Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ5679

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
15-01-2013
Datum publicatie
27-03-2013
Zaaknummer
AWB 12-2833 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De analyserende werkzaamheden van eiser komen voldoende naar voren in de functiebeschrijving. Eiser heeft ter zitting toegelicht dat hij bij de aanvang van een onderzoek verschillende hypothesen en scenario's maakt. Hiermee houdt hij het onderzoek breed. Dit geldt eveneens voor de rol van tegenspreker. Naar het oordeel van de rechtbank zijn deze meer tactische dan operationele werkzaamheden voldoende vervat in de functiebeschrijving. Eiser heeft zijn stelling dat hij zijn rol als tegenspreker op een hoger niveau uitvoert niet aannemelijk gemaakt. De rol van tegenspreker is ook voldoende vervat in de functiebeschrijving.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 12/2833 AW

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser],

wonende te [plaats],

eiser,

gemachtigde mr. T. Hoekstra,

en

de Korpschef van het landelijk politiekorps, voorheen de Korpsbeheerder van de politieregio Amsterdam-Amstelland,

verweerder,

gemachtigde mr. V. de Kruijf-Stellaard.

Procesverloop

Bij besluit van 21 oktober 2011 (het primaire besluit 1) heeft verweerder de aanvraag van eiser om functieonderhoud ten aanzien van de functie [functie 1] afgewezen.

Bij besluit van 24 oktober 2011 (het primaire besluit 2) heeft verweerder de uitgangspositie van eiser ongewijzigd vastgesteld in de functie [functie 1].

Bij besluit van 3 april 2012 heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen de primaire besluiten ongegrond verklaard (het bestreden besluit).

Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft de zaak ter zitting van 16 november 2012 behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde en [A] ([functie]).

Overwegingen

1.1. In het Arbeidsvoorwaardenakkoord Politie (CAO) 2008-2010 is vastgelegd dat er één functiegebouw voor de Politie Nederland: het Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie (LFNP), zal worden ingevoerd met daarbij een nieuw functiewaarderingssysteem waarmee de functies uit het LFNP worden gewaardeerd. Het nieuwe LFNP kent circa 100 landelijk geldende functiebeschrijvingen, voorzien van een waardering per functie. Met de invoering van het LFNP bestaat er voor de organisaties niet langer een mogelijkheid om zelf functies te beschrijven en te waarderen, omdat uitsluitend gebruik mag worden gemaakt van functies uit het LFNP. De functie die een politiemedewerker bekleedt op 31 maart 2011 wordt in beginsel als uitgangspunt genomen voor de omzetting (matching) van de ‘oude’ functie naar een functie binnen het nieuwe LFNP. Voor een goede omzetting is daarom van belang dat de functie die op die datum wordt vervuld goed is omschreven.

1.2. Eiser is werkzaam in de functie [functie 1]. Deze functie vormt voor verweerder het uitgangspunt voor de omzetting naar het LFNP. Omdat eiser van mening is dat de werkzaamheden die hij verricht wezenlijk afwijken van de functiebeschrijving (door verweerder ook wel aangeduid als functietypering) van de functie [functie 2], heeft hij bij verweerder een verzoek om functieonderhoud ingediend. Dit verzoek is door verweerder afgewezen. Verweerder is - kort samengevat - van mening dat de door eiser verrichte werkzaamheden niet wezenlijk afwijken van en passen binnen de functiebeschrijving van [functie 1]. Ook heeft verweerder overwogen dat nu geen afzonderlijke gronden tegen het besluit uitgangspositie zijn aangevoerd, deze op juiste gronden is vastgesteld in [functie 1].

2. Juridisch kader.

2.1. Artikel 6, negende lid, van het Besluit bezoldiging politie (Bbp) luidt ten tijde hier van belang als volgt:

De ambtenaar kan bij het bevoegd gezag een aanvraag indienen om, indien de feitelijk opgedragen werkzaamheden ten minste één jaar wezenlijk afwijken van een hem in de periode vanaf 31 december 2009 tot en met 31 maart 2011 opgedragen functie, de werkzaamheden en de functie met elkaar in overeenstemming te brengen. Bij ministeriële regeling worden regels vastgesteld over de behandeling van deze aanvraag.

2.2. De bedoelde ministeriële regeling is de Tijdelijke regeling functieonderhoud politie (Trfp):

2.3. Artikel 2, tweede lid, van de Trfp luidt als volgt:

In de aanvraag tot functieonderhoud bedoeld in artikel 6, negende lid, van het Bbp, maakt de ambtenaar aannemelijk dat hij gedurende ten minste een jaar op enig moment binnen de referteperiode feitelijk opgedragen werkzaamheden heeft verricht die wezenlijk afwijken van de voor hem geldende functie in samenhang daarmee van de voor hem geldende functiebeschrijving.

2.4. Artikel 4 van de Trfp luidt als volgt:

Het bevoegd gezag wijst de aanvraag om functieonderhoud af indien de feitelijke werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, tweede lid:

a. niet zijn opgedragen

b. niet gedurende ten minste één jaar op enig moment geheel of gedeeltelijk binnen de referteperiode zijn verricht of

c. niet wezenlijk afwijken van de functie van de ambtenaar en in samenhang daarmee van de voor hem geldende functiebeschrijving.

2.5. Volgens vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (de Raad) (zie onder meer de uitspraak van 25 februari 2010, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl onder LJ-nummer BL6876) gaat het bij (een verzoek om) functieonderhoud om de vraag of de feitelijk opgedragen werkzaamheden gedurende langere tijd wezenlijk afwijken van de functiebeschrijving. Bij de beantwoording van deze vraag is een slechts terughoudende toetsing niet op haar plaats. Die beantwoording moet zich immers richten op de vaststelling van feiten.

2.6. Voorts geldt volgens vaste rechtspraak van de Raad (bijvoorbeeld de uitspraak van 30 juni 2005, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl onder LJ-nummer AT9173 en de uitspraak van 3 januari 2008 LJ-nummer BC1682) dat bij de beoordeling van de vaststelling uitgangspositie een terughoudende toetsing aan de orde is.

3. Beoordeling van het beroep.

3.1. Op deze zaak is, gelet op het overgangsrecht van deel C, artikel 1, van de Wet aanpassing bestuursprocesrecht, het recht van toepassing zoals dat gold tot en met 31 december 2012. Het in beroep bestreden besluit is namelijk bekend gemaakt vóór 1 januari 2013.

3.2. Om in aanmerking te komen voor functieonderhoud dient eiser aannemelijk te maken dat de werkzaamheden die hij verricht wezenlijk afwijken van de functie [functie 1].

3.3. Naar het oordeel van de rechtbank is eiser hierin niet geslaagd. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

3.4. Eiser heeft in beroep aangevoerd dat de werkzaamheden die hij verricht niet zijn terug te vinden in de functiebeschrijving. Volgens eiser veronderstelt het analyseren van informatie niet het vergaren van informatie, maar impliceert het dat degene die de informatie vergaart een bewerking hierop toepast. Dat bewerken bestaat uit onder meer: het beoordelen van de bruikbaarheid van de informatie; een selectie op relevantie binnen de bruikbare informatie; het geven van een of meer betekenissen aan de verkregen informatie, het trekken van conclusies op basis van beoordeling van de informatie.

Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat het analyseren van informatie passend is weergegeven onder het bestanddeel “Voorbereiden en uitvoeren” onder “Vergaart informatie uit eigen organisaties, andere korpsen, instellingen internationale werkverbanden”. In het verweerschrift heeft verweerder het volgende aangevuld. Onder het functieonderdeel "Uitvoering" is onder meer opgenomen: "Stelt zelfstandig reguliere operationele analyses op met behulp van standaardmethodieken". Onder het functieonderdeel "Complexiteit" staat voorts weergegeven: "Doet analyses die bijzondere operationele kennis en ervaring vereisen" en "Resultaat: afgeronde analyses, rapportages en presentaties".

De rechtbank volgt dit standpunt van verweerder en is van oordeel dat de analyserende werkzaamheden van eiser voldoende naar voren komen in de functiebeschrijving.

3.5. Voorts heeft eiser zich op het standpunt gesteld dat het leveren van een overzicht van relaties en verbanden in de betekenis die daaraan gegeven wordt in de functiebeschrijving ziet op een technische, operationele werkzaamheid. Hiermee wordt onvoldoende recht gedaan aan zijn werkzaamheid toetsen van hypothesen en scenario’s. Dit is namelijk alleen mogelijk als de functionaris beschikt over een groot abstractievermogen en een grote creativiteit.

Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat het opstellen en toetsen van hypothesen en scenario’s kan worden geschaard onder het hoofdbestanddeel “Voorbereiden en uitvoeren”. Hierin is opgenomen: “Levert een overzicht van relaties/verbanden tussen daders, dadergroepen, criminele organisaties en tussen soorten criminaliteit" en onder "Adviseert op basis van informatie over koers en voortgang in tactisch opsporingsonderzoek”.

De rechtbank acht het standpunt van verweerder op dit punt voldoende overtuigend. Eiser heeft ter zitting toegelicht dat hij bij aanvang van een onderzoek verschillende hypothesen en scenario's maakt. Hiermee houdt hij het onderzoek breed. Dit geldt eveneens voor de rol van tegenspreker. Naar het oordeel van de rechtbank zijn deze meer tactische dan operationele werkzaamheden voldoende vervat in de functiebeschrijving. Zoals verweerder terecht heeft gesteld zijn deze werkzaamheden te scharen onder hoofdbestanddeel "Voorbereiden en uitvoeren" onder het bestanddeel "Adviseert op basis van informatie over koers en voortgang in tactisch opsporingsonderzoek".

3.6. Ten slotte heeft eiser aangevoerd dat de wijze waarop hij zijn werkzaamheden als tegenspreker uitvoert onvoldoende uit de functiebeschrijving volgt. Het fungeren als tegenspreker is alleen mogelijk als de functionaris beschikt over een groot abstractievermogen en een grote creativiteit. De werkzaamheden als tegenspreker worden, zoals eiser ter zitting heeft aangevoerd, uitgevoerd op het niveau van schaal 9.

Verweerder heeft gesteld dat het fungeren als tegenspreker is opgenomen in de functiebeschrijving onder hoofdbestanddeel “Voorbereiden en uitvoeren” waarin is opgenomen “Adviseert op basis van informatie over koers en voortgang in tactisch opsporingsonderzoek”.

Met dit door verweerder genoemde bestanddeel wordt naar het oordeel van de rechtbank voldoende recht gedaan aan de werkzaamheden die eiser als tegenspreker verricht. Eiser stelt zijn rol als tegenspreker op een hoger niveau uit te voeren, maar eiser heeft dit niet aannemelijk gemaakt. Verweerder heeft het standpunt van eiser daarentegen weersproken en gesteld dat eiser gedurende de referentieperiode wel als tegenspreker heeft geadviseerd, maar dat dit niet zag op de strategie van het gehele onderzoek. De beoordeling van eiser van 22 maart 2011 waaruit volgt dat eiser toe is aan een volgende stap als tegenspreker ondersteunt het standpunt van verweerder dat eiser pas op een later moment - en dus ook buiten de referentieperiode - zijn werkzaamheden als tegenspreker op hoger niveau is gaan uitvoeren. Dit maakt dat de werkzaamheden als tegenspreker passend zijn weergegeven onder hoofdbestanddeel “Voorbereiden en uitvoeren” waarin is opgenomen “Adviseert op basis van informatie over koers en voortgang in tactisch opsporingsonderzoek”. Ook de stelling van eiser dat hij als tegenspreker tunnelvisie bij een onderzoek dient te voorkomen kan naar het oordeel van de rechtbank worden geschaard onder "Bewaakt en beoordeelt de integriteit en betrouwbaarheid van gegevensverzamelingen".

3.7. De rechtbank is daarom van oordeel dat de taakinventarisatie en de functiebeschrijving niet wezenlijk van elkaar afwijken. Verweerder heeft zodoende in dit verband terecht gesteld dat werkzaamheden die eiser verricht onder de functiebeschrijving [functie 1] zijn te scharen. Hierom ziet de rechtbank geen aanleiding om te beoordelen of de functiebeschrijvingen [functie 2] of [functie 3] meer passend zijn.

3.8. Eiser heeft geen afzonderlijke gronden aangevoerd tegen de ongewijzigde vaststelling van de uitgangspositie. Nu er een terughoudende toetsing dient te worden gehanteerd, is de rechtbank van oordeel dat er geen aanleiding is om te veronderstellen dat de uitgangspositie van eiser onjuist is vastgesteld in de functie [functie 1].

4. Nu geen van de beroepsgronden doel treft, zal het beroep ongegrond worden verklaard. De rechtbank ziet geen aanleiding te bepalen dat verweerder het griffierecht aan eiser dient te vergoeden. Evenmin is er aanleiding om verweerder in de proceskosten te veroordelen.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.J. Polak, rechter, in aanwezigheid van mr. B.E. Giesen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2013.

de griffier de rechter

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Afschrift verzonden op:

D:B

SB