Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ4253

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
08-02-2013
Datum publicatie
15-03-2013
Zaaknummer
C/13/534867 / KG ZA 13-105 SR/JWR
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Voor het SBS-programma “Undercover in Nederland” zijn, deels met een verborgen camera, opnamen van eiser gemaakt ten behoeve van een programma waarin aandacht werd besteed aan zogenoemde acquisitiefraude. Mede omdat er is toegezegd dat het gezicht van eiser wordt ‘gewiped’, wordt het gevorderde verbod op uitzending afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/534867 / KG ZA 13-105 SR/JWR

Vonnis in kort geding van 8 februari 2013

in de zaak van

[eiser],

woonplaats kiezende te [plaats],

eiser bij dagvaarding van 28 januari 2013,

advocaat mr. R. Skála te Haren,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NOORDKAAP T.V. PRODUCTIES B.V.,

gevestigd te Steenwijk,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SBS BROADCASTING B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagden,

advocaat mr. J.A.K. van den Berg te Amsterdam.

Eiser zal hierna [eiser] worden genoemd. Gedaagden zullen worden aangeduid als Noordkaap en SBS en gezamenlijk als Noordkaap c.s.

1. De procedure

Ter terechtzitting van 4 februari 2013 heeft [eiser] gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Noordkaap c.s. heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. Beide partijen hebben een pleitnota overgelegd en producties in het geding gebracht.

Ter zitting waren onder meer aanwezig:

- [eiser], bijgestaan door mr. Skála;

- namens Noordkaap c.s. de heer [A] ([functie] Noordkaap), bijgestaan door mr. Van den Berg.

Na verder debat hebben partijen vonnis gevraagd. In verband met de spoedeisendheid wordt dit vonnis heden uitgesproken.

2. De feiten

2.1. SBS zendt via haar zender SBS6 het programma “Undercover in Nederland” uit. Dit programma heeft tot doel misstanden aan de kaak te stellen aan de hand van één of meer specifieke voorbeelden. Deze voorbeelden worden in beeld gebracht met behulp van het gebruik van een verborgen camera. Het programma wordt gemaakt door Noordkaap.

2.2. Met behulp van een verborgen camera zijn op 6 november 2012 opnamen gemaakt van [eiser]. Dit in het kader van een programma waarin aandacht werd besteed aan zogenoemde “acquisitiefraude”, dat wil zeggen een handelwijze waarbij onder meer bedrijven ongewild gebonden raken aan een contract voor een advertentie op een internetsite.

2.3. De opnamen van [eiser] zijn gemaakt op het moment dat hij bij een bedrijf op bezoek is om, volgens een vooraf gemaakte afspraak, contante betaling te verkrijgen voor een nota van de “Nationale Branchegids”. De “Nationale Branchegids” is een bedrijf dat in het programma wordt aangemerkt als pleger van acquisitiefraude.

2.4. Ter terechtzitting is een DVD vertoond van het betreffende programmaonderdeel. Te zien is hoe [eiser] door medewerkers van het door hem bezochte bedrijf wordt ontvangen en een gesprek met hen heeft. Dit gesprek is met een verborgen camera opgenomen. Vervolgens vindt een confrontatie plaats met de heer [A], [functie] van het programma “Undercover in Nederland”. Vanaf dat moment worden de opnamen gemaakt door een als zodanig herkenbare cameraman. In beeld wordt onder meer gebracht dat [eiser] wordt aangehouden door de politie. Ook zal in het programma te zien zijn dat de chauffeur van de auto waarmee [eiser] naar het betreffende bedrijf is gekomen, wordt aangehouden.

2.5. Noordkaap c.s. heeft medegedeeld dat het gezicht van [eiser] in de uitzending wordt ‘gewiped’, hetgeen betekent geheel onherkenbaar gemaakt.

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert – samengevat –

I Noordkaap op straffe van verbeurte van een dwangsom te verbieden om beeld-

en/of geluidsopnamen van hem in een uitzending op te nemen;

II Noordkaap op straffe van verbeurte van een dwangsom te verbieden een

uitzending met beeld- en/of geluidsopnames van hem aan derden ter beschikking te stellen;

III Noordkaap op straffe van verbeurte van een dwangsom te verbieden van hem

gemaakte beeld- en/of geluidsopnames aan derden ter beschikking te stellen;

IV SBS op straffe van verbeurte van een dwangsom te verbieden om beeld- en/of

geluidsopnames van hem, in welke vorm dan ook, uit te zenden;

V veroordeling van Noordkaap c.s. in de kosten van deze procedure.

3.2. [eiser] stelt dat hij geld op kwam halen in het kader van een vriendendienst en onverwachts is geconfronteerd met een camera. Hij ontkent iedere betrokkenheid bij acquisitiefraude. Volgens hem heeft het vertonen van de beelden waarop hij is te zien geen enkele toegevoegde waarde voor het item “acquisitiefraude” dat de programmamakers voor het voetlicht willen brengen. Hij vreest echter dat het vertonen van de beelden er toe zal leiden dat hij wel met dit onderwerp in verband zal worden gebracht. De toezegging dat zijn gezicht onherkenbaar zal worden gemaakt acht hij niet voldoende, omdat hij meent dat hij door personen in zijn omgeving ook herkend zal worden aan zijn postuur. Ook beroept [eiser] zich op zijn portretrecht.

3.3. Noordkaap c.s. voert verweer. Zij beroept zich op de vrijheid van meningsuiting, meer in het bijzonder de vrijheid om een misstand aan de kaak te stellen. Het vertonen van beeldmateriaal daarbij is noodzakelijk om de boodschap op indringende wijze duidelijk te maken, aldus Noordkaap c.s. Daarbij wijst Noordkaap c.s. er op dat in het programma niet wordt gesteld dat [eiser] een grotere betrokkenheid heeft bij acquisitiefraude dan het in ontvangst nemen van geld, ook al meent zij dat er voldoende aanwijzingen zijn om daar wel van uit te gaan. De gemaakte opnamen laten onder meer zien dat [eiser] mededeelt medewerker te zijn van een incassobureau, dat vaker opdrachten van de “Nationale Branchegids” krijgt en dat hij verklaart dat hij alleen is gekomen en hij zijn auto (met daarin zijn legitimatie) een eind verderop heeft geparkeerd. Dit valt niet in overeenstemming te brengen met de verklaring van [eiser] dat het ging om een vriendendienst en met het feit dat hij feitelijk door een ander is gereden, welke persoon bij zijn aanhouding verklaart dat [eiser] een collega van hem is en in wiens auto papieren van de “Nationale Branchegids” zijn te zien. Nu Noordkaap c.s. het gezicht van [eiser] onherkenbaar heeft gemaakt, dient haar belang bij het uitzenden van het verkregen materiaal te prevaleren boven het belang van [eiser] bij een verbod hierop, aldus Noordkaap c.s.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Omdat in dit geval sprake is van een procedure waarin een voorlopige voorziening wordt gevorderd, zal de voorzieningenrechter artikel 127a lid 1 en lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) - waarin is bepaald dat aan het niet tijdig betalen van het griffierecht consequenties worden verbonden - buiten beschouwing laten. Toepassing van deze bepaling zou immers, gelet op het belang van partijen bij de toegang tot de rechter, leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

4.2. Bij de beoordeling wordt voorop gesteld dat op grond van artikel 10 van het EVRM aan een ieder het recht op vrijheid van meningsuiting toekomt. Deze vrijheid mag slechts worden beperkt indien daarin is voorzien bij wet en deze beperking in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van, voor zover thans aan de orde, de bescherming van de goede naam of de rechten van anderen.

4.3. De Nederlandse wetgever heeft in artikel 7 van de Grondwet bepaald dat voor het openbaren van gedachten of gevoelens door – in dit geval – een televisie-uitzending, niemand voorafgaand verlof nodig heeft wegens de inhoud daarvan, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.

4.4. Tegenover het recht op vrijheid van meningsuiting, staat in dit geval het recht van [eiser] op bescherming van de persoonlijke levenssfeer, zoals vastgelegd in artikel 8 van het EVRM, waaronder begrepen is de bescherming van de eer en goede naam. Het antwoord op de vraag welk van deze, in beginsel gelijkwaardige, rechten in het onderhavige geval zwaarder weegt moet worden gevonden met inachtneming van alle terzake dienende omstandigheden van het geval. Daarop zal hierna worden ingegaan.

4.5. [eiser] verzet zich bovendien tegen de publicatie van een niet met zijn toestemming vervaardigd portret. Voor wat dit verweer betreft is van belang dat Noordkaap c.s. heeft toegezegd dat het gezicht van [eiser] in de tijdens de uitzending te vertonen beelden volledig is ‘gewiped’. Nu er geen overeenstemming is met gelaatstrekken, is er naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen sprake van een portret in de zin van artikel 21 Auteurswet en kan [eiser] zich om die reden niet op zijn portretrecht beroepen: associatie is niet genoeg.

4.6. Voor wat betreft de afweging van belangen als bedoeld in 4.4 geldt dat er in de uitzending geen uitspraken worden gedaan over de naam en woonplaats van [eiser]. [eiser] stelt dat zijn postuur zodanig is dat ook zonder dat zijn gezicht herkenbaar is afgebeeld hij kan worden geïdentificeerd. De voorzieningenrechter heeft echter ter terechtzitting kunnen constateren dat het postuur van [eiser] behoort tot een veelvoorkomend type bij mannen van zijn leeftijd. De opmerking van de advocaat van [eiser] dat moet worden uitgegaan van de gemiddelde lichaamsbouw van mensen in de door hem genoemde plaats en omgeving leidt niet tot een ander oordeel. In de eerste plaats wordt in de uitzending niet vermeld dat [eiser] uit die plaats afkomstig is en bovendien komt het de voorzieningenrechter onaannemelijk voor dat de doorsnee lichaamsbouw in die plaats en omgeving zodanig afwijkt van die elders in Nederland dat dit ertoe leidt dat, ondanks het onherkenbaar gemaakte gezicht, alsnog van een herkenbare afbeelding gesproken kan worden. De stelling van [eiser] dat de in de uitzending genoemde ondernemingen in een bepaald deel van Nederland zijn gevestigd en dat daarom sneller een verband met hem zal worden gelegd acht de voorzieningenrechter te speculatief.

4.7. De opnamen van [eiser] zijn deels gemaakt met de verborgen camera. Op zichzelf kan het gebruik maken van een dergelijke methode en het vervolgens uitzenden van de opgenomen beelden, ook in het geval dat niet direct sprake is van een herkenbaar portret, aangemerkt worden als een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen. Het gebruik van een verborgen camera kan in beginsel slechts bij uitzondering gerechtvaardigd zijn, waarbij alle omstandigheden van het geval een rol spelen, waaronder de omstandigheid of er een andere weg openstaat om een ernstige misstand aan het licht te brengen of een zaak van maatschappelijk belang scherper te belichten. De misstand die hier aan de orde is betreft acquisitiefraude. De gang van zaken tijdens het gesprek dat [eiser] met vertegenwoordigers van het door hem bezochte bedrijf had, waarbij met name het feit dat [eiser] zich voorstelt als iemand van een incassobureau van belang is, geeft een goede weergave van de gang van zaken bij dergelijke handelspraktijken en is daarom, zoals Noordkaap c.s. terecht heeft aangevoerd, illustratief voor het aan de kaak stellen van een dergelijk misstand. Voldoende aannemelijk is dat Noordkaap c.s. dit materiaal zonder het gebruik van de verborgen camera niet zou hebben verkregen.

4.8. [eiser] stelt verder dat er behalve beeld- ook geluidsopnamen van hem zijn gemaakt en dat die (in combinatie met de vertoning van de beelden) tot herkenning kunnen leiden. Noordkaap c.s. heeft in dit verband opgemerkt dat het gaat om geluidsopnamen van slechte kwaliteit die, zoals de voorzieningenrechter ook heeft kunnen constateren, in de uitzending door middel van ondertiteling (beter) verstaanbaar worden gemaakt. De voorzieningenrechter heeft voorts kunnen constateren dat [eiser] niet een zodanig karakteristiek stemgeluid heeft dat hij op grond van het uitzenden van de geluidsopnamen zal worden herkend, ook niet in combinatie met het beeldmateriaal (gewiped). [eiser] heeft nog gesteld dat SBS contact heeft opgenomen met zijn zus en dat zij informatie over de op handen zijnde uitzending aan anderen heeft doorgespeeld, die daar op hun beurt [eiser] mee confronteren. Zo is hem al een paar keer gevraagd ‘Wanneer hij op tv komt’. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het feit dat zijn zus anderen heeft geïnformeerd er wel toe zou kunnen leiden dat enkele goede bekenden van [eiser] hem in de uitzending herkennen. Dit zal dan echter uitsluitend gaan om personen die zo goed met [eiser] bekend zijn dat zij, nu zij er rekening mee houden dat hij in de uitzending te zien zal zijn, hem hoe dan ook zullen herkennen, ongeacht het feit of zijn stem nu wel of niet is vervormd. Dit nog afgezien van het feit dat de keus van de zus van [eiser] om anderen in te lichten niet aan Noordkaap c.s. valt toe te rekenen. Dit alles afwegende is de voorzieningenrechter van oordeel dat het belang van Noordkaap c.s. op uitzending van de beelden (gewiped) en de gemaakte geluidsopnamen zwaarder moet wegen dan de daartegenover staande belangen van [eiser].

4.9. De stelling van [eiser] dat voor het door Noordkaap c.s. aan de orde te stellen thema niet noodzakelijk is dat beeld- en geluidsmateriaal van hem wordt gebruikt leidt niet tot een ander oordeel. De noodzakelijkheidstoets van artikel 10 EVRM ziet niet op de vraag of de opnamen noodzakelijk zijn voor het onder de aandacht brengen van de misstand, maar op de vraag of het noodzakelijk is om het recht op vrijheid van meningsuiting te beperken. Het negatieve antwoord daarop is reeds in de hiervoor toegepaste belangenafweging gevonden.

4.10. Nu Noordkaap c.s. heeft toegezegd dat het gezicht van [eiser] gedurende de gehele uitzending zal worden gewiped en de voorzieningenrechter Noordkaap c.s. aan die toezegging houdt (in de ter terechtzitting getoonde versie was dit nog niet overal gebeurd) zullen de vorderingen van [eiser] worden afgewezen. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. De kosten aan de zijde van Noordkaap c.s. worden begroot op:

- griffierecht € 589,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.405,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. weigert de gevraagde voorzieningen;

5.2. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van Noordkaap c.s. tot op heden begroot op € 1.405,00;

5.3. verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Sj.A. Rullmann, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. J.W. Rouwendal, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 8 februari 2013.?