Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:8896

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
11-12-2013
Datum publicatie
23-12-2013
Zaaknummer
C/13/13514236 / HA ZA 12-418
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beleggers nemen deel in fonds naar aanleiding van televisieoptredens, persoonlijke uitlatingen en cursussen van beleggingsgoeroe, die manager wordt van door gedaagden beheerd fonds. Fonds heeft geen prospectus- en vergunningsplicht wegens hoge minimum inleg. Verplichtingen van gedaagden in dit geval beperkt tot controle of door de manager belegd is in overeenstemming met aan beleggers bekend gemaakte beleggingssystematiek. Vordering afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RF 2014/23
JONDR 2014/302

Uitspraak

vonnis

____________________________________________ _

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, enkelvoudige kamer

zaaknummer/rolnummer: C/13514236 / HA ZA 12-418

Vonnis van 11 december 2013

in de zaak van

1 [eiser 1], wonende te [woonplaats], gemeente [gemeente],

2. [eiser 2], wonende te [woonplaats], gemeente [gemeente],

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid WORMWOOD BEHEER B.V., gevestigd te Groesbeek,

4. [eiser 3], wonende te [woonplaats],

eisers,

advocaat mr J. Wendelgelst,

tegen

1. de stichting STICHTING BEWAARDER DE VESTE BELEGGINGSFONDSEN, gevestigd te Amsterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DE VESTE VERMOGENSBEHEER B.V., gevestigd te Bergen op Zoom,

gedaagden,

advocaat mr L.H.A.M. Andriessen.

Eisers worden hierna afzonderlijk ook genoemd respectievelijk [eiser 1], [eiser 2], Wormwood en [eiser 3]. Gedaagden worden hierna afzonderlijk ook genoemd respectievelijk Stichting Bewaarder en De Veste.

1 Procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- twee gelijkluidende dagvaardingen van respectievelijk 15 en 16 maart 2012, met bewijsstukken,

- conclusie van antwoord, met bewijsstukken,

- ambtshalve gewezen tussenvonnis van 18 juli 2012 waarbij een comparitie van partijen is bepaald,

- proces-verbaal van de op 20 september 2012 gehouden comparitie van partijen, met de daarin genoemde stukken,

- akte van eisers van 12 december 2012, houdende vermeerdering van eis, met bewijsstukken,

- akte van eisers van 9 januari 2013 met bewijsstukken,

- antwoordakte van gedaagden van 6 februari 2013.

1.2.

Tenslotte hebben partijen vonnis gevraagd.

2 Feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende betwist, alsmede op grond van de in zoverre niet bestreden inhoud van de overgelegde bewijsstukken, staat in dit geding het volgende vast.

2.1.

De Veste biedt beleggers de gelegenheid om te beleggen in verschillende fondsen (die geen rechtspersoonlijkheid hebben) met ieder een eigen beleggingsstrategie. De belegger verkrijgt met zijn inleg een participatie in het door hem gewenste fonds, waarvan steeds een met name genoemde persoon fondsmanager is. De inleg wordt door de belegger overgemaakt naar een bankrekening van de Stichting Bewaarder. De betrokken fondsmanager heeft een beperkte volmacht om over deze rekening te beschikken, uitsluitend voor de aankoop van effecten, waarvan vervolgens de Stichting Bewaarder juridisch eigenaar wordt.

Als "paraplufonds" fungeert het beleggingsfonds De Veste Global Exclusive. Een van de subfondsen daarvan is genaamd [subfonds], dat op haar beurt subfondsen heeft.

2.2.

In 2007 is als subfonds van [subfonds] een fonds opgericht met de naam [subfonds 2] (verder: het Fonds), dat tot doel had te beleggen volgens een strategie die ontwikkeld was door zekere [naam] (verder: [naam]). Deze strategie werd door [naam] onder de aandacht van potentiële beleggers gebracht via websites, nieuwsbrieven, seminars, boeken en DVD’s, alsmede door op te treden in televisieprogramma’s als “[TV-programma]” van [naam 2].

[naam] was, via zijn vennootschap [subfonds 2], manager van het Fonds.

2.3.

Het Fonds heeft gebruik gemaakt van de in de Wet op het financieel toezicht (Wft) geboden mogelijkheid om vrijgesteld te worden van de prospectusplicht en/of vergunningsplicht. Deze mogelijkheid werd ten tijde van na te noemen beleggingen geboden aan fondsen waarin alleen kon worden belegd met een minimumbedrag van tenminste € 50.000,= (sinds 1 januari 2012: € 100.000,=). De reden voor deze mogelijkheid van vrijstelling is door de Autoriteit Financiële Markten (AFM) onder meer als volgt toegelicht: "De reden van de vrijstelling is dat je van consumenten, die voor beleggingen kiezen met een minimale investering van € 100.000, mag verwachten dat zij voldoende deskundig en professioneel zijn om de aard van aangeboden producten en de aanbieder van de producten goed te kunnen beoordelen."

2.4.

Eisers hebben, ieder afzonderlijk, in het Fonds belegd op basis van een door hen ondertekend Deelnameformulier waarmee steeds een overeenkomst tot stand kwam tussen de ondertekenaar en gedaagden (welke overeenkomsten door eisers zijn aangeduid als “Deelnemingsovereenkomsten”), en wel:
- [eiser 1] op 1 mei 2011 met € 102.941,18,
- [eiser 2] op 1 april 2011 met € 50.000,=,
- Wormwood op 1 oktober 2009 met € 50.000,=, op 1 juni 2011 met € 250.000,= en op 1 juli 2011 met € 25.760,64,

- [eiser 3] op 1 juli 2011 met € 200.000,=.

