Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:9742

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
24-07-2013
Datum publicatie
02-05-2014
Zaaknummer
C/13/531807 / HA ZA 12-1473
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

verzekeringsrecht, verzwijging strafrechtelijk verleden, geen uitkering op grond van 7:930 lid 4 BW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/531807 / HA ZA 12-1473

Vonnis van 24 juli 2013

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. N. Claassen te Rotterdam,

tegen

naamloze vennootschap

DELTA LLOYD SCHADEVERZEKERING N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem.

Partijen zullen hierna [eiser] en Delta Lloyd genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 27 februari 2013,

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 6 juni 2013, met de daaraan gehechte (door mr. Knüppe overgelegde) uitdraai van ANWB routeplanner ten aanzien waarvan de rechtbank
    - met instemming van partijen - heeft bepaald dat deze tot de processtukken behoort.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] heeft ten behoeve van zijn Opel Astra G Coupé met kenteken [kenteken] (hierna: de auto), waarvan hij sinds juni 2007 eigenaar was, een WA plus beperkt casco verzekeringsovereenkomst gesloten bij Delta Lloyd. Onder die overeenkomst was de auto tevens tegen diefstal verzekerd.

2.2.

Het aanvraagformulier voor de verzekering - waarop [eiser] als eigenaar/bestuurder is vermeld - is op 30 maart 2005 door [moeder], de moeder van [eiser], ingevuld. Bij de vraag of verzekeringnemer of een andere belanghebbende de laatste acht jaar in aanraking is geweest met politie of justitie, bijvoorbeeld vanwege de verdenking van een misdrijf, om welk misdrijf het ging, of het tot een rechtszaak is gekomen en wat het resultaat daarvan was, is het hokje ‘ja’ aangekruist en het volgende vermeld: “2001 (diefstal/ verduistering) bij werkgever moeder”.

2.3.

Op 3 oktober 2008 is de auto betrokken geweest bij een aanrijding in België. Op verzoek van [eiser] heeft [bedrijf 1] de schade - die niet gedekt was - destijds vastgesteld. Volgens [bedrijf 1] bedroegen de totale reparatiekosten € 10.723,01.

2.4.

Bij factuur van 14 februari 2009 heeft [bedrijf 2] (hierna: [bedrijf 2]) [eiser] € 9.520,00 inclusief btw in rekening gebracht met als omschrijving “Reparatie Opel Astra [kenteken] Linker voor schaden”. Voorts is op de factuur “De schade is hersteld met diverse gebruikte onderdelen” en als adres van [bedrijf 2] “[adres]” vermeld.

2.5.

Op 20 februari 2009 om 14:00 uur heeft [eiser] bij de politie Rotterdam Rijnmond aangifte gedaan van diefstal van de auto. In het proces-verbaal van aangifte is het volgende vermeld, voor zover relevant:

“(…)
Tussen donderdag 19 februari 2009 te 20 00 uur en vrijdag 20 februari 2009 te 13 00 uur werd op de [adres] (…) Rotterdam, het in de aanhef vermelde feit gepleegd. (…)
Op eerst genoemde dag, datum en tijdstip parkeerde ik mijn auto op de openbare weg aan de [adres] te Rotterdam (…) Mijn auto was deugdelijk afgesloten en in goede orde achtergelaten. (…) Het alarm was ingeschakeld.
Op laatst genoemde dag, datum en tijdstip kwam ik weer terug bij de plaats waar ik mijn auto had achtergelaten Toen ik mijn auto wilde gebruiken, zag ik dat mijn auto door onbekende(n) was weggenomen
(…)”

2.6.

Na melding van de diefstal door [eiser] bij Delta Lloyd, heeft [naam] (hierna: [naam]) namens Delta Lloyd een schaderapport opgesteld. In zijn rapport van 24 september 2009 is het volgende vermeld, voor zover relevant:

“(…)
Zoals bekend heeft dit voertuig een ernstige schade gehad op 03-10-2008 Begroot op € 10 723,01 Op dit schadebedrag in combinatie met bouwjaar model en type zou het voertuig totaal loss zijn
Wij hebben verzekerde met deze schade geconfronteerd waarop hij het volgende verklaarde
(…) Ik heb vervolgens mijn auto neergezet bij mijn stiefvader [naam 2] van gelijknamig bedrijf (…)De auto hebben wij vervolgens met gebruikte onderdelen hersteld Een deel van de reparatie heb ik zelf gedaan
Wij hebben verzekerde vele malen verzocht om aan te tonen hoe de auto hersteld is en daar facturen van aan te leveren, in ons gesprek op 23-04-2009 wat wij op het werk van verzekerde hadden kon hij nog geen enkel aantoonbaar bewijs geven hoe en of het voertuig hersteld was Hij kwam aan met een nota van ruim € 8 500,- die niet gespecificeerd was van [bedrijf 2]

(…)
Wij hebben [naam 2] later gesproken Deze melde dat er nog niet betaald was en dat hij helemaal de stiefvader van verzekerde niet is

[naam 2] stelde dat zijn nota wel klopte, maar kon geen enkel bewijs aanleveren dat de auto hersteld was (…) [naam 2] stelde na ons gesprek dat [eiser] het allemaal maar zelf moest uitzoeken en dat hij zich onze twijfels over deze hele zaak kon voorstellen

Ook het bedrag op zijn nota is niet logisch, met herstel van gebruikte delen en zelfwerkzaamheden zou het herstel hooguit € 5000,- gekost mogen hebben
Wij confronteerde verzekerde hiermee in ons gesprek op 23-042-009, hij stelde dat dat waar was maar dat het bedrag door [naam 2] zo hoog opgesteld was omdat anders door ons de dagwaarde zo laag gesteld zou worden
(…)

Door de tegenstrijdigheden tussen [naam 2] en [eiser] is er bij ons twijfel ontstaan of het voertuig wel hersteld is na de schade (…)

Wij hebben gezien de omstandigheden geen dagwaarde van het voertuig kunnen vaststellen
(…)”

2.7.

Vervolgens heeft Interseco Investigations B.V. (hierna: Interseco) in opdracht van Delta Lloyd op 24 september 2009 een rapport uitgebracht. Daarin is het volgende vermeld, voor zover relevant:

“(…)

4 Telefonisch contact met [naam 2] van het gelijknamige autobedrijf

(…)
Die [[naam 2] - rb]werd gebeld en liet weten dat hij geen behoefte had aan een persoonlijk gesprek met onderzoeker. Hij had een vervelende ervaring met de expert en stond op het standpunt dat hij de Opel van [eiser] had hersteld conform de factuur voornoemd. Hij wenste over de wijze van herstel, ook ten overstaan van de onderzoeker, geen nadere uitleg te geven. Hij had de schade goed hersteld en een factuur opgemaakt en daarmee klaar

Tegen hem werd aangegeven dat het toch niet zo vreemd was dat de expert kritisch was ten aanzien van de factuur waarop geen enkele onderbouwing was terug te vinden qua herstelwijze, de factuur zelfs een foutief geschreven adres vermeldde ([adres] i p v [adres]) en dat de naam van de vestigingsplaats ontbrak, liet [naam 2] weten dat hij van dat laatste niet afwist. Hij zou dat wel aanpassen en de juiste toesturen per post. Die werd op 3 juli 2009 verzonden tezamen met een blanco factuur (bijlage 3)

5 Verklaring verzekeringnemer

Bij [bedrijf 3] (…) te Rotterdam heeft de auto twee weken voor de diefstal nog een onderhoudsbeurt gehad. (…)
Ik heb met [naam 2] afgesproken dat hij de schade kon herstellen. (…) Hij mocht de schade herstellen met goede 2ehands onderdelen. (…)
Ik heb dat bedrag nog niet betaald aan [naam 2] (…) Ik kreeg de Opel was in januari 2009 terug. De auto had een tijdje bij [bedrijf 2] gestaan. Toen ik de auto weer kon ophalen was deze weer in de staat zoals die was voor de aanrijding. Zelfs beter omdat de aanwezige steenslag op de motorkap was overgespoten. De factuur voor het herstel kreeg ik niet. Die heb ik pas opgevraagd toen de auto was gestolen. Het uiteindelijke schadebedrag was € 9500,00 of zoiets

(…)
De auto was ten tijde van de diefstal geheel schadevrij (…)
Mijn vriendin, [vriendin] , geboren [geboortedatum], adres idem, verklaart dat u nu tijdens dit gesprek de Opel weer netjes was hersteld. Het klopt dat u ook navraag kan doen bij [bedrijf 3] waar het moduleblok nadien was vervangen.
(…)
Ik ken [naam 2] al jaren (…) [naam 2] is ook mijn stiefvader niet. Hij heeft nooit een relatie met mijn moeder gehad.
(…)
Ik parkeerde de auto aan de het [adres] De reden (…) was dat ik daar op visite ging. Ik was alleen en ging naar [naam 3] Hij woont niet aan het [adres] maar aan de [adres] Daar was geen parkeerplek en zodoende parkeerde ik de auto 200 meter verder op het [adres] (…)
Ik had die avond teveel gedronken en een maat van mij heeft mij toen thuisgebracht. Dat was [naam 4] (…) Nadat [naam 4] mij had opgehaald zijn wij niet meer langs de Opel gereden Ik heb dus niet gekeken of de auto er toen nog stond.
(…) De volgende dag heeft [naam 4] mij thuis weer opgehaald en toen zijn wij naar de wijk Beverwaard gereden. Toen bleek de Opel Astra er niet meer te staan. Op de plaats waar de auto had gestaan werden geen sporen of materialen aangetroffen (…) Wij zijn toen naar het politiebureau Beverwijk gereden (…) Ik moest aangifte gaan doen op het bureau nabij het stadion van Feyenoord. Dat heb ik ook gedaan.
(…)
Ik ben wel veroordeeld voor mishandeling, wapenbezit. (…) Dat was ongeveer 7 jaar terug. (…) Ik kreeg toen een gevangenisstraf van negen maanden. Voor het rijden onder invloed ben ik 1 x veroordeeld. (…) Ik kreeg een geldboete van € 220,00 (…)
Ik kan mij niet herinneren dat ik ooit een aanvraagformulier voor een autoverzekering heb ingevuld. Ik belde [tussenpersoon] [tussenpersoon – Rb] en die regelde het als ik het gewicht, kenteken en meldcode van de auto doorgaf

(…)

7.1

Verificatie omtrent onderhoud / contact met [bedrijf 3]

Ter plaatse werd van de (balie) medewerker vernomen dat zij geen administratie op kenteken bijhouden (…) De naam [eiser] zei hem wel wat en al helemaal toen de Opel Astra werd omschreven. Hij beaamde dat er medio januari 2009 onderhoud aan die auto had plaatsgevonden. De auto zou toen zeker schadevrij zijn geweest.

(…)

7.3.1

Contact met [naam 3]

(…) Hij liet desgevraagd het volgende weten

  • -

    Hij kent verzekeringnemer Die komt regelmatig bij hem op visite.

  • -

    Hij wist van de diefstal van diens Opel Astra.

  • -

    Hij kon zich niet meer herinneren wanneer die Opel was gestolen

  • -

    Hij had geen idee omtrent de diefstallocatie (…) Hij weet alleen dat verzekeringnemer verschrikkelijk boos was omtrent de diefstal

7.3.2

Contact met [naam 4]

(…) Hij liet desgevraagd het volgende weten

  • -

    Hij kent verzekeringnemer als vriend Verzekeringnemer drinkt regelmatig alcoholhoudende drank en belt hem dan geregeld om hem op te halen en thuis te brengen. Zo ook maanden geleden. (…) Hij heeft verzekeringnemer toen opgehaald bij een kennis in de Beverwaard (…) Bij het ophalen had hij de Opel Astra nog zien staan. De volgende dag, toen hij verzekeringnemer terugbracht naar de locatie, bleek dat de Opel er niet meer stond (…)

  • -

    Omtrent de staat van de Opel Astra liet hij weten dat die ten tijde van de diefstal geheel schadevrij was (…) Hij had de Opel ook vóór het schadeherstel gezien en sprak over een gigantische schade aan de linkervoorzijde Die was echter netjes hersteld volgens hem

9 Resumé m.b.t. het onderzoek

(…)

Het sterke vermoeden bestaat dat [naam 2] de schade voor een veel lager bedrag heeft laten herstellen dan de € 9520,00 die hij in rekening bracht bij verzekeringnemer

(…)

Verzekeringnemer heeft naar eigen zeggen [naam 2] meermalen gevraagd om informatie omtrent het schadeherstel aan te leveren, doch dat lukt dus blijkbaar niet. Zodoende blijft de vraag gerechtigd of de Opel Astra wel is hersteld conform de daartoe geldende specificaties en dus in een staat was teruggebracht waardoor geen waardevermindering zal plaatsvinden.
(…)”

Bijlage 3 bij het rapport van Interseco is eenzelfde factuur van [bedrijf 2] als die hiervoor onder 1.4. is genoemd, met dien verstande dat het op de factuur vermelde adres als volgt is gespeld “[adres]” en dat er onder de naam “[bedrijf 2]”een gearceerde streep staat.

2.8.

In een schriftelijke verklaring van [naam 2] van 22 juli 2011 staat het volgende, voor zover relevant:


“(…) verklaart hierbij dat hij [eiser] in het verleden dienstig is geweest bij hertselwerkzaamheden aan diens (…) Opel Astra (…). Ondergetekende persisteert dat hij het motorrijtuig conform de destijds verstrekte factuur heeft hersteld. Met klem benadrukt ondergetekende dat de auto is hersteld voor het op de factuur vermelde bedrag en dat geen sprake is van fraude. (…) Ondergetekende stelt nadrukkelijk dat de ter discussie staande factuur door hem opgesteld en verstrekt is, [eiser] is hier niet op enigerlei wijze bij betrokken geweest. (…)”

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert samengevat - bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. voor recht te verklaren dat Delta Lloyd ten onrechte de schadeclaim van [eiser] heeft afgewezen en de verzekeringsovereenkomst heeft opgezegd;

II. voor recht te verklaren dat de registratie van [eiser] bij het CIS en het doorgeven van de gegevens aan het Verbond van Verzekeraars onrechtmatig zijn jegens [eiser];

III. Delta Lloyd te bevelen de opzegging van de verzekeringsovereenkomst te vernietigen en veroordeling van Delta Lloyd tot betaling van € 9.500,00, vermeerderd met wettelijke rente;

IV. Delta Lloyd te bevelen tot verwijdering van de registratie van de persoonsgegevens van [eiser] (in haar eigen en het externe register bij het CIS) over te gaan op straffe van een dwangsom van € 1.000 per (gedeeltelijke) overtreding en van € 500 per dag(deel) dat deze overtreding voortduurt;

V. Delta Lloyd te bevelen tot verwijdering van de mededeling aan het Verbond van Verzekeraars over te gaan op straffe van een dwangsom van € 1.000 per (gedeeltelijke) overtreding en van € 500 per dag(deel) dat deze overtreding voortduurt;

VI. veroordeling van Delta Lloyd in de proceskosten en de nakosten.

3.2.

[eiser] legt - samengevat - aan zijn vorderingen ten grondslag dat Delta Lloyd zijn schadeclaim ten onrechte heeft afgewezen. Volgens [eiser] is de aangifte, zeker in samenhang bezien met de door [vriendin], [naam 3] en [naam 4] afgelegde verklaringen als opgenomen in het rapport van Interseco, voldoende bewijs voor de diefstal. Delta Lloyd is gehouden de schade die [eiser] als gevolg van de diefstal heeft geleden, die gelet op de eerder geconstateerde schade en de dagwaarde € 9.500 bedraagt, te vergoeden.

3.3.

Delta Lloyd voert verweer. Primair betwist Delta Lloyd de diefstal. Subsidiair voert Delta Lloyd aan dat sprake is van verzwijging in de zin van artikel 7:928 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Meer subsidiair voert Delta Lloyd als verweer dat [eiser] zijn inlichtingenplicht ex artikel 7:941 lid 2 BW heeft geschonden en nog meer subsidiair betwist Delta Lloyd dat de auto voor de diefstal (volledig) hersteld was.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Diefstal auto

4.1.

Ter onderbouwing van haar primaire verweer, de betwisting van de diefstal, voert Delta Lloyd - kort gezegd - aan dat de aangifte die [eiser] heeft gedaan is terug te voeren op een eigen blote stelling, hetgeen onvoldoende is. Voorts voert Delta Lloyd aan dat er geen braaksporen of getuigen zijn, dat [eiser] tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd over het herstel van de auto en zijn relatie met [naam 2] en dat [eiser] zijn strafrechtelijk verleden heeft verzwegen.

4.2.

De rechtbank stelt voorop dat aan een verzekerde die onder een motorrijtuigenverzekering wegens diefstal aanspraak maakt op uitkering van de schade, in het kader van het door hem te leveren bewijs van de diefstal geen al te zware eisen mogen worden gesteld. In beginsel zal de verzekerde kunnen volstaan met het leveren van bewijs van feiten en omstandigheden die voldoende aannemelijk maken dat de gestelde diefstal heeft plaatsgevonden. Daarbij kan, afhankelijk van hetgeen door de verzekerde met betrekking tot de toedracht van de diefstal is gesteld en hetgeen de verzekeraar ter betwisting heeft aangevoerd, onder omstandigheden de enkele aangifte van de diefstal in een door de politie opgemaakt proces-verbaal als voldoende bewijs worden aanvaard (zie Hoge Raad 11 april 2003, LJN AF7070).

4.3.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft [eiser] - in het licht van het door Delta Lloyd gevoerde verweer en gelet op de hiervoor weergegeven jurisprudentie van de Hoge Raad - met de door hem overgelegde aangifte van de diefstal (zie hiervoor onder 2.5.) bewezen dat de auto is gestolen. Daartoe overweegt de rechtbank dat de door [eiser] gestelde toedracht van de diefstal helder is en dat deze strookt met de verklaringen van [naam 3] en met name [naam 4], zoals opgenomen in het hiervoor onder 2.7. genoemde rapport van Interseco. De door Delta Lloyd aangevoerde - betwiste - omstandig-heden dat er geen braaksporen zijn aangetroffen en dat er - ondanks het feit dat het alarm van de auto aanstond - geen getuigen zijn, zijn onvoldoende om het bewijs van de diefstal niet geleverd te achten. Hetzelfde geldt voor de door Delta Lloyd aangevoerde omstandigheden dat [eiser] tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd over het herstel van de auto en zijn relatie met [naam 2] en dat hij bij aanvang van de verzekering een gevangenisstraf van negen maanden wegens mishandeling en wapenbezit heeft verzwegen. De rechtbank overweegt daartoe dat deze omstandigheden - zouden deze al komen vast te staan - niet in verband staan met de diefstal op zich.

4.4.

Op grond van het bovenstaande acht de rechtbank voldoende bewezen dat de auto van [eiser] op 19 of 20 februari 2009 is gestolen.

Verzwijging strafrechtelijk verleden

4.5.

Subsidiair doet Delta Lloyd een beroep op verzwijging in de zin van artikel 7:928 van het Burgerlijk Wetboek (BW) door [eiser] van zijn strafrechtelijk verleden, waardoor [eiser] op grond van artikel 7:930 BW geen recht op uitkering van de schade heeft.

4.6.

Vooropgesteld wordt dat de verzekeringnemer op grond van artikel 7:928 lid 1 BW gehouden is vóór het sluiten van de overeenkomst alle feiten aan de verzekeraar mee te delen die hij kent of behoort te kennen, en waarvan, naar hij weet of behoort te begrijpen, de beslissing van de verzekeraar of, en zo ja, op welke voorwaarden, hij de verzekering zal willen sluiten, afhangt of kan afhangen. Lid 5 van artikel 7:928 BW voegt daaraan toe dat de verzekeringnemer slechts verplicht is feiten mee te delen omtrent zijn strafrechtelijk verleden of omtrent dat van derden, voor zover zij zijn voorgevallen binnen de acht jaren die aan het sluiten van de verzekering vooraf zijn gegaan en voor zover de verzekeraar omtrent dat verleden uitdrukkelijk een vraag heeft gesteld in niet voor misverstand vatbare termen.

4.7.

De rechtbank overweegt dat Delta Lloyd op het onder 1.2. genoemde aanvraagformulier expliciet naar het strafrechtelijk verleden van de verzekeringnemer en andere belanghebbenden bij de verzekering is gevraagd. Op het formulier is slechts een delict (diefstal/verduistering in 2001) vermeld, terwijl [eiser] ter zitting heeft verklaard dat hij ongeveer vijf delicten op zijn strafblad heeft staan (waaronder met name diefstallen, een paar mishandelingen en rijden onder invloed). Nu Delta Lloyd zich erop heeft beroepen dat zij de verzekering nooit zou zijn aangegaan indien zij van het strafrechtelijk verleden van [eiser] (inclusief het rijden onder invloed) op de hoogte zou zijn geweest en zij uitdrukkelijk bewijs heeft aangeboden van die stelling, maar nog niet duidelijk is wanneer [eiser] welke delicten heeft begaan, zal de rechtbank [eiser] - conform zijn daartoe ter zitting gedane aanbod - in de gelegenheid stellen bij akte inzage te verschaffen in zijn strafrechtelijk verleden. Delta Lloyd mag hier vervolgens bij antwoordakte op reageren.

4.8.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

verwijst de zaak naar de rol van 21 augustus 2013 voor akte aan de zijde van [eiser] als hiervoor onder 4.7. bedoeld;

5.2.

Delta Lloyd zal – eveneens op een termijn van vier weken – in de gelegenheid worden gesteld om bij antwoordakte op de onder 5.1. genoemde akte van [eiser] te reageren;

5.3.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J. Verhoeven-van de Poel en in het openbaar uitgesproken en ondertekend door de rolrechter mr. I.H.J. Konings op 24 juli 2013.1

1 type: Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. coll: