Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ5797

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
13-02-2013
Datum publicatie
28-03-2013
Zaaknummer
521264 / HA ZA 12-831
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Zoon misdraagt zich tijdens wedstrijd Ajax-AZ. Zoon had stadionverbod en heeft met gebruikmaking van seizoenskaart moeder een kaart voor die wedstrijd gekocht. Seizoenkaart moeder wordt Beëindigd, daarnaast mag zij tot december 2014 geen nieuwe seizoenkaart kopen. Algemene voorwaarden waar Ajax zich op beroept niet onredelijk bezwarend, net zo min als de wijze waarop daaraan toepassing is gegeven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2013/131
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/521264 / HA ZA 12-831

Vonnis van 13 februari 2013

in de zaak van

[A],

wonende te --,

eiseres,

advocaat mr. drs. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,

tegen

de naamloze vennootschap

AFC AJAX N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. H.J.A. Knijff te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [A] en Ajax worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 5 juli 2012, met producties,

- de conclusie van antwoord, met producties,

- het tussenvonnis van 12 september 2012 waarin een comparitie van partijen is gelast,

- het proces-verbaal van de comparitie van 28 november 2012,

- de op de rol van 12 december 2012 genomen akte wijziging eis tevens akte overlegging producties,

- de antwoordakte, met een productie.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [A] is sinds jaren houdster van een Seizoen Club Card van Ajax, zo ook voor het seizoen 2011-2012 (hierna: de SCC). Op grond van de SCC heeft [A] in dat seizoen recht op toegang tot thuiswedstrijden van Ajax in de eredivisie in de Amsterdam Arena, op stoelnummer 232, rij 13, vak 428 (hierna: het toegangsrecht). Daarnaast geeft de SCC haar onder meer het recht om toegangsbewijzen voor andere wedstrijden van Ajax in de Amsterdam Arena te kopen (hierna: het aanschafrecht). Aan het einde van ieder seizoen wordt [A] door Ajax gevraagd of zij haar SCC wil verlengen.

2.2. Op de rechtsverhouding tussen [A] en Ajax zijn de Standaardvoorwaarden van de Nederlandse Koninklijke Voetbalbond (KNVB) van toepassing. Daarin is bepaald:

“(…) Inleiding

Deze Standaardvoorwaarden zijn door de KNVB opgesteld teneinde een aantal doelen te verwezenlijken. Uitgangspunt is dat een ieder die betrokken is bij de voetbalsport in Nederland, en niet in de laatste plaats de toeschouwer, er belang bij heeft dat voetbalevenementen op een ordelijke wijze verlopen. Gedragingen van personen (alleen of in groepen) die de openbare orde en/of de veiligheid bij voetbalevenementen verstoren, (…) kunnen een gevaar opleveren voor personen. Teneinde een ordelijk verloop in de ruimste zin te bewerkstelligen en een (…) onordelijk en onveilig gedrag bij voetbalevenementen te beteugelen heeft de KNVB de onderhavige regels opgesteld.

Artikel 1 Definities

In deze Standaardvoorwaarden wordt verstaan onder:

(…)

i. Seizoen: de periode van 1 juli van enig jaar tot en met 30 juni van het daaropvolgende jaar;

j. Toegansgbewijs: een bewijs, (…), waaraan een Toegangsrecht is verbonden;

(…)

l. (S)CC: (Seizoen) Club Card: de door de Club uitgegeven hardcard waarmee zowel een Aankooprecht als een Toegangsrecht is verkregen;

m. Toegangsrecht: de bevoegdheid om toegang te krijgen tot een Stadion om een Evenement bij te wonen;

(…)

q. Aankooprecht: de bevoegdheid van een (S)CC-houder tot het kopen van één of meer Toegangsbewijzen;

(…)

Artikel 12 Aanvraag, Eigendom en gebruik van de (S)CC

12.1 De Club behoudt zich te allen tijde het recht voor om een aanvraag voor een (S)CC te weigeren.

(…)

12.6 Het is de houder van een (S)CC toegestaan om een (S)CC voor wat betreft het Toegangsrecht te laten gebruiken door een ander persoon, doch niet voor wat betreft het Aankooprecht.

12.7 De (S)CC is in beginsel geldig voor één Seizoen.

(…)

Artikel 14 Beëindiging geldigheid (S)CC

14.1 De Club is bevoegd de geldigheid van de (S)CC al dan niet tijdelijk (geheel of gedeeltelijk) te beëindigen indien:

a. de (S)CC-houder, of iemand die via de (S)CC-houder of met gebruikmaking van de (S)CC toegang heeft verkregen tot een Evenement of Stadion, zich tijdens dat Evenement of in dat Stadion naar de mening van de Club schuldig heeft gemaakt aan wangedrag;

b. de (S)CC-houder niet de verplichtingen naleeft, zoals vastgelegd in deze voorwaarden;

c. de (S)CC-houder, of iemand die via de (S)CC-houder of met gebruikmaking van de (S)CC toegang heeft verkregen tot een Evenement of Stadion, enige maatregel is opgelegd naar aanleiding van wangedrag bij enig Evenement of in enig Stadion;

(…)”

2.3. Voor de aanschaf van toegangsbewijzen voor andere wedstrijden dan die in de eredivisie (het aankooprecht) dient de SCC-houder een account aan te maken op het internet. Voor het aanmaken van dat account zijn nodig het kaartnummer van de betreffende SCC en enkele persoonlijke gegevens. Vervolgens kiest de SCC-houder een wachtwoord.

2.4. Op 21 december 2011 heeft in de Amsterdam Arena de KNVB-bekerwedstrijd tussen Ajax en AZ plaatsgevonden. Tijdens die wedstrijd is de doelman van AZ aangevallen door [B], een zoon van [A], nadat hij vanaf de tribune via het invalidendek het veld was opgerend. Sinds 25 februari 2011 gold tegen [B] een landelijk stadionverbod. Gebleken is dat hij met hulp van zijn broer [C] een toegangsbewijs voor de wedstrijd heeft gekocht via de internetaccount (en dus de SCC) van [A]. Als gevolg van de actie van [A] is de wedstrijd, waarin Ajax een voorsprong had, gestaakt. De wedstrijd is later overgespeeld in de Amsterdam Arena, maar zonder betalend publiek. Ajax heeft deze wedstrijd verloren. Een en ander is aanleiding geweest voor veel negatieve publiciteit voor Ajax. Door de KNVB is aan Ajax een boete opgelegd van € 10.000,- en Ajax heeft verschillende bouwkundige aanpassingen moeten doorvoeren om te voorkomen dat spelers via het invalidendek het veld kunnen bereiken, zoals [B] had gedaan.

2.5. Ajax heeft vervolgens bij brief van 24 december 2011 aan [A] een stadionverbod voor drie jaar opgelegd, dus tot 23 december 2014, en haar SCC voor het seizoen 2011-2012 per direct beëindigd. Daarnaast heeft Ajax aangekondigd [A] aansprakelijk te zullen stellen voor door Ajax te lijden schade, waaronder boetes van de KNVB.

2.6. Bij brief van 19 maart 2012 heeft Ajax aan [A] bericht dat zij en [B] hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor een deel van de door Ajax als gevolg van het incident geleden schade, namelijk de door de KNVB opgelegde boete van € 10.000,-. Verder zijn in die brief de beëindiging van de SCC en het opgelegde stadionverbod gehandhaafd en is meegedeeld dat Ajax een na 23 december 2014 ingediende aanvraag voor een nieuwe SCC in overweging zal nemen als [A] volledig aan het voorgaande heeft voldaan. Sinds 28 maart 2012 is het stadionverbod van [A] alsnog opgeheven.

3. Het geschil

3.1. [A] vordert, na wijziging eis, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

Primair:

A. te verklaren voor recht dat Ajax ten onrechte een beroep heeft gedaan en blijft doen op artikel 14 van de Standaardvoorwaarden KNVB ten gevolge waarvan de seizoenkaart van [A] behorend bij stoelnummer 232, rij 13, vak 428 is ingetrokken voor het seizoen 2011/2012 en wordt geweigerd voor de seizoenen 2012/2013 en volgende;

B. te verklaren voor recht dat de contractuele relatie tussen partijen niet is beëindigd en Ajax verplicht is aan [A] het gebruikelijke jaarlijkse aanbod te doen de contractuele relatie te verlengen, zoals verwoord in de als productie 5 bij dagvaarding opgenomen aanbiedingsbrief van 4 mei 2012;

C. Ajax te veroordelen om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis over te gaan tot het verstrekken aan [A] van een seizoenkaart met bijbehorend – in de Standaardvoorwaarden KNVB gedefinieerd – Toegangsrecht en Aankooprecht (althans Toegangsrecht met uitsluiting van het Aankooprecht) verbonden aan stoelnummer 232, rij 13, vak 428, onder de gebruikelijke voorwaarden en condities voor de resterende wedstrijden van het seizoen 2012/2013;

Subsidiair:

Te verklaren voor recht dat Ajax de in artikel 14 van de Standaardvoorwaarden KNVB opgenomen bevoegdheid de SCC te beëindigen slechts tijdelijk mag inroepen en wel voor de resterende duur van het seizoen 2012/2013, althans een in goede justitie te bepalen termijn – waarna Ajax verplicht is – uit hoofde van de tussen partijen bestaande contractuele relatie en onder gebruikelijke voorwaarden en condities – aan [A] het gebruikelijke jaarlijkse aanbod te doen de contractuele relatie te verlengen, zoals verwoord in de als productie 5 bij dagvaarding opgenomen aanbiedingsbrief van 4 mei 2012.

Primair en subsidiair:

Veroordeling van Ajax in de proceskosten.

3.2. [A] stelt daartoe – samengevat – dat de door Ajax jegens haar getroffen maatregelen onredelijk zijn, althans dat de standaardvoorwaarde 14 onredelijk bezwarend is. Zij wist niet dat [B] met haar gegevens een toegangsbewijs voor de wedstrijd Ajax-AZ had gekocht. Voor de wedstrijd Ajax-AZ is [B] niet gecontroleerd zodat hij het stadion gewoon kon betreden. De kaarten voor die wedstrijd waren ook beschikbaar in de vrije verkoop, zodat [B] ook op een andere manier dan via haar internetaccount aan een toegangsbewijs had kunnen komen. De internetaccount waarmee op de SCC van [A] toegangskaarten konden worden gekocht, is aangemaakt door haar andere zoon, [C]. Hij heeft kennelijk nog steeds toegang tot de account.

Ajax staat inmiddels wel toe dat zij in de vrije verkoop kaartjes kan kopen voor thuiswedstrijden, maar dan zit zij niet op de stoel waarop haar SCC recht geeft. [A] heeft van die mogelijkheid nog geen gebruik gemaakt omdat zij vanaf haar eigen stoel naar de thuiswedstrijden van Ajax wil kijken. Op een andere plek is de beleving anders. Bovendien zijn de toegangskaarten in de vrije verkoop € 10,- tot € 20,- duurder en zijn kaarten voor risicowedstrijden niet in de vrije verkoop beschikbaar, zodat zij niet iedere thuiswedstrijd van Ajax kan bezoeken, aldus steeds [A].

3.3. Ajax voert gemotiveerd verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Een beding in algemene voorwaarden is vernietigbaar indien het, gelet op de aard en de overige inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden tot stand zijn gekomen, de wederzijds kenbare belangen van de partijen en de overige omstandigheden van het geval onredelijke bezwarend is voor de wederpartij.

4.1.1. Ajax heeft onweersproken aangevoerd dat de Standaardvoorwaarden KNVB zijn opgesteld in overleg met de Landelijk Samenwerkende Organisaties Voetbalsupporters (LSOV). De algemene voorwaarden zijn dus niet eenzijdig door de KNVB opgesteld.

4.1.2. Uit de inleiding van de Standaardvoorwaarden KNVB blijkt dat die zijn opgesteld om in het belang van onder meer de toeschouwers een ordelijk en veilig verloop van voetbalwedstrijden te bevorderen. Dit brengt mee dat ook het belang van [A] – in abstracto – wordt gediend door toepassing van de Standaardvoorwaarden KNVB.

4.1.3. Niet alleen de toeschouwers, ook Ajax, de KNVB, overig publiek en andere betrokkenen hebben een gerechtvaardigd belang bij een ordentelijk verloop van voetbalwedstrijden. Dit brengt mee dat er eveneens een gerechtvaardigd belang is gemoeid met de mogelijkheid om bezoekers die zich bij een voetbalwedstrijd misdragen uit het stadion te weren. Artikel 14.1 onder a van de Standaardvoorwaarden beoogt dat belang te dienen door te bepalen dat de geldigheid van een SCC kan worden beëindigd indien een ander, die via de houder van een SCC toegang heeft gekregen tot het stadion, zich schuldig maakt aan wangedrag.

4.1.4. Voor zover [A] heeft bedoeld te betogen dat artikel 14.1 onder a blijk geeft van een onjuiste verdeling van rechten en verplichtingen tussen Ajax en SCC-houders, omdat het de taak van Ajax is om te voorkomen dat relschoppers het stadion inkomen, wordt dit betoog verworpen. Het is niet onredelijk om SCC-houders, juist omdat zij als deel van het publiek ook belang hebben bij een goede sfeer en het achterwege blijven van incidenten in het stadion, enigermate medeverantwoordelijk te houden voor het gedrag van anderen die met hun hulp het stadion zijn ingekomen. Daar komt bij dat, naar Ajax onweersproken heeft gesteld, het ondoenlijk is om alle bezoekers van het stadion aan een individuele toegangscontrole te onderwerpen, waarbij zowel de identiteit als een mogelijk stadionverbod wordt gecheckt. Dit zou leiden tot onacceptabel hoge kosten en onaanvaardbare wachttijden voor het publiek. Steekproefsgewijze toegangscontroles hebben voorafgaand aan de wedstrijd wel plaatsgevonden, maar daar is [B], zo is uit camerabeelden gebleken, doorheen geglipt. Daartegenover staat dat de SCC-houder (in dit geval [A]) kosteloos en met geringe inspanning aan zijn verplichting – zijn SCC niet door een iemand met een stadionverbod te laten gebruiken – kan voldoen.

4.1.5. De stelling van [A] dat haar niet kan worden verweten dat haar zoon [B] via haar internetaccount aan een toegangsbewijs voor de wedstrijd Ajax-AZ is gekomen, wordt verworpen. [A] heeft in onvoldoende mate controle uitgeoefend op haar internetaccount. [A] heeft zelf gesteld dat haar zoon [C] met haar instemming en gegevens de internetaccount heeft aangemaakt en dat zij daar zelf nooit gebruik van maakte. Ajax heeft er terecht op gewezen dat het aankooprecht niet mag worden benut door anderen dan de SCC-houder zelf en dat deze handelwijze van [A] op zichzelf dus al getuigt van miskenning van haar verantwoordelijkheden. [A] heeft daarnaast geen stappen ondernomen om de toegang tot haar account voor anderen, met name haar zonen, onmogelijk te maken nadat het landelijk stadionverbod aan [B] was opgelegd. Dit had zonder meer op haar weg gelegen, bijvoorbeeld door een eenvoudige maatregel als het wijzigen van het wachtwoord. Door dit na te laten heeft [A] haar verplichting – zorgvuldig omgaan met haar SCC en het daarbij behorende account voor de aanschaf van toegangsbewijzen voor thuiswedstrijden van Ajax – geschonden. Dat [A] niet wist dat met het aankooprecht van haar SCC een toegangsbewijs voor de wedstrijd Ajax-AZ is gekocht voor (of door) [B] baat haar dus niet. Het kan in het midden blijven of deze wedstrijd was aangemerkt als risicowedstrijd, waarvoor [B] in de vrije verkoop een toegangsbewijs had kunnen kopen. Het staat immers vast dat die situatie zich in dit geval niet heeft voorgedaan. [B] heeft juist niet in de vrije verkoop maar met gebruikmaking van de SCC van [A] het toegangsbewijs voor de wedstrijd Ajax-AZ gekocht.

4.1.6. In aanmerking genomen dat niet in geschil is dat de aanval van [B] op de keeper van AZ terecht is aangemerkt als wangedrag in de zin van artikel 14.1 onder a van de Standaardvoorwaarden, volgt uit het voorgaande dat Ajax op grond van artikel 14.1 onder a van de Standaardvoorwaarden in beginsel bevoegd was de SCC van [A] (al dan niet tijdelijk of gedeeltelijk) te beëindigen. Voor de beantwoording van de vraag of Ajax op een redelijke wijze uitvoering heeft gegeven aan die bevoegdheid, dienen alle omstandigheden van het geval en de belangen van zowel Ajax als [A] in ogenschouw te worden genomen.

4.1.7. De gevolgen – voor zover hier van belang – voor [A] zijn dat haar SCC ongeldig is verklaard, dat zij tot 23 december 2014 niet in de gelegenheid zal worden gesteld om een nieuwe SCC te kopen en dat zij kaartjes voor thuiswedstrijden van Ajax in de vrije verkoop dient te kopen. Zij heeft betoogd dat zij al vele jaren seizoenkaarthouder is, dat zij de thuiswedstrijden wil zien vanaf haar ‘eigen’ stoel, dat ze dit heel erg mist, dat kaartjes in de vrije verkoop te duur zijn voor haar en dat zij niet iedere thuiswedstrijd van Ajax in de competitie kan bezoeken, omdat risicowedstrijden alleen toegankelijk zijn met een Club Card.

4.1.8. Vast staat dat mede door toedoen van [A] een ernstig incident heeft plaatsgevonden dat (verstrekkende) nadelige gevolgen heeft gehad voor het bij de wedstrijd Ajax-AZ aanwezige publiek, overige Ajax-, AZ- en voetbalfans en Ajax zelf. Ajax heeft sportief nadeel ondervonden van het incident doordat de wedstrijd bij voorsprong van Ajax moest worden gestaakt. Verder heeft het incident veel negatieve publiciteit voor de club opgeleverd mede vanwege het al aan [B] opgelegde stadionverbod, wat een schadelijk effect heeft gehad op de publieke opinie over Ajax. Ajax heeft zich daarnaast moeten verantwoorden ten opzichte van zowel de KNVB als van andere bij de handhaving van de openbare orde betrokken partijen, zoals de burgemeester van Amsterdam. Zowel de KNVB als de burgemeester hebben aangedrongen op passende reacties van Ajax op het incident. Ajax heeft als gevolg van het incident ook aanzienlijke kosten moeten maken, in ieder geval bestaande uit de door de KNVB opgelegde boete van € 10.000,-, de kosten van een aanpassing in het stadion, om te waarborgen dat het veld niet meer vanaf de tribune via het invalidendek kan worden bereikt, en de kosten van het overspelen van de bekerwedstrijd.

4.1.9. De rechtbank is van oordeel dat de beëindiging van de SCC en het tot 23 december 2014 uitsluiten van [A] van de mogelijkheid een nieuwe SCC te kopen een redelijke reactie is geweest op het incident, die gelet op de belangen van Ajax en [A] gerechtvaardigd was. Uit het voorgaande blijkt immers dat [A] een verwijt kan worden gemaakt voor de aanwezigheid van [B] in het stadion, dat de negatieve gevolgen van het incident voor Ajax en andere betrokkenen ingrijpend zijn geweest terwijl voor [A] het kennelijk meest gevoelige gevolg van incident is geweest dat zij de competitiewedstrijden van Ajax niet vanaf haar ‘eigen’ stoel kan meemaken. Een en ander brengt mee dat artikel 14.1 onder a van de Standaardvoorwaarden en de wijze waarop Ajax aan dat artikel uitvoering heeft gegeven voor [A] niet onredelijk bezwarend is.

4.2. Op de hiervoor vermelde gronden strandt ook het beroep van [A] op de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid. Uit het voorgaande volgt immers dat geen sprake is van omstandigheden die meebrengen dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat Ajax een beroep doet op artikel 14.1 onder a.

4.3. De primaire vorderingen van [A] worden daarom afgewezen.

4.4. Uit het voorgaande volgt tevens dat de subsidiaire vordering van [A] niet toewijsbaar is. Ten aanzien van de vordering dat Ajax wordt verplicht aan [A] een nieuwe SCC aan te bieden komt daar nog bij dat, gelet op het uitgangspunt van contractsvrijheid van civiele partijen, op Ajax in beginsel niet de verplichting rust om in de toekomst een overeenkomst met [A] ter zake de SCC aan te gaan. De SCC dient immers ieder jaar opnieuw te worden aangevraagd, waarna Ajax beslist of een nieuwe SCC voor het volgende seizoen aan de aanvrager wordt verleend. Een veroordeling van Ajax als subsidiair gevorderd zou het omtrent de aanvraag van een SCC bepaalde in artikel 12.1 van de Standaardvoorwaarden KNVB, dat bepaalt dat Ajax zich het recht voorbehoudt om een aanvraag voor een SCC te weigeren, doorbreken. Omstandigheden die aanleiding geven dit beding buiten toepassing te laten, doen zich niet voor. Integendeel, uit het voorgaande volgt dat Ajax in dit geval goede redenen heeft om tot 23 december 2014 geen nieuwe SCC aan [A] te verlenen.

4.5. [A] wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld, aan de zijde van Ajax tot op heden begroot op:

- vast recht € 575,00

- salaris advocaat 904,00 (2 punten tarief II (€ 452,00))

Totaal € 1.479,00

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst het gevorderde af,

5.2. veroordeelt [A] in de proceskosten, aan de zijde van Ajax tot op heden begroot op € 1.479,00,

5.3. verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

5.4. bepaalt dat [A] binnen veertien dagen na dit vonnis aan de veroordeling onder 5.2 moet voldoen,

Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Fehmers en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2013.?