Wormwood is een vennootschap waarvan [naam 3] (verder: [naam 3]) enig aandeelhouder en directeur is.

[eiser 3] is bij al haar handelingen met betrekking tot het Fonds vertegenwoordigd door haar echtgenoot,[echtgenoot eiser 3].

2.5.

Ingevolge het Deelnameformulier is de ondertekenaar accoord gegaan "met de inhoud van het prospectus en addendum van [subfonds]." Het Prospectus staat op naam van het hiervoor onder 2.1. genoemde "grootmoeder" fonds De Veste Global Exclusive, het Addendum staat op naam van het "moeder" fonds [subfonds]. Bovenaan iedere bladzijde van het prospectus en van het addendum (behalve op bladzijde 1 van het addendum) wordt vermeld "Dit product is uitsluitend toegankelijk voor Professionele en Institutionele investeerders".

2.6.

Een zo genoemd “Disclosure Document” met betrekking tot het Fonds, gedateerd 15 februari 2011, (verder: het Disclosure Document) is op de website van De Veste geplaatst. Dit document is opgesteld door [naam] (op naam van zijn vennootschap [subfonds 2]) in zijn hoedanigheid van manager (in het document ook aangeduid als “adviseur”) van het Fonds.

2.7.

In augustus 2011 heeft het Fonds grote verliezen geleden: op 1 augustus 2011 beschikte het over een netto-vermogen van € 6.750.121,=, op 12 augustus 2011 was dit gereduceerd tot € 3.116.909,=.

2.8.

In een per e-mail van 15 augustus 2011 door [naam] aan de beleggers in het Fonds verzonden nieuwsbrief wordt onder meer vermeld:

“Het [Fonds, rb.] bedient zich op dit moment uitsluitend van strategieën die een gelijk aantal callopties en putopties (op de AEX) schrijven. Schrijven is daarbij hetzelfde als “verkopen zonder die opties in bezit te hebben”. Voor de kenners: we zetten short strangles op.”

2.9.

In een per e-mail van 22 september 2011 door [naam] aan de beleggers in het Fonds verzonden nieuwsbrief wordt onder meer vermeld:

“Alvorens op die maatregelen in te gaan, zal ik kort aangeven hoe de samenstelling van de beleggingsportefeuille van [het Fonds, rb.] is geweest. Onze beleggingsmethodiek kent 12 beleggingsstrategieën. Het [Fonds] kan daaruit kiezen, waarbij er op enig moment dus gebruik gemaakt kan worden van tussen de 1 en 12 strategieën. Vier van die 12 strategieën handelen met aandelen en 8 met opties. Alle strategieën met aandelen staan nu echter op nul. Dat wil zeggen: de indicatoren geven aan dat er thans geen aandelen koopwaardig zijn (deze situatie bestaat overigens al vele maanden). Van de overige acht (optie)strategieën zijn er vier die door het systeem zelf op dit moment ook op nul zijn gezet. Dat wil zeggen dat de volledige portefeuille bestaat uit de vier overblijvende optiestrategieën, die zich alle vier bedienen van het schrijven van calls en puts op een index; in dit geval de AEX.”

2.10.

Bij brief van hun raadsman van 7 maart 2012 hebben eisers de Deelnemingsovereenkomsten vernietigd en, voor zover vereist, ontbonden.

3 Geschil

3.1.

Eisers achten gedaagden aansprakelijk voor de verliezen die zij stellen op hun beleggingen in het Fonds te hebben geleden en vorderen, na vermeerdering van eis, om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

a. voor recht te verklaren dat eisers de Deelnemingsovereenkomsten rechtsgeldig hebben vernietigd, respectievelijk deze vernietiging alsnog uit te spreken, en dat alles wat zij in verband met de Deelnemingsovereenkomsten aan gedaagden hebben voldaan, onverschuldigd is betaald;

b. voor recht te verklaren dat eisers de Deelnemingsovereenkomsten rechtsgeldig hebben ontbonden, respectievelijk deze ontbinding alsnog uit te spreken, en dat gedaagden gehouden zijn tot terugbetaling aan eisers van alle bedragen die zij in verband met de Deelnemingsovereenkomsten aan gedaagden hebben voldaan;

c. voor recht te verklaren dat gedaagden onrechtmatig jegens eisers hebben gehandeld en verplicht zijn tot vergoeding van de schade die zij daardoor hebben geleden;

d. gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot betaling:

- aan [eiser 1] van primair € 70.208,42, subsidiair € 64.761,97,

- aan [eiser 2] van primair € 35.091,94, subsidiair € 33.984,77,

- aan Wormwood van primair € 223.877,62, subsidiair € 206.849,67,

- aan [eiser 3] van primair € 146.890,38, subsidiair € 114.691,87,

alle bedragen vermeerderd met de wettelijke rente daarover met ingang van de datum van de dagvaarding tot aan de dag van voldoening;

e. voor recht te verklaren dat gedaagden toerekenbaar tekort zijn geschoten in de nakoming van hun (contractuele) verplichtingen jegens eisers;

f. gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de kosten van het geding.

3.2.

Eisers leggen daaraan, samengevat, het volgende ten grondslag.

Zij zijn, ieder op eigen wijze, geïnteresseerd geraakt in de beleggingsstrategie van [naam] die door hem op de hiervoor onder 2.2. beschreven wijze onder de aandacht van het publiek werd gebracht. Zij hebben in het Fonds belegd omdat [naam] daarvan fondsmanager was en omdat belegd zou worden op basis van de door hem ontwikkelde “[Methode]”, waarin centraal stond dat risicospreiding zou plaatