Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:9381

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
31-12-2013
Datum publicatie
14-01-2014
Zaaknummer
CV EXPL 13-18985
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

verzet tegen bij verstek gewezen vonnis. In verstekvonnis staat als kantonrechter “mr Team T” en ontbreekt de handtekening van de kantonrechter. Opposant voert aan dat verstekvonnis wegens strijd met artikel 230 Rv nietig is. Volgens ziektekostenverzekeraar kunnen deze omissies op basis van rectificatie ex artikel 31 Rv worden hersteld. Op basis van vaste rechtspraak van de Hoge Raad maakt kantonrechter onderscheid tussen “mondelinge uitspraak” en “de schriftelijke vastlegging”. Kantonrechter heeft ambtshalve onderzoek gedaan naar hetgeen op de zitting waarop verstek vonnis is gewezen is voorgevallen en de administratieve verwerking daarvan. De kantonrechter heeft partijen bij tussenvonnis in de gelegenheid gesteld daarop te reageren. Bij eindvonnis oordeelt de kantonrechter dat verstekvonnis in strijd met artikel 230 Rv niet de naam van de kantonrechter vermeldt die de mondelinge uitspraak geacht wordt te hebben gedaan en dat het verstekvonnis niet door de kantonrechter is ondertekend. In dit geval is geen sprake van het zeldzame geval dat het vonnis rechtskracht ontbeert. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad dienen tegen gebreken in een vonnis bij de openstaande rechtsmiddelen te worden opgekomen. In dit geval is opposant in verzet gekomen, zodat eerst moet worden beoordeeld of dit verzet tijdig is gedaan. Dat is niet het geval. Opposant wordt niet ontvankelijk verklaard. Op verzoek van ziektekostenverzekeraar tot rectificatie ex artikel 31 Rv wordt later beslist.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2014/192

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Privaatrecht

Rolnummer: 2212267 CV EXPL 13-18985

Vonnis van: 31 december 2013

F.no.: 497

Vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

[naam opposant]

wonende te [woonplaats]

opposant

nader te noemen: [naam opposant]

gemachtigde: mr. H.J.J. Hendrikse

t e g e n

de naamloze vennootschap AGIS ZORGVERZEKERINGEN N.V.

gevestigd te Amersfoort

geopposeerde

nader te noemen: Agis

gemachtigde: mr. L.T. Montauban-Schmidt (GGN Amsterdam)

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Bij dagvaarding van 12 december 2012 heeft Agis [naam opposant] in rechte betrokken. Op de eerst dienende dag, zijnde [datum], is [naam opposant] niet ter zitting verschenen en heeft de kantonrechter mr. O.J. van Leeuwen jegens [naam opposant] verstek verleend. Vervolgens heeft Agis haar vordering vanwege een na dagvaarding maar vóór de eerst dienende dag ontvangen betaling verminderd met een bedrag gelijk aan de gevorderde hoofdsom, buitengerechtelijke incassokosten en rente. Daarna heeft Agis vonnis gevraagd. De kantonrechter mr. O.J. van Leeuwen heeft ter zitting uitgesproken, althans het moet geacht worden dat hij ter zitting heeft uitgesproken, dat [naam opposant] wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten.

Aan de gemachtigde van Agis is de schriftelijke vastlegging van de uitspraak verzonden. In dat vonnis (rolnummer TB 13-244) is aan het slot niet de naam van de kantonrechter opgenomen en is het vonnis niet door de kantonrechter ondertekend. Bij dagvaarding van 12 juli 2013 is [naam opposant] van dit vonnis in verzet gekomen. Bij instructie tussenvonnis van 13 augustus 2013 heeft de kantonrechter besloten de procedure schriftelijk voort te zetten, waarna Agis een conclusie van antwoord in oppositie heeft genomen, waarop [naam opposant] bij conclusie van repliek in oppositie heeft gereageerd.

Bij tussenvonnis van 10 december 2013 heeft de kantonrechter partijen geïnformeerd over hetgeen hem ambtshalve bekend is geworden met betrekking tot de zitting van [datum]. De kantonrechter heeft partijen in de gelegenheid gesteld daarop te reageren. Agis en [naam opposant] hebben vervolgens gelijktijdig een akte na tussenvonnis genomen, waarbij [naam opposant] tevens heeft gereageerd op de op voorhand aan hem toegezonden akte van Agis. Vervolgens heeft Agis nog een antwoord-akte genomen.

