelijk ook voornemens is te doen). Het is derhalve niet zo dat Broadcast zich onafhankelijk van haar afnemers kan opstellen, nog daargelaten dat niet is gebleken dat zij dit daadwerkelijk doet. Ook op deze grond kan derhalve niet tot nietigheid van de (verlenging van de) overeenkomst worden geconcludeerd.

4.9. Subsidiair voert Wild FM c.s. aan dat de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid eraan in de weg staat dat Broadcast een beroep kan doen op het voortduren van de overeenkomst tot 2020.

4.10. De voorzieningenrechter oordeelt hierover als volgt. Wild FM heeft in haar brief van 26 oktober 2011 een drietal omstandigheden genoemd die aan de opzegging van de overeenkomst ten grondslag lagen, namelijk een weigering van Broadcast om bepaalde gegevens te verstrekken die Wild FM nodig had in verband met haar zendvergunning, het uitschakelen van een zender van Wild FM en het meenemen van apparatuur die eigendom is van Wild FM. Broadcast betwist dat zij heeft geweigerd informatie te verstrekken, en heeft verder gesteld dat op zeker moment een locatie in Purmerend, waar Wild FM zelf een zender beheerde, moest worden ontruimd. Op het moment dat de zender reeds door de verhuurder van de locatie was uitgezet en Broadcast de antenne, die haar eigendom was, weghaalde, heeft zij naar eigen zeggen uit veiligheidsoverwegingen ook de aanwezige apparatuur van Wild FM meegenomen. Wild FM is hierover geïnformeerd en kan de apparatuur ieder gewenst moment af komen halen, aldus Broadcast.

4.11. Gelet op het gemotiveerde verweer van Broadcast tegen de door Wild FM geuite verwijten kan er voorshands niet van worden uitgegaan dat deze verwijten terecht zijn. Daarom slaagt een beroep van Wild FM op ontbinding van de overeenkomst ook niet. Van een situatie dat de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid eraan in de weg staat dat Broadcast een beroep kan doen op het voortduren van de overeenkomst tot 2020 kan reeds vanwege die omstandigheid geen sprake zijn. Voor zover Wild FM bedoelt te betogen dat een concurrent van Broadcast dezelfde diensten tegen een lager tarief aanbiedt en zij in een moeilijke financiële positie zit geldt dat dit een omstandigheid is die voor het ondernemersrisico van Wild FM dient te blijven.

4.12. Wild FM c.s. heeft verder aangevoerd dat de verlenging van de overeenkomst tot 2020 op grond van de redelijkheid en billijkheid alleen betrekking dient te hebben op de zender te Alkmaar, aangezien de overige in het document waarin de verlenging is overeengekomen opgenomen voorwaarden ook uitsluitend op die zender betrekking hebben.

4.13. De voorzieningenrechter verwerpt dit verweer. De bewoordingen van de betreffende bepaling laten een uitleg als door Wild FM c.s. voorgestaan niet toe, aangezien daarin expliciet wordt verwezen naar de gehele overeenkomst.

4.14. Wild FM c.s. heeft tot slot een beroep gedaan op artikel 4 lid 4 onder b van de overeenkomst en aangevoerd dat de overeenkomst, nu Wild FM haar zendvergunning heeft overgedragen aan CRC, op die grond is geëindigd.

4.15. Broadcast stelt dat CRC een aan Wild FM gelieerde onderneming is, en dat het beroep van Wild FM op artikel 4 lid 4 in strijd is met de strekking van de overeenkomst, mede gezien in het licht van het in artikel 4 lid 6 van de overeenkomst bepaalde (kort gezegd de verplichting voor Wild FM ervoor zorg te dragen dat de partij aan wie zij de zendvergunning overdraagt ook de verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst met Broadcast overneemt).

4.16. Dit betoog van Broadcast gaat niet op, aangezien de beëindiging van de overeenkomst van rechtswege op grond van artikel 4 lid 4 door partijen is overeengekomen zonder dat het bepaalde in lid 6 als ontbindende voorwaarde voor de toepasselijkheid van artikel 4 lid 4 is geformuleerd. Artikel 4 lid 6 legt aan Wild FM een verplichting op, maar de niet nakoming daarvan maakt het bepaalde in artikel 4 lid 4 niet ongedaan, maar maakt Wild FM wel schadeplichtig.

Dit leidt ertoe dat de overeenkomst op grond van het bepaalde in artikel 4 lid 4 van rechtswege is geëindigd per 30 november 2012, de datum van de overdracht van de vergunning door Wild FM aan CRC, tenzij het beroep van Broadcast op de pauliana slaagt.

Overdracht zendvergunning

4.17. Vervolgens dient dan ook beoordeeld te worden of de tussen Wild FM en CRC overeengekomen overdracht van de zendvergunning in strijd is met het bepaalde in artikel 3:45 BW, zoals door Broadcast wordt gesteld.

4.18. Artikel 3:45 BW is van toepassing ingeval van het verrichten van een onverplichte rechtshandeling door een schuldenaar, waarbij de schuldenaar wist of behoorde te weten dat deze rechtshandeling tot gevolg zou hebben dat een of meer schuldeisers daardoor in hun verhaalsmogelijkheden zouden worden benadeeld.

4.19. Niet in geschil is dat het hier om een onverplichte rechtshandeling gaat. Resteert de vraag of Wild FM wist of behoorde te weten dat zij door deze overdracht de verhaalsmogelijkheden van haar schuldeisers beperkte.

4.20. Wild FM c.s. voert aan dat Wild FM reeds geruime tijd voordat de huidige problemen met Broadcast zijn ontstaan voornemens was de zendvergunning aan CRC over te dragen. De uitvoering van dit voornemen nam enkele maanden in beslag, omdat hiervoor toestemming van het Agentschap Telecom is vereist. Volgens Wild FM c.s. lag aan de overdracht een herstructurering ten grondslag. De reden voor deze herstructurering was volgens Wild FM c.s. de structureel verliesgevende exploitatie van de zendvergunning. Teneinde de continuïteit van de radiozender te waarborgen is ervoor gekozen om de zendvergunning over te dragen aan een schuldenvrije zustervennootschap. Betaling hiervan heeft plaatsgevonden door interne verrekening, aldus Wild FM c.s.

4.21. De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Anders dan Wild FM c.s. kennelijk meent, is voor de toepassing van artikel 3:45 BW niet noodzakelijk dat de schuldeiser die zich op dit artikel beroept, reeds ten tijde van het verrichten van de rechtshandeling waarvan hij de nietigheid inroept een vordering op de schuldenaar had. Evenmin is voor het voldoen aan de vereiste wetenschap van benadeling noodzakelijk dat de schuldenaar wist dat hij de schuldeiser die zich daadwerkelijk op de werking van artikel 3:45 BW beroept (in dit geval Broadcast) benadeelde. Doorslaggevend is dat er wetenschap was of behoorde te zijn van benadeling van schuldeisers in het algemeen. Uit hetgeen Wild FM c.s. op dit punt heeft aangevoerd moet worden afgeleid dat deze wetenschap ten tijde van het verrichten van de rechtshandeling aanwezig was. Er is immers bewust gekozen voor het onderbrengen van de zendvergunning in een schuldenvrije vennootschap (wat Wild FM kennelijk niet was), teneinde de continuïteit van de radiozender te waarborgen. Dat Wild FM tegenover de overdracht van de zendvergunning de beschikking heeft gekregen over liquide middelen of anderszins in een positie is gebracht waardoor de verhaalsmogelijkheden van schuldenaars ongewijzigd bleef is niet gebleken.

4.22. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter de overdracht van de zendvergunning door Wild FM aan CRC op grond van artikel 3:45 BW als nietig dient te worden beschouwd. De vordering tot ongedaanmaking van deze overdracht is derhalve toewijsbaar.

4.23. Nu ervan uitgegaan dient te worden dat de overeenkomst tussen Broadcast en Wild FM in stand is gebleven is Wild FM voorts gehouden de overeengekomen maandelijkse vergoeding aan Broadcast te blijven voldoen. Hiertoe is zij reeds bij vonnis van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 24 juli 2012 veroordeeld. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om, met terzijdestelling van (de mogelijkheid tot executie van) dat vonnis, naast Wild FM ook CRC (hoofdelijk) tot nakoming van deze betalingsverplichting te veroordelen. Uit het voorgaande volgt immers dat er geen overeenkomst tussen Broadcast en CRC bestaat en dat CRC evenmin eigenaar is geworden van de zendvergunning. Bovendien is er onvoldoende reden om Wild FM en CRC te vereenzelvigen. Dit deel van de vordering is derhalve niet toewijsbaar.

4.24. Broadcast heeft daarnaast gevorderd dat Wild FM ertoe wordt veroordeeld om de (naar de voorzieningenrechter begrijpt) overige verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst na te komen. Naast het betalen van de overeengekomen maandelijkse vergoeding rust op Wild FM ook de verplichting het uit te zenden signaal aan Broadcast te leveren. Nu moet worden geoordeeld dat de overeenkomst in stand is gebleven, is dit deel van de vordering eveneens toewijsbaar.

4.25. De gevorderde dwangsommen zullen worden gematigd en gemaximeerd als na te melden.

4.26. Nu het beroep op artikel 3:45 BW is toegewezen is de voorwaarde waaronder de subsidiaire vorderingen zijn ingesteld niet vervuld, zodat deze vorderingen geen behandeling behoeven.

4.27. Wild FM c.s. zal als de meest in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. De kosten aan de zijde van Broadcast worden begroot op:

- griffierecht € 1.836,00

- kosten dagvaarding 83,71

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 2.735,71

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. veroordeelt Wild FM c.s. hoofdelijk om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis de overdracht van de zendvergunningen door Wild FM aan CRC ongedaan te maken en om van deze veroordeling mededeling te doen aan het Agentschap Telecom, vergezeld gaande van het verzoek aan het Agentschap Telecom om toestemming te verlenen voor de overdracht van de vergunningen door CRC aan Wild FM, zulks onder gelijktijdige toezending – per aangetekende post – van een kopie hiervan aan de advocaat van Broadcast (Postbus 458, 2130 AL Hoofddorp);

5.2. bepaalt dat Wild FM c.s. een dwangsom verbeurt van € 5.000,- voor iedere dag of gedeelte van een dag dat zij in gebreke blijft met de nakoming van het onder 5.1 gegeven gebod, met een maximum van € 50.000,-;

5.3. veroordeelt Wild FM haar verplichtingen uit de overeenkomst, voor zover zij hiertoe niet reeds op grond van het vonnis van 24 juli 2012 gehouden was, na te komen totdat deze overeenkomst rechtsgeldig zal zijn beëindigd dan wel in de bodemprocedure anders zal worden beslist;

5.4. bepaalt dat Wild FM een dwangsom verbeurt van € 5.000,- voor iedere dag of gedeelte van een dag dat zij in gebreke blijft met de nakoming van het onder 5.3 gegeven gebod, met een maximum van € 50.000,-;

5.5. veroordeelt Wild FM c.s. hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van Broadcast tot op heden begroot op € 2.735,71;

5.6. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.7. wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Walraven, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. J.W. Rouwendal, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 19 april 2013.?