Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:8983

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
24-12-2013
Datum publicatie
06-02-2014
Zaaknummer
C/13/555125 / KG ZA 13-1471
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Conservatoir beslag gelegd door onderneming ten laste van haar voormalig bestuurder wordt opgeheven. De vordering tot terugbetaling van de managementvergoeding en tot vergoeding van de schade wordt summierlijk ondeugdelijk geacht in de zin van artikel 705 lid 2 Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/555125 / KG ZA 13-1471 HJ/MV

Vonnis in kort geding van 24 december 2013

in de zaak van

1 [Eiser 1],

wonende te Amsterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

THE DC WORLD B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

3. [Eiseres 3],

wonende te Amsterdam,

eisers in conventie bij dagvaarding van 4 december 2013,

verweerders in reconventie,

advocaat mr. drs. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LINX TELECOMMUNICATIONS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. H. Brouwer te Groningen.

Eisers zullen hierna ook [Eiser 1], The DC World en [Eiseres 3] worden genoemd. Gedaagde zal hierna ook Linx worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Ter terechtzitting van 12 december 2013 hebben eisers gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Linx heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening, en vervolgens in reconventie gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte akte. [Eiser 1], The DC World en [Eiseres 3] hebben de vordering in reconventie bestreden. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht.
Ter zitting waren – voor zover van belang – aanwezig:

Aan de zijde van eisers: [Eiser 1] en [Eiseres 3] met mr. R.E. Gerritsen, advocaat te Schiphol-Rijk.
Aan de zijde van Linx: [bestuurder van Lynx] met mr. Brouwer.
Voorts was aanwezig [voormalig commissaris 1 Lynx], voormalig commissaris van Linx, die als informant is gehoord.
Tot slot was aanwezig [tolk], tolk Engels-Nederlands.

1.2.

Ter zitting heeft de voorzieningenrechter beide partijen op de voet van artikel 22 Rv bevolen nadere stukken in het geding te brengen. [Eiser 1] diende de met Schneider Electric France (hierna Schneider) gesloten overeenkomst in het geding te brengen, Linx de brief waarbij de onder 2.5 bedoelde Consultancy Agreement was opgezegd; partijen mochten uitsluitend over en weer schriftelijk op elkaars producties reageren.
Bij brief van 13 december 2013 heeft de raadsman van eisers productie 43a tot en met 43i toegezonden. Bij brief van 17 december 2013 heeft de raadsman van Linx producties 5 tot en met 8 toegezonden. Hierop heeft de raadsman van eisers gereageerd bij brief van 19 december 2013.
De voorzieningenrechter heeft uitsluitend acht geslagen op de toegezonden producties voor zover bevel was gegeven deze in het geding te brengen en op de door de wederpartij daarop gegeven reactie.

2 De feiten

2.1.

[Eiser 1] is in april 2010 in dienst getreden bij Linx als Director Customer Operations. In oktober 2010 is [Eiser 1] gepromoveerd tot Vice-President Operations. [Eiser 1] was werkzaam onder de (voormalige) statutair directeur Terpsate Services B.V. / Delahaije.

2.2.

[Eiser 1] en Linx hebben op 28 november 2012 een beëindigingsovereenkomst (Termination Agreement) ondertekend op grond waarvan [Eiser 1] per 1 december 2012 zijn werkzaamheden heeft beëindigd.

2.3.

Op 21, 26 en 28 december 2012 hebben gesprekken en e-mailwisselingen plaatsgevonden tussen twee leden van de Raad van Commissarissen van Linx ([voormalig commissaris 2 Lynx], voorzitter, en [voormalig commissaris 1 Lynx], hierna [voormalig commissaris 2 Lynx] en [voormalig commissaris 1 Lynx]) met [Eiser 1]. In deze gesprekken is de terugkeer van [Eiser 1] naar Linx besproken.

2.4.

Bij brief van Linx van 1 januari 2013 (productie 8 van eisers), getekend door [voormalig commissaris 2 Lynx], is [Eiser 1] onder meer medegedeeld dat hem per die datum de positie van Chief Executive Officer on an ad interim basis wordt aangeboden tegen een jaarsalaris van € 309.000,- bruto.

2.5.

Op 8 januari 2013 is een Consultancy Agreement (hierna de CA) ondertekend tussen The DC World (dit is de vennootschap van [Eiser 1]) en Linx. Namens Linx is de CA ondertekend door [voormalig commissaris 2 Lynx] en [voormalig commissaris 1 Lynx]. In de CA is opgenomen dat [Eiser 1] zal worden aangewezen als interim statutair directeur van Linx. In artikel 3.1 en 3.2 van de CA is – kort gezegd – opgenomen dat de CA ingaat op 1 januari 2013 en is aangegaan voor een periode van vijf jaar en dat tussentijdse opzegging mogelijk is met voor Linx een opzegtermijn van zes maanden en voor The DC World met een opzegtermijn van drie maanden. In artikel 3.3 van de overeenkomst is onder meer opgenomen:

If this agreement is being terminated the Consulting Company is entitled to a premium (the Premium). The Premium equals six times the most recent gross monthly consulting fee. (…) The Premium will be paid out within four weeks after this agreement has been terminated. (…)

2.6.

Op 8 januari 2013 is [Eiser 1], althans zijn vennootschap The DC World, in het Handelsregister ingeschreven als statutair directeur. Op 18 januari 2013 is Terpsate Services B.V. / Delahaije uitgeschreven als statutair directeur.

2.7.

Op 24 januari 2014 is een resolution ondertekend door [voormalig commissaris 2 Lynx] en [voormalig commissaris 1 Lynx]. Hierin is onder meer het volgende opgenomen:

(a) The Supervisery board has taken notice of the Termination Agreement between the Company and its sole managing director Terpsate Services B.V. (“Director”) dated 18 January 2013, pursuant to which the Director resigns as President and Chief Executive Officer from the Company with effect from 1 February 2013;
(b) The Director had been relaesed from its duties as of 8 January 2013;
(c) Pursuant to article 11.9 of the Company’s articles of association the supervisery board may in the event of absence of the sole managing director appoint a person te whom the management shall be temporarily entrusted;
(…)
1.1 M.J. [Eiser 1] – by means of its personal holding entity The DC World B.V. – is appointed as per 8 January 2013 in the absence (belet) of the Director as the interim-CEO for a period of 3 to 4 months.
1.2 After the period mentioned in 1.1 the Supervisory Board will consider the future representation of the Company.

2.8.

Als productie 18 hebben eisers de notulen in het geding gebracht van de vergadering van de Raad van Commissarissen van 12 februari 2013. Hierin is opgenomen dat de aanstelling van [Eiser 1] is bevestigd met twee stemmen vóór (van [voormalig commissaris 2 Lynx] en [voormalig commissaris 1 Lynx]), één stem tegen en één onthouding.

2.9.

Als productie 33 hebben eisers de notulen in het geding gebracht van een aandeelhoudersvergadering van Linx van 29 april 2013. Hierin is opgenomen dat op die vergadering is besloten over de vraag of [Eiser 1] of [bestuurder van Lynx] benoemd zou worden tot CEO. Volgens de notulen is [bestuurder van Lynx] met 59,8% van de stemmen gekozen.

2.10.

Op 29 april 2013 is The DC World/[Eiser 1] als statutair directeur van Linx uitgeschreven. Vanaf 1 mei 2013 is [bestuurder van Lynx] als statutair directeur van Linx ingeschreven.

2.11.

The DC World heeft voor de door [Eiser 1] verrichte werkzaamheden facturen gestuurd naar Linx, welke zijn betaald voor de periode van 1 januari 2013 tot 29 april 2013. Met ingang van die laatstgenoemde datum zijn alle betalingen van Linx aan The DC World gestaakt.

2.12.

Op 20 augustus 2013 heeft The DC World bij de voorzieningenrechter van deze rechtbank een verzoekschrift ingediend tot het leggen van conservatoir beslag ten laste van Linx. Haar vordering is er blijkens het beslagrekest op gebaseerd dat Linx ten onrechte is gestopt met de betaling van de maandelijkse vergoedingen als overeengekomen in de CA, dat Linx ten onrechte de opzegtermijn van zes maanden niet in acht heeft genomen en dat zij de Premium (zie hiervoor onder 2.5) niet heeft voldaan. De voorzieningenrechter heeft het gevraagde verlof op 21 augustus 2013 verleend, met dien verstande dat slechts verlof is verleend voor de vordering die verband houdt met het niet in acht nemen van de opzegtermijn en het niet betalen van de Premium. De voorzieningenrechter heeft de vordering begroot op € 547.500,- inclusief rente en kosten.

2.13.

Op 23 augustus 2013 zijn namens The DC World verschillende derdenbeslagen gelegd ten laste van Linx.

2.14.

In het kader van de hiervoor genoemde derdenbeslagen hebben [Eiser 1] en The DC World op 3 september 2013 een bodemzaak aanhangig gemaakt tegen Linx. Hierin is onder meer gevorderd voor recht te verklaren dat de benoeming van [bestuurder van Lynx] nietig is, [Eiser 1] in staat te stellen zijn functie uit te oefenen en Linx te veroordelen met ingang van 29 april 2013 aan The DC World de maandelijkse vergoedingen te betalen, totdat de CA rechtsgeldig is beëindigd.

2.15.

Op 30 oktober 2013 heeft Linx de voorzieningenrechter van deze rechtbank verzocht beslag te leggen ten laste van The DC World en [Eiser 1]. Blijkens het beslagrekest is de vordering van Linx erop gebaseerd dat de CA niet rechtsgeldig tot stand is gekomen en dat [Eiser 1] [voormalig commissaris 2 Lynx] en [voormalig commissaris 1 Lynx] heeft misleid en onjuiste informatie heeft verstrekt ten tijde van de besprekingen over de CA. Linx vordert om die reden de door haar aan The DC World in de periode van 1 januari 2013 tot 29 april 2013 betaalde vergoedingen terug. Daarnaast vordert Linx een schadevergoeding van [Eiser 1]. De voorzieningenrechter heeft het gevraagde verlof op 31 oktober 2013 verleend en daarbij de vordering ten laste van The DC World begroot op € 186.711,- (inclusief rente en kosten) en de vordering ten laste van [Eiser 1] op € 130.474,- (inclusief rente en kosten).

2.16.

Op 18 en 22 november 2013 is namens Linx conservatoir (derden)beslag gelegd ten laste van The DC World en [Eiser 1]. Ten behoeve van de rolzitting van 4 december 2013 in de onder 2.14 genoemde bodemprocedure heeft Linx een eis in reconventie ingesteld. Linx heeft onder meer gevorderd The DC World op grond van onverschuldigde betaling te veroordelen tot terugbetaling van € 148.152,-, voor recht te verklaren dat [Eiser 1] onrechtmatig heeft gehandeld jegens Linx en [Eiser 1] te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van € 100.364,77. Dit laatste bedrag bestaat uit de facturen van PriceWaterhouseCoopers (hierna PWC). Linx heeft PWC ingeschakeld teneinde een onderzoek te verrichten naar [Eiser 1].

3 Het geschil in conventie

3.1.

[Eiser 1], The DC World en [Eiseres 3] vorderen de opheffing van de door Linx gelegde conservatoire beslagen (zie 2.16) en Linx te verbieden opnieuw beslag te leggen totdat in de aanhangige bodemprocedure (zie 2.14) een vonnis is gewezen dat in kracht van gewijsde is gegaan.

3.2.

[Eiser 1], The DC World en [Eiseres 3] stellen hiertoe – samengevat weergegeven – het volgende. Dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de terugkeer van [Eiser 1] bij Linx blijkt allereerst uit de brief van 1 januari 2013 (zie 2.4). Naar aanleiding hiervan hebben de commissarissen aan twee gerenommeerde advocatenkantoren de opdracht gegeven de (concept) CA op te stellen. Ook
[vice president legal], de vice president legal bij Linx was hierbij betrokken. Dat de commissarissen van Linx bevoegd waren de CA aan te gaan volgt uit artikel 11 lid 9 van de statuten van Linx. Hierin is opgenomen:

In geval van ontstentenis of belet van één of meer directeuren is (zijn) de overblijvende directeur(en) met het gehele bestuur belast. In geval van ontstentenis of belet van alle directeuren of van de enig directeur berust het bestuur tijdelijk bij één persoon die daartoe door de Raad van Commissarissen steeds moet zijn aangewezen.

Op grond van deze bepaling is de CA volgens [Eiser 1] rechtsgeldig tot stand gekomen. [Eiser 1] mocht daar in ieder geval gerechtvaardigd op vertrouwen. Bij de totstandkoming waren immers twee commissarissen en verschillende (hoogwaardige) juridisch adviseurs van Linx betrokken. Mocht overigens geoordeeld worden dat de CA niet rechtsgeldig tot stand is gekomen, dan is sprake van een bekrachtiging achteraf door middel van de resolution van 24 januari 2013 (zie 2.7) en door middel van de besluiten op de vergadering van de Raad van Commissarissen van 12 februari 2013 (zie 2.8). Overigens wijzen The DC World en [Eiser 1] erop dat de CA twee aspecten heeft; een verbintenisrechtelijke kant (de opdrachtovereenkomst tot het uitoefenen van managementtaken) en de afspraken tot benoeming als statutair (interim) directeur. Alleen dit laatste aspect is aan statutaire vormvereisten onderworpen. Voorts voeren The DC World en [Eiser 1] aan dat de CA niet tot stand is gekomen onder invloed van dwaling en bedrog, zoals Linx in haar beslagrekest (zie 2.15) heeft aangevoerd. [Eiser 1] heeft geen onwaarheden in zijn CV opgenomen en bij zijn salarisonderhandelingen heeft hij terecht verwezen naar een contract dat hij reeds op zak had en op grond waarvan hij met ingang van januari 2013 bij een andere onderneming (Schneider) aan de slag kon.
Voorts voeren [Eiser 1] en The DC World aan dat al zou de CA lijden aan formele gebreken of aan wilsgebreken de door Linx uitbetaalde vergoeding niet onverschuldigd is gedaan. [Eiser 1] heeft de bedongen werkzaamheden immers kritiekloos verricht en de werkzaamheden zijn conform de CA gefactureerd en uitbetaald. Naar analogie aan zaakwaarneming zou het in strijd zijn met de redelijkheid en billijkheid indien de betaalde vergoedingen zouden moeten worden terugbetaald.
De conservatoire beslagen die zijn gelegd ten laste van [Eiser 1] en The DC World hebben ook [Eiseres 3], de echtgenote van [Eiser 1], getroffen. Het gezin [Eiser 1] is door de beslagen brodeloos gemaakt. Dit betekent dat ook in het kader van een belangenafweging de beslagen moeten worden opgeheven.

3.3.

Linx heeft – samengevat weergegeven – het verweer gevoerd dat haar vordering op The DC World is gebaseerd op onverschuldigde betaling en dat haar vordering op [Eiser 1] is gebaseerd op onrechtmatige daad. [Eiser 1] heeft twee leden van de Raad van Commissarissen ernstig misleid, bedrogen en op het verkeerde been gezet. Hij heeft het contract met Schneider misbruikt om bij Linx een vergoeding van meer dan € 300.000,- per jaar te bedingen. Bovendien heeft hij onwaarheden in zijn CV opgenomen. De CA is nooit tot stand gekomen. De brief van 1 januari 2013 (zie 2.4) is immers alleen door [voormalig commissaris 2 Lynx] ondertekend. De CA is alleen door [voormalig commissaris 2 Lynx] en [voormalig commissaris 1 Lynx] ondertekend. Zij kunnen Linx niet binden. Hetzelfde geldt voor de resolution van 24 januari 2013. [Eiser 1] was zich er goed van bewust dat zijn benoeming en de CA niet definitief waren. Op 12 februari 2013 is wel een besluit genomen om [Eiser 1] te benoemen als ad interim bestuurder tot de eerstvolgende AvA, maar dit besluit is (ver)nietig(baar) op grond van bedrog en/of dwaling. Op 29 april 2013 is [bestuurder van Lynx] als bestuurder aangesteld. [Eiser 1] is op die vergadering van 29 april 2013 niet ontslagen; hij wist dat zijn aanstelling tijdelijk was. Dat hij niet (definitief) werd aangesteld was voor hem geen verrassing. [Eiser 1] kan zich niet beroepen op gerechtvaardigd vertrouwen dat hij wel rechtsgeldig is benoemd. Hij wist immers dat [voormalig commissaris 2 Lynx] en [voormalig commissaris 1 Lynx] Linx niet konden binden. Zaakwaarneming kan geen alternatieve grondslag vormen voor de betalingen van Linx aan The DC World. Er is dus onverschuldigd betaald. Linx heeft PWC verzocht een onderzoek uit te voeren naar het functioneren van [Eiser 1] (en naar de wijze waarop hij [voormalig commissaris 2 Lynx] en [voormalig commissaris 1 Lynx] bij zijn “benoeming” heeft misleid) en de kosten van dit onderzoek zal [Eiser 1] aan Linx moeten terugbetalen.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Het geschil in reconventie

4.1.

Linx vordert de opheffing van de door The DC World gelegde conservatoire beslagen (zie 2.13) en [Eiser 1] en The DC World te verbieden opnieuw beslag te leggen totdat in de aanhangige bodemprocedure (zie 2.14) een vonnis is gewezen dat in kracht van gewijsde is gegaan.

4.2.

Linx stelt hiertoe – kort gezegd – dat de vordering van The DC World en [Eiser 1] summierlijk ondeugdelijk is. Zij verwijst hiervoor naar haar standpunt zoals zij dit in het geding in conventie heeft ingenomen. [Eiser 1] is niet rechtsgeldig benoemd en had dus geen recht op de maandelijkse vergoedingen, laat staan op doorbetaling hiervan of op de ontslagpremie.

4.3.

[Eiser 1] en The DC World hebben – kort gezegd – het verweer gevoerd dat zij op de AvA van 29 april 2013 volkomen onverwacht en zonder dat dit op de agenda stond zijn ontslagen. [Eiser 1] is niet overeenkomstig de wettelijke eisen gehoord of om advies gevraagd. De nietigheid/onrechtmatigheid van het ontslag is door [Eiser 1] en The DC World ingeroepen. Linx zal de maandelijkse vergoedingen, althans de ontslagvergoeding moeten betalen. De oorzaak van het ontslag is volkomen oneigenlijk. Er is sprake van een machtsstrijd binnen de kring van aandeelhouders en daarvan is [Eiser 1], ten gunste van [bestuurder van Lynx], de dupe geworden.

4.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling in conventie

5.1.

De opheffing van een conservatoir beslag kan onder meer worden bevolen, indien summierlijk blijkt van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht (artikel 705 lid 2 Rv).

5.2.

Bij de beoordeling van het geschil stelt de voorzieningenrechter het volgende voorop. Vast staat dat [Eiser 1] is aangetrokken als CEO op een moment dat hij al bij Linx weg was en een overeenkomst had met Schneider. Op dat moment was er een acute noodzaak om een geschikt persoon als CEO aan te trekken, omdat de zittende CEO naar het oordeel van de commissarissen niet naar behoren functioneerde en op korte termijn uit zijn functie ontheven diende te worden.

Vast staat bovendien dat zich tussen het moment van de benoeming van [Eiser 1] en de aandeelhoudersvergadering van 29 april 2013 een wijziging in de zeggenschap heeft voorgedaan bij een van de grote aandeelhouders, waardoor de machtsverhoudingen binnen de AvA zijn gewijzigd. Deze omstandigheden spelen op de achtergrond een rol bij de beoordeling van het geschil.

5.3.

In conventie staat de vraag centraal of de vordering van Linx tot terugbetaling van de door haar aan The DC World betaalde vergoedingen summierlijk ondeugdelijk is als hiervoor bedoeld. Eveneens dient te worden onderzocht of de vordering tot betaling door [Eiser 1] aan Linx van de kosten van de PWC-rapporten summierlijk ondeugdelijk is.

formele gebreken benoeming

5.4.

Over de vordering van Linx tot terugbetaling van de maandelijkse vergoedingen is de voorzieningenrechter het volgende van oordeel. Uitgangspunt hierbij is dat [Eiser 1] beschikt over de brief van 1 januari 2013 (zie 2.4) en over de door twee commissarissen van Linx ondertekende CA van 8 januari 2013. [Eiser 1], althans zijn vennootschap The DC World, is op 8 januari 2013 in het Handelsregister ingeschreven als statutair directeur (zie 2.6). Voorts beschikt [Eiser 1] over de op 24 januari 2013 door [voormalig commissaris 2 Lynx] en [voormalig commissaris 1 Lynx] ondertekende resolution (zie 2.7). Tot slot is erkend door Linx dat op de vergadering van de Raad van Commissarissen van 12 februari 2013 het besluit tot de benoeming van [Eiser 1] is genomen (zij het dat Linx van mening is dat dit besluit nietig of vernietigbaar is).

De voorzieningenrechter is op grond van deze omstandigheden voorshands van oordeel dat de benoeming op het moment van benoeming formeel niet geldig was, omdat toen de situatie van belet (als bedoeld in artikel 11 lid 9 van de statuten van Linx) nog niet aanwezig was, al was die situatie materieel, gezien het voorgenomen defungeren van de zittende CEO ook toen al wel aanwezig. De rechtshandeling is echter bekrachtigd op het moment dat er geen CEO meer in functie was. De Raad van Commissarissen was toen volgens de statuten bevoegd een CEO te benoemen en dus ook om een eerder besluit daartoe te bekrachtigen.

5.5.

De voorzieningenrechter verwerpt de stelling van Linx dat de commissarissen niet bevoegd waren namens Linx de CA te sluiten. Bij ontstentenis van de CEO kan immers het onder 3.2 weergegeven artikel 11 lid 9 van de statuten moeilijk anders worden begrepen dan als een specifieke statutaire regeling bevattende een bevoegdheid van de commissarissen om namens de vennootschap ook de voor de daar bedoelde benoeming vereiste overeenkomst te sluiten.


5.6. Zou er al sprake zijn van een formeel gebrek omdat de benoeming van [Eiser 1] niet in overeenstemming zou zijn met de statuten, dan is nog altijd niet aannemelijk dat een dergelijk gebrek ertoe zal leiden dat de bodemrechter de vordering van Linx jegens The DC World zal toewijzen. Dit geldt evenzeer indien in de bodemprocedure zou worden aangenomen dat Linx niet rechtsgeldig is vertegenwoordigd bij het aangaan van de CA. Gezien alle feiten en omstandigheden mocht [Eiser 1] er gerechtvaardigd op vertrouwen dat met hem een overeenkomst tot stand was gekomen. Hierbij is van belang dat artikel 11 lid 9 van de statuten van Linx de Raad van Commissarissen bepaalde bevoegdheden geeft bij het aanwijzen van een tijdelijk “bestuur” en dat Linx in het gehele traject waarin [Eiser 1] is benoemd Harland, de vice president legal, alsmede het advocatenkantoor De Brauw Blackstone Westbroek heeft ingeschakeld voor onder meer het opstellen van de CA. Mede hierom mocht [Eiser 1] er dan ook op vertrouwen dat zijn benoeming in orde zou zijn.



5.7. [Eiser 1] heeft in de periode van 1 januari 2013 tot 29 april 2013 de overeengekomen werkzaamheden voor Linx verricht. Gesteld noch gebleken is dat [Eiser 1] in die periode de overeengekomen werkzaamheden onvakkundig of onbekwaam zou hebben uitgevoerd. Niet aannemelijk is dat [Eiser 1] zijn werkzaamheden ten behoeve van Linx is gaan uitvoeren, wetende dat zijn benoeming niet in orde zou zijn.

bedrog of dwaling

5.8.

