Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:9093

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
18-12-2013
Datum publicatie
01-05-2014
Zaaknummer
13-706237-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft op het internet een computerspel geplaatst, waarbij op de spelpagina’s poppetjes en konijnen staan afgebeeld met een foto van zijn (oud) werkgevers. De speler wordt uitgenodigd de poppetjes en konijnen met een muisklik neer te schieten. De rechtbank is van oordeel dat de teksten en afbeeldingen in het computerspel - bezien in hun onderlinge verband en samenhang en in de context van wat zich verder heeft afgespeeld tussen verdachte en zijn (oud) werkgevers – een bedreiging met zware mishandeling en belediging opleveren. Aan verdachte wordt opgelegd een werkstraf van 50 uur, waarvan 20 uur voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VERKORT VONNIS

Parketnummer: 13/706237-13

Datum uitspraak: 18 december 2013

Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[achternaam verdachte], [voornamen verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[GBA-adres].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit verkorte vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 4 december 2013 en mede naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting voor de politierechter van 4 juni 2013, waarbij de zaak naar de middag-MK is verwezen.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. A. Rogaar en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. M.D. Rijnsburger, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1

hij op of omstreeks 4 januari 2012 te Almere [persoon 1] en/of [persoon 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, en/of brandstichting, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [persoon 2] en/of [persoon 2] een e-mail gestuurd waarin hij, verdachte, voornoemde [persoon 2] en/of [persoon 2] (schriftelijk) dreigend de woorden heeft toegevoegd:"

- " Daarbij ontwikkelde ik de sterke neiging jullie beiden te demonteren" en/of

- " Hij ([persoon 2]) zet zich echt op de nominatie voor een paar stompen voor z'n

kop" en/of

- " Mijn telefoon blijft nog eventjes uit, tot de neiging om je bus door de voorgevel heen te rijden en in brand te steken weer weg is",

althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 14 december 2012 tot en met 13 maart 2013 te Amsterdam [persoon 2] en/of [persoon 2] en/of [persoon 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk een computerspel/shootersgame, bereikbaar via [internetsite], met als titel "[titel internetspel]", gemaakt en/of (vervolgens) openbaar toegankelijk online/op internet geplaatst, waarin (onder meer)

- op de beginpagina van voornoemd(e) computerspel/shootersgame de tekst "Help defend [naam bedrijf] against the modern bancruptors, an evil race of slimey slugs from the depths of modern society's rectum. But beware, although appearing to be friendly bunnies, every now and then they show their true nature, as they try to bring you down when you are at your weakest! Shoot them when they're friendly or throwing bombs, or be doomed. May the force be with you", althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking naast een of meer

(bewerkte) foto('s) van voornoemde [persoon 2] en/of [persoon 2] en/of [persoon 3] is geplaatst en/of - op een of meer spelpagina('s) een of meer poppetje(s) en/of konijn(en) met (een foto van) het gezicht van voornoemde [persoon 2] en/of [persoon 2] en/of [persoon 3] staat/staan afgebeeld die middels een muisklik neergeschoten kan/kunnen worden en/of

- op een of meer pagina('s) (op een afbeelding van een patroon) de tekst(en) (al dan niet in de Engelse taal) "shoot them motherfuckers" en/of "reload and shoot some more" althans (telkens) woorden van soorgelijke aard en/of strekking staat/staan weergegeven;

3

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 14 december 2012 tot en met 13 maart 2013 te Amsterdam opzettelijk, al dan niet door middel van het verspreiden en/of openlijk tentoonstellen en/of aanslaan van (een) geschrift(en) en/of afbeelding(en), de eer en/of de goede naam van [persoon 2] en/of [persoon 2] heeft aangerand door telastlegging van een of meer bepaalde feiten, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft verdachte met voormeld doel

- onder een of meer werknemer(s) van het bedrijf [naam bedrijf] het bericht verspreid dat [naam bedrijf] op het punt stond failliet te gaan en/of - op een of meer website(s) een of meer banner(s)/boodschap(pen) online/op internet geplaatst waarin (onder meer) was opgenomen dat (voornoemde [persoon 2] had gezegd dat) het bedrijf [naam bedrijf] op het punt stond failliet te gaan en/of

- een computerspel/shootersgame, bereikbaar via [internetsite], openbaar toegankelijk online/op internet geplaatst met als titel "[titel internetspel]";

4

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 14 december 2012 tot en met 13 maart 2013 te Amsterdam (telkens) opzettelijk [persoon 2] en/of [persoon 3] heeft beledigd door een computerspel/shootersgame, bereikbaar via [internetsite], met als titel "[titel internetspel]" openbaar toegankelijk online/op internet te plaatsen en/of

(daarin)

-op de beginpagina van voornoemd(e) computerspel/shootersgame de tekst "Help defend [naam bedrijf] against the modern bancruptors, an evil race of slimey slugs from the depths of modern society's rectum", althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking naast een of meer (bewerkte) foto('s) van voornoemde [persoon 2] en/of [persoon 3] te plaatsen en/of

- voornoemde [persoon 3] in voornoemd computerspel af te beelden als een poppetje/konijn met (een foto van) het gezicht van voornoemde [persoon 3], welke was bewerkt met een zogenoemd Hitlersnorretje;

2 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

3 Waardering van het bewijs

3.1.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht de onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. Er is aangifte gedaan en verdachte bekent dat hij de e-mail van 4 januari 2012 heeft geschreven. Bovendien erkent hij dat de inhoud hiervan bedreigend over kan komen. Dat verdachte, zoals hij zegt, niet de bedoeling had om te bedreigen, is irrelevant. Verdachte bekent ook dat hij het bericht heeft verspreid dat [naam bedrijf] failliet zou gaan. De verklaring van verdachte dat hij het computerspel niet op [internetsite] heeft gezet, acht de officier van justitie niet geloofwaardig. Verdachte komt ter terechtzitting voor het eerst met de verklaring dat hij het spel op een afgeschermd gedeelte van zijn website heeft geplaatst, dat iemand anders het op [internetsite] moet hebben gezet en dat de politie zijn verklaring hierover onjuist heeft weergegeven. Voor zover verdachte het spel al alleen op zijn eigen website heeft gezet, heeft hij het spel in ieder geval niet goed genoeg afgeschermd.

De officier van justitie heeft ten slotte vrijspraak gevraagd voor het onder 2 en 4 ten laste gelegde, nu deze ten laste gelegde feiten te veel overeenkomen met het onder 3 ten laste gelegde, maar dan met een andere kwalificatie.

3.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, aan de hand van zijn ter terechtzitting overgelegde pleitnota, vrijspraak bepleit voor alle aan verdachte ten laste gelegde feiten. Hij heeft daartoe, zakelijk weergegeven, aangevoerd dat met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde feit, de opzet van verdachte niet gericht is geweest op de bedreiging. Dat er geen sprake is geweest van bedreiging volgt ook uit de context van de e-mail. Aangevers voelden zich ook niet bedreigd. De aangifte dateert van een jaar later en verdachte heeft in dat jaar nog gewoon voor de aangevers gewerkt. Verdachte heeft aangevers ook niet bedreigd via het internetspel. Hij heeft dit spel gemaakt als een ludieke actie, die hij slechts met enkelen wilde delen. De opzet van verdachte hiermee was nimmer gericht op bedreiging van de aangevers en was er ook niet op gericht dat dit spel bij de aangevers terecht zou komen. Hij betwist dit spel openbaar te hebben gemaakt. Het gaat ten slotte om een spel en uit geen van de opmerkingen of afbeeldingen kan de redelijke vrees ontstaan dat de aangevers het leven zouden verliezen of zwaar lichamelijk letsel zouden oplopen. Verdachte heeft ook niet de opzet gehad tot belediging van aangevers met het spel (feit 4). Met betrekking tot het onder 3 ten laste gelegde feit heeft de raadsman aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte de werknemers van [naam bedrijf] heeft aangesproken over een ophanden zijnde faillissement met het doel de eer of goede naam van [persoon 2] (verder: [persoon 2]) en [persoon 2] (verder: [persoon 2]) aan te tasten. De door verdachte geplaatste tekst op internet ziet op de rechtspersoon [naam bedrijf] en niet op de privépersonen [persoon 2] en [persoon 2]. Er is ook geen sprake van tenlastelegging van een bepaald feit en ten slotte vereiste het algemeen belang het handelen van verdachte.

3.3.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

Met betrekking tot het onder 1. ten laste gelegde feit:

op 4 januari 2012 te Almere [persoon 2] en [persoon 2] heeft bedreigd met zware mishandeling en brandstichting, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [persoon 2] en [persoon 2] een e-mail gestuurd waarin hij, verdachte, voornoemde [persoon 2] en [persoon 2] schriftelijk dreigend de woorden heeft toegevoegd:

  • -

    “Daarbij ontwikkelde ik de sterke neiging jullie beiden te demonteren” en

  • -

    “Hij ([persoon 2]) zet zich echt op de nominatie voor een paar stompen voor z’n kop” en

  • -

    “Mijn telefoon blijft nog eventjes uit, tot de neiging om je bus door de voorgevel heen te rijden en in brand te steken weer weg is”,

Met betrekking tot het onder 2. ten laste gelegde feit:

in de periode van 14 december 2012 tot en met 13 maart 2013 te Amsterdam [persoon 2] en [persoon 2] en [persoon 3] heeft bedreigd met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk een computerspel/shootersgame, bereikbaar via [internetsite], met als titel “[titel internetspel]”, gemaakt en vervolgens openbaar toegankelijk online geplaatst, waarin (onder meer)

  • -

    op de beginpagina van voornoemd computerspel/shootersgame de tekst “Help defend [naam bedrijf] against the modern bancruptors, an evil race of slimey slugs from the depths of modern society’s rectum. But beware, although appearing to be friendly bunnies, every now and then they show their true nature, as they try to bring you down when you are at your weakest! Shoot them when they’re friendly or throwing bombs, or be doomed. May the force be with you”, naast een of meer bewerkte foto’s van voornoemde [persoon 2] en [persoon 2] en [persoon 3] is geplaatst en

  • -

    op meer spelpagina’s een of meer poppetjes en konijnen met een foto van het gezicht van voornoemde [persoon 2] en [persoon 2] en [persoon 3] staan afgebeeld die middels een muisklik neergeschoten kunnen worden en

  • -

    op meer pagina’s (op een afbeelding van een patroon) de teksten (al dan niet in de Engelse taal) “shoot them motherfuckers” en “reload and shoot some more”, staan weergegeven;

Met betrekking tot het onder 3. ten laste gelegde feit:

in de periode van 14 december 2012 tot en met 13 maart 2013 te Amsterdam opzettelijk, al dan niet door het verspreiden van een geschrift de eer en de goede naam van [persoon 2] en [persoon 2] heeft aangerand door telastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft verdachte met voormeld doel

- op een website een boodschap online geplaatst waarin was opgenomen dat voornoemde [persoon 2] had gezegd dat het bedrijf [naam bedrijf] op het punt stond failliet te gaan.

Met betrekking tot het onder 4. ten late gelegde feit:

In de periode van 14 december 2012 tot en met 13 maart 2013 te Amsterdam opzettelijk [persoon 2] en [persoon 3] heeft beledigd door een computerspel/shootersgame, bereikbaar via [internetsite], met als titel “[titel internetspel]” openbaar toegankelijk online te plaatsen en daarin

  • -

    op de beginpagina van voornoemd computerspel/shootersgame de tekst “Help defend [naam bedrijf] against the modern bankruptors, an evil race of slimey slugs from the depths of modern society’s rectum”, naast een of meer bewerkte foto’s van voornoemde [persoon 2] en [persoon 3] te plaatsen en

  • -

    voornoemde [persoon 3] in voornoemd computerspel af te beelden als een poppetje/konijn met een foto van het gezicht van voornoemde [persoon 3], welke was bewerkt met een zogenoemd Hitlersnorretje.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

4 Het bewijs

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Nadere overwegingen

Met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde

Verdachte heeft erkend dat hij de e-mail aan aangevers heeft verzonden. De rechtbank is - anders dan de verdediging heeft betoogd - van oordeel dat de aard en de omvang van de bedreigingen in de e-mail alsook de omstandigheden waaronder deze zijn gedaan voldoende ernstig waren om redelijke vrees te doen ontstaan voor zware mishandeling en brandstichting. De teksten zijn naar het oordeel van de rechtbank, ook al spreekt verdachte steeds van het hebben van een ‘neiging om’, objectief gezien bedreigend. In het hebben van een neiging kan geen nuance worden gelezen die de bedreiging wegneemt. Naar het oordeel van de rechtbank was de context van de e-mail ook niet zodanig dat er geen redelijke vrees kon ontstaan.

Dat aangevers zich kennelijk na het ontvangen van het bericht en na met verdachte te hebben gesproken, niet ieder zakelijk contact met hem hebben verbroken, doet hier niet aan af.

Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank de bedreigingen in de e-mail niet dusdanig, dat deze een redelijke vrees voor een tegen het leven gericht misdrijf kunnen doen ontstaan, zodat verdachte daarvan in zoverre zal worden vrijgesproken.

Met betrekking tot het onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde

Aan het onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde ligt (deels) hetzelfde feitencomplex ten grondslag, te weten het online zetten van het computerspel “[titel internetspel]”. De feiten vallen echter, zoals ze zijn ten laste gelegd, onder verschillende strafbepalingen (eendaadse samenloop). Van ieder ten laste gelegd feit zal dus afzonderlijk beoordeeld dienen te worden of dit bewezen kan worden verklaard. De samenloop als zodanig vormt geen aanleiding om verdachte om die reden vrij te spreken van het onder 2 en 4 ten laste gelegde zoals door de officier van justitie gevorderd.

Verdachte heeft erkend dat hij het computerspel heeft gemaakt en dat hij het op internet heeft gezet, zij het dat hij dit volgens hem op een afgeschermd gedeelte van zijn eigen website had geplaatst. Zo dit verhaal al juist is, komt het voor risico van verdachte dat hij het computerspel op internet heeft gezet, zonder dit goed af te schermen. Door het spel zonder deugdelijke beveiliging op internet te plaatsen, heeft hij, naar het oordeel van de rechtbank, in ieder geval de aanmerkelijke kans aanvaard dat dit bij willekeurige andere personen, waaronder aangevers, terecht zou komen.

Met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde

Tussen verdachte en de aangevers heeft zich een opeenstapeling van incidenten voorgedaan, waarbij verdachte onder meer een internetspel online heeft gezet. In dat spel worden spelers aangespoord de aangevers dood te schieten en is te zien dat figuren (bewerkt met afbeeldingen van de aangevers) sterven of ontploffen.

De teksten en afbeeldingen in het computerspel zijn naar het oordeel van de rechtbank - bezien in hun onderlinge verband en samenhang alsmede in de context van hetgeen zich verder heeft afgespeeld tussen verdachte en de aangevers - dusdanig bedreigend dat deze voldoende zijn om redelijke vrees te doen ontstaan bij de aangevers voor zware mishandeling. Dat sprake is van een spel, neemt dit bedreigende karakter niet weg. De omstandigheid dat verdachte kennelijk de moeite heeft genomen om een computerspel te maken, waarbij de deelnemers worden opgeroepen de aangevers dood te schieten, heeft in het bijzonder bij de aangevers de vraag opgeroepen waartoe verdachte allemaal in staat zou zijn en wat aangevers nog meer van hem zouden kunnen verwachten. De rechtbank acht het onder 2 ten laste gelegde feit dan ook bewezen, zoals hiervoor vermeld.

De rechtbank acht het bedreigende karakter van het computerspel evenwel niet dusdanig, dat deze een redelijke vrees voor een tegen het leven gericht misdrijf kunnen doen ontstaan, zodat verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.

Met betrekking tot het onder 3 ten laste gelegde

Anders dan de officier van justitie, is de rechtbank van oordeel dat het verspreiden onder werknemers van het bericht dat [naam bedrijf] op het punt staat failliet te gaan, geen smaad oplevert, nu het in deze situatie voorstelbaar is dat verdachte zijn, op zichzelf te begrijpen, zorgen over dit bericht met collega’s heeft willen delen. Verdachte zal in zoverre partieel worden vrijgesproken van het onder 3 ten laste gelegde.

Anders is dit wat betreft het verspreiden op internet door verdachte van de boodschap dat [persoon 2] heeft gezegd dat [naam bedrijf] op het punt staat failliet te gaan. Verdachte heeft erkend dit te hebben gedaan. Hij heeft verklaard hiermee anderen (zakenpartners van [naam bedrijf]) te willen beschermen tegen een eventueel faillissement. Verdachte heeft hiermee naar het oordeel van de rechtbank schade toegebracht aan de goede naam van [naam bedrijf] en daarmee aan de goede naam van de aandeelhouders van [naam bedrijf], [persoon 2] en [persoon 2]. Verdachte had moeten weten dat dergelijke uitlatingen zeer schadelijk kunnen zijn. De beschuldiging van het failliet (laten) gaan van een bedrijf, is naar het oordeel van de rechtbank, anders dan de raadsman heeft aangevoerd, een beschuldiging van een concreet feit, te weten het failliet (laten) gaan van een bedrijf. Dit feit zal verder (in ieder geval door een gedeelte van de lezers van de boodschap) als in strijd met de goede naam van [naam bedrijf] en haar aandeelhouders kunnen worden opgevat. Niet gebleken is van een dringende noodzaak tot het doen van deze uiting die het smadelijke karakter hiervan had kunnen wegnemen. Daarmee is deze handeling te kwalificeren als smaad.

Wat betreft het computerspel, acht de rechtbank niet bewezen dat hierin aan aangevers een bepaald feit ten laste wordt gelegd. “[titel internetspel]” kan immers ook slaan op het doden (in het spel) door de speler van de op de aangevers gelijkende figuren. Verdachte zal wat dit onderdeel betreft partieel worden vrijgesproken van smaad.

Met betrekking tot het onder 4 ten laste gelegde

Verdachte heeft door het online plaatsen van het spel “[titel internetspel]” met de in de tenlastelegging genoemde tekst, in combinatie met de daarin beschreven afbeeldingen, ten slotte [persoon 2] en [persoon 3] ook opzettelijk beledigd. Verdachte heeft ter terechtzitting zelf verklaard dat hij zich kan voorstellen dat de in de tenlastelegging genoemde tekst en afbeeldingen, beledigend zijn. Dat het, zoals hij ook verklaart, niet zijn bedoeling was dat deze tekst en afbeeldingen bij aangevers terecht zouden komen, komt, zoals hiervoor is overwogen, voor risico van verdachte. Door het spel niet goed te beveiligen en dit aan anderen te laten zien, heeft hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat dit bij de aangevers terecht kon komen zoals ook daadwerkelijk is gebeurd.

5 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7 Motivering van de straffen en maatregelen

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de door haar onder 1 en 3 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 30 uren, met bevel, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 15 dagen.

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging, belediging en smaad van personen met wie hij in een werkrelatie stond en heeft hun eer en goede naam aangetast. De feiten hebben zich gedurende een langere periode afgespeeld en hebben een grote impact gehad op het leven van de slachtoffers. Verdachte verdient daarvoor een straf.

Uit de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg van de Voorzitters van Strafsectoren volgt dat in beginsel een forse geldboete geïndiceerd is. De rechtbank houdt echter rekening met de verslechterde financiële situatie van verdachte, in verband waarmee hij volgens zijn verklaring ter terechtzitting thans geld moet lenen van zijn moeder. De rechtbank zal dan ook geen geldboete opleggen, maar een taakstaf.

De rechtbank houdt verder bij de strafoplegging in het voordeel van verdachte moet worden aangemerkt als een first offender en dat het oudere feiten betreft, die bij verdachte voortkwamen uit een opeenstapeling van frustratie. Artikel 55 van het Wetboek van Strafrecht is van toepassing.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden aanleiding bestaat om bij de straftoemeting af te wijken van hetgeen door de officier van justitie is gevorderd. De rechtbank acht immers meer feiten uit de tenlastelegging bewezen dan de officier van justitie. De rechtbank zal verdachte een taakstraf opleggen van 50 uur, waarvan 20 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en met bevel, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 25 dagen.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 55, 57, 261, 266 en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

9 Beslissing

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 3 is vermeld.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Met betrekking tot het onder 1 en 2 bewezen verklaarde:

Bedreiging met zware mishandeling, meermalen gepleegd.

en

Bedreiging met brandstichting.

Met betrekking tot het onder 3 bewezen verklaarde:

Smaadschrift.

Met betrekking tot het onder 4 bewezen verklaarde:

Eenvoudige belediging.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [achternaam verdachte], [voornamen verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van 50 uren.

Beveelt, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 25 dagen .

Beveelt dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van deze straf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren per dag.

Beveelt dat een gedeelte van deze straf, groot 20 uren, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij verdachte zich voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Beveelt dat, als de verdachte het voorwaardelijk deel van de taakstraf bij tenuitvoerlegging niet naar behoren heeft verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 10 dagen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. G.P.C. Janssen, voorzitter,

mrs. M.D. Ruizeveld en P. Rodenburg rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C. Neve, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 18 december 2013.