Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:9476

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
18-12-2013
Datum publicatie
29-01-2014
Zaaknummer
2130739 \ HA EXPL 13-754
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiser stelt kort gezegd dat onbevoegde geldopnames van zijn betaalrekening zijn verricht en dat ING op grond van de toepasselijke voorwaarden de schade die hij als gevolg van deze onbevoegde geldopnames heeft geleden, dient te vergoeden.

Beoordeeld dient te worden voor wiens rekening en risico de door Eiser betwiste transacties dienen te komen. Nu Eiser stelt dat de bankpas niet uit zijn bezit is geweest, is de kantonrechter van oordeel dat – in lijn met de jurisprudentie van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening – het op de weg van Eiser had gelegen om gegevens aan te dragen die aannemelijk maken dat hij niet zelf voor het misbruik van zijn bankpas aansprakelijk kan worden gehouden. Een andere zienswijze zou ertoe leiden dat ING voor onaanvaardbare risico’s van misbruik wordt geplaatst. Nu Eiser geen enkel inzicht heeft gegeven in hoe de betwiste betalingen met zijn bankpas hebben kunnen plaatsvinden, is hij aansprakelijk voor het gebruik daarvan. Dit leidt ertoe dat de betwiste transacties voor rekening en risico van Eiser dienen te blijven. Het beroep dat Eiser heeft gedaan op jurisprudentie waaruit zou volgen dat de stelplicht en bewijslast bij ING zou rusten doet hier niet aan af, omdat in die gevallen de betwiste transacties werden verricht op een moment dat de bankpashouder zijn bankpas niet meer in zijn bezit had.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTHR 2014, afl. 2, p. 95
NJF 2014/191

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

Zaaknummer en rolnummer: 2130739 \ HA EXPL 13-754

Uitspraak: 18 december 2013

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van:

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

gemachtigde mr. A.D. Bryson, CNV Rechtshulp,

ING Bank N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

gemachtigde mr. I.M.C.A. Reinders Folmer.

Partijen zullen hierna [eiser] en ING worden genoemd.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 24 juni 2013 inhoudende de vordering van [eiser], met producties,

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties,

  • -

    het tussenvonnis van 14 augustus 2013, waarbij een comparitie van partijen is gelast,

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 21 november 2013

  • -

    de reactie op het proces-verbaal van de zijde van [eiser] per brief die op 5 december 2013 is ingekomen ter griffie van de rechtbank.

Daarna is vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten en omstandigheden

Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staan de volgende feiten en omstandigheden vast:

1.1 [eiser] heeft een betaalrekening bij ING met [woonplaats]. [eiser] is in het bezit van een aan de betaalrekening gekoppelde bankpas. Op het gebruik van de bankpas zijn onder meer de Voorwaarden Betaalrekening (hierna: VB) van toepassing. In de VB staat onder meer:

79.1 Als u uw Betaalinstrument verliest of als het wordt gestolen of als u deze niet goed hebt beveiligd, kan iemand anders er gebruik van maken. Als dat gebeurt vóórdat u het verlies of de diefstal bij ons meldt, is maximaal € 150 van de schade voor uw eigen rekening.

(...)

79.3 De ING betaalt niets terug als er van uw kant sprake is van fraude, opzet of grove nalatigheid. U heeft dan niet aan de verplichtingen voldaan die horen bij het gebruik van uw betaalinstrument .”

1.2 Op 19 september 2011 heeft [eiser] aangifte gedaan bij de politie dat er in de periode van 1 september 2011 tot en met 9 september 2011 23 geldtransacties (opnames bij geldautomaten en betalingen via betaalautomaten) voor een totaalbedrag van € 15.272,94 van zijn betaalrekening hebben plaatsgevonden zonder zijn toestemming. Bij deze geldtransacties is telkens direct de juiste pincode ingetoetst.

1.3 In een uittreksel uit de administratie van ING, bestaande uit een overzicht geldautomaat transacties van de betaalrekening van [eiser] van 8 maart 2012 staat onder meer:

02sept11 17:58:05 (…) opname (…) Abn Amro Bank (…) 250 (…)

1.4 In een uittreksel uit de administratie van ING, bestaande uit een overzicht betaalautomaat transacties van de betaalrekening van [eiser] van 8 maart 2012 staat onder meer:

“02sep11 17:59:58 (…) Point Fumee. (…) Almere 67,00

02sep11 18:18:27 (…) Plus Almere-Stat.Pl (…) Almere 85,67

07sep11 13:35:47 (…) Intertoys Fil. 970.(…) Almere 39,95”

1.5 In een uittreksel uit de administratie van ING, bestaande uit een overzicht buitenland transacties van de betaalrekening van [eiser] van 8 maart 2012 staat onder meer:

“07sep11 13:13:21 (…) BEA (…) Media Markt Almere (…) 191,90

07sep11 13:14:22 (…) BEA (…) Media Markt Almere (…) 40,00

07sep11 13:40:00 (…) BEA (…) Yum Restaurants (…) Almere (…) 11,25”.

Vordering en verweer

2.

[eiser] vordert dat ING Bank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis zal worden veroordeeld tot betaling van:
a. een schadeloosstelling ter grootte van € 15.272,94 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 oktober 2011 van € 863,28;

b. de rente die [eiser] bij ING Bank heeft misgelopen als gevolg van de frauduleuze opnamen, nader op te maken bij staat;

c. € 952,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;
d. de proceskosten.

3.

[eiser] stelt kort gezegd dat onbevoegde geldopnames van zijn betaalrekening zijn verricht en dat ING op grond van de VB de schade die hij als gevolg van deze onbevoegde geldopnames heeft geleden, dient te vergoeden.

4.

ING voert verweer tegen de vordering. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

Beoordeling

5.

Beoordeeld dient te worden voor wiens rekening en risico de door [eiser] betwiste transacties dienen te komen. Volgens [eiser] dient ING op grond van de VB de door [eiser] geleden schade te vergoeden, tenzij ING kan aantonen dat er aan de zijde van [eiser] sprake is van fraude, opzet of grove nalatigheid. Daar tegenover heeft ING gewezen op vaste jurisprudentie van de Geschillencommisie Financiële Dienstverlening, waarin is geoordeeld dat in die gevallen waarin volgens een bankpashouder misbruik is gemaakt van zijn bankpas terwijl deze niet uit zijn bezit is geweest de bankpashouder zelf gegevens moet aandragen die aannemelijk maken dat hij niet zelf voor dat misbruik aansprakelijk kan worden gehouden.

6.

[eiser] stelt zich op het standpunt dat gedurende de periode dat de onbevoegde geldopnames hebben plaatsgevonden zijn bankpas niet uit zijn bezit is geweest en dat hij aan niemand zijn pincode heeft gegeven. Er is volgens hem geen andere conclusie mogelijk dan dat zijn bankpas is geskimd, waarbij zijn pasgegevens zijn gekopieerd en waardoor een derde in staat is geweest zonder zijn toestemming geld van zijn betaalrekening op te nemen. ING voert aan dat skimming is uitgesloten, omdat een aantal van de betwiste transacties heeft plaatsgevonden bij een van haar geldautomaten. Vanaf november 2009 is een opname bij haar geldautomaten alleen mogelijk via de zogenaamde EMV-chip die op de bankpas zit gevestigd. Volgens ING is het onmogelijk om deze chip te kopiëren. Zij verwijst hiervoor naar een publicatie van de Nederlandse Vereniging van Banken (hierna: NVB). De onbevoegde geldopnames moeten derhalve met de werkelijke bankpas van [eiser] hebben plaatsgevonden, aldus ING.

7.

De kantonrechter oordeelt als volgt. [eiser] betwist de inhoud van de genoemde publicatie van de NVB niet en ook daarnaast is er geen reden om aan de inhoud van deze publicatie te twijfelen. Uit de publicatie blijkt dat het technisch onmogelijk is om de EMV-chip van de originele bankpas te kopiëren. Dit betekent dat het niet mogelijk is om met een gekopieerde pas geld op te nemen bij geldautomaten van ING, terwijl vast staat dat in deze zaak wel geld is opgenomen bij geldautomaten van ING. Daarnaast is de kantonrechter met ING van oordeel dat de ervaring heeft geleerd dat skimming volgens een bepaald patroon plaatsvindt, namelijk dat maximale bedragen binnen een zo kort mogelijk tijdsbestek worden opgenomen. In dit geval is hiervan geen sprake. Gelet op het voorgaande komt het de kantonrechter onaannemelijk voor dat in casu sprake is geweest van skimming

8.

Dit geldt des te meer nu ING aan de hand van transactie-overzichten van de betaalrekening heeft gewezen op de navolgende omstandigheden. Op 2 september 2011 is op het stationsplein in Almere om 17.58 uur een bedrag van € 250,00 opgenomen bij een geldautomaat en om 17.59 uur is een pinbetaling van € 67,00 bij de winkel Point Fumee verricht. [eiser] betwist dat hij voor deze transacties toestemming heeft gegeven. Om 18.18 uur is op ditzelfde stationsplein een pinbetaling bij de winkel Plus gedaan, die wel door [eiser] wordt erkend. Op 7 september 2011 hebben drie door [eiser] betwiste betalingen plaats gevonden, namelijk om 13.35 uur een pinbetaling bij de winkel Intertoys en om 13.13 en 13.14 uur twee pinbetalingen bij de winkel Media Markt. De pinbetaling die ook in Almere om 13.40 uur bij het restaurant Yum heeft plaats gevonden, wordt door [eiser] wel erkend. Voor het feit dat binnen een zeer kort tijdsbestek in Almere (hetgeen niet de woonplaats is van [eiser], maar waar hij volgens eigen zeggen veelvuldig komt) zowel bevoegde als onbevoegde transacties van zijn betaalrekening zijn opgenomen, heeft [eiser] geen verklaring gegeven.

9.

Gelet op deze omstandigheden, mede in het licht bezien van de hiervoor onder 7 weergegeven overwegingen met betrekking tot skimming, kan het naar het oordeel van de kantonrechter niet anders zijn, dan dat de betwiste transacties met de originele bankpas van [eiser] en met de bijbehorende pincode hebben plaatsgevonden. Nu [eiser] stelt dat de bankpas niet uit zijn bezit is geweest, is de kantonrechter van oordeel dat – in lijn met de jurisprudentie van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening – het op de weg van [eiser] had gelegen om gegevens aan te dragen die aannemelijk maken dat hij niet zelf voor het misbruik van zijn bankpas aansprakelijk kan worden gehouden. Een andere zienswijze zou ertoe leiden dat ING voor onaanvaardbare risico’s van misbruik wordt geplaatst. Nu [eiser] geen enkel inzicht heeft gegeven in hoe de betwiste betalingen met zijn bankpas hebben kunnen plaatsvinden, is hij aansprakelijk voor het gebruik daarvan. Dit leidt ertoe dat de betwiste transacties voor rekening en risico van [eiser] dienen te blijven

10.

Het beroep dat [eiser] heeft gedaan op jurisprudentie waaruit zou volgen dat de stelplicht en bewijslast bij ING zou rusten doet hier niet aan af, omdat in die gevallen de betwiste transacties werden verricht op een moment dat de bankpashouder zijn bankpas niet meer in zijn bezit had.

11.

Het voorgaande leidt ertoe dat de vorderingen van [eiser] zullen worden afgewezen. Bij deze uitkomst van de procedure wordt [eiser] als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de door ING gevorderde proces- en nakosten, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente hierover met ingang van de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.

BESLISSING

De kantonrechter:

wijst de vorderingen af;

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van ING tot op heden begroot op salaris gemachtigde van in totaal € 500,00(€ 250,00 x 2 punten), te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt [eiser] in de nakosten van ING ten bedrage van respectievelijk

€ 131,00 zonder betekening en € 199,00 met betekening indien en voor zover [eiser] niet binnen 14 dagen na betekening aan dit vonnis heeft voldaan, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. C. Kraak, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 december 2013 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter