Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ6154

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
29-01-2013
Datum publicatie
03-04-2013
Zaaknummer
13/676326-11 (Promis)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 42 maanden wegens het medeplegen van een gewapende overval waarbij het slachtoffer in zijn knie is geschoten.

In onderhavige zaak heeft prof. dr. P.J. van Koppen onderzoek gedaan naar de herkenningsprocedure door verbalisanten. In zijn rapport oordeelt hij dat er een aantal fouten is gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat de door de verbalisanten gedane herkenningen, door de in het vonnis genoemde fouten bij de gebruikte procedure, niet meer als betrouwbaar kunnen worden aangemerkt en om die reden niet bruikbaar zijn voor het bewijs in de onderhavige zaak. De bewezenverklaring is gegrond op andere bewijsmiddelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/676326-11 (Promis)

Datum uitspraak: 29 januari 2013

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [plaats] op [1989],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[adres], [postcode] [plaats].

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 14 en 15 januari 2013.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. S.M. Hoogerheide en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. S. Urcun, naar voren hebben gebracht.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 03 februari 2011 te Duivendrecht, gemeente Ouder-Amstel, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van 70 euro, althans een of meer geldbedrag(en) en/of een horloge en/of een jas (merk: Coolcat) en/of een (zwart) tas(je) (inhoudende 2, althans een of meer [mobiele] telefoon[s] [type Blackberry] en/of een rijbewijs en/of kentekenpapieren en/of een of meer sleutel[s]) en/of een of meer broek(en) en/of een of meer schoen(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [A] en/of een (tot op heden) onbekend gebleven persoon, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [A], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat verdachte en/of zijn mededader(s) naar die [A] zijn toegelopen en/of (vervolgens)

- die [A] heeft/hebben vastgegrepen en/of vastgepakt en/of vastgehouden en/of

- die [A] naar een loods/opslagruimte heeft/hebben gebracht en/of

- (in die loods/opslagruimte) tape op de mond, athans op het gezicht, van die [A] heeft/hebben geplakt en/of de handen van die [A] (met [een tie-wrap[s]) op zijn rug heeft/hebben vastgebonden en/of

- die [A] (tegen het lichaam) heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt en/of

- (nadat die [A] ten val was gekomen) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op het hoofd van die [A] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of

- die [A] (telkens) (dreigend) de woorden heeft/hebben toegevoegd: "Geef me je geld" en/of "Kijk, het is echt dus je moet ons serieus nemen" en/of "Ik heb 1 kogel, laat me die niet door je hoofd schieten", althans (telkens) woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking;

2.

hij op of omstreeks 03 februari 2011 te Duivendrecht, gemeente Ouder-Amstel, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [A], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen naar die [A] is toegelopen en/of toegegaan (terwijl die

[A] was vastgebonden), waarna hij verdachte en/of zijn mededader(s) die [A] in de knie, althans in het been heeft/hebben geschoten;

3. Voorvragen

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat door het Openbaar Ministerie bij de start van het onderzoek fouten zijn gemaakt, nu de procedure waarbij een herkenning door verbalisanten van verdachte is gedaan, niet volgens de voorgeschreven regels is gegaan. Het lijkt wellicht of er slechts onzorgvuldig is gehandeld, maar dit is niet zo, omdat het gaat om getrainde, deskundige politiemensen die weten wanneer een Oslo- en Fosloconfrontatie dient te worden ingezet, maar die dit desondanks hebben nagelaten. Derhalve gaat het om een doelbewuste en grove schending van de beginselen van een behoorlijke procesorde, waardoor de belangen van verdachte zijn geschaad en dient het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te worden verklaard, aldus de raadsman.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er weliswaar sprake is geweest van onzorgvuldigheden bij de herkenningen, maar dat deze niet van zodanige aard zijn dat deze zouden moeten leiden tot niet-ontvankelijkheid in de vervolging.

De rechtbank overweegt dat niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie volgens vaste rechtspraak pas aan de orde is indien sprake is van ernstige inbreuken op de beginselen van een behoorlijke procesorde, waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekort gedaan.

Prof. dr. P.J. van Koppen heeft onderzoek gedaan naar de herkenningsprocedure in deze zaak en daarvan een rapport, gedateerd op 13 april 2012, opgemaakt. De rechtbank volgt de deskundige in zijn constatering in zoverre dat de herkenningsprocedure door de verbalisanten onhandig is uitgevoerd en dat daarbij fouten zijn gemaakt. Van een ernstige inbreuk op de beginselen van een behoorlijke procesorde, zoals bedoeld in de hiervoor aangehaalde rechtspraak door het niet uitvoeren van een (F)OSLO confrontatie is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. Het beroep op niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie wordt daarom verworpen.

Overige voorvragen

De dagvaarding is geldig en deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4. Rechtmatigheid van de bewijsvoering

4.1. Het standpunt van de raadsman

De raadsman heeft gesteld dat de bewijsgaring onrechtmatig is geweest en daartoe het volgende aangevoerd.

De confrontaties zijn niet volgens de voorgeschreven regels gegaan. De rechtbank begrijpt dat de raadsman doelt op de in het Besluit toepassing maatregelen in het belang van het onderzoek. De herkenningsprocedure heeft – aldus de raadsman – plaatsgevonden aan het begin van het onderzoek. De herkenningen zijn sturend geweest voor de start van het onderzoek in deze zaak. Alle verkregen resultaten, die rechtstreeks voortvloeien uit de herkenningsprocedure waarvan reeds is aangetoond dat deze niet correct heeft plaatsgevonden, dienen als onrechtmatig te worden aangemerkt en van eventueel bewijs te worden uitgesloten.

4.2. Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de herkenningen van verdachte door de Hilversumse verbalisanten voor het bewijs kunnen worden gebruikt. Volgens de officier van justitie ziet deskundige Van Koppen de Osloconfrontatie eigenlijk als enige methode voor het herkennen van personen. Deze methode wordt in Nederland niet vaak gebruikt, ook in onderhavige zaak niet. Ten aanzien van voornoemde herkenning kan worden gesteld dat deze minder goed is uitgevoerd dan wenselijk. De consequentie van bewijsuitsluiting voert te ver. Volstaan kan worden met de enkele constatering dat de herkenning niet geheel volgens de regelen der kunst is gegaan.

4.3. Het oordeel van de rechtbank

Anders dan de raadsman heeft betoogd is de bewijsgaring niet onrechtmatig geweest. Het enkele feit dat de procedure bij de herkenningen van verdachte door de Hilversumse verbalisanten zich in meerdere opzichten niet verdraagt met in het Besluit toepassing maatregelen in het belang van het onderzoek en met de aan dit besluit ten grondslag liggende inzichten, maakt deze confrontaties niet onrechtmatig. De wijze van handelen van verbalisanten bij de herkenning van verdachte is wel van invloed op de bewijswaarde van het resultaat, zoals blijkt uit de verdere inhoud van dit vonnis.

5. Waardering van het bewijs

5.1 Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft bewezenverklaring gevorderd van het onder 1 en 2 ten laste gelegde en daartoe onder meer gewezen op de verklaring van aangever, die wordt ondersteund door de camerabeelden, de Opel Astra met een deuk aan de rechterzijde die op de camerabeelden te zien is en welke auto gelijkend is aan de auto die op naam staat van verdachte, de herkenning van verdachte door een verbalisant, de tijdens de doorzoeking op het adres van verdachte aangetroffen telefoon die toebehoort aan het slachtoffer, het onderzoek waaruit blijkt dat de desbetreffende dag door verdachtes telefoon naar het nummer van aangever is gebeld en de OVC-gesprekken. Ook de herkenning door de Hilversumse verbalisanten weegt mee voor het bewijs, omdat niet is komen vast te staan dat de verbalisanten zodanig beïnvloed waren dat er altijd een positieve herkenning heeft moeten uitkomen.

Het stilzwijgen van verdachte kan, op grond van vaste rechtspraak, de rechter sterken in zijn oordeel omtrent de juistheid van een bepaalde interpretatie van de bewijsmiddelen. Dat is ook in onderhavige zaak aan de orde, aldus de officier van justitie.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat sprake is van een zo nauwe en bewuste samenwerking dat er ook ten aanzien van het schieten voldoende bewijs is voor het medeplegen. Aan elk van de overvallers kan het schieten in gelijke mate worden aangerekend. Vanaf het begin van de overval is gebruik gemaakt van geweld en bedreiging met geweld. Het is duidelijk dat alle verdachten wisten dat er een vuurwapen meegenomen was, nu dit onmiddellijk bij binnenkomst getrokken is. Geen van hen heeft zich hiervan gedistantieerd, aldus de officier van justitie.

5.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Hij heeft hiertoe het volgende aangevoerd.

Deskundige Van Koppen heeft omtrent de vermeende herkenningen een rapport opgesteld waaruit een vijftal fouten, waaronder het zogenaamde verwachtingseffect, blijken en waarin hij concludeert dat aan de verklaringen van de Hilversumse verbalisanten geen serieuze bewijswaarde kan worden toegekend.

Volgens Van Koppen heeft de rechtbank, net als de Hilversumse politiemensen, een verwachtingseffect, zodat aan de mogelijke herkenning van verdachte op de getoonde camerabeelden door de rechtbank evenmin waarde kan worden gehecht.

Het stilzwijgen van verdachte kan de rechtbank niet sterken in haar oordeel omtrent de juistheid van een bepaalde interpretatie van de bewijsmiddelen. Het arrest van de Hoge Raad uit 1997 (NJ 1997, 584) is niet van toepassing in onderhavige zaak, nu sprake is van veel verdachten, veel camerabeelden en veel bevindingen van de politie.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde heeft de raadsman voorts het volgende aangevoerd.

Niet alle verdachten kunnen verantwoordelijk worden gehouden voor wat er in de opslagbox met betrekking tot het schieten gebeurd zou zijn, nu niet kan worden vastgesteld wie geschoten heeft en hierover door de medeverdachten niets is verklaard. Het is niet aannemelijk dat alle verdachten wisten dat één van de verdachten een pistool had en hiermee ook zou schieten. Met betrekking tot het schieten is dan ook geen sprake van een bewuste en nauwe samenwerking.

Het slachtoffer heeft geen zwaar lichamelijk letsel opgelopen; uit de beelden blijkt dat hij na het schietincident nog spullen heeft opgeruimd in de opslagbox en daar heeft rondgelopen. Uit het letsel blijkt dat er nimmer opzet is geweest om het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Als het slachtoffer was beschoten door een persoon die het opzet hierop wel had gehad, dan zou het slachtoffer wellicht gehandicapt door het leven zijn gegaan.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

De herkenningen door de Hilversumse verbalisanten

Op 12 april 2011 hebben verbalisanten [B], [C] en [D] camerabeelden van onderhavige zaak bekeken en op de bewegende beelden zonder enige twijfel verdachte en medeverdachte [E] herkend. Deze verbalisanten hadden deze twee verdachten aangehouden dan wel verhoord in verband met een feit dat zou zijn gepleegd op 9 februari 2011. De verbalisanten zijn over de gang van zaken met betrekking tot de herkenning gehoord door de rechter-commissaris. Vervolgens is onderzoek verricht door prof. dr. P.J. van Koppen, die hierover voornoemd rapport, gedateerd op 13 april 2012, heeft opgemaakt. Hij heeft geoordeeld dat een aantal fouten is gemaakt die ervoor zorgen dat het resultaat van de confrontatie van nul en generlei waarde is om in bewijstechnische zin onderscheid te maken tussen het scenario waarin de Hilversumse politiemensen de twee verdachten werkelijk herkenden en het scenario waarin de Hilversumse politiemensen om welke andere reden dan ook de twee verdachten zeiden te herkennen.

De rechtbank stelt voorop dat zij van oordeel is dat het rapport van de deskundige goed is gemotiveerd. Het rapport kent een zorgvuldige opbouw en een navolgbare conclusie. Ten aanzien van de inhoud onderschrijft de rechtbank de volgende gemaakte fouten:

‘(…) De politiemensen wisten wat er van hen werd verwacht: het herkennen van [verdachte] en [E]. Dat heeft een verwachtingseffect gecreëerd. Zo’n verwachtingseffect houdt in dat de politiemensen uit Hilversum al voor hun komst wisten dat zij zouden worden geconfronteerd met videomateriaal met daarop [verdachte] en [E]. Een dergelijke verwachting kan er zelfstandig voor zorgen dat de politiemensen menen de twee verdachten te zien, zelfs als de daders in werkelijkheid andere personen waren. (…) Van de twee Amsterdamse collega’s die aanwezig waren bij de confrontatie wist tenminste één wie op de beelden [verdachte] en [E] zouden moeten zijn. (…) De [Hilversumse] politiemensen namen met z’n drieën deel aan de herkenningsprocedure. Daardoor is het geheel onduidelijk geworden wat elk van de drie nu van de beelden vond en welke invloed zij op elkaar hebben uitgeoefend. (…)’

De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat de door de drie verbalisanten uit Hilversum gedane herkenningen, door de genoemde fouten bij de gebruikte procedure, niet meer als betrouwbaar kunnen worden aangemerkt en om die reden niet bruikbaar zijn voor het bewijs in de onderhavige zaak.

De waarneming door de rechtbank

In voornoemd deskundigenrapport, gedateerd op 13 april 2012, schrijft Prof. van Koppen dat niet wordt aangeraden dat de rechter zelf het uiterlijk van de verdachten vergelijkt met de beelden van de overval, omdat hierbij zich het probleem van het verwachtingseffect voordoet. Hij verwijst hierbij naar de herkenningen zoals gedaan door de Hilversumse politiemensen.

De rechtbank merkt hierover op dat zij, anders dan de Hilversumse politiemensen, zoals hierna onder de bewijsmiddelen is omschreven, slechts gelijkenissen waarneemt, wat niet gelijk is te stellen met een zogenaamde 100%-herkenning. Voorts merkt de rechtbank op dat haar waarneming zich niet beperkt tot de gelijkenissen met de verdachte, maar ook ziet op de beschrijving van de feitelijke gang van zaken tijdens de overval en de kleding die gezien wordt. Ten slotte dienen de waarnemingen van de rechtbank in onderhavige zaak als ondersteunende factor voor de overige in het dossier aanwezige bewijsmiddelen. De rechtbank is derhalve van oordeel dat haar waarneming conform de artikelen 339 jo 340 van het Wetboek van Strafvordering tot het bewijs kan bijdragen.

Zwijgrecht

Volgens vaste rechtspraak (zie onder meer HR 3 juni 1997, NJ 1997, 584) kan de rechter het zwijgen van de verdachte in de bewijsoverwegingen betrekken, indien de verdachte daardoor geen redelijke verklaring geeft voor belastende omstandigheden.

De voorzitter van de rechtbank heeft ter terechtzitting het dossier voorgehouden en verdachte, ten aanzien van de aanwezigheid van de telefoon die toebehoorde aan aangever in zijn woning en ten aanzien van het telefonisch contact dat tussen het nummer van verdachte en het nummer van aangever op de pleegdatum heeft plaatsgevonden, om een verklaring gevraagd en hem vervolgens gewezen op de mogelijke consequenties van een beroep op zijn zwijgrecht. De verdachte heeft vervolgens aangegeven dit te begrijpen, maar toch geen antwoord te geven op de gestelde vragen.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn voornoemde belastende omstandigheden, in samenhang met de overige bewijsmiddelen, redengevend voor het bewijs, mede vanwege het feit dat verdachte hiervoor geen enkele andere, die redengevendheid ontzenuwende verklaring heeft gegeven. Dat in onderhavige zaak sprake is van veel verdachten, veel camerabeelden en veel bevindingen, zoals door de raadsman is aangevoerd, doet hieraan niet af.

Overwegingen omtrent het onder 2 ten laste gelegde:

Medeplegen

De rechtbank stelt voorop dat uit het proces-verbaal van bevindingen van 18 februari 2011, opgemaakt door [F] met betrekking tot de camerabeelden van Huureenbox op 3 februari 2011 tussen 17.15 uur en 18.40 uur blijkt dat elk van de overvallers een aandeel in de feitelijke gebeurtenissen in de opslagloods heeft gehad. Zo zijn alle personen bij binnenkomst achter de wegrennende aangever aangerend, en hebben zij allen dozen met goederen meegenomen. Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat daarnaast ook sprake is van medeplegen van het onder 2 ten laste gelegde door met een vuurwapen op aangever te schieten.

De rechtbank heeft op de camerabeelden waargenomen dat, als de vijf overvallers binnenkomen in de gang boven, de als eerste binnenkomende persoon meteen een op een vuurwapen gelijkend voorwerp naar voren richt en dat de overige personen hem direct volgen. De rechtbank leidt hieruit af dat alle overvallers zich van meet af aan bewust moeten zijn geweest van de aanwezigheid van een vuurwapen of een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in de groep.

Aangever heeft verklaard dat – enige tijd na binnenkomst van de overvallers, zo begrijpt de rechtbank de aangifte – een pistool op zijn hoofd werd gericht door één van de overvallers. Deze persoon haalde het magazijn eruit met de woorden: “Kijk, het is echt dus je moet ons serieus nemen”. De rechtbank constateert dat deze persoon in dit dreigement refereert aan een vuurwapen en aan de groep als geheel, die serieus genomen moet worden. Gelet op de locatie – een kleine opslagruimte met een gangetje ernaast – kan een en ander de andere overvallers ook niet zijn ontgaan. Daarna uit deze persoon nog een dreigement. Vervolgens wordt daadwerkelijk op aangever geschoten en wordt hij ook geraakt, zoals hiervoor reeds is overwogen. Alle overvallers kijken vervolgens ieder afzonderlijk even de ruimte in waar aangever is en gaan vervolgens weg.

Uit de bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd, leidt de rechtbank af dat het verdachte is geweest, die op aangever heeft geschoten.

De rechtbank beschouwt het daadwerkelijk schieten door verdachte op aangever op grond van voorgaande beschrijving van de gebeurtenissen als sluitstuk van de gezamenlijk uitgevoerde overval, waarbij elk van de overvallers bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zou worden geschoten, zodat zij elk als medepleger daarvoor verantwoordelijk kunnen worden gehouden. Het verweer van de raadsman wordt verworpen.

Opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel

Aan verdachte is poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel ten laste gelegd. Zoals reeds is overwogen kan worden bewezen dat verdachte en zijn mededaders aangever in zijn knie hebben geschoten.

Naar het oordeel van de rechtbank kan het opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bewezen worden verklaard. Immers hebben verdachte en zijn mededaders, door in de knie van aangever te schieten, bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat aangever ernstiger gewond zou raken. Het is een feit van algemene bekendheid dat een door een wapen afgevuurde kogel naar zijn aard veel schade aan een lichaam kan aanrichten. De knie kan als een kwetsbaar deel van een been worden beschouwd. Dat de schade aan aangevers knie beperkt is gebleven, is geenszins te danken aan het handelen van verdachte en zijn mededaders. Het verweer van de raadsman wordt derhalve verworpen.

5.4. Gebruikte bewijsmiddelen

Ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde:

1. Een proces-verbaal van aangifte met nummer PL132C 2011029833-1 van 7 februari 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar. [G], doorgenummerde pag. C001-C006.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van aangever [A], zakelijk weergegeven:

Op donderdag 3 februari 2011 werd te Duivendrecht, binnen de gemeente Ouder-Amstel het feit gepleegd. De opslagplaats die ik huur is gevestigd aan de [adres 1] te Duivendrecht. Afgelopen donderdag heb ik klanten geholpen in dezelfde loodsruimte te Duivendrecht. Er zouden twee klanten een paar kledingstukken ophalen. Die klanten belden mij op. De afspraak was anderhalf à twee uur daarvoor gemaakt. De klanten kan ik als volgt omschrijven:

NN1

- Driehoekig hoofd.

- Surinaamse afkomst.

- Dun postuur.

NN2

- Afrikaan

- Normaal postuur

Bij het pand aangekomen gingen we met de lift naar boven. Boven aangekomen deed ik de loods open en toen keken ze en toen hebben ze één schoen (de rechtbank begrijpt: één paar schoenen) gekocht. Nadat de klanten waren vertrokken, hoorde ik de tussendeur. Ik liep de loods uit om te kijken wie er aankwamen en toen zag ik de twee klanten van daarvoor (NN1 en NN2) met drie andere voor mij onbekende mannen. Toen ik dat zag ben ik meteen weggerend. Ik rende de andere kant uit dan waar de lift zit. Ik hoopte de noodtrap te vinden, maar ik kwam weer op hetzelfde punt uit en toen pakten ze mij. Ik heb niet gezien wie mij vastgreep. Dit was een meter van de ingang van de loods. Ze brachten mij naar de loods en plakten tape op mijn mond. Ze wilden ook mijn handen vastmaken met tie-wraps en bonden mijn handen op mijn rug vast. Ze waren heel gewelddadig. Ze gingen me meteen slaan en schoppen. Ik voelde direct hevige pijn. Ze riepen van alles, dingen in de trant van: "Geef me je geld!" Ik had 70 euro op zak, 50 euro die ik zojuist had gekregen van de klanten NN1 en NN2 en 20 euro van mezelf. Dat zat los in mijn broekzak en dat graaiden ze uit mijn broekzak. Ik weet niet meer wie dat precies deed, ik voelde overal handen. NN3 trok mijn horloge van mijn pols. Ik viel door het geweld van de klappen op de grond. NN1 richtte een pistool op mijn hoofd. Ik voelde het pistool op mijn hoofd. Het was een zwart lang pistool met een geluiddemper erop. Hij haalde het magazijn eruit en zei iets van: "Kijk, het is echt dus je moet ons serieus nemen." Hij zei: "Ik heb 1 kogel, laat me die niet door je hoofd schieten." Toen deed hij dat magazijn weer terug in het pistool. Uit het niets schoot hij mij toen in mijn knie. Ik zei iets over de camera's. Ik zei: "Jongens, jullie staan op camera's" en toen gingen ze opeens allemaal weg. Toen ze weg waren voelde ik bloed in mijn knie en zag ik dat ik echt beschoten was. Ze hebben mijn jas meegenomen. Het is een zwarte glimmende jas van Coolcat. In mijn jas zat mijn autosleutel. Ze hebben ook mijn zwarte sidetasje meegenomen. Hierin zaten twee Blackberry's, rijbewijs, kentekenpapieren en mijn huissleutels. Ze hebben ook broeken en schoenen uit de loods meegenomen. Ik ben donderdagavond gelijk naar het ziekenhuis geweest, het OLVG.

2. Een proces-verbaal van verhoor aangever met nummer PL2542 2011010365-4 van 10 februari 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar. [H], doorgenummerde pag. C012, C013.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op 10 februari 2011 hoorde ik te Almere als aangever: [A]. De aangever verklaarde:

10 februari 2011, vandaag, zat ik in een auto in Almere. Ik zag een manspersoon voor langs de auto lopen. Deze manspersoon kwam mij bekend voor. Deze manspersoon was betrokken bij de overval, locatie opslagloods "huur een box" te Duivendrecht. Ik volgde deze manspersoon met mijn ogen. Deze manspersoon stopte en keek om. Ik zag zijn gezicht en hij had een jas aan welke was gestolen bij de overval. Deze jas is een zwarte glimmende Moncler met witte strepen en hij had zwarte Dior schoenen aan die waren gestolen uit de loods waar ik ben overvallen. In een flits herkende ik hem. Vervolgens ben ik uit de auto gesprongen en ben direct achter deze manspersoon aan gerend. Kort daarna kwam de politie aangereden. Deze hield de man aan achter wie ik aan gerend heb en die ik herkende van de overval van donderdag 03 februari.

3. Een proces-verbaal van aanvullende aangifte met nummer 2011029833-33 van 15 februari 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [J] en [K], doorgenummerde pag. C19- C23.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van aangever:

Nummer 06-22349767, is het nummer van de telefoon, waarmee ik 112 heb gebeld.

4. Een proces-verbaal van verhoor aangever met nummer PL132C 2011029833-49 van 9 maart 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [L] en [M], doorgenummerde pag. C24, C25.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van aangever:

De volgende goederen zijn van mij ten tijde van de overval weggenomen:

- Een jas van het merk Moncler, kleur zwart, lengte tot op de heupen;

- 1 GSM Blackberry 9000black, imei [nummer 1];

- 1 GSM Blackberry 8520 Curve (prepaid) nummer [nummer 2], imei [nummer 3];

- Een aantal schoenen van het merk Lanvin en Dior;

- Broeken van het merk True Religion.

5. De verklaring die de getuige [A] ter terechtzitting heeft afgelegd, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 3 februari 2011 hebben de klanten mij gebeld. Er werd gebeld met een onbekend nummer. Ik heb gevraagd te bellen met nummerweergave en toen zij dat deden heb ik met ze afgesproken. Ik heb ze opgehaald bij de McDonalds bij Spaklerweg. Die twee jongens gingen bij mij in de auto en wij zijn toen naar de opslag gegaan. Ze hebben wat spullen in de loods bekeken. Toen hebben ze één schoen, waarmee ik bedoel één paar schoenen, gekocht en zijn ze weggegaan.

De overvallers waren met zijn vijven. Ze hebben een paar dozen meegenomen met daarin schoenen en jassen. Ik denk dat zij twee tot vier dozen hebben weggenomen. Bij benadering gaat het om tien tot twintig jassen, tien tot twintig paar schoenen en twintig tot dertig shirts. Er zijn ook spijkerbroeken meegenomen. De jassen waren van het merk Moncler. De schoenen waren van de merken Lanvin, Dolce&Gabbana en Dior. Ik weet zeker dat in de dozen jassen en schoenen zaten.

Het klopt dat ik in mijn knie werd geschoten. De licht getinte man die eerst bij mij kwam om schoenen te kopen heeft mij in mijn knie geschoten. Het klopt dat is gezegd: "Ik heb 1 kogel, laat me die niet door je hoofd schieten." Het klopt dat het pistool ook is getoond. Er is mij een kogel getoond en voornoemde is gezegd. Toen werd niet geschoten. Daarna waren ze bezig met de dozen. Één à twee minuten later is geschoten.

De jongste rechter laat mij een foto zien van een spijkerbroek op pagina F76 van het dossier. Ik herken die spijkerbroek. Deze is van het merk True Religion. Ik verkocht in die tijd zulke broeken. De jongste rechter toont mij een foto zien op pagina F66 van het dossier waarop zwarte schoenen met witte randjes staan. Ik herken die schoenen. Ik verkocht die ook. Het betreft schoenen van het merk Dior. De jongste rechter toont mij een foto van een jas op pagina F80 van het dossier. Deze verkocht ik ook. Het betreft een jas van het merk Moncler.

Er zijn twee Blackberry's van mij gestolen. Ik heb de imeinummers van die telefoons doorgegeven. De jongste rechter zegt mij dat de politie onderzoek heeft gedaan naar die telefoons en dat één imeinummer hoort bij een telefoon die op naam stond van [N]. Dat is de naam van mijn moeder.

Op een vraag van de officier van justitie ten aanzien van mijn verklaring dat ik werd gebeld door de mannen om schoenen te kopen, antwoord ik dat ik ook ben ge-sms't.

De persoon die ik op straat heb gezien, herkende ik aan zijn gezicht natuurlijk. Ik herkende hem aan de schoenen, de jas die hij aanhad en zijn gezicht. De jas en schoenen die ik in de loods had, had hij aan. Het betrof een jongen die ook als eerste mee was en die ik bij de McDonalds had opgehaald.

6. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2011029833-26 van 10 februari 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [O] en [K], doorgenummerde pag. E028-E30.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisanten, zakelijk weergegeven:

Op 10 februari 2011 is de cel van verdachte [P] in [locatie] te [plaats] doorzocht. Op het bureau in een witte schaal werd een zwarte baseball pet aangetroffen. Wij zagen dat de pet boven de klep was voorzien van een oranje verticale streep. Deze pet is in beslag genomen. Op de bovenste plank rechts, van een kast, werd onder kleding, een drietal notities aangetroffen en in beslag genomen.

7. Een proces-verbaal met nummer PL132C 2011029833-43 van 23 februari 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [Q] en [K], doorgenummerde pag. E60-E63.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van verdachte [P], zakelijk weergegeven:

Telefoonnummer [nummer 4] is mijn telefoonnummer, dat is van een Nokia. Dat is die zwarte telefoon, die had ik bij mij toen ik werd aangehouden.

8. Een proces-verbaal met nummer 2011029833 van 11 februari 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [R], niet doorgenummerd met als bijlage een geschrift, p1 t/m 36 met opschrift Examination Report Details.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisant, zakelijk weergegeven:

Aan mij werd een in beslag genomen GSM, merk Nokia, type 8600 Luna en voorzien van het imeinummer [nummer 5] overhandigd, in het kader van onderzoek.

Middels het programma UFED heb ik de in het geheugen van de telefoon staande data inzichtelijk gemaakt. Hierna zij deze gegevens door mij uitgeprint en bij dit proces-verbaal gevoegd.

Telefoonnummer

Ten einde het bij de simkaart behorende telefoonnummer te achterhalen heb ik de code *#102# ingevoerd. Ik zag dat hierop de volgende tekst op het display verscheen: Your Lycamobile Number is [nummer 4]

Op pagina 7 van het als bijlage bij dit proces-verbaal gevoegde Examination Report wordt onder telefooncontacten vermeld:

Tony 2 (Geheugen: Telefoon)

Algemeen: [nummer 6]

9. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL132C 2011029833-57 van 22 maart 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [J], doorgenummerde pag. E54-E58.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op 10 februari 2011 liep aangever op straat in Almere waarna aangever de verdachte Darko zag lopen en onder meer herkende aan de zwarte Monclerjas. Hierop heeft de aangever de politie gealarmeerd, waarna [P] is aangehouden. De zwarte Monclerjas is hierop inbeslaggenomen voor nader onderzoek, voorts zijn hier foto's van gemaakt (foto 2 tot en met foto 4).

10. Een proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming met nummer PL2542 2011010365-6 van 10 februari 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [S], doorgenummerde pag. F016-F018.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisant, zakelijk weergegeven:

Beslag onder de verdachte [P].

Object : Kleding (jas)

Kleur : Zwart

Bijzonderheden : Glimmend materiaal

Object : Schoeisel (schoen)

Aantal/eenheid : 1 paar

Merk/type : Dior

Kleur : Zwart

Bijzonderheden : Witte streep

11. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2011029833-47 van 7 maart 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [M], doorgenummerde pag. E64-E70.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisant, zakelijk weergegeven:

In het door verbalisanten [T] en [U] opgemaakte proces-verbaal van bevindingen onder het kopje "Inbeslaggenomen goederen" staat onder andere het volgende goed vermeld:

Beschreven brief plaats delict

Betrokken

Categorie omschrijving : Boek/drukwerk/document (4000259)

Object : Papier

Aantal/eenheid : 1 vel

Land : Nederland

Spoor identificatienr. : [nummer 7]

Bijzonderheden : Aangetroffen op parkeervak t/o nr. 5

papier is beschreven

Op 10 februari 2011 werd tijdens de, met toestemming van de verdachte [P], in zijn cel in

de jeugdinrichting "[locatie]" te [plaats], uitgevoerde doorzoeking een drietal notities op de bovenste plank van een kast onder de kleding aangetroffen en in beslag genomen.

Betrokken

Categorie omschrijving : kantoorartikelen (4003096)

Object : Schrijfgerei

Aantal/eenheid : 4

Land : Nederland

Bijzonderheden : Een viertal witte briefkes met notities

Bij onderzoek aan deze in beslag genomen briefjes bleek dat er op twee briefjes diverse namen stonden vermeld, die hieronder worden weergegeven:

Notitie 1:

[V],

[1989]

[plaats]

NL

[adres 2]

[postcode] [plaats]

[nummer 8] / [V]

[W]

[1987]

[plaats]

NL

[nummer 9] / [W]

[nummer 10]

(…)

Ik bekeek het voorwerp: SIN [nummer 7] / Item 4000259. Nadat ik de notities die uit de cel van de verdachte [P] in beslag waren genomen naast het beschreven vel papier legde, zag ik dat er de volgende overeenkomsten waren met notitie I, namelijk:

[V]

[1989]

[plaats]

NL [nummer 11]

Oranje

[W]

[1987]

[plaats]

NL

[nummer 6]

[adres 2]

[postcode]

Ik nam telefonisch contact op met de verbalisanten [T] en [U], die het onderzoek op de plaats delict hadden uitgevoerd. Verbalisant [T] deelde mee dat verbalisant [U] de goederen op de plaats delict in beslag had genomen en daarna had verpakt. Het vel beschreven papier was bij de overige goederen zoals de dozen en deksels op straat tegen de stoeprand aangetroffen en in beslag genomen.

12. Een proces-verbaal van verhoor getuige met nummer 2011029833-36 van 17 februari 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [Q], doorgenummerde pag. D28, D29.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van getuige [X], zakelijk weergegeven:

Op 3 februari 2011 omstreeks 18:30 uur bevond ik mij in een personenauto. We reden net weg toen, op de [adres 1], ter hoogte van waar het bedrijf "Huur een box" is gevestigd mij een auto opviel die hard wegreed uit een parkeerhaven. Ik zag namelijk dat een personenauto, grijs van kleur en een klein ouder model, uit een van de parkeervakken recht tegenover het bedrijf "Huur een box" snel optrok. Ik zag dat de auto achteruit ingeparkeerd stond, omdat hij vooruit het parkeervak verliet. Ik zag dat er vier of vijf personen in de auto zaten. Ik zag dat de auto zwaar beladen was, omdat de achterkant van de auto opvallend naar beneden hing. Ik zag dat de auto aan de rechterzijde deuken had.

13. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2011029833-66 van 11 april 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [Y], [Q], [F] en [L], doorgenummerde pag. E1-9-E1-15.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisanten, zakelijk weergegeven:

Uit het RDW computersysteem blijkt dat de verdachte [verdachte] kentekenhouder is vanaf

03-01-2011 van een grijskleurige Opel Astra met kenteken [kenteken 1].

Op 6 april 2011 stelde ik, verbalisant [L] een onderzoek in langs de [straatnaam] ter hoogte van perceel [adres 3] te Amsterdam. Daar zag ik de grijskleurige Opel Astra met kenteken [kenteken 3] staan. Ik zag dat er tussen het rechterachterwiel en het rechterportier een grote deuk zichtbaar was.

14. Een proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming met nummer 2011029833-87 van 20 april 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [Q], doorgenummerde pag. F60-F62.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisant, zakelijk weergegeven:

Het genoemde voorwerp is aangetroffen tijdens doorzoeking in de cel van verdachte [verdachte] in Penitentiair Inrichting Rotterdam.

Ik, rapporteur, heb het volgende voorwerp in beslag genomen:

Categorie omschrijving : Kleding en schoeisel (4046331)

Object : Broek

Aantal/eenheid : 1

Merk/type : True Religion

Kleur : Blauw

Bijzonderheden : Maat 34/34

15. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2011029833-100 van 26 april 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [J], doorgenummerde pag. E1-60.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op 20-04-2001 (de rechtbank begrijpt: 2011) vond een doorzoeking plaats aan het

[adres 4] te [plaats]. Hierbij zijn verschillende goederen in beslag genomen in de slaapkamer op de eerste etage van de woning. De in beslag genomen goederen worden onderstaand nader beschreven:

Twee mobiele telefoons van het merk Blackberry Bold 9000, zwart van kleur.

Twee paar schoenen van het merk Lanvin, zwart van kleur, in een witkleurige plastictas met opdruk. Aangetroffen onder de matras van het tweepersoonsbed.

16. Een proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming met nummer 2011029833-95 van 21 april 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [L], doorgenummerde pag. F54-F56.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisant, zakelijk weergegeven:

Geconstateerd: aangetroffen in een witte plastic tas, in slaapkamer van [verdachte] op de 1e verdieping. Witte tas lag onder de matras van het bed.

Ik, rapporteur, heb de volgende voorwerpen in beslag genomen:

Categorie omschrijving : Kleding en schoeisel (4046688)

Object : Schoeisel (Schoen)

Aantal/eenheid : 2 paar

Kleur : Zwart

Bijzonderheden : Aangetroffen in witte plastic tas slaapkamer [verdachte].

17. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL132C 2011029833-97 van 21 april 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [J], doorgenummerde pag. E1-61.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisant, zakelijk weergegeven:

Om vast te stellen van welke slaapkamer [verdachte] gebruikt maakt, werd aan

[Z] gevraagd van welke slaapkamer zij gebruik maakt. Hierop zei zij dat dit de slaapkamer boven is. Hierop vroeg ik haar van welke slaapkamer haar vriend gebruik maakt en hierop zei zij eveneens van de slaapkamer boven.

18. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL132C 2011029833-117 van 19 mei 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [M], doorgenummerde pag. E1-068, E1-069.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op 20 april 2011 werd een doorzoeking uitgevoerd in perceel [adres 4] te [plaats].

Ik, verbalisant, zag dat er in een witte plasticzak met opschrift twee paar zwarte Lanvin schoenen zaten, voorzien van een witte kunststof zool met een zeer fijne kleine ribbeling. Ik, verbalisant, zag aan de witte zool en de suède-achtige structuur van de schoenen geen kenmerken die wezen op het feit dat deze schoenen waren gedragen. De schoenen kwamen op mij, verbalisant, over als nieuw en niet gedragen schoenen.

19. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2011029833-104 van 27 april 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [Q] en [K], doorgenummerde pag. D2032-D2033.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisanten, zakelijk weergegeven:

Bij diverse zoekingen bij de verdachte [verdachte] werd de hieronder vermelde kleding en schoeisel in beslag genomen.

Om een beeld te verkrijgen van de authenticiteit van de kleding hebben wij het personeel van de kledingszaak Tip de Bruin verzocht deze kleding nader te bekijken. Deze kledingzaak verkoopt kleding en schoenen van de hieronder genoemde merken en dit prijssegment.

Wij, verbalisant, spraken daar met bedrijfsleider [bedrijfsleider] en drie andere medewerkers die onbekend zijn gebleven. Zij verklaarden dat de kledingstukken en schoenen met de hierna vermelde goednummers alle imitatie (nep) waren. Zij verklaarden dat dit voornamelijk bleek uit de gebruikte materialen.

Overzicht van de getoonde goederen:

Categorie omschrijving : Kleding en schoeisel (4046688)

Object : Schoeisel (Schoen)

Aantal/eenheid : 2 paar

Kleur : Zwart

Bijzonderheden : Aangetroffen in witte plastic tas slaapkamer [verdachte].

Categorie omschrijving : Kleding en schoeisel (4046331)

Object : Kleding (Broek)

Aantal/eenheid : 1 Broek

Merk/type : True Religion

Kleur : Blauw

Bijzonderheden : Maat 34/34

20. Een proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming met nummer 2011029833-88 van 21 april 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [K], doorgenummerde pag. F38-F43

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisant, zakelijk weergegeven:

In de woning [adres 4] te [plaats] werd op 20 april 2010 op de eerste etage in een slaapkamer aangetroffen en in beslag genomen:

Categorie omschrijving : Geluid en beeldapp/drager (4046623)

Object : Communicatieap (Telefoon)

Merk/type : Blackberry 9000

Kleur : Zwart

Registratienummer : [nummer 1]

21. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2011029833-122 van 7 juni 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [M], doorgenummerde pag. E1-070-E1-073.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op 27 mei 2011 kwam verbalisant [analiste], analiste, naar aanleiding van haar analyse van de telecomgegevens en de in beslag genomen en onderzochte gsm's tot de conclusie dat de gsm voorzien van het itemnummer 4046623 afkomstig was van aangever [A]. Volgens de opgevraagde historische gegevens van het telefoonnummer [nummer 12] bleek dit gsm toestel toe te behoren aan een persoon genaamd: [N], wonende [adres 5] te [plaats], tevens het woonadres van aangever [A]. Bij dit telefoonnummer hoorde een gsm toestel voorzien van het imeinummer [nummer 1]

22. Een proces-verbaal aanvraag vordering verstrekking verkeersgegevens mobiele telefonie met nummer 2011029833 van 30 mei 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [Y], doorgenummerde pag. G337-G342.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisant, zakelijk weergegeven:

Na de aanhouding van de verdachte [verdachte] is de telefoon welke hij in bezit had, in beslag genomen en onderzocht. Uit dit technisch onderzoek komt naar voren dat het imeinummer van deze telefoon is: [nummer 13] met bijbehorend telefoonnummer: [nummer 14].

23. Een proces-verbaal met nummer 2011029833 van 20 september 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [analiste], doorgenummerde pag. D2 74-D2 78.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisant, zakelijk weergegeven:

Uit analyse van de historische telecommunicatiegegevens is gebleken dat er tussen het nummer [nummer 14] en het nummer [nummer 6] contact is geweest.

Richting Dienst Startdatum Starttijd Duur Telefoonnummer Telefoonnummer

Uitgaand Gesprek 03-02-2011 16:41:10 43 [nummer 14] [nummer 6]

Uitgaand Sms 03-02-2011 17:28:02 1 [nummer 14] [nummer 6]

24. Eigen waarneming rechtbank:

Op de camerabeelden van Huureenbox, opnames camera 5 binnen moment overval, heeft de rechtbank gezien:

- Een jongeman met een zeer donkere huidskleur, een opvallend rond en breed gezicht en een donkere pet met rode streep. Op een gegeven moment zien we deze man met een glimmend, donker kledingstuk met witte rand in de hand. De man toont gelijkenis met verdachte Darko wat betreft huidskleur en vorm van het gezicht en de jas op de beelden toont gelijkenis met de onder verdachte in beslag genomen jas.

- Een heel licht getinte jongeman met een pet met een P. Slank postuur, gezicht met opvallend smalle onderkaak en opvallend dikke, uitstekende onderlip. Deze man vertoont gelijkenis met verdachte [verdachte] wat betreft de vorm van het gezicht, met name de onderkaak en de onderlip.

- Als de vijf overvallers binnenkomen in de gang op de bovenverdieping, dan richt de eerste van de vijf meteen een op een vuurwapen gelijkend voorwerp naar voren. Vervolgens wordt aangever vastgepakt en door een opening in een andere ruimte geduwd. Even later is te zien dat zijn gezicht ter hoogte van zijn mond is getaped en dat hij zijn handen op de rug houdt. Gezien wordt dat er heel veel kleding in dozen wordt gestopt door de overvallers. Gezien wordt dat de man met de pet met de letter P terug komt rennen in de richting van de ruimte waar aangever is. Hij gaat met zijn hand in de richting van de bovenkant van zijn broek en doet daar iets. Meteen daarop is te zien dat hij de betreffende arm strekt in de richting van de ruimte waar de aangever verblijft. Daarna kijken alle overvallers even die ruimte in en gaan vervolgens weg.

Op de camerabeelden van [website], camerabeelden Hoekcamera Steeg, heeft de rechtbank gezien:

- Te zien zijn twee mannen met jassen met bontkragen, die lijken op de jassen met bontkragen die op de beelden te zien zijn bij twee van de overvallers. Deze mannen lopen naar een grijze auto toe, op het moment dat deze parkeert.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde:

25. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2011029833-18 van 7 februari 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [G], doorgenummerde pag. C007-C009.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisant, zakelijk weergegeven:

Ik, verbalisant, heb aangever [A] gevraagd zijn letsel te tonen. [A] trok daarop zijn spijkerbroek omlaag en trok twee witte verbandjes opzij die vlak boven zijn rechterknieholte bevestigd waren. Hierop zag ik, verbalisant, achter elk verbandje een klein zwart gaatje. Dit betreffen kennelijk de in- en uitschot.

26. Een geschrift, zijnde een geneeskundige verklaring van de arts Haverlag, d.d. 3 juni 2011, doorgenummerde pag. C028.

Deze verklaring houdt onder meer in, zakelijk weergegeven:

A. Uitwendig waargenomen letsel:

In- en uitschot opening re-knie.

27. Een geschrift, te weten een deskundigenrapport betreffende een munitieonderzoek naar aanleiding van een schietincident in Duivendrecht op 3 februari 2011 opgemaakt door Ing. P. Pieper, werkzaam bij het Nederlands Forensisch Instituut, d.d. 17 mei 2011, doorgenummerde pag. B1-036-B1-040.

Dit geschrift houdt onder meer in, zakelijk weergegeven:

Kogel [[nummer 15]]

Deze messingkleurige volmantelkogel heeft een massa van 3,18 gram. Gezien deze massa en de uiterlijke kenmerken past de kogel het beste bij het kaliber 6,35 mm Browning. De kogel is vrijwel onbeschadigd.

28. Een proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming met nummer 2011029833-34 van 15 februari 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [J], doorgenummerde pag. F32-F33.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisant, zakelijk weergegeven:

Geconstateerd: aangever c.q. slachtoffer heeft de zwarte Dolce&Gabbana zak afgegeven en overgedragen voor nader onderzoek. Naar zeggen van de aangever heeft de zak de volgende inhoud: kogel, huls en ducktape.

Categorie omschrijving : Zak/tas/koffer (4005849)

Object : Zak

Merk/type : Dolce & Gabbana

Kleur : Zwart

Bijzonderheden : Zwarte zak met wit koord en wit opschrift "Dolce&Gabbana".

29. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2011029833-151 van 2 augustus 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [M], doorgenummerde pag. B1-57, B1-58.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisant, zakelijk weergegeven:

Onderzoek kogelpunt

Aan de in beslag genomen kogelpunt voorzien van SIN nummer: [nummer 15] werd een zogenaamde munitieonderzoek ingesteld.

Deze kogelpunt was door de aangever vanuit de box opgepakt en in de Dolce & Gabanna tas, itemnummer 4005849, gestopt, waarna hij deze tas aan de politie had overhandigd.

6. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 5. vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde:

op 03 februari 2011 te Duivendrecht, gemeente Ouder-Amstel, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van 70 euro, en een horloge en een jas, merk: Coolcat, en een zwart tasje, inhoudende 2 mobiele telefoons, type Blackberry, en een rijbewijs en kentekenpapieren en sleutels, en broeken en schoenen, toebehorende aan [A] en/of een tot op heden onbekend gebleven persoon, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [A], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden, dat verdachte en zijn mededaders naar die [A] zijn toegelopen en vervolgens

- die [A] hebben vastgegrepen en vastgehouden en

- die [A] naar een opslagruimte hebben gebracht en

- in die opslagruimte tape op de mond van die [A] hebben geplakt en de handen van die [A] met tie-wraps op zijn rug hebben vastgebonden en

- die [A] tegen het lichaam hebben geslagen en geschopt en

- nadat die [A] ten val was gekomen een vuurwapen op het hoofd van die [A] hebben gericht en

- die [A] dreigend de woorden hebben toegevoegd: "Geef me je geld" en "Kijk, het is echt dus je moet ons serieus nemen" en "Ik heb 1 kogel, laat me die niet door je hoofd schieten";

ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde:

op 03 februari 2011 te Duivendrecht, gemeente Ouder-Amstel, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [A], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met zijn mededaders naar die [A] is toegegaan, waarna hij verdachte en zijn mededaders die [A] in de knie hebben geschoten.

7. De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

8. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

9. Motivering van de straf

9.1. De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar onder 1 en 2 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 (zes) jaren, met aftrek van voorarrest en dat het bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt opgeheven.

Zij heeft ter onderbouwing van haar strafeis gewezen op de ernst van de strafbare feiten en de oriëntatiepunten van de LOVS, de richtlijnen van het Openbaar Ministerie inzake overvallen en op uitspraken van deze rechtbank in soortgelijke zaken. Uit de feiten en omstandigheden valt af te leiden dat de overval terdege was voorbereid en een georganiseerd karakter had. Verder geldt als strafverzwarende omstandigheid het dreigen met en het daadwekelijk afvuren van een vuurwapen. Verzachtende omstandigheden die in het voordeel van verdachte moeten worden meegewogen zijn niet aanwezig.

9.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de eis van de officier van justitie aangeduid als draconisch. In vergelijkbare zaken waarin tot een bewezenverklaring is gekomen, heeft de rechtbank een lagere straf opgelegd. De officier van justitie heeft voorts niet onderbouwd welke bezwaren en gronden precies ten grondslag liggen aan de veronderstelling dat verdachte alsnog in voorlopige hechtenis zou moeten worden genomen. Verdachte zal altijd beschikbaar zijn wanneer hij door een gerechtelijke instantie wordt opgeroepen.

9.3. Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft samen met vier anderen een overval gepleegd in een opslagruimte van waaruit het slachtoffer kleding verkocht. Hierbij zijn telefoons, geld en een grote hoeveelheid kleding buitgemaakt. Het geweld waarmee de overval gepaard is gegaan is fors te noemen: het slachtoffer heeft tape op zijn mond gekregen, zijn handen zijn vastgebonden, hij is bedreigd met vuurwapen en daarmee vlak voordat de overvallers met hun buit vertrokken, in zijn knie geschoten. Dat zijn ernstige feiten. Het is algemeen bekend dat dergelijke overvallen een diepe impact op slachtoffers hebben. Tijdens zijn verhoor als getuige ter terechtzitting heeft het slachtoffer zijn – naar het oordeel van de rechtbank: oprechte – verontwaardiging geuit over de lafheid van de daad op zich en het schieten in het bijzonder. Daarnaast wijst de rechtbank er op dat dergelijke feiten bijdragen aan gevoelens van onveiligheid in de samenleving. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan. Naar het oordeel van de rechtbank kan daarom niet worden volstaan met een andere dan een vrijheidsbenemende straf en acht de rechtbank een gevangenisstraf van aanzienlijke duur passend en geboden.

Bij het bepalen van de duur van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de landelijke, door de zittende magistratuur vastgestelde, oriëntatiepunten. Een overval op een winkel waarbij het beschreven geweld wordt toegepast, heeft als uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie jaren. Hoewel aansluiting bij deze categorie, gelet op de gegeven categorieën, het meest passend is, is de rechtbank van oordeel dat een overval op een winkel in het algemeen zwaarder bestraft dient te worden dan een overval waarvan in onderhavige zaak sprake is. De reden hiervoor is dat een winkel een openbare plaats is, waar winkelend publiek geconfronteerd wordt met het delict, terwijl dat in onderhavige zaak niet het geval is. Het uitgangspunt dat de rechtbank hanteert is derhalve lager dan drie jaren gevangenisstraf, wat de uiteindelijke afwijking van de strafeis van de officier van justitie kan verklaren.

Evenals de officier van justitie weegt de rechtbank een aantal omstandigheden mee als strafverzwarend. Allereerst weegt mee dat verdachte het feit samen met vier anderen heeft gepleegd, zodat sprake was van een voor het slachtoffer fysieke overmacht. Daarnaast blijkt uit het dossier dat twee van de overvallers eerst een aankoop hebben gedaan bij het slachtoffer en bij het weggaan naar de uitgang van de loods de deur hebben opengehouden zodat de andere drie overvallers ook naar binnen konden komen. Deze voorverkenning geeft blijk van de geraffineerdheid van het plan en de samenwerking tussen de verdachten. Wat ook een zwaar gewicht in de schaal legt, is de meedogenloosheid van de uitvoering van de overval. Niet alleen werd het slachtoffer bedreigd met een vuurwapen, uiteindelijk is ook – uit het niets – met een vuurwapen op hem geschoten. Daarbij is het slachtoffer gewond geraakt aan zijn knie. Ten slotte blijkt uit het Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 14 december 2012 dat verdachte eenmaal eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld. Hiermee houdt de rechtbank ook rekening bij de bepaling van de straf.

De rechtbank merkt op dat de onder 1 en 2 bewezen verklaarde feiten, die elk op zichzelf een misdrijf opleveren, in zodanig verband met elkaar staan dat zij moeten worden beschouwd als één voortgezette handeling, daar de in aanmerking te nemen feiten voortkomen uit één ongeoorloofd wilsbesluit. Door toepassing van deze bepaling wordt slechts één strafbepaling toegepast, te weten die waarbij de zwaarste hoofdstraf is gesteld.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 56 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

11. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde:

De voortgezette handeling van:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

en

poging tot medeplegen van zware mishandeling.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [VERDACHTE], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 42 (tweeënveertig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Heft op het bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis. Deze beslissing is afzonderlijk geminuteerd.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.M.J. Lommen – van Alphen, voorzitter,

mrs. J.A.A.G. de Vries en J.O. Rutten, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M. den Toom, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 29 januari 2013.