Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:8988

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
11-12-2013
Datum publicatie
27-12-2013
Zaaknummer
2129378 / HA ZA 13-728
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een klant gaat naar de bank om een internationale betaling te verrichten. Bij het uitvoeren van deze betaling blijkt een van de door de klant aangeleverde codes niet juist te zijn. Via de servicedesk van deze bank wordt een nieuwe code aangeleverd en met deze code lukt het de betaling uit te voeren. Een paar dagen later wil de klant een volgende betaling doen aan dezelfde begunstigde. Met gebruik van dezelfde gegevens als waarmee de eerste betaling is gedaan, wordt de tweede betaling door de bank uitgevoerd. Na een dag blijkt dat het geld niet bij de begunstigde is aangekomen. Is de bank aansprakelijk voor de schade die de klant hierdoor lijdt? De bank stelt zich op het standpunt dat de klant zelf verantwoordelijk is voor de juistheid van de (voor de tweede betaling) aangeleverde gegevens. De rechtbank is van oordeel dat als een klant zich tot de bank wendt met een verzoek om bijstand bij het verrichten van een internationale betaling hij er van uit mag gaan dat de door de bank, als op dat punt bij uitstek deskundige partij, verstrekte gegeven juist zijn. Ook bij opvolgende betaling aan dezelfde begunstigde mag hij er op vertrouwen dat de betaling op basis van dezelfde gegevens goed zal gaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTHR 2014, afl. 2, p. 95
Prg. 2014/73

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: 2129378 / HA EXPL 13-728

Vonnis van 11 december 2013

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VININGS MANAGING PARTNER 1 B.V.,

gevestigd te Baarn,

eiseres,

advocaat mr. R. van den Berg Jeths,

tegen

de naamloze vennootschap

ABN AMRO BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. J.W. Achterberg.

Partijen zullen hierna Vinings en ABN AMRO genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 21 juni 2013, met producties,

  • -

    de conclusie van antwoord van ABN AMRO, met producties,

  • -

    het tussenvonnis van 11 september 2013, waarbij een comparitie van partijen is gelast,

  • -

    het proces-verbaal van comparitie, welke heeft plaatsgehad op 7 november 2013, en de daarin genoemde stukken.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Vinings is een onderneming die zich bezig houdt met beleggingen in onroerend goed in de Verenigde Staten. Eind juli 2012 diende Vinings een bedrag van omgerekend € 619.000,00 in US dollars over te maken naar een bankrekening bij de Fidelity Bank in Atlanta, Georgia in de Verenigde Staten.

2.2.

Op 27 juli 2012 heeft [naam], [functie] bij Vinings (hierna: [naam]) op het bankkantoor van ABN AMRO te Sassenheim een proefbetaling gedaan van $100,00 naar de bankrekening in de Verenigde Staten. [naam] werd hierbij bijgestaan door medewerkers van het bankkantoor. Bij deze betaling werd naast de ABA [bankcode] de BIC/SWIFT-code [BIC/SWIFT-code] gebruikt. Dit bedrag werd dezelfde dag op de rekening van de begunstigde bijgeschreven.

2.3.

Op 30 juli 2012 heeft [naam] op hetzelfde bankkantoor met bijstand van een medewerker middels een spoedoverboeking een bedrag van € 619.000,00 overgemaakt naar dezelfde bankrekening in de Verenigde Staten. Bij deze betaling werd opnieuw naast de ABA bankcode [bankcode] de BIC/SWIFT-code [BIC/SWIFT-code] gebruikt. Dit bedrag werd dezelfde dag van de rekening van Vinings afgeschreven, maar werd niet door de begunstigde ontvangen.

2.4.

Op 1 augustus 2012 heeft [naam] ABN AMRO geïnformeerd dat het bedrag niet door de begunstigde was ontvangen. ABN AMRO heeft hierop contact opgenomen met haar corresponderende bank Deutsche Bank, die op haar beurt contact heeft opgenomen met haar corresponderende bank US Bank. De US Bank is de corresponderende bank van de Fidelity Bank.

2.5.

Op 3 augustus 2012 werd ontdekt dat de betalingsopdracht van 30 juli 2012 is vastgelopen omdat de verkeerde BIC/SWIFT-code is gebruikt. In een e-mail van die datum schrijft [naam 2] van ABN AMRO aan Vinings voor zover hier van belang:

Niet geslaagde betaling:

EUR 619.000,00 (…)

Omdat deze betaling niet in USD maar in EUR is, wordt het ABA routing nummer niet gebruikt. In plaats daarvan wordt het meegegeven SWIFT adres ([BIC/SWIFT-code]) gebruikt, maar dat is van Fidelity Bank Edina, niet Atlanta. Dit heeft een vertraging veroorzaakt waardoor het geld tot op heden nog niet door de begunstigde is ontvangen.

2.6.

Op 10 augustus 2012 heeft de ABN AMRO het bedrag teruggestort gekregen, heeft zij nieuwe betaalinstructies van Vinings ontvangen en is de betaling succesvol uitgevoerd, naar een andere bank in de Verenigde Staten.

2.7.

Op het gebruik van de betaalrekening zijn de Algemene Voorwaarden ABN AMRO Bank N.V. (hierna Algemene Voorwaarden) van toepassing. Hierin staat het volgende opgenomen, voor zover hier van belang:

Artikel 17: Gegevens en opdrachten

1.(…) De cliënt draagt er zorg voor dat tot de bank (…) gerichte verklaringen, zoals opdrachten, opgaven en mededelingen aan de bank, duidelijk en volledig zijn en de juiste gegevens bevatten.(…)

2.8.

Op het gebruik van de betaalrekening zijn tevens de Voorwaarden Clientrelatie van toepassing. Hierin staat het volgende opgenomen, voor zover hier van belang:

15: RISICOVERDELING

Schade die ontstaat doordat de bank afgaat op een opdracht (…) op naam van de cliënt die onjuist of buiten de wil van de cliënt aan de bank wordt overgebracht, wordt – behoudens dwingend recht – volgens de volgende regels verdeeld:

I. Indien de bank tegenover de cliënt in een (veiligheids)verplichting is tekortgeschoten, komt de schade voor rekening en risico van de bank voor zover deze als gevolg daarvan aan de bank kan worden toegerekend.

(…)

16. INDIRECTE SCHADE EN GEVOLGSCHADE

Indirecte schade en gevolgschade van de cliënt zijn in ieder geval voor eigen rekening en risico voor cliënt en niet toerekenbaar aan de bank.

3 Het geschil

3.1.

Vinings vordert  samengevat – bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis ABN AMRO te veroordelen tot betaling van € 24.867,84, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 24 mei 2013. Vinings vordert voorts ABN AMRO te veroordelen aan Vinings afrekennota’s te verstrekken van de overboekingen op 30 juli 2012 en op 10 augustus 2012 op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per dag of gedeelte van een dag dat ABN AMRO in gebreke blijft. Tenslotte vordert Vinings veroordeling van ABN AMRO in de proceskosten.

3.2.

Vinings legt aan haar vordering primair ten grondslag dat ABN AMRO tekort is gekomen in de nakoming van haar verplichting om de spoedbetaalopdracht van 30 juli 2012 op correcte wijze uit te voeren. Subsidiair heeft ABN AMRO niet aan haar zorgplicht voldaan, door Vinings verkeerd te begeleiden dan wel voor te lichten bij het uitvoeren van de betaalopdracht en door niet adequaat te reageren toen het bedrag niet op de rekening van begunstigde bleek te zijn aangekomen. Doordat ten gevolge hiervan het bedrag pas op 10 augustus 2012 de begunstigde heeft bereikt, heeft Vinings schade geleden. ABN AMRO is voor die schade aansprakelijk. Aldus steeds Vinings.

3.3.

ABN AMRO voert verweer en betoogt dat zij niet is tekortgekomen in de nakoming van haar verplichtingen en zorgvuldig heeft gehandeld. Zij beroept zich op de toepasselijke Algemene Voorwaarden waarin is bepaald dat de cliënt er zorg voor dient te dragen dat de juiste gegevens worden verstrekt. Nadat bleek dat het bedrag was verdwenen, heeft ABN AMRO adequaat gehandeld en binnen korte tijd het bedrag retour ontvangen. Zelfs indien er sprake zou zijn van een tekortkoming aan de zijde van ABN AMRO komt de gevorderde schade op basis van de toepasselijke Voorwaarden Cliëntrelatie niet voor vergoeding in aanmerking. Bovendien is de schade niet toerekenbaar en ontbreekt het causaal verband. Aldus steeds ABN AMRO.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

foutieve betaalopdracht

4.1.

Ter beantwoording van de vraag of ABN AMRO is tekortgeschoten jegens Vinings dient in eerste instantie te worden vastgesteld hoe de foutieve betaalopdracht tot stand is gekomen.

4.2.

Vinings heeft ter onderbouwing van haar standpunt het volgende aangevoerd. [naam] is op 27 juli 2012 naar het bankkantoor van ABN AMRO in Sassenheim gegaan om advies in te winnen over de uit te voeren betaling van € 619.000,00 naar de Verenigde Staten, die daar in US dollars diende aan te komen. Op de vraag van [naam] of het van belang was of de betaling vanuit Nederland in US dollars of euro’s plaatsvond, antwoordde de medewerker van ABN AMRO ontkennend. [naam] stelde voor een proefbetaling van $100,00 uit te voeren. Een bankmedewerker, [naam 3], heeft, in het bijzijn van een andere collega, de proefbetaling voor Vinings in het internetbankiersysteem ingevuld, waarbij [naam] de betaalgegevens opgaf. Omdat het systeem bij het verzenden van de proefopdracht blokkeerde op het veld van de BIC/SWIFT-code heeft een van de bankmedewerkers de servicesdesk van ABN AMRO gebeld, die vervolgens doorverbond met de vreemdgeld-desk. Tijdens dit gesprek heeft [naam] alle betaalgegevens uitgewisseld en is gesproken over de BIC/SWIFTcode. Na zo’n 20 minuten gaf een medewerker van de vreemdgeld-desk een nieuwe BIC/SWIFTcode door, [BIC/SWIFT-code]. Deze code werd vervolgens ingevoerd. De overige, al ingevoerde, gegevens bleven ongewijzigd. De betaalopdracht kon met deze code wel verzonden worden en het bedrag werd diezelfde dag door de begunstigde in de Verenigde Staten ontvangen. Op 30 juli 2012 is [naam] opnieuw naar het bankkantoor gegaan om het bedrag van € 619.000,00 over te (laten) maken. [naam 3] voerde opnieuw voor [naam] dezelfde gegevens - als die bij de proefbetaling werden gebruikt - in het systeem in. Omdat de proefbetaling met die gegevens goed was gegaan, de BIC/SWIFT-code afkomstig was van de bank zelf en [naam] af ging op de kennis van de bank bij dergelijke betalingen, vertrouwde [naam] er op dat ook deze betaling goed zou gaan. Het bedrag werd dezelfde dag van de rekening van Vinings afgeschreven, maar werd niet door de begunstigde ontvangen. Aldus steeds Vinings.

4.3.

ABN AMRO voert allereerst aan dat de cliënt verantwoordelijk is voor de aanlevering van de juiste gegevens voor een betaalopdracht. ABN AMRO heeft weliswaar, via haar servicelijn, de code [BIC/SWIFT-code] aan Vinings verstrekt, maar de servicelijn is geen advieslijn. Het is een dienst die de klant doorverbindt met de juiste afdeling, in dit geval de vreemdgeld-desk. Deze afdeling heeft de BIC/SWIFT code verstrekt op basis van de gegevens die [naam] toen heeft aangeleverd. Het is niet duidelijk of [naam] tijdens het telefoongesprek met de vreemdgeld-desk de juiste gegevens heeft verstrekt. Vinings blijft zelf verantwoordelijk voor de aanlevering van de juiste betaalgegevens. Als de ABN AMRO al de code heeft aangeleverd via de servicelijn dan is dat slechts te beschouwen al een service van de bank. ABN AMRO voert voorts aan dat [naam 3], of zijn collega, geen advies heeft kunnen geven over de verschillen tussen betalingen in US dollars of euro’s. Zij zijn niet getraind in dergelijke grensoverschrijdende transacties. Bij een dergelijke betaling van een bedrag in euro’s naar US dollars is de BIC/SWIFT-code essentieel en bij de betaling van US dollars naar US dollars is de BIC/SWIFT-code alleen nodig om de betaling door het automatiseringssysteem van de ABN AMRO te sluizen. De medewerkers zullen dat niet weten, kunnen daarover niet adviseren en zullen derhalve alleen service hebben verleend. Aldus steeds ABN AMRO.

4.4.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Vinings heeft tijdens de comparitie van partijen (in vervolg op hetgeen zij reeds onder punt 8 van de dagvaarding heeft aangestipt) uitvoerig en zeer gedetailleerd toegelicht hoe en door wie de gegevens van de proefbetaling in het internetbankiersysteem zijn gezet en waar de foutieve code vandaan komt. ABN AMRO heeft dit betoog op een aantal punten in twijfel getrokken, maar heeft niet concreet aangegeven hoe het volgens haar dan anders zou zijn gegaan. Dit betekent dat als onvoldoende gemotiveerd betwist wordt aangenomen dat deze proefbetaling is gegaan zoals onder 4.2. is verwoord. Hierbij heeft de kantonrechter de inhoud van de door ABN AMRO overgelegde verklaring van [naam 3], die zich in het dossier bevindt en grotendeels overeenkomt met de verklaring van [naam], en de inhoud van de e-mail van [naam 2] (zie 2.5) in de overweging meegenomen. Uit deze email blijkt dat de door de vreemgeld-desk aangeleverde code wel behoort bij een Fidelity Bank. Echter niet de Fidelity Bank gevestigd in Atlanta, maar die in Edina. ABN AMRO kan onder deze omstandigheden Vinings niet tegenwerpen dat zij als cliënt zelf zorg dient te dragen voor de aanlevering van de juiste gegevens, terwijl zij zelf Vinings van een, achteraf gebleken, foutieve code voorziet. Als de klant zich tot ABN AMRO wendt met een verzoek om bijstand bij het verrichten van een internationale betaling mag hij er van uit gaan dat de door de ABN AMRO, als op dat punt bij uitstek deskundige partij, verstrekte gegevens juist zijn. Ook bij opvolgende betaling aan dezelfde begunstigde. Het zou anders zijn geweest indien de vreemdgeld-desk op 27 juli 2012 uitdrukkelijk had gewaarschuwd dat de code slechts gold voor het eenmalig door het automatiseringssysteem van de bank sluizen van de betaalopdracht en dat Vinings deze bij een volgende opdracht niet zonder meer opnieuw kon gebruiken. Dat een dergelijke waarschuwing bij het verstrekken van de code is gegeven is gesteld noch gebleken. Vinings mocht er - zoals zij terecht stelt – dan ook van uit gaan dat de betaling op 30 juli 2012, op basis van dezelfde gegevens dan ook correct zou worden uitgevoerd. Het verweer van ABN AMRO faalt derhalve. ABN AMRO is toerekenbaar tekortgekomen in de nakoming van haar verplichting jegens Vinings door haar een verkeerde code te verschaffen, waardoor de betaling van 30 juli 2012 heeft kunnen vastlopen en het bedrag niet tijdig ter bestemde plekke is gekomen.

schade

4.5.

De vordering van Vinings bestaat uit de volgende vier schadeposten:

  • -

    i) de kosten van de interimlening die Vinings’ Amerikaanse zakenpartner ten gevolge van de vertraging heeft moeten afsluiten ad € 7.290,28;

  • -

    ii) de extra advocaatkosten van haar Amerikaanse zakenpartner ad € 3.623,71, vermeerderd met de wettelijke rente hierover ad € 102,33;

  • -

    iii) de advocaatkosten van Vinings, betreffende onder meer werkzaamheden ten behoeve van een kort geding, ad € 9.871,75, vermeerderd met de wettelijke rente ad € 528,77;

  • -

    iv) kosten voor de extra inspanningen van [naam] ad € 3.451,00.

4.6.

ABN AMRO betwist gehouden te zijn de schade te vergoeden, nu het causale verband met de tekortkoming ontbreekt en de schade niet voorzienbaar was. Bovendien zijn op grond van de toepasselijke Voorwaarden Cliëntrelatie indirecte schade en gevolgschade voor eigen rekening en risico van de cliënt.

4.7.

Zoals in 4.4. is overwogen is ABN AMRO toerekenbaar tekortgekomen in de nakoming van haar verplichtingen jegens Vinings. ABN AMRO beroept zich op haar Algemene Bankvoorwaarden en de Voorwaarden Cliëntrelatie. Vinings heeft niet betwist dat deze voorwaarden van toepassing zijn. Overeenkomstig hetgeen in artikel 15 van de Voorwaarden Cliëntrelatie is bepaald, is ABN AMRO in beginsel gehouden de schade te vergoeden, voor zover deze als gevolg van de tekortkoming aan ABN AMRO kunnen worden toegerekend. Dit ziet echter slechts op schade die een direct gevolg is van de toerekenbare tekortkoming, aangezien op grond van artikel 16 van de Voorwaarden Cliëntrelatie indirecte schade en gevolgschade voor rekening en risico van de cliënt zijn.

4.8.

Schadepost (i) betreft kosten van de interimlening in de Verenigde Staten die als gevolg van de vertraging afgesloten diende te worden en deze kosten zijn, naar de stelling van Vinings, een direct gevolg van de tekortkoming. ABN AMRO heeft hier tegen geen expliciet verweer gevoerd. Deze post is te beschouwen als directe schadepost en kan aan ABN AMRO toegerekend. De vordering zal voor wat betreft deze schadepost worden toegewezen.

4.9.

Schadepost (ii) betreft een factuur van het Amerikaanse advocatenkantoor Stites & Harbison betreffende “professional services through July 31, 2012”. Deze factuur ziet op werkzaamheden die, zoals ABN AMRO terecht stelt, voor het merendeel hebben plaatsgevonden vóór de datum van de betaalopdracht, dan wel voor werkzaamheden waarvoor niets in rekening is gebracht. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, is enig causaal verband met de tekortkoming niet te leggen en kan deze schadepost niet aan ABN AMRO worden toegerekend.

4.10.

Schadepost (iii) betreft advocaatkosten aan de zijde van Vinings, onder meer betreffende de kosten in het kader van een kort geding dat Vinings op 10 augustus 2012 tegen ABN AMRO heeft aangespannen. Dit kort geding was volgens Vinings noodzakelijk om ABN AMRO ertoe te bewegen dat het probleem werd opgelost. ABN AMRO betwist dat deze kosten noodzakelijk waren, omdat zij Vinings gedurende het zoekproces telkens had geïnformeerd over de voortgang. Het was voor Vinings duidelijk dat de bank, samen met de Deutsche Bank, er alles aan deed om het probleem zo spoedig mogelijk op te lossen. Vinings heeft tegenover de stellingen van ABN AMRO onvoldoende gesteld dat en waarom het kort geding noodzakelijk was om ABN AMRO ertoe te bewegen de betaling terug te halen. Onder die omstandigheden kunnen de kosten van het kort geding niet als gevolg van de tekortkoming van ABN AMRO worden toegerekend.

4.11.

Schadepost (iv) betreft vergoeding van de tijd die [naam] in zijn functie als [functie] van Vinings heeft moeten besteden ten behoeve van het terugvinden van het geld en zijn contacten met de bank over deze kwestie. Niet valt in te zien dat deze inspanningen van [naam] niet vallen onder de gewone werkzaamheden van een [functie]. De kosten zij niet aan te merken als schade en komen dus evenmin voor rekening van ABN AMRO. De vordering zal voor zover die betrekking heeft op de posten (ii), (iii) en (iv) worden afgewezen.

4.12.

Vinings heeft tevens gevorderd ABN AMRO te veroordelen aan Vinings afrekennota’s te verstrekken van de overboekingen op 30 juli 2012 en op 10 augustus 2012 op straffe van een dwangsom. Tijdens de comparitie van partijen heeft ABN AMRO toegezegd deze afrekennota’s uiterlijk dinsdag 12 november 2013 aan Vinings toe te laten komen, zodat deze vordering geen verdere behandeling behoeft. De kantonrechter gaat ervan uit dat de ABN AMRO dat ook doet.

4.13.

De gevorderde wettelijke handelsrente zal als onbetwist worden toegewezen.

4.14.

ABN AMRO zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Vinings worden begroot op:

- dagvaarding €  76,71

- griffierecht 896,00

- salaris advocaat 800,00 (2 punten × tarief € 400,00)

Totaal €  1.772,71

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

veroordeelt ABN AMRO tot betaling aan Vinings van een schadevergoeding van € 7.290,28, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over dat bedrag met ingang van 24 mei 2013 tot de dag van volledige betaling,

5.2.

veroordeelt ABN AMRO in de proceskosten, aan de zijde van Vinings tot op heden begroot op € 1.772,71,

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.E. de Vos en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2013.1

1 type: coll: