Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ6593

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
08-04-2013
Datum publicatie
08-04-2013
Zaaknummer
13-693018-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

plofkraak op 12 augustus 2012 in Waalwijk

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/693018-12 (Promis)

Datum uitspraak: 8 april 2013

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [plaats] op [1993],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[adres], [postcode plaats],

gedetineerd in het Huis van Bewaring “[locatie]” te [plaats].

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 25 maart 2013.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. C.J. Cnossen en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. I. Aardoom-Fuchs, naar voren hebben gebracht.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is – na wijziging op de zitting – ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 11 augustus 2012 te Waalwijk, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk

een ontploffing teweeg heeft gebracht, immers heeft/hebben verdachte en/of een

of meer van zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk middels een of meer

slang(en)/pijp(en) vanuit een of meer gas/zuurstof-fles(sen) via een

geldautomaat (van de ABN-Amro bank) gas en/of zuurstof in een bij die

geldautomaat behorende kluis gebracht/getransporteerd en/of (vervolgens) dat

gas/die zuurstof middels een ontstekingsmechanisme ontstoken ten gevolge

waarvan die kluis en/of die geldautomaat (gedeeltelijk) is/zijn ontploft,

terwijl daarvan gemeen gevaar voor die geldautomaat en het gebouw waarin die

geldautomaat zich bevond en de belendende en nabij die geldautomaat gelegen

pand(en) te duchten was;

(Artikel 157 Wetboek van Strafrecht)

en/of

hij op of omstreeks 11 augustus 2012 te Waalwijk, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit (een kluis van) een

geldautomaat van de ABN-Amro bank heeft weggenomen een geldbedrag (133.360

euro), in elk geval enig goed/geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan

ABN Amro bank, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang

tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren)/geldbedrag(en) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door

- naar voornoemde geldautomaat toe te gaan en/of vervolgens

- met een voertuig tegen deze geldautomaat en/of de pui daar omheen zijn

gereden en/of vervolgens

- met gas en/of zuurstof, althans een of meer brandbare stof(fen), een

explosie/ontploffing heeft/hebben veroorzaakt waardoor (de kluis van)

voornoemde geldautomaat is geopend;

Artikel 311 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij op of omstreeks 11 augustus 2012 te Waalwijk, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een

personenauto (Audi, Quatro RS4) en/of twee, althans een, kentekenpla(a)t(en)

(voorzien van kenteken [kenteken]) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad,

terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het

voorhanden krijgen wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden,

dat het (een) door diefstal, in elk geval (een) door misdrijf verkregen

goed(eren) betrof;

(Artikel 416/417bis Wetboek van Strafrecht)

3. Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4. Waardering van het bewijs

4.1 Feiten en omstandigheden

4.1.1 De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.

4.1.2 Op 11 augustus 2011 te 04:00 uur wordt in Waalwijk een betaalautomaat van de ABN-Amrobank tot ontploffing gebracht. Er wordt een geldbedrag van – in ieder geval - € 133.360 buitgemaakt. Door de politie wordt het volgende waargenomen: een personenauto, Audi, waarop een technische actie is verricht, rijdt vanuit Diemen naar Waalwijk en stopt kort voor 04:00 uur in een straat grenzend aan de straat waar een geldautomaat van ABN-Amro in een pui is bevestigd. Een auto met een Pools kenteken ramt de pui met de geldautomaat. Kort daarna rijdt de Audi met grote snelheid naar Werkendam. Daar stopt de Audi. Vanuit de helikopter die de auto volgt wordt gezien, dat een passagier aan de rechterkant van de auto uitstapt en iets in de bosschages gooit. Op datzelfde moment, zonder dat de uitgestapte passagier weer is ingestapt, rijdt de Audi weg en gaat wederom met grote snelheid terug naar Diemen.

Daar aangekomen, verlaat de bestuurder de Audi en rent door de buurt terwijl hij iets over een schutting gooit. De bestuurder wordt nog steeds vanuit de helikopter gevolgd en in het oog gehouden. De persoon wordt aangehouden. Dit is verdachte. De route die verdachte heeft gelopen na het verlaten van de Audi, wordt met de hulp van een speurhond nagelopen. De hond vindt onder meer een paar weggegooide handschoenen.

Onderzoek levert op dat het voorwerp dat in Werkendam uit de auto is gegooid een tas betreft, met daarin een groot geldbedrag. Tevens worden daar handschoenen gevonden. Sporen die op de handschoenen zijn aangetroffen worden naar het NFI gestuurd om op DNA te worden onderzocht. Ook op handschoenen die in Diemen zijn gevonden wordt DNA onderzoek verricht.

Het NFI rapporteert dat op de handschoenen die in Werkendam worden aangetroffen sporen zijn aangetroffen die overeenkomen met het DNA van medeverdachte [medeverdachte]. Het NFI rapporteert dat de sporen op de in Diemen gevonden handschoenen overeenkomen met het DNA van verdachte.

Verdachte wordt ervan beschuldigd met een ander deze “plofkraak” te hebben gepleegd, waarbij verdachte de Audi heeft bestuurd.

Voorts wordt de verdachte ervan beschuldigd de Audi en de daarop bevestigde kentekenplaten te hebben geheeld, nu aangifte is gedaan dat deze voorwerpen eerder waren gestolen.

4.2 Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde.

4.3 Het standpunt van de verdediging

De verdachte erkent met de Audi naar Waalwijk te zijn gereden en vervolgens met het buitgemaakte geld naar Werkendam en na een stop terug naar Diemen.

De pui in Waalwijk is geramd door een VW Passat met een Pools kenteken. Betrokkenheid van de verdachte bij de explosie is daarmee niet vastgesteld.

De verdachte reed op verzoek van een derde in de Audi. Hij hoefde er niet van uit te gaan dat die auto gestolen was, evenmin als de daarop aangebrachte kentekenplaten.

4.4 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank komt op grond van de aangehechte bewijsmiddelen tot het oordeel dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander de plofkraak heeft gepleegd. De rechtbank is ook van oordeel dat de heling van de auto en kentekenplaten bewezen is. Het verweer van verdachte dat hij slechts op verzoek van een derde in de auto reed is onaannemelijk, nu de auto door verdachte is gebruikt als vluchtauto bij een plofkraak, waarbij gewoonlijk gestolen auto’s met vervalste kentekenplaten worden gebruikt en bij verdachte en zijn mededader sleutels en software zijn aangetroffen die bestemd zijn voor autodiefstal.

5. Bewezenverklaring

De rechtbank heeft op grond van de wettige bewijsmiddelen die in bijlage I zijn opgenomen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel – ook in onderdelen – slechts wordt gebruikt voor het bewijs van dat ten laste gelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, de overtuiging verkregen, en acht dan ook bewezen, dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gedaan heeft begaan met dien verstande dat verdachte

1.

op 11 augustus 2012 te Waalwijk tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk

een ontploffing teweeg heeft gebracht, immers hebben verdachte en zijn mededader toen aldaar opzettelijk middels een slang en een pijp vanuit een gas/zuurstof-fles via een

geldautomaat (van de ABN-Amro bank) gas en/of zuurstof in een bij die geldautomaat behorende kluis gebracht en vervolgens dat gas middels een ontstekingsmechanisme ontstoken ten gevolge waarvan die kluis en die geldautomaat gedeeltelijk zijn ontploft, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die geldautomaat en het gebouw waarin die geldautomaat zich bevond en de belendende en nabij die geldautomaat gelegen pand(en) te duchten was;

en

op 11 augustus 2012 te Waalwijk tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een kluis van een geldautomaat van de ABN-Amro bank heeft weggenomen een geldbedrag van 133.360 euro, toebehorende aan ABN Amro bank, waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en het weg te nemen geldbedrag onder hun bereik hebben gebracht door

- naar voornoemde geldautomaat toe te gaan en vervolgens

- met een voertuig tegen deze geldautomaat en de pui daar omheen zijn gereden en

- met gas en zuurstof een explosie hebben veroorzaakt waardoor (de kluis van) voornoemde geldautomaat is geopend;

2.

hij op 11 augustus 2012 te Waalwijk tezamen en in vereniging met een ander een

personenauto (Audi, Quatro RS4) en twee kentekenplaten (voorzien van kenteken [kenteken]) voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededader ten tijde van het voorhanden krijgen wisten dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6. De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8. Motivering van de straf

8.1. De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden, met aftrek van voorarrest.

8.1.2. Verdachte heeft uitgebreide documentatie op het gebied van vermogensdelicten, hij is een zogenaamde veelpleger.

De reclassering rapporteert dat hij absoluut niet wil meewerken aan reclasseringstrajecten.

Hoewel het dossier slechts bewijs voor het plegen van één plofkraak omvat zijn er veel aanwijzingen dat verdachte en zijn mededader zich intensief en professioneel bezighielden met het plegen van plofkraken en/of andere criminele activiteiten zoals autodiefstallen.

Tijdens de zoeking bij verdachte zijn aangetroffen:

- blanco autosleutels

- betalingsbewijzen waaruit blijkt dat geregeld (aanzienlijke) contante betalingen zijn gedaan

- zoekslagen op internet naar snelle wagens en software waarmee codes van autosleutels kunnen worden gelezen.

En tijdens de zoekingen bij de mede-verdachte zijn aangetroffen:

- blanco autosleutels

- valse kentekenplaten

- huurcontracten

- straten waarin zich banken bevinden

- een startonderbreker en een jammer

- verpakkingsmateriaal van gasflessen waarin stoffen geschikt voor plofkraken zijn opgeslagen.

Gemiddeld worden in Nederland 4 à 5 plofkraken per week gepleegd. De daders van deze plofkraken zijn moeilijk te traceren omdat de kraken veelal zeer professioneel worden uitgevoerd en de daders nauwelijks sporen achterlaten en gebruik maken van snelle gestolen voertuigen en jammers. Daarbij komt dat een geslaagde plofkraak al snel meer dan 100.000 euro oplevert. Dat maakt dit misdrijf zo lucratief. De verdachten handelden uit louter winstbejag en zij tonen geen spoor van berouw.

Gelet hierop en gelet op de maatschappelijke schade die deze plofkraken veroorzaken, het grote geldbedrag dat is buitgemaakt, de professionele werkwijze, de eerdere veroordeling van verdachten en de aanwijzingen dat verdachten zich intensief bezighielden met criminele activiteiten acht de officier van justitie voor beiden een aanzienlijke gevangenisstraf passend.

8.2. Het strafmaatverweer van de verdediging

De verdediging maakt er bezwaar tegen dat de officier van justitie in haar strafeis uitgaat van mogelijke betrokkenheid van verdachte bij andere plofkraken dan de onderhavige.

Het strafblad van verdachte lijkt groter dan het in werkelijkheid is: er staan ook vrijspraken op. Daarvoor ontving de verdachte weliswaar een schadevergoeding, maar de voorlopige hechtenis zorgde wel voor een onderbreking van het schooljaar. De verdachte is telkens na een ondergane detentie met goede moed weer aan een opleiding begonnen.

Verdachte kan impulsief gedrag worden verweten, maar hij heeft na al dit soort ervaringen ook een soort onverschilligheid ontwikkeld.

Verdachte staat gesignaleerd op de Top 600-lijst. Het reclasseringsrapport waar de officier op doelt is opgesteld na een diefstal waarvoor vrijspraak is gevolgd.

De moeder van verdachte heeft tegen de reclassering gezegd: hij is nu volwassen; als hij nu iets doet, is dat zijn eigen verantwoordelijkheid. Zoals het gezin nu in het rapport staat geportretteerd, wordt geen recht gedaan aan de situatie. Het wantrouwen ten opzichte van de reclassering is wel begrijpelijk.

Verdachte hoopt in september met een nieuwe opleiding te kunnen beginnen.

8.3. Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte en zijn mededader hebben zich schuldig gemaakt aan een zogenaamde plofkraak, een gewelddadige vorm van vermogenscriminaliteit.

Met behulp van explosief materiaal is een ontploffing is teweeggebracht waarna met een – gestolen- personenauto de gevel van het pand, waar de geldautomaat zich bevond, is ontzet. Daarop zijn verdachten met hoge snelheid en in het bezit van een groot geldbedrag ervandoor gegaan. Verdachte is ten slotte met onverantwoord hoge snelheid van Werkendam richting Diemen gereden.

Door deze actie hadden zowel op de plaats delict als op de terugweg persoonlijke ongelukken kunnen gebeuren. Verdachten hebben zich uitsluitend om hun eigen gewin bekommerd.

Dat de benadeelde bank het gestolen geld – grotendeels – heeft teruggekregen, is niet aan verdachten te danken.

Verdachten hebben deze actie op professionele wijze voorbereid en uitgevoerd met een gestolen, zeer snelle auto waarop ook weer gestolen kentekenplaten waren bevestigd.

Anderzijds is verdachte wel voor vermogensdelicten veroordeeld, maar niet voor zo’n zwaar delict als het onderhavige. De rechtbank heeft gelet op straffen die gebruikelijk voor soortgelijke delicten worden opgelegd en ook houdt de rechtbank, meer dan de officier van justitie, rekening met de zeer jeugdige leeftijd van verdachte.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden aanleiding bestaat bij de straftoemeting af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen 47, 57, 157, 311 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

10. Beslissing

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

1. medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweeg brengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is

en

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

2. medeplegen van opzetheling.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte [verdachte] daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 24 (vierentwintig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.L. Hillenius, voorzitter,

mrs. T.H. van Voorst Vader en E.J. Weller, rechters,

in tegenwoordigheid van E.J. Witteman, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 8 april 2013.