De zaak staat thans weer voor vonnis.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

feiten en omstandigheden

1.

Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staan de volgende feiten en omstandigheden vast:

  1. [naam opposant] was in ieder geval in 2011 bij Agis voor ziektekosten verzekerd.

  2. Uit hoofde van de zorgverzekeringsovereenkomst is [naam opposant] aan Agis premie verschuldigd, welke in 2011 € 106,35 per maand bedroeg.

  3. [naam opposant] heeft de premie over de periode januari 2011 tot en met mei 2011, zijnde € 531,75, aanvankelijk onbetaald gelaten.

  4. Agis heeft de premieschuld van [naam opposant] ter incasso uit handen gegeven, waarna [naam opposant] is aangemaand de premieschuld met rente en kosten te betalen.

  5. Eerst na de door Agis uitgebrachte dagvaarding heeft [naam opposant] op 7 januari 2013 aan de incassogemachtigde van Agis het totaalbedrag van de premieschuld met rente en buitengerechtelijke incassokosten, zijnde € 737,13, voldaan.

  6. Bij brief van [datum] heeft (de incassogemachtigde van) Agis de griffie over deze betaling bericht en gemeld dat zij haar vordering met een bedrag van € 737,13 vermindert.

  7. In het vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam d.d. [datum] is [naam opposant] veroordeeld tot betaling van de proceskosten, zijnde € 645,95, bestaande uit € 448,00 wegens griffierecht, € 97,95 wegens explootkosten en € 100,00 wegens salaris gemachtigde. Aan het slot van het vonnis staat als naam van de kantonrechter “mr. team T” genoemd. Het vonnis is alleen door de griffier ondertekend. Voorts is door de griffier op de eerste pagina van het vonnis gestempeld “eiser” en “in naam der Koningin” en is door de griffier op de laatste pagina het stempel “voor grosse conform” geplaatst met een handtekening/paraaf van de griffier.

  8. Na het vonnis van [datum] is [naam opposant] door de incassogemachtigde van Agis aangemaand het bedrag aan proceskosten te voldoen. [naam opposant] is met de incassogemachtigde van Agis een betalingsregeling overeengekomen, inhoudende dat vanaf februari 2013 voor de duur van 14 maanden iedere maand een bedrag van € 50,00 op uiterlijk de 15e van de maand wordt voldaan, waarbij de laatste termijn € 45,95 bedraagt. De incassogemachtigde heeft deze betalingsregeling bevestigd bij brief van 5 februari 2013. [naam opposant] heeft aan deze betalingsregeling gedeeltelijk uitvoering gegeven. In de periode van februari t/m april 2013 heeft hij driemaal € 50,00 betaald.

  9. De deurwaarder heeft op verzoek van Agis het vonnis van [datum] bij exploot van 14 juni 2013 aan [naam opposant] betekend en daarbij bevel gedaan dat [naam opposant] binnen 2 dagen het restant bedrag van € 637,26 heeft te betalen. Dit bedrag bestaat uit de bij vonnis van [datum] vastgestelde proceskosten, vermeerderd met € 50,00 aan nakosten en € 91,31 wegens kosten van het exploot en onder vermindering van het door [naam opposant] betaalde bedrag van € 150,00. In het exploot wordt aangekondigd dat als betaling uitblijft verdere executiemaatregelen zullen volgen, waarbij de kosten voor [naam opposant] zullen zijn.

vordering van Agis

2.

Op basis van de oorspronkelijke dagvaarding vordert Agis na vermindering van eis [naam opposant] te veroordelen tot betaling van de proceskosten.

3.

Agis voert aan dat [naam opposant] eerst na het uitbrengen van de oorspronkelijke dagvaarding van 12 december 2012 € 737,13, zijnde de hoofdsom met rente en buitengerechtelijke incassokosten, heeft voldaan en daarbij voor de eerst dienende dag de dagvaardingskosten en het salaris gemachtigde voor het opstellen van de dagvaarding onbetaald heeft gelaten. Agis stelt dat aan de oorspronkelijke dagvaarding een apart vel is gehecht, waarin expliciet wordt vermeld dat [naam opposant] de griffiekosten van € 437,00 – bedoeld is het vanaf 1 januari 2013 geldende tarief van € 448,00 voor geldvorderingen van meer dan € 500,00 – kan besparen door uiterlijk één werkdag voor de zitting het bedrag van € 737,13, vermeerderd met € 100,00 wegens salaris gemachtigde en € 99,17 wegens dagvaardingskosten, te betalen. Nu [naam opposant] slechts het bedrag van € 737,13 heeft betaald, stelt Agis dat zij op de eerst dienende dag recht en belang bij een proceskostenveroordeling had, zodat [naam opposant] in het vonnis van [datum] terecht in de proceskosten is veroordeeld.

4.

Uit de medio februari 2013 overeengekomen betalingsregeling blijkt volgens Agis dat [naam opposant] toen bekend is geraakt met de inhoud van het vonnis van [datum], zodat [naam opposant] niet tijdig binnen de in artikel 143 Wetboek van Rechtsvordering (Rv) bepaalde termijn van 4 weken in verzet is gekomen. [naam opposant] dient in zijn verzet niet-ontvankelijk te worden verklaard.

verweer

5.

[naam opposant] is bij verzetsdagvaarding tegen het vonnis van [datum] opgekomen en bestrijdt de vordering van Agis.

6.

Volgens [naam opposant] vertoont het vonnis van [datum] zodanige gebreken dat het vonnis dient te worden vernietigd. Uit de tekst van het vonnis blijkt dat het vonnis is gewezen door kantonrechter “mr. team T”, waarmee volgens [naam opposant] kennelijk de administratie wordt bedoeld. Hierdoor ontbreekt de naam van de kantonrechter. Voorts is het vonnis niet door de kantonrechter ondertekend.

7.

[naam opposant] heeft de hoofdsom (inclusief de gevorderde rente en buitengerechtelijke kosten) ruim vóór de eerste rolzitting voldaan, zodat Agis voldoende tijd had om de oorspronkelijke dagvaarding vóór de eerst dienende dag op [datum] in te trekken. Door de zaak toch op de eerst dienende dag te laten dienen, heeft Agis in strijd met de goede procesorde gehandeld. Voorzover Agis aanspraak kan maken op een proceskostenveroordeling dient dit te worden gemaximeerd op de explootkosten.

beoordeling

8.

De kantonrechter heeft eerst te beoordelen of [naam opposant] in zijn vordering kan worden ontvangen en alsnog inhoudelijk verweer kan voeren tegen de oorspronkelijke vordering van Agis.

9.

[naam opposant] bestrijdt niet dat hij voorafgaande aan het uitbrengen van de verzetsdagvaarding al meer dan 4 weken kennis had van het vonnis van [datum]. Desalniettemin betoogt [naam opposant] dat hij in zijn vordering kan worden ontvangen.

De kantonrechter verstaat het standpunt van [naam opposant] aldus, dat volgens hem artikel 143 Rv niet van toepassing is. Het vonnis van [datum] voldoet volgens [naam opposant] niet aan de eisen van artikel 230 Rv, zodat dat vonnis nietig, althans non-existent is. Hierdoor is op de oorspronkelijke vordering van Agis nog niet bij rechterlijke uitspraak beslist, zodat de door [naam opposant] aangebrachte (verzets)dagvaarding als een zuivering van het verstek dient te worden opgevat en als een conclusie van antwoord dient te worden beschouwd, zodat de procedure daarna op tegenspraak is voortgezet.

10.

De kantonrechter stelt voorop dat bij de beantwoording van de vragen of en welk vonnis de kantonrechter op [datum] heeft genomen onderscheid dient te worden gemaakt tussen “mondelinge uitspraak” en “de schriftelijke vastlegging”.

Het vonnis als zodanig is de mondelinge uitspraak, waarbij de beslissing van de rechter openbaar wordt gemaakt en die beslissing haar werking verkrijgt. Zo vangen in tegenspraak zaken de termijnen voor hoger beroep of cassatie op de dag van openbaarmaking aan. De mondelinge uitspraak wordt vervolgend schriftelijk vastgelegd. Vgl. onder meer HR 11 november 1977, NJ 1978, 503 / LJN: AC2186 (Engelen vs Smeets); HR 2 november 1990, NJ 1991, 800 / LJN: AB8153 (Images BV vs Van Delft) en HR 24 april 2009, LJN: BG9906 (Spoorenberg vs Beursgebouw).

11.

Op zichzelf rijst de vraag of dit onderscheid tussen mondelinge uitspraak en schriftelijke vastlegging, waarbij de beslissing zoals die geacht wordt te zijn uitgesproken beslissend is, tot een juridische fictie is verworden die onvoldoende recht doet aan de feitelijke gang van zaken. Wat daarvan verder ook zij, het is een onderscheid dat uit de wet voortvloeit en vaste jurisprudentie is, zodat de kantonrechter dit onderscheid volgt.

12.

Tot de vereisten waaraan het vonnis dient te voldoen behoort ingevolge artikel 230 lid 1 sub g Rv jo artikel 230 lid 2 Rv dat het bij verstek gewezen vonnis de naam van de rechter die het vonnis heeft gewezen vermeldt. Voorts dient het vonnis op grond van artikel 230 lid 3 Rv door de rechter en de griffier te zijn ondertekend.

13.

De kantonrechter heeft ambtshalve onderzoek gedaan naar de gang van zaken op de zitting van [datum]. De kantonrechter heeft zijn bevindingen vastgelegd in het tussenvonnis van 10 december 2013 en partijen in de gelegenheid gesteld daarop te reageren. De kantonrechter komt tot de volgende reconstructie.

De door Agis uitgebrachte dagvaarding is behandeld op de terechtzitting van donderdagmiddag [datum] ten overstaan van een griffier en mr. O.J. van Leeuwen, kantonrechter bij de rechtbank Amsterdam. Op deze zitting zijn alleen zaken behandeld waarin Agis als eisende partij is opgetreden. Agis was vertegenwoordigd door haar gemachtigde GGN Amsterdam. Er is niet genoteerd wie van GGN Amsterdam aanwezig was. Voorts zijn 28 gedaagden verschenen.

Voor deze zitting waren 326 nieuwe zaken aangebracht. Op de zitting zijn 17 zaken ingetrokken en is in 28 zaken hetzij verweer gevoerd hetzij is de vordering erkend. Hierdoor zijn 281 zaken bij wege van verstek afgedaan.

Uit het audiëntie blad blijkt dat de door Agis aan [naam opposant] uitgebrachte dagvaarding is aangebracht. Op het audiëntie blad is met pen aangetekend dat de eis van Agis met € 737,13 is verminderd en dat Agis dit bedrag op 7 januari 2013 heeft ontvangen. Tot het audiëntie blad behoren de vonnissen die zijn gewezen, waaronder het overgelegde vonnis waarin [naam opposant] is veroordeeld tot betaling van de proceskosten en waarin als naam van de kantonrechter “team T” wordt genoemd en welk vonnis niet door de kantonrechter is ondertekend.

De griffier/administratie van de rechtbank heeft de zitting administratief verwerkt. Voorafgaande aan de zitting zijn alle dagvaardingen beoordeeld en zijn aan de hand van een model vonnis in iedere zaak de specifieke gegevens ingevoerd. Vervolgens zijn naar aanleiding van de zitting de wijzigingen in de zaken op tegenspraak, de intrekkingen en de wijzigingen van eis verwerkt. Nadat alle wijzigingen waren ingevoerd behoren in de verstekzaken de term “team T” in het model vonnis te worden vervangen door de naam van de kantonrechter die de beslissing heeft genomen, althans geacht wordt de beslissing te hebben genomen, en uitgesproken. Voorts wordt via een code op de geprinte versie van het vonnis ook de aan de naam van de kantonrechter gekoppelde elektronische handtekening van die kantonrechter afgedrukt.

De laatste (twee) administratieve handeling(en) is/zijn in ieder geval in deze zaak achterwege gebleven, zodat door de griffier aan de gemachtigde van Agis op of omstreeks [datum] een voor grosse afgegeven vonnis is verstrekt zonder de naam van de kantonrechter mr. O.J. van Leeuwen en zonder zijn elektronische handtekening.

Agis heeft in de akte na tussenvonnis verklaard, dat haar gemachtigde de twee omissies in het bij verstek gewezen vonnis van [datum] – kennelijk ook niet ten tijde van de betekening van het vonnis - niet heeft opgemerkt.

14.

Uit het voorgaande volgt dat [naam opposant] terecht heeft opgemerkt dat het vonnis van [datum] in strijd met artikel 230 Rv niet de naam van de kantonrechter vermeldt en dat het vonnis niet door de kantonrechter is ondertekend. Alsdan rijst de vraag welk rechtsgevolg dat heeft.

In de wet is hierover geen specifieke bepaling opgenomen. De Hoge Raad heeft - in gevallen waarin het vonnis naar het uiterlijk een voor betrokkenen bindende en voor gerechtelijke tenuitvoerlegging vatbare rechterlijke uitspraak is - geoordeeld dat het gesloten stelsel van in de wet geregelde rechtsmiddelen meebrengt dat de nietigheid van een zodanige uitspraak uitsluitend door aanwending van het daartegen openstaand rechtsmiddel geldend kan worden gemaakt. In zeer zeldzame gevallen acht de Hoge Raad het denkbaar dat het vonnis rechtskracht ontbeert. Vgl. HR 27 januari 1989, NJ 1989, 588 / LJN: AD0608 (Quarles van Ufford c.s. vs Geels), HR 4 mei 1990, NJ 1990, 677 / LJN: AB8764 (Stichting De Thuishaven vs gezamenlijke erfgenamen Van Zaanen-Pols) en HR 13 september 1991, NJ 1991, 767 / LJN:ZC0329 (Dreesmann vs Vede c.s.).

15.

Er bestaat in dit geval geen twijfel dat de kantonrechter mr. O.J. van Leeuwen, krachtens wet met rechtspraak belast, op de zitting van [datum] de beslissing heeft genomen [naam opposant] in de proceskosten te veroordelen en dat geacht moet worden dat die beslissing is uitgesproken. Voorts is de vastlegging van die uitspraak neergelegd in een document, opgemaakt in één van de door deze rechtbank team kanton gehanteerde layouts en afgedrukt met de elektronische handtekening van de griffier. Vervolgens heeft de griffier daarop de stempels gezet om een voor grosse bestemd exemplaar af te geven.

Onder deze omstandigheden is naar het oordeel van de kantonrechter sprake van een geval, waarin het vonnis een voor betrokkenen bindende en voor gerechtelijke tenuitvoerlegging vatbare rechterlijke uitspraak is. Weliswaar bevat de schriftelijke vastlegging van het bij verstek uitgesproken vonnis twee fouten, doch die fouten kunnen worden hersteld hetzij op verzoek van één van partijen tot rectificatie ex artikel 31 Rv hetzij door [naam opposant] door het instellen van verzet.

16.

In de akte na tussenvonnis heeft Agis tevens een verzoek tot rectificatie ex artikel 31 Rv ingediend. Op dat verzoek kan niet in deze verzetprocedure worden beslist. De griffier zal ervoor zorgdragen dat het verzoek tot rectificatie ter verdere beslissing in handen wordt gesteld van de kantonrechter die het bij verstek gewezen vonnis heeft uitgesproken.

17.

Uit het hiervoor overwogene volgt dat het er voor dient te worden gehouden dat [naam opposant] van het vonnis van [datum] op de voet van artikel van artikel 143 Rv in verzet is gekomen. [naam opposant] heeft niet bestreden de stelling van Agis dat [naam opposant] op of omstreeks 15 februari 2013 met de inhoud van het vonnis bekend is geraakt. Hierdoor is [naam opposant] door eerst op 12 juli 2013 de verzetsdagvaarding uit te brengen niet binnen de in artikel 143 Rv bepaalde termijn in verzet is gekomen. Dit leidt ertoe dat [naam opposant] in zijn verzet niet-ontvankelijk wordt verklaard.

18.

Bij deze uitkomst van de procedure wordt [naam opposant] in de proceskosten veroordeeld.

BESLISSING

De kantonrechter:

verklaart [naam opposant] in zijn vordering niet-ontvankelijk;

veroordeelt [naam opposant] in de kosten van de onderhavige procedure, welke worden begroot op € 100,00 wegens salaris gemachtigde;

verklaart de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. D.H. de Witte, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 december 2013 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter