Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ6152

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
29-01-2013
Datum publicatie
03-04-2013
Zaaknummer
13/670600-11 (Promis)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van medeplegen van de ten laste gelegde gewapende overval waarbij het slachtoffer in zijn knie is geschoten. Met enkelvoudige herkenningen en de bewijskracht daarvan dient behoedzaam te worden omgegaan, te meer als deze herkenningen de enige bewijsmiddelen zijn die de betrokkenheid van een verdachte bij het hem ten laste gelegde kunnen aantonen. In onderhavige zaak kan niet meer kan worden vastgesteld in hoeverre een verwachtingseffect heeft bijgedragen aan de door de verbalisanten gedane herkenningen. De rechtbank is van oordeel dat de betrokkenheid van verdachte bij het ten laste gelegde niet kan worden bewezen, zodat verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/670600-11 (Promis)

Datum uitspraak: 29 januari 2013

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [plaats] op [1989],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[adres], [postcode] [plaats].

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 14 en 15 januari 2013.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. S.M. Hoogerheide en van wat de raadsman van verdachte, mr. A. Boumanjal, naar voren heeft gebracht.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 03 februari 2011 te Duivendrecht, gemeente Ouder-Amstel, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van 70 euro, althans een of meer geldbedrag(en) en/of een horloge en/of een jas (merk: Coolcat) en/of een (zwart) tas(je) (inhoudende 2, althans een of meer [mobiele] telefoon[s] [type Blackberry]

en/of een rijbewijs en/of kentekenpapieren en/of een of meer sleutel[s]) en/of een of meer broek(en) en/of een of meer schoen(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [A] en/of een (tot op heden) onbekend gebleven persoon, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [A], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat verdachte en/of zijn mededader(s) naar die [A] is/zijn toegelopen en/of (vervolgens)

- die [A] heeft/hebben vastgegrepen en/of vastgepakt en/of vastgehouden en/of

- die [A] naar een loods/opslagruimte heeft/hebben gebracht en/of

- (in die loods/opslagruimte) tape op de mond, athans op het gezicht, van die [A] heeft/hebben geplakt en/of de handen van die [A] (met [een tie-wrap[s]) op zijn rug heeft/hebben vastgebonden en/of

- die [A] (tegen het lichaam) heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt en/of

- (nadat die [A] ten val was gekomen) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op het hoofd van die [A] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of

- die [A] (telkens) (dreigend) de woorden heeft/hebben toegevoegd: "Geef me je geld" en/of "Kijk, het is echt dus je moet ons serieus nemen" en/of "Ik heb 1 kogel, laat me die niet door je hoofd schieten", althans (telkens) woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking;

2.

hij op of omstreeks 03 februari 2011 te Duivendrecht, gemeente Ouder-Amstel, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [A], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen naar die [A] is toegelopen en/of toegegaan (terwijl die

[A] was vastgebonden), waarna hij verdachte en/of zijn mededader(s) die [A] in de knie, althans in het been heeft/hebben geschoten;

3. Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4. Vrijspraak

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bewezenverklaring gevorderd van het onder 1 en 2 ten laste gelegde en daartoe onder meer gewezen op de verklaring van aangever, die wordt ondersteund door de camerabeelden, de OVC-gesprekken waarin [verdachte] wordt genoemd en waarmee gedoeld wordt op verdachte, de herkenning door verbalisant [B] en de herkenning door verbalisant [C].

4.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit omdat uit de voorhanden zijnde bewijsmiddelen niet kan worden opgemaakt dat er sprake is van enige betrokkenheid van verdachte bij het ten laste gelegde. De raadsman heeft in verband daarmee gesteld dat de methode van de enkelvoudige fotoconfrontatie dan wel fotoherkenning een precaire aangelegenheid is, vooral als de herkenning het enige bewijsmiddel is die de betrokkenheid van verdachte zou aantonen. Uit de door de raadsman aangehaalde jurisprudentie heeft hij een vijftal van belang zijnde aspecten bij een herkenning gedestilleerd. Daarbij is onder meer van belang in welke hoedanigheid en frequentie waarnemer en dader elkaar eerder hebben getroffen. Ook dient de onbevangenheid van de verbalisanten getoetst te worden. In onderhavige zaak zijn de herkenningen van de verbalisanten onvoldoende betrouwbaar om voor het bewijs te kunnen worden gebezigd. Deze conclusie wordt versterkt door de omstandigheid dat andere verbalisanten niet tot een 100%-herkenning komen en door het gegeven dat het zogenaamde crossraciale effect van invloed kan zijn op de betrouwbaarheid van de herkenning.

Voorts kunnen de OVC-gesprekken niet voor het bewijs worden gebruikt, omdat de verdediging haar ondervragingsrecht niet heeft kunnen effectueren nu de medeverdachten zich op hun verschoningsrecht hebben beroepen. De link van de OVC-gesprekken naar verdachte is voorts gespeend van enige onderbouwing.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Uit het dossier blijkt het volgende. In de OVC-gesprekken spreken medeverdachten [D] en [E] over ‘[naam 1]’, ‘[naam 2]’ en ‘[naam 3]. Een zoekslag in het bedrijfsprocessensysteem van de politie levert in het herkenningssysteem (HKS) de naam van verdachte op. In dat systeem is een foto van verdachte uit 2004 beschikbaar. Verbalisant [F] ziet zekere overeenkomsten tussen de politiefoto van verdachte en de camerabeelden van de dader van de overval. De verbalisanten [G] en [H] hebben verdachte begin mei 2011 gehoord in verband met een zaak in Almere. Zij zijn verzocht de beelden van de overval te bekijken. Op 26 mei 2011 zagen beide verbalisanten overeenkomsten tussen één manspersoon op de beelden en verdachte, echter zij konden deze man niet voor honderd procent herkennen als zijnde verdachte. Vervolgens heeft verbalisant [B] op 6 juni 2011 in de Penitentiaire Inrichting in [plaats] verdachte aanschouwd, waarbij hij verdachte op basis van een aantal door hem beschreven kenmerken herkende als verdachte NN3, die te zien is op de bewakingscamerabeelden. Ten slotte heeft verbalisant [C] meerdere malen de camerabeelden bekeken en verdachte, toen hij hem op 28 juni 2011 voor het eerst in levende lijve zag, direct herkend als verdachte NN3.

Uit voorgaande blijkt dat de herkenning door de verbalisanten [B] en [C] het enige bewijs vormt ten aanzien van de betrokkenheid van verdachte bij het ten laste gelegde. Ander onderzoek, namelijk een doorzoeking in de cel waarin verdachte verbleef en onderzoek naar de telefoon die verdachte volgens zijn verklaring rond 3 februari 2011 gebruikte, heeft niets opgeleverd. Ook de rechtbank, die de camerabeelden met betrekking tot de overval ter terechtzitting, waar verdachte niet aanwezig was, heeft bekeken, heeft geen gelijkenissen kunnen vaststellen tussen de foto van verdachte uit 2004 die zich in het dossier bevindt en één van de daders van de overval.

Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat behoedzaam dient te worden omgegaan met enkelvoudige herkenningen en de bewijskracht daarvan, te meer als deze herkenningen de enige bewijsmiddelen zijn die de betrokkenheid van een verdachte bij het hem ten laste gelegde kunnen aantonen. In onderhavige zaak valt in het bijzonder op dat verbalisant [B] reeds op de hoogte was van het gegeven dat bijzondere interesse was ontstaan voor verdachte en dat hij om verdachte in levende lijve te kunnen aanschouwen is meegegaan naar de Penitentiaire Inrichting. Ook verbalisant [C] was reeds betrokken bij het onderzoek. Hij heeft verdachte pas in levende lijve ontmoet en herkend toen deze al als verdachte in onderhavige zaak was aangemerkt.

Hoewel er geen reden is te veronderstellen dat de verbalisanten te kwader trouw hebben gehandeld toen zij aangaven verdachte te herkennen, is de rechtbank van oordeel dat door voornoemde omstandigheden niet meer kan worden vastgesteld in hoeverre een verwachtingseffect heeft bijgedragen aan de door hen gedane herkenningen. In ieder geval kan op grond van voorgaande de onbevangenheid van de verbalisanten in twijfel worden getrokken. Voorts kunnen tegenover de 100%-herkenningen door voornoemde verbalisanten, de bevindingen van verbalisanten [G] en [H] gesteld worden, die de verdachte in verband met een andere zaak hadden ontmoet. Zij herkenden de manspersoon op de camerabeelden niet voor honderd procent als zijnde verdachte.

Op grond van voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de betrokkenheid van verdachte bij het ten laste gelegde niet kan worden bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.M.J. Lommen – van Alphen, voorzitter,

mrs. J.A.A.G. de Vries en J.O. Rutten, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M. den Toom, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 29 januari 2013.