Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:9529

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
19-12-2013
Datum publicatie
13-02-2014
Zaaknummer
HA RK 13-258
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Blijkens het vonnis van 27 juni 2011 van deze rechtbank heeft verzoeker een vordering op verweerster, zijnde de ontbonden vennootschap. Daarnaast geldt ten aanzien van het bestaan van een bate dat vaststaat dat de domeinnamen op enig moment zijn overgegaan van verweerster op de eenmanszaak. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft verweerster bij monde van haar advocaat in dit verband verklaard dat de domeinnaam Theater Parkeren daadwerkelijk in gebruik is en dat aan de domeinnamen geen waarde is toegekend. Het is niet ondenkbaar dat de domeinnamen een bepaalde economische waarde vertegenwoordigden op het moment van overgang op de eenmanszaak. Bovendien is, gelet op de stellingen van partijen over en weer, aannemelijk dat goodwill en/of know-how van verweerster is overgegaan op de eenmanszaak. Hieruit trekt de rechtbank de gevolgtrekking dat aannemelijk is dat, als dit inderdaad het geval is, verweerster in verband met de overgang een vordering heeft op de eenmanszaak en/of op de toenmalig bestuurder van verweerster. Hiermee is ook het bestaan van een bate voldoende aannemelijk om de benoeming van een vereffenaar te rechtvaardigen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
OR-Updates.nl 2014-0069

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rekestnummer: C/13/547822 / HA RK 13-258

Beschikking van 19 december 2013

in de zaak van

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verzoeker,

advocaat mr. M.A.M. Euverman te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DE GEDEMPTE ACHTERGRACHT ONROEREND GOED B.V. in liquidatie,

laatstelijk gevestigd te Amsterdam,

verweerster,

advocaat mr. J.L.W. Nillesen te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [verzoeker] en DGA worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 7 augustus 2013;

  • -

    de brief met bijlagen van 28 augustus 2013;

  • -

    de tussenbeschikking van 3 oktober 2013, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald;

  • -

    het verweerschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 22 oktober 2013;

  • -

    de brief met productie 3 van 28 oktober 2013 van de zijde van DGA;

  • -

    het proces-verbaal van de mondelinge behandeling, gehouden op 28 oktober 2013.

1.2.

De beschikking is bepaald op heden. Partijen zijn van de gewijzigde beschikkingsdatum op de hoogte gebracht.

2 De feiten

2.1.

DGA exploiteerde een parkeergarage. De heer [Naam 1] (hierna: [Naam 1]) was – middellijk – bestuurder en enig aandeelhouder van DGA.

2.2.

Op enig moment is [verzoeker] in dienst getreden bij DGA.

2.3.

Bij brief van 16 oktober 2009 heeft DGA het UWV om een ontslagvergunning voor [verzoeker] verzocht. De reden van de aanvraag was er in gelegen dat de verhuurder van de bedrijfsruimte, de heer [Naam 2], de huurovereenkomst per 1 februari 2010 had opgezegd. Ondanks het verweer van [verzoeker] heeft het UWV DGA toestemming gegeven om de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] te beëindigen, wat DGA vervolgens heeft gedaan tegen 1 februari 2010.

2.4.

[verzoeker] heeft vervolgens een procedure aanhangig gemaakt jegens DGA wegens kennelijk onredelijk ontslag.

2.5.

Op 23 mei 2011 is DGA middels een aandeelhoudersbesluit ontbonden. [Naam 1] is daarbij als vereffenaar aangewezen. Op 25 mei 2011 heeft [Naam 1]

DGA wegens een gebrek aan baten laten uitschrijven uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK).

2.6.

Bij vonnis van 27 juni 2011 is DGA veroordeeld om aan [verzoeker] te betalen onder meer een bedrag van € 15.000,00 bruto wegens kennelijk onredelijk ontslag.

2.7.

Bij brieven van 9 augustus 2011 en 31 oktober 2011 heeft [verzoeker] DGA verzocht het bij vonnis toegewezen bedrag aan hem uit te betalen.

2.8.

Bij brief van 3 november 2011 heeft de advocaat van DGA aan [verzoeker] bericht dat DGA geen bekende baten meer had en was uitgeschreven uit het handelsregister van de KvK.

2.9.

[verzoeker] heeft vervolgens het bedrijf EDR Credit Services opdracht gegeven onderzoek te doen naar de verhaalsmogelijkheden bij DGA. Uit dit onderzoek is onder meer gebleken dat de verhaalsmogelijkheden niet konden worden vastgesteld.

2.10.

Op 25 mei 2011 heeft [Naam 1] de eenmanszaak [bedrijf 1], handelende onder de namen [bedrijf 1] (hierna: de eenmanszaak) ingeschreven in het handelsregister van de KvK.

2.11.

Uit het bestand van de [Stichting] blijkt dat de domeinnamen [bedrijf 1] in 2010 zijn geregistreerd en dat DGA destijds de houder van de domeinnamen was. De domeinnamen worden thans gehouden door de eenmanszaak.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

Het verzoek strekt tot heropening van de vereffening van DGA en benoeming van een vereffenaar als bedoeld in art. 2:23c van het Burgerlijk Wetboek (BW). [verzoeker] legt aan zijn verzoek het volgende ten grondslag.

3.2.

[verzoeker] heeft een vordering op DGA en betwist bij gebrek aan wetenschap dat er ten tijde van de ontbinding van DGA geen baten meer waren. Op dezelfde datum dat DGA is uitgeschreven uit het handelsregister van de KvK heeft [Naam 1] de eenmanszaak met dezelfde ondernemingsactiviteiten als DGA, te weten het exploiteren van een parkeergarage, doen inschrijven in het handelsregister. Volgens [verzoeker] zijn de activiteiten van DGA voortgezet door de eenmanszaak. Via heropening van de vereffening wenst [verzoeker] inzicht te krijgen in de wijze waarop de activa en passiva van DGA, waaronder de domeinnamen, op de eenmanszaak zijn overgegaan.

3.3.

DGA verzet zicht tegen inwilliging van het verzoek en voert hiertoe – kort weergegeven – het volgende aan. Primair stelt DGA zich op het standpunt dat zij op 25 mei 2011 is opgehouden te bestaan en zij daarom niet meer in rechte kan worden betrokken. Subsidiair geldt dat DGA al op 1 februari 2010 is gestopt met haar activiteiten en dat zij ten tijde van haar uitschrijving geen baten meer had. De activiteiten van DGA zijn niet overgegaan op de eenmanszaak. Het betreft volkomen andere activiteiten op andere plaatsen, aldus steeds DGA.

4 De beoordeling

4.1.

Op grond van artikel 2:23c lid 1 BW kan de rechtbank, indien na het tijdstip waarop de rechtspersoon is opgehouden te bestaan nog een schuldeiser of gerechtigde tot het saldo opkomt of van het bestaan van een bate blijkt, op verzoek van een belanghebbende de vereffening heropenen en zo nodig een vereffenaar benoemen. Het primaire verweer van DGA gaat aldus niet op.

4.2.

Voor heropening van de vereffening is daarnaast niet vereist dat de ontbonden rechtspersoon pas ná zijn ontbinding bekend wordt met het bestaan van de vordering van een schuldeiser. De rechtbank verwijst hierbij naar het arrest van het Hof Amsterdam van 29 juni 2010, LJN BO0940. Voor toewijzing van het verzoek tot heropening van de vereffening is voldoende dat de door de verzoeker gestelde vordering en/of bate voldoende aannemelijk is om toewijzing van het verzoek te rechtvaardigen. Daarbij dient, gelet op het arrest van de Hoge Raad van 11 oktober 1991 LJN: ZC0366, met terughoudendheid getoetst te worden of aan dit vereiste is voldaan.

4.3.

[verzoeker] heeft een vordering op DGA, dit blijkt uit het vonnis van 27 juni 2011. Daarnaast geldt ten aanzien van het bestaan van een bate dat vaststaat dat de domeinnamen op enig moment zijn overgegaan van DGA op de eenmanszaak. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft mr. Nillesen in dit verband verklaard dat de domeinnaam [bedrijf 1] daadwerkelijk in gebruik is en dat aan de domeinnamen geen waarde is toegekend. Het is niet ondenkbaar dat de domeinnamen een bepaalde economische waarde vertegenwoordigden op het moment van overgang op de eenmanszaak. Bovendien is, gelet op de stellingen van partijen over en weer, aannemelijk dat goodwill en/of know-how van DGA is overgegaan op de eenmanszaak. Hieruit trekt de rechtbank de gevolgtrekking dat aannemelijk is dat, als dit inderdaad het geval is, DGA in verband met de overgang een vordering heeft op de eenmanszaak en/of op [Naam 1] als toenmalig bestuurder van DGA. Hiermee is ook het bestaan van een bate voldoende aannemelijk om de benoeming van een vereffenaar te rechtvaardigen. De rechtbank zal het verzoek dan ook toewijzen.

4.4.

Bij brief van 28 augustus 2013 heeft mr. Euverman de rechtbank namens [verzoeker] voorgesteld zijn kantoorgenoot mr. Ph.A.J. Raaijmakers als vereffenaar te benoemen. DGA verzet zich tegen benoeming van Raaijmakers en voert hiertoe aan dat met de benoeming van een kantoorgenoot van de advocaat van [verzoeker] de onpartijdigheid van de vereffenaar niet gewaarborgd is. De rechtbank volgt DGA in haar verweer en zal mr. A.A.C. Guillaume werkzaam bij Wieringa advocaten te Amsterdam, die desgevraagd heeft aangegeven bereid te zijn in dezen als vereffenaar op te treden, als zodanig benoemen.

4.5.

Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

heropent de vereffening van het vermogen van De Gedempte Achtergracht Onroerend Goed B.V., laatstelijk gevestigd te Amsterdam,

5.2.

benoemt mr. A.A.C. Guillaume

Wieringa Advocaten

Postbus 10100

1001 EC Amsterdam

tel: 020-6246811

fax: 020-6272278

e-mail: guillaume@wieringa.nl

tot vereffenaar van het vermogen van

De gedempte Achtergracht Onroerend Goed B.V.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.M.L.J. Dosker en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2013.