Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:9049

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
15-11-2013
Datum publicatie
30-12-2013
Zaaknummer
HA RK 361.2013
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Ter zitting van 6 november 2013 is, nadat de rechter algemene uitleg had gegeven en met de eerste zaak wilde beginnen, begon plots een persoon (die naderhand verzoeker bleek te zijn) door de zaal te roepen: ‘Ik ga nu drie keer zeggen dat ik de rechter wraak: ik wraak de rechter, ik wraak de rechter, ik wraak de rechter!’.

De rechtbank overweegt dat uit de wet en het vermoeden van onpartijdigheid volgt dat een verzoeker concrete feiten en omstandigheden dient aan te voeren waaruit objectief afgeleid kan worden dat de rechter jegens een partij vooringenomen is, of dat de vrees van een partij dat er sprake is van een dergelijke vooringenomenheid objectief gerechtvaardigd is. Alle feiten en omstandigheden moeten tegelijk - in het verzoek - worden voorgedragen.

Het onderhavige verzoek bevat die feiten of omstandigheden niet; er zijn geen feiten of omstandigheden waaruit vooringenomenheid van de politierechter volgt, aangevoerd. Blijkens het proces-verbaal heeft de kantonrechter verzoeker nog gevraagd naar de redenen voor zijn wrakingsverzoek, maar heeft hij daar niet op geantwoord. Bij gebreke van gronden is het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

wrakingskamer

Beschikking op het ter zitting van 6 november 2013 mondeling gedane en onder rekestnummer HA RK 361.2013 ingeschreven verzoek van:

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verzoeker,

welk verzoek strekt tot wraking van mr. G.C. Boot, kantonrechter te Amsterdam, hierna: de rechter.

1 Verloop van de procedure

1.1

Verzoeker is partij in een bij de kantonrechter onder CJIB nummer 1132 5420 0056 9448 aanhangige procedure. Het betreft een vordering tot gijzeling van de officier van justitie van het arrondissement Noord-Nederland van 29 mei 2013. De behandeling van de vordering heeft plaatsgevonden op 6 november 2013.

1.2

Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt. Nadat de rechter uitleg had gegeven als in het proces-verbaal vermeld, staat in het proces-verbaal verder vermeld” De kantonrechter wilde bijna beginnen met de behandeling van de eerste zaak, totdat plots een persoon (bleek later te zijn: dhr. [verzoeker]) door de zaal begint te roepen: ‘Ik ga nu drie keer zeggen dat ik de rechter wraak: ik wraak de rechter, ik wraak de rechter, ik wraak de rechter!’. De kantonrechter vroeg direct naar zijn naam, maar die wilde hij niet geven. Volgens hem was iedereen in deze zaal een nummer, dus een naam was overbodig. Even later gaf hij aan dat hij dhr. [verzoeker] was. De griffier had het dossier van deze persoon erbij gepakt. De kantonrechter bood de verdachte aan om naar voren te komen, zodat zijn zaak als eerste behandeld kon worden. De verdachte riep dat hij nu al drie keer de rechter gewraakt had en dat hij nu naar de wrakingskamer wilde. De kantonrechter vroeg aan dhr. [verzoeker] wat dan de reden voor het wrakingsverzoek was. Daarop gaf dhr. [verzoeker] geen antwoord. De kantonrechter besloot hierop om de zaak te schorsen totdat op het wrakingsverzoek zou zijn beslist.”

2 De beoordeling van het verzoek

2.1

Wraking van een rechter is slechts mogelijk op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan kan sprake zijn indien de rechter jegens een partij vooringenomen is of indien de vrees van een partij daarvoor objectief gerechtvaardigd is.

2.2

Bij de beoordeling daarvan moet voorop staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat de rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.

2.2

Uit de wet (8:15 en 8:16 Algemene wet bestuursrecht) en het vermoeden van onpartijdigheid volgt dat een verzoeker concrete feiten en omstandigheden dient aan te voeren waaruit objectief afgeleid kan worden dat de rechter jegens een partij vooringenomen is, of dat de vrees van een partij dat er sprake is van een dergelijke vooringenomenheid objectief gerechtvaardigd is. Alle feiten en omstandigheden moeten tegelijk - in het verzoek - worden voorgedragen.

2.3

Het onderhavige verzoek bevat geen feiten of omstandigheden waaruit vooringenomenheid van de politierechter of zwaarwegende aanwijzingen voor objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor, zijn af te leiden. Blijkens het proces-verbaal heeft de kantonrechter verzoeker nog gevraagd naar de redenen voor zijn wrakingsverzoek, maar heeft hij daar niet op geantwoord. Bij gebreke van gronden is het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk. De mondelinge behandeling kan daarom achterwege blijven.

3. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De rechtbank:

 verklaart verzoeker niet ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking,

Aldus gegeven door mrs. A.H.W. Vink, voorzitter, N.C.H. Blankevoort en A.W.J. Ros, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 november 2013 in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 8:18 lid 5 Awb geen voorziening open.