Dat het besluit tot benoeming van 12 februari 2013 op grond van dwaling of bedrog nietig of vernietigbaar zou zijn, acht de voorzieningenrechter voorshands onaannemelijk. Uit de schriftelijke verklaring van [voormalig commissaris 1 Lynx] (productie 38 van eisers) alsmede uit de verklaring die [voormalig commissaris 1 Lynx] ter zitting heeft afgelegd, volgt dat [Eiser 1] is benoemd omdat men na het vertrek van Delahaije dringend iemand nodig had en niemand anders hiervoor in aanmerking kwam. Men kende [Eiser 1] al enige jaren en men kende (dus) zijn kwaliteiten. Volgens zowel [voormalig commissaris 1 Lynx] als [Eiser 1] zelf heeft zijn CV bij de benoeming geen noemenswaardige rol gespeeld.
Ook als er vanuit wordt gegaan dat het CV van [Eiser 1] ten tijde van de bespreking over zijn in dienst treden als (tijdelijk) CEO is gepresenteerd (zoals Linx stelt en [Eiser 1] betwist) en er tevens vanuit wordt gegaan dat dit op enige punten niet juist is (zoals Linx stelt en [Eiser 1] betwist), leidt dit nog niet tot de conclusie dat onder invloed van dit CV een overeenkomst tot stand is gekomen die niet (in dezelfde vorm) tot stand zou zijn gekomen als [Eiser 1] een volledig juist CV zou hebben gepresenteerd. Voorshands is aannemelijk dat het CV van [Eiser 1] en het contract met Schneider tijdens de besprekingen inzake zijn benoeming als CEO slechts zijdelings aan de orde zijn geweest. Relevant was immers met name de vraag of [Eiser 1] nog onder het contract met Schneider uit kon; minder relevant was wat [Eiser 1] bij Schneider zou verdienen. Aannemelijk is ook dat niet uitgebreid is onderhandeld over de hoogte van de aan The DC World uit te betalen vergoeding, omdat die vergoeding hoe dan ook aanmerkelijk lager was dan de aan Delahaije uitbetaalde vergoeding. Voorshands is gezien deze omstandigheden aannemelijk dat ook al zou in het geheel geen CV zijn gepresenteerd en ook al zou in het geheel geen bij Schneider te verdienen salaris zijn genoemd, de CA op dezelfde of vergelijkbare voorwaarden zou zijn gesloten. Dat betekent dat voorshands onvoldoende aannemelijk is dat de overeenkomst bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten. Overigens is de door [Eiser 1]/The DC World verrichte prestatie een prestatie die naar zijn aard niet ongedaan gemaakt kan worden en zou vernietiging van de CA daarom gezien het bepaalde in artikel 6:210 lid 2 BW in beginsel niet of slechts gedeeltelijk tot terugvordering van de betaalde facturen kunnen leiden.

5.9.

De in het geding gebrachte brief van commissaris [voormalig commissaris 2 Lynx] van 10 juni 2013 (productie 23 van Linx) kan hieraan niet afdoen. Niet alleen is de juistheid daarvan ter zitting betwist door mede commissaris [voormalig commissaris 1 Lynx], maar ook is deze niet wel te verenigen met de hiervoor onder 5.2 besproken omstandigheden ten tijde van het sluiten van de CA.

5.10.

Nu voorshands wordt uitgegaan van de rechtsgeldigheid van de benoeming van [Eiser 1] alsmede van het niet-slagen van het beroep van Linx op dwaling en bedrog, is de vordering van Linx tot terugbetaling van de vergoedingen summierlijk ondeugdelijk als onder 5.1 bedoeld.

PWC-rapporten


5.11. Uit het voorgaande vloeit voort dat er in beginsel geen aanleiding is The DC World en/of [Eiser 1] enig onrechtmatig handelen te verwijten op grond waarvan zij aansprakelijk zouden zijn voor de kosten van de PWC-rapporten, die volgens Linx circa € 100.000,- hebben bedragen. Voorshands is er geen grondslag voor de vordering van Linx die ziet op vergoeding van die kosten. Een enkele en algemene verwijzing naar artikel 6:96 lid 2 sub b BW (redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid) is daartoe onvoldoende. Op voorhand is overigens ook niet in te zien dat het hier gaat om ‘redelijke kosten’. Er wordt in dit kort geding immers niet vanuit gegaan dat de benoeming van [Eiser 1] niet rechtsgeldig was en/of dat zijn benoeming onder invloed van dwaling of bedrog tot stand is gekomen. Dit gedeelte van de vordering van Linx is derhalve eveneens summierlijk ondeugdelijk als onder 5.1 bedoeld.

verbod opnieuw beslag leggen

5.12.

De vordering om Linx te verbieden opnieuw beslag te leggen totdat in de aanhangige bodemprocedure (zie 2.14) een vonnis is gewezen dat in kracht van gewijsde is gegaan, is niet toewijsbaar. De voorzieningenrechter kan niet in de toekomst kijken. In plaats hiervan zal Linx worden verplicht op straffe van dwangsommen bij een eventueel nieuw verzoek om ten laste van [Eiser 1] en/of The DC World conservatoir beslag te leggen een kopie van dit vonnis aan de voorzieningenrechter te overleggen. Linx is eveneens gehouden dit te doen indien zij een beslagrekest indient waarin haar vordering jegens [Eiser 1] en/of The DC World erop is gebaseerd dat Linx op onrechtmatige wijze concurrentie is aangedaan door [Eiser 1] en/of The DC World.

conclusie en proceskosten

5.13.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de conservatoire beslagen ten laste van [Eiser 1] en The DC World zullen worden opgeheven. Als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij zal Linx worden veroordeeld in de kosten van dit geding, gevallen aan de zijde van eisers.

6 De beoordeling in reconventie

6.1.

Ook hier geldt dat de opheffing van een conservatoir beslag onder meer kan worden bevolen, indien summierlijk blijkt van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht.

6.2.

Uitgaande van hetgeen in conventie is overwogen, acht de voorzieningenrechter de vordering van The DC World en [Eiser 1] op Linx niet summierlijk ondeugdelijk. In conventie wordt immers vooralsnog uitgegaan van de rechtsgeldigheid van de benoeming van [Eiser 1] en van het niet slagen van het beroep van Linx op dwaling en/of bedrog. Niet kan worden uitgesloten dat sprake was van een “machtsstrijd” tussen de verschillende aandeelhouders van Linx en dat dat de reden was waarom [Eiser 1] het veld diende te ruimen. Deze lezing is in ieder geval bevestigd door de verklaring van [voormalig commissaris 1 Lynx] ter zitting. Hiervan uitgaande kan niet worden uitgesloten dat de bodemrechter gezien hetgeen in de CA is overeengekomen nog een vergoeding zal toekennen aan The DC World nadat zij na de tijdelijke waarneming (zoals overeengekomen) niet op de AvA op 29 april 2013 als CEO werd benoemd, zoals in beginsel mocht worden verwacht. De benoeming was immers een benoeming tot (interim) statutary director en de contractsduur was bepaald op vijf jaar.

6.3.

Ook als wordt aangenomen dat [Eiser 1] in de periode van 1 januari 2013 tot de AvA op 29 april 2013 ad interim als CEO fungeerde, zodat de wettelijke en statutaire regels inzake ontslag van een directeur toepassing missen, doet dat niet af aan het feit dat de CA een regeling voor de tussentijdse beëindiging daarvan bevat, die toegepast moet worden in het geval Linx (in dit geval: wegens de benoeming van een ander als CEO) van de diensten van [Eiser 1] niet langer gebruik wenst te maken.

6.4.

De vordering in reconventie zal derhalve niet worden toegewezen. Linx zal worden veroordeeld in de kosten van dit geding, die gezien de samenhang met het geding in conventie op nihil worden gesteld.

7 De beslissing

De voorzieningenrechter

In conventie:

7.1.

heft op de door Linx ten laste van [Eiser 1] en The DC World gelegde conservatoire (derden) beslagen, zoals omschreven in de processen-verbaal van beslaglegging (producties 1A en 1B bij de dagvaarding),

7.2.

gebiedt Linx om indien zij vóórdat in de tussen partijen aanhangige bodemprocedure een eindvonnis is gewezen dat in kracht van gewijsde is gegaan opnieuw verzoekt om ten laste van [Eiser 1] en/of The DC World conservatoir beslag te leggen, een kopie van dit vonnis aan de voorzieningenrechter over te leggen, op straffe van een dwangsom van € 50.000,- per keer dat Linx in strijd handelt met dit gebod,


7.3. veroordeelt Linx in de kosten van dit geding, tot op heden aan de zijde van [Eiser 1], The DC World en [Eiseres 3] begroot op € 99,93 aan dagvaardingskosten,
€ 589,- aan griffierecht en € 816,- aan salaris advocaat,

7.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

7.5.

wijst het meer of anders gevorderde af,



In reconventie:

7.6.

weigert de gevraagde voorzieningen,

7.7.

veroordeelt Linx in de kosten van dit geding, tot op heden aan de zijde van [Eiser 1], The DC World en [Eiseres 3] begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.C. Jongeneel, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Veraart, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 24 december 2013.1

1 type: MVcoll: