Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:BY8893

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
18-01-2013
Datum publicatie
18-01-2013
Zaaknummer
532030 / KG ZA 12-1707 MvW/MB
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Vonnis voorzieningenrechter Amsterdam. Vordering van aan de Rolling Stones gelieerde bedrijven tot (onder meer) rectificatie van de term ‘brievenbusfirma’ afgewezen. Geen onrechtmatige uiting. Geen grond voor beperking uitingsvrijheid van de NOS en NTR (Nieuwsuur) .

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2013-0212
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel,

zaaknummer / rolnummer: 532030 / KG ZA 12-1707 MvW/MB

Vonnis in kort geding van 18 januari 2013

in de zaak van

1. de besloten vennootschap PROMOGROUP B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. de besloten vennootschap MUSIDOR B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseressen bij dagvaarding van 13 december 2012,

advocaat mr. A.E. van Zoest te Bussum,

tegen

1. de stichting NEDERLANDSE OMROEP STICHTING,

gevestigd te Hilversum,

2. de stichting STICHTING NTR,

gevestigd te Hilversum,

gedaagden,

advocaat mr. F.R. Stoové te Amsterdam.

1. De procedure

Ter terechtzitting van 21 december 2012 hebben eiseressen, hierna gezamenlijk Promogroup c.s. en afzonderlijk Promogroup en Musidor, gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Gedaagden, hierna gezamenlijk ook NOS c.s. en afzonderlijk NOS en NTR, hebben verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. Beide partijen hebben hun standpunten toegelicht aan de hand van producties en pleitnota’s.

Ter terechtzitting is voorts een in het geding zijnd televisiefragment getoond. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

Ter zitting waren aanwezig: Aan de zijde van Promogroup c.s.: [A] (hierna: [A]), [functie]; aan de zijde van NOS en NTR: [B], [functie], [C], [functie] Nieuwsuur, mr. Stoové en zijn kantoorgenoot mr. Ch.E. Koster.

2. De feiten

2.1. Op 5 december 2012 is in het televisieprogramma Nieuwsuur, waarvoor NOS en NTR gezamenlijk verantwoordelijk zijn, onder meer aandacht besteed aan het Nederlandse belastingstelsel en de voornemens van de Tweede Kamer om de zogenoemde ‘brievenbusfirma’s’ aan te pakken.

2.2. Een verslaggever van Nieuwsuur heeft ter introductie van het onder 2.1 genoemde programmaonderdeel van Nieuwsuur onder meer het volgende gezegd:

“Goedenavond. Belastingontwijking via ons land wordt een stuk moeilijker. The Rolling Stones, U2 en Starbucks zijn zogenaamd in ons land gevestigd, maar daar wil de Tweede Kamer een eind aan maken. (…) Meer dan 10.000 miljard euro gaat elk jaar door Nederland heen. Ons land fungeert namelijk als spil voor wereldwijde belastingontwijking. Maar [artiest D] en [artiest E] moeten straks gewoon evenveel belasting gaan betalen als iedereen. Brievenbusfirma’s in Nederland die alleen dienen om belastingen te omzeilen, moeten keihard worden aangepakt, vindt een meerderheid van de Tweede Kamer.”

2.3. Ook tijdens het (late) NOS-journaal op 5 december 2012 is aandacht besteed aan belastingontwijking door buitenlandse bedrijven. Daarin is onder meer het volgende gezegd:

“Alle inkomsten uit concerten en platenverkopen van U2 gaan via een Nederlandse brievenbusonderneming en daarmee ontwijkt de Ierse band belastingen in de landen waar ze concerten geven. Meer dan 23.000 buitenlandse bedrijven doen hetzelfde. Het levert hier alleen werk op voor accountants.

(…) De Nederlandse schatkist verdient per jaar 1,5 miljard euro aan de brievenbusondernemingen zoals die van U2 en The Rolling Stones. Toch vindt een meerderheid in de Tweede Kamer dat dat geen reden is om het systeem in stand te houden.

[F] ([politieke partij]): “Nou, als Nederland wordt aangepakt omdat er via Nederland te veel belastingontwijking is, ja, dan krijgt Nederland kritiek en dan worden we gedwongen onze wetgeving aan te passen en dat kan schadelijk zijn voor bedrijven die zich wel keurig aan de wet houden.”

In januari spreekt de Tweede Kamer daarover en dan wordt duidelijk of [artiest E] en [artiest D] nog langer belasting kunnen ontwijken in Nederland.”

2.4. Op Internet (www.nieuwsuur.nl, www.nosteletext.nl en www.nos.nl) was

op 5 december 2012 voorts de volgende tekst te vinden:

“KAMER WIL AF VAN BRIEVENBUSFIRMA’S

De Tweede Kamer wil af van zogeheten brievenbusfirma’s, zoals van The Rolling Stones en Starbucks. Ze worden door buitenlandse bedrijven gebruikt om de belasting te ontwijken. De bedrijven zijn alleen op papier in Nederland gevestigd, en profiteren zo van het gunstige belastingklimaat. In totaal gaat er in de brievenbusfirma’s meer dan 120 miljard euro per jaar om. Een meerderheid van VVD, PvdA en SP wil de belastingontwijking aanpakken. Bedrijven die na een paar jaar nog steeds alleen een brievenbus in Nederland hebben, moeten weg of extra zwaar worden belast.

Imago van Nederland

[politieke partij]-[functie][F] zei in Nieuwsuur dat de brievenbusfirma’s schadelijk zijn voor het imago van Nederland. De Europese Commissie heeft zich al beklaagd over het Nederlandse belastingklimaat.

Ook de bedrijven van internationale sterren als The Rolling Stones en U2 maken gebruik van de constructie en zijn in Nederland gevestigd. De bands verdienen honderden miljoen euro’s per jaar. In Nederland zouden ze daar maar 1,6 procent belasting over betalen.”

2.5. NOS c.s. heeft het onder 2.4 genoemde bericht inmiddels aangepast (zo blijkt uit een update van 14 december 2012) in die zin dat in de eerste zin van het bericht de passage ‘zoals van de Rolling Stones en Starbucks’ is geschrapt en dat de laatste twee zinnen:

‘Ook bedrijven van internationale sterren (…) maar 1,6% belasting betalen’ zijn gewijzigd in de volgende zin:

‘Ook de bedrijven van internationale sterren als The Rolling Stones en U2 maken gebruik van het gunstige belastingregime in Nederland.’

2.6. In het AD (Algemeen Dagblad) van 28 april 2012 is onder het kopje ‘Ondernemingen rockbands geen postbusfirma’s’ het volgende bericht geplaatst:

“In de op vrijdag 20 april (…) verschenen edities van het AD zijn enkele artikelen gewijd aan een Europees verbod voor zogenaamde postbusfirma’s. In de artikelen zijn de ondernemingen van de rockbands The Rolling Stones en U2 genoemd als brievenbusfirma’s. Ook door de afbeelding van de foto van Rolling Stone [artiest G]en het bijschrift kan de indruk zijn gewekt dat de onderneming van The Rolling Stones (Promogroup BV) een postbus bv is en geen operationele onderneming. De directie van Promogroup BV en U2 ltd. heeft het AD er op gewezen dat het gaat om operationele ondernemingen met ieder eigen kantoren en personeel en geen brievenbusfirma’s.”

2.7. Op 25 juni 2012 heeft de [functie] van het Ministerie van Financiën, [H], de Tweede Kamer een brief gestuurd betreffende de uitvoering van een motie inzake de belastingproblematiek. In de bij deze brief behorende Begrippenlijst is de term ‘Brievenbusmaatschappijen’ als volgt gedefinieerd: ‘populair begrip voor vennootschappen die met vele op één adres zijn gevestigd en/of waarbij het bestuur van veel vennootschappen bij één natuurlijk persoon of rechtspersoon berust.’

2.8. In uittreksels van de Kamer van Koophandel Amsterdam van 13 december 2012 is vermeld dat Promogroup een houdstermaatschappij is van ondernemingen op het gebied van film, muziek etcetera en dat Musidor zich bezig houdt met de exploitatie van rechten op het gebied van muziek en de exploitatie van naamsrechten van artiesten, (beeld) merken en dergelijke. Van beide bedrijven is [A] algemeen directeur/bestuurder.

2.9. Onder de gedingstukken (productie 4 van Promogroup c.s.) bevindt zich een door Stones-leden [artiest D], [artiest J] en [artiest K] op respectievelijk 23 en 25 juni 1997 ondertekende ‘Confirmation of Power of Attorney’, waarin het volgende is vermeld:

“We, the undersigned, confirm that we have appointed Musidor (…), as our attorney to perform all and every necessary act (by way of legal proceedings our (gelezen wordt: or, vzr.) otherwise) to prevent and protect us against the unauthorized exploitation of our portraits and/or portrait rights, figures, personality, likeness etc., both as individuals and as the musical group “The Rolling Stones”.

We hereby undertake to ratify all acts by our attorney on the authority of the above mentioned power of attorney.”

2.10. NOS c.s. heeft een rapport (met de titel: ‘Tax haven and Development Partner, Incoherence in Dutch Government Policies?’) in het geding gebracht van de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) van juni 2007, waarin onder meer het volgende is vermeld:

“2.2. Mailbox companies and SFIs

As a result of facilitating conduit arrangements the Netherlands has attracted a high number of what we have termed ‘mailbox’ companies. These are companies which have no substantial commercial presence – according to information from the Chambers of Commerce, they mostly employ either zero or one person – and merely perform an administrative function with the overall claim of reducing the tax burden of the multinational that owns it. (…) Tax planning appears to be the main purpose of Dutch mailbox companies (…)

However, the Dutch Central Bank (DNB) maintains a special register for what it refers to as Special Financial Institutions (SFIs) (…)

In conformance with their purpose DNB identifies three types of SFIs: (…)

? Royalty and film right companies: (…) Well known examples of this type of entities are the company that manages the royalties of U2 and the Rolling Stones.”

2.11. Als productie 6 heeft NOS c.s. een aantal artikelen in het geding gebracht, waaronder een stuk uit CNN Money van 30 september 2002, waarin [artiest J] onder meer zegt: “The whole business thing is predicated a lot on the tax laws . (…) A lot of our astute moves have been basically keeping up with tax laws, where to go, where not to put it. (...) We left England because we’d be paying 98 cents on the dollar.”

In een artikel in The New Yorker van 1 november 2010 staat onder meer:

“Since 1989, the Stones have earned more than two billion dollars in gross revenues (…). Promotour, Promopub, Promotone, and Musidor, firms based in Holland, for tax reasons, handle the various ends of the Stones’ business concerns, and everything is watched over by teams of accountants (…).”

3. Het geschil

3.1. Promogroup c.s. vordert, samengevat, dat NOS c.s. zal worden bevolen om:

- de berichtgevingen als omschreven in het lichaam van de dagvaarding (hiervoor grotendeels weergegeven onder 2.1 tot en met 2.5) te staken en gestaakt te houden en zich te onthouden van het doen van dergelijke mondelinge, schriftelijke of digitale uitingen waarmee wordt gesteld of indirect de suggestie wordt gewekt dat Promogroup en Musidor brievenbusondernemingen zijn, althans dat de Rolling Stones brievenbusfirma’s hebben en zich in dat kader schuldig maken aan belastingontwijking;

- alle berichtgevingen op de onder 2.4 vermelde websites en op www.uitzendinggemist.nl en de overige media waarin de berichten of soortgelijke berichten zijn openbaar gemaakt blijvend te (doen) verwijderen, inclusief beeld en geluidfragmenten van de Rolling Stones en te bewerkstelligen dat deze eveneens uit het cachegeheugen en eventuele nieuwsarchieven en databanken zullen worden verwijderd;

- opgave te doen van alle media (met specificatie van data, tijdstippen etcetera) waarin de berichtgevingen zijn geplaatst of zijn overgenomen;

- om in alle digitale en/of schriftelijke media waarin de berichtgevingen zijn verschenen een rectificatie te plaatsen zoals nader omschreven onder 4 in het petitum van de dagvaarding;

dit alles op straffe van verbeurte van dwangsommen en met veroordeling van NOS en NTR in de proceskosten.

3.2. Promogroup c.s. heeft haar vorderingen, samengevat, als volgt toegelicht. De mededelingen van NOS c.s. in de televisieuitzendingen en op de websites zijn onjuist, misleidend en suggestief. Promogroup c.s. en de Rolling Stones worden immers ten onrechte beschuldigd van het ontwijken van belastingen door het hanteren van brievenbusfirma’s. Dit is onjuist, aangezien Promogroup c.s. operationele ondernemingen zijn met zes personeelsleden en een directie. Alle verschuldigde belastingen worden keurig afgedragen. Door de onterechte beschuldigingen lijden de Stones en hun ondernemingen reputatieschade. De gemiddelde kijker zal de conclusie trekken dat de Rolling Stones belastingfraude plegen en de gemiddelde Nederlander opzettelijk financieel benadelen. Promogroup c.s. heeft er een dringend spoedeisend belang bij dat dit wordt rechtgezet, aangezien de berichten door andere media worden overgenomen, hetgeen de omvang van de schade elke dag vergroot (sneeuwbaleffect). Andere media, zoals het AD (zie bij 2.6), de Volkskrant en de De Telegraaf hebben de mededelingen over ‘brievenbusfirma’s’, al dan niet na daartoe te zijn aangeschreven door Promogroup c.s., al gerectificeerd. NOS c.s. heeft geen enkele goede reden om dat niet ook te doen.

3.3. NOS c.s. voert verweer waarop hierna, voor zover van belang, nader wordt ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Omdat in dit geval sprake is van een procedure waarin een voorlopige voorziening wordt gevorderd, zal de voorzieningenrechter artikel 127a lid 1 en lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering - waarin is bepaald dat aan het niet tijdig betalen van het griffierecht consequenties worden verbonden - buiten beschouwing laten. Toepassing van deze bepaling zou immers, gelet op het belang van partijen bij de toegang tot de rechter, leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

4.2. Beoordeeld moet worden welke rechten van Promogroup c.s. in het geding zijn en of deze rechten zijn geschonden. Promogroup c.s. is in dit geding niet alleen opgekomen voor het recht op bescherming van de eer en goede naam van haarzelf, maar ook voor de reputatie van de (leden van de) Rolling Stones. Zij heeft zich daarbij beroepen op de onder 2.9 vermelde door [artiest D], [artiest J] en [artiest K] ondertekende ‘Power of Attorney’ (PoA). Met NOS c.s. acht de voorzieningenrechter deze PoA echter niet zodanig ruim dat Promogroup c.s. terzake van de onderhavige vorderingen ook namens de Rolling Stones (althans namens de individuele bandleden) kan optreden, daargelaten dat de PoA alleen ziet op Musidor en niet (ook) op Promogroup. De tekst van de PoA is immers duidelijk gericht op de exploitatie en handhaving van de intellectuele eigendomsrechten en portretrechten van de Stones en niet op (het treffen van rechtsmaatregelen tegen) publicaties waarbij hun eer en goede naam in het geding zijn. Hiertoe zou een aanvullende PoA op zijn plaats zijn, zoals NOS c.s. terecht heeft betoogd. Weliswaar zijn de vorderingen ook gericht op het verwijderen van beelden van The Rolling Stones, maar Promogroup c.s. heeft daarbij uitdrukkelijk te kennen gegeven dat daarbij geen beroep wordt gedaan op intellectuele eigendomsrechten en/of portretrechten, maar alleen op de onrechtmatigheid in het kader van de beschuldigingen over belastingontwijking.

4.3. Het hierna volgende heeft dus, zo volgt uit het voorgaande, uitsluitend betrekking op de mogelijke onrechtmatigheid van de uitingen van NOS c.s. jegens Promogroup en Musidor. Daarbij wordt, anders dan NOS c.s. heeft aangevoerd, wel voldoende aannemelijk geacht dat Promogroup c.s. aan de Stones gelieerde bedrijven zijn. Weliswaar blijkt dat niet uit de overgelegde uittreksels van de Kamer van Koophandel, maar hetgeen Promogroup c.s. ter zitting heeft toegelicht in combinatie met de overgelegde producties (waaronder de door NOS c.s. zelf als productie 6 in het geding gebrachte publicaties) biedt voldoende aanknopingspunten om voorshands van de juistheid van de stellingen van Promogroup c.s. in dit verband uit te gaan. Voor zover sprake is van uitlatingen over de bedrijven van de Rolling Stones zijn Promogroup en Musidor dan ook ontvankelijk in hun vorderingen. Dat in de in het geding zijnde publicaties hun namen niet met zoveel woorden zijn genoemd, maakt dat niet anders. Weliswaar is niet aannemelijk dat het grote publiek Promogroup c.s. als ondernemingen van de Stones zal herkennen, maar waarschijnlijk zal dit in betrokken kringen (bijvoorbeeld in de muziekwereld) wel het geval zijn.

4.4. Toewijzing van de vorderingen van Promogroup c.s. zou een beperking inhouden van het in artikel 10 lid 1 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM) neergelegde grondrecht van NOS c.s. op vrijheid van meningsuiting. De stelling van Promogroup dat een beroep op artikel 10 EVRM reeds faalt, omdat het hier niet om een mening, maar om een ‘onjuist nieuwsfeit’ zou gaan, gaat niet op. Ook het presenteren van een nieuwsfeit valt onder de in artikel 10 EVRM bedoelde uitingsvrijheid. Een dergelijk recht kan slechts worden beperkt indien dit bij de wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam en de rechten van anderen (artikel 10 lid 2 EVRM). Van een beperking die bij de wet is voorzien is sprake, wanneer de uitlatingen van NOS c.s. onrechtmatig zijn in de zin van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek. Bij de beoordeling daarvan dienen alle relevante omstandigheden van het geval te worden betrokken. Anders dan Promogroup c.s. kennelijk meent, is de presentatie van een nieuwsfeit niet reeds onrechtmatig en voor rectificatie vatbaar als over de juistheid ervan getwijfeld zou kunnen worden. Ook andere factoren spelen daarbij een rol. Als sprake is van een beschuldiging weegt bij de beoordeling van de (on-) rechtmatigheid daarvan uiteraard zwaar in hoeverre deze steun vindt in het beschikbare feitenmateriaal; ook andere omstandigheden zijn echter van belang, zoals bijvoorbeeld de ernst van de beschuldiging, de aard van het medium, in welke context het desbetreffende nieuwsfeit is gepresenteerd en of sprake is van een maatschappelijk debat, in welk geval de uitingsvrijheid in verdergaande mate wordt beschermd dan wanneer dat niet aan de orde is. Ook de omstandigheid dat de berichtgeving in een krantenkop (of de vooraankondiging van een televisie-item) minder genuanceerd, ‘korter door de bocht’ mag zijn dan een artikel of die uitzending zelf, zal bij de beoordeling een rol kunnen spelen, zoals NOS c.s. terecht heeft betoogd.

4.5. Promogroup c.s. acht met name onrechtmatig de aanduiding van haar ondernemingen als ‘brievenbusfirma’s’, omdat dit feitelijk onjuist zou zijn en omdat daarmee de indruk zou worden gewekt dat zij niet zou voldoen aan haar fiscale verplichtingen en zich schuldig zou maken aan fraude of financiële benadeling van anderen.

4.6. De uitingen waar het in dit geding over gaat, zijn gedaan in de context van het maatschappelijk debat over het voor buitenlandse bedrijven aantrekkelijke belastingklimaat in Nederland. De uitzendingen van Nieuwsuur en het NOS journaal en de berichtgeving op de daaraan verbonden websites leveren daaraan een bijdrage. In de berichten op de websites is inmiddels de zinsnede “zogeheten brievenbusfirma’s zoals van The Rolling Stones (…)” weggehaald. Niettemin zijn de ondernemingen van de Stones in de uitzending aangeduid als en in de verdere berichtgeving op internet ontegenzeggelijk geassocieerd met ‘brievenbusfirma’s’ en in ieder geval als ondernemingen die profiteren van een gunstig belastingklimaat alhier.

4.7. Over de vraag wat precies de definitie is van ‘brievenbusfirma’ zijn de meningen verdeeld. Promogroup c.s. heeft gewezen op de definitie in diverse woordenboeken, te weten ‘firma met alleen maar een postadres, om buiten de controle van de fiscale overheid te blijven’. Aan Promogroup c.s. kan worden toegegeven dat de term ‘brievenbusfirma’ in deze context een negatieve bijklank heeft en dat zij niet aan deze definitie voldoet. Aannemelijk is immers dat Promogroup c.s. meer inhoudt dan alleen een postadres en ook dat zij aan haar belastingverplichtingen in Nederland voldoet. Niet uit het oog moet echter worden verloren dat aan de term ‘brievenbusfirma’ ook een wat bredere betekenis kan worden toegekend in de zin die in het SOMO rapport (2.10) en door de Staatssecretaris (2.11) daaraan wordt gegeven. Daarbij gaat het om bedrijven, veelal verschillende B.V.’s met één bestuurder, die vooral administratieve taken uitvoeren en erop gericht zijn zoveel mogelijk te profiteren van gunstige belastingregimes. Anders dan Promogroup c.s. lijkt te betogen is op basis van eerdere publicaties (zoals aangehaald onder 2.11 met daarin onder meer uitlatingen van een van de bandleden zelf) voldoende aannemelijk dat de ondernemingen van de Stones om fiscale redenen in Nederland zijn gevestigd en voor de afdracht van belasting over de winst, royalty’s en dergelijke, profiteren van het gunstige belastingklimaat in Nederland. In het licht van de wat ruimere definitie van het begrip ‘brievenbusfirma’ kan daarom vooralsnog niet worden aangenomen dat de gebezigde kwalificaties geen steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal. Van belang is daarbij ook dat een zekere overdrijving – het korter door de bocht gaan zoals bedoeld in 4.2 – in de aankondiging van een programma (‘de ondernemingen zijn ‘zogenaamd’ in Nederland gevestigd’), ook als het, zoals in dit geval, een serieus programma betreft, in het kader van het maatschappelijk debat toelaatbaar moet worden geacht.

4.8. De stelling van Promogroup c.s. dat het zou gaan om een ernstige beschuldiging, aangezien bij het grote publiek de indruk zou kunnen postvatten dat de ondernemingen zich schuldig maken aan fraude, heeft zij tegenover de gemotiveerde betwisting daarvan door NOS c.s., onvoldoende aannemelijk gemaakt. Uit de gehanteerde bewoordingen en de strekking van de nieuwsitems blijkt immers genoegzaam dat het hier gaat om belastingontwijking – en niet om belastingfraude – en dat dit gebeurt binnen de grenzen van de huidige wet- en regelgeving. Veeleer is aannemelijk dat bij het grote publiek blijft hangen dat de bedrijven van de Stones profiteren van een gunstig belastingklimaat in Nederland, hetgeen zoals gezegd voldoende steun vindt in het beschikbare feitenmateriaal – en ook in alle openheid door tenminste één bandlid is erkend. De negatieve connotatie die de term ‘brievenbusfirma’ ook in deze context mogelijk oproept wordt voorshands niet onnodig grievend of schadelijk voor de reputatie van de desbetreffende bedrijven geacht. Ook de (aanvankelijke) vermelding in het onder 2.4 aangehaalde bericht dat maar 1,6% belasting zou worden betaald over de honderden miljoenen die de Stones zouden verdienen wordt in dit verband niet onrechtmatig geacht. NOS c.s. heeft dit percentage nader toegelicht (in de zin dat het gaat om een percentage gerelateerd aan de omzet, en niet om een percentage van de winst en gebaseerd is uit eerdere berichtgeving uit buitenlandse media); bovendien is deze mededeling inmiddels verwijderd.

Dat sprake zou zijn van een ‘sneeuwbaleffect’ in de pers door de bestreden uitingen, heeft Promogroup c.s. overigens tegenover de gemotiveerde betwisting daarvan door NOS c.s. niet aannemelijk gemaakt.

4.9. Alles afwegend acht de voorzieningenrechter op grond van het voorgaande de in het geding zijnde uitingen niet onrechtmatig jegens Promogroup c.s., zodat voor het beperken van de uitingsvrijheid in dit geval geen grond aanwezig is.

De omstandigheid dat nieuwe regelgeving op belastinggebied mogelijk geen gevolgen zal hebben voor Promogroup c.s., omdat zij geen postbusfirma in de enge zin zou zijn, doet aan het voorgaande niet af, evenmin als de omstandigheid dat andere media, anders dan NOS c.s., wel aanleiding hebben gezien om het kenschetsen van ondernemingen van de Rolling Stones als ‘brievenbusfirma’s’ te rectificeren.

4.10. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de gevraagde voorzieningen zullen worden geweigerd. De overige weren van NOS c.s. behoeven bij deze uitkomst geen bespreking.

4.11. Promogroup c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van dit geding. De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook op de navolgende wijze worden toegewezen.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. weigert de gevraagde voorzieningen;

5.2. veroordeelt Promogroup c.s. in de kosten van dit geding, tot heden aan de zijde van NOS c.s. begroot op:

– € 575,- aan griffierecht en

– € 816,- aan salaris advocaat;

5.3. veroordeelt Promogroup c.s. in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 131,- aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,- aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak;

5.4. verklaart deze kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Walraven, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Balk, griffier en in het openbaar uitgesproken op 18 januari 2013.