Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ0925

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
22-01-2013
Datum publicatie
07-02-2013
Zaaknummer
13.706.868-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar en twee maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren nog één jaar, één maand en 29 dagen.

De rechtbank is van oordeel dat niet is voldaan aan de vereisten zoals genoemd in artikel 12 OLW,artikel 12, aanhef en onder a tot en met d. De rechtbank weigert de overlevering dan ook.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13.706.868-12

RK nummer: 12/8175

Datum uitspraak: 22 januari 2013

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 5 december 2012 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 6 februari 2012 door the Regional Court in Warsaw (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon],

geboren te [plaats] (Polen) op [1972],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens en verblijvend op het adres [adres], [postcode] [plaats],

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1. Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 22 januari 2013. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. A. Oswald. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. M. de Klerk, advocaat te Velserbroek, en door een tolk in de Poolse taal.

2. Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3. Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een judgment rendered in absentia of District Court for Warszawa Sródmiescie, X Penal Division, Acts No X K 990/10 of 14th January, 2011 – enforceable on 16th February, 2011.

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar en twee maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren nog één jaar, één maand en 29 dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij voornoemd vonnis.

Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4. Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW

Onderdeel d) van het EAB houdt onder meer in:

In the case Acts No X K 990/10 the person prosecuted was served with the summons to the trial pusuant to the provisions of art. 133 § 1 en 2 Code of Penal Proceedings. The addressee did not make the correspondence receipt in time. During the trial on 14th January, 2011, the sentence was rendered in absentia. The copy of the judgement was sent by post; the convict did not make the receipt of it and on 08.02.2007 it was decided the copy of the judgement rendered in absentia was duly delivered. The convict did not appeal the judgement. The judgment enforced on 16.02.2011.

Het faxbericht van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 11 januari 2013 houdt onder meer in:

No, the person concerned did not appear in person at the trial when the judgment was issued.

The Court summoned [opgeëiste persoon] to the trial on 14.01.2013 [rechtbank leest: 2011]. The summons was sent at two addresses of correspondence as declared by the convict during his hearing as a suspect in the case. The convict did not make any receipt of either of them informing aubout the time of the trial.

Therefore, the Court proceeded, pursuant to provisions of art. 133 § 1 en 2 Code of Penal Proceedings, at the convicts’s absence. The same day the judgment was rendered in absentia.

The convict [opgeëiste persoon] was not served the judgment rendered in absentia in person. The convict did not make any receipt of the correspondence at the given address, as declared as his address for correspondence serving. It failed to deliver to deliver the judgment both by post and by police.

The judgment rendered in absentia has been enforceable, thus, it will be served to the convict after his surrender, only at the clear request of the convict. The convict will not be instructed about his right for re-trial.

De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis, terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij de behandeling ter terechtzitting die tot dat vonnis heeft geleid.

Op grond van artikel 12 OLW mag de rechtbank de overlevering daarom alleen toestaan, indien zich één van de in artikel 12, aanhef en onder a tot en met c, OLW bedoelde omstandigheden heeft voorgedaan of indien de uitvaardigende justitiële autoriteit overeenkomstig artikel 12, aanhef en onder d, OLW heeft vermeld

(i) dat het betreffende vonnis na overlevering onverwijld aan de opgeëiste persoon zal worden betekend en dat hij uitdrukkelijk zal worden geïnformeerd over zijn recht op een verzetprocedure of een procedure in hoger beroep, waarbij hij het recht heeft aanwezig te zijn, waarop de zaak opnieuw ten gronde wordt behandeld en nieuw bewijsmateriaal wordt toegelaten, die kan leiden tot herziening van het oorspronkelijke vonnis en

(ii) dat de opgeëiste persoon wordt geïnformeerd over de termijn waarbinnen hij verzet of hoger beroep dient aan te tekenen, zoals vermeld in het desbetreffende EAB.

Met de officier van justitie en de raadsman van de opgeëiste persoon is de rechtbank van oordeel dat uit de door de uitvaardigende justitiële autoriteit verstrekte gegevens niet van deze omstandigheden noch van deze garantie blijkt.

De rechtbank zal de overlevering dan ook weigeren.

5. Slotsom

Nu is vastgesteld dat artikel 12 OLW aan overlevering in de weg staat, dient de overlevering te worden geweigerd.

6. Toepasselijke wetsbepalingen

Artikel 12 van de Overleveringswet.

7. Beslissing

WEIGERT de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Regional Court in Warsaw (Polen) ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf, te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat, wegens het feit waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.

Aldus gedaan door

mr. N.J. Koene, voorzit¬ter,

mrs. H.P. Kijlstra en R.A. Kok, rech¬ters,

in tegenwoordigheid van mr. V.H. Glerum, grif¬fier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 22 januari 2013.

De jongste rechter is buiten staat de uitspraak mede te ondertekenen.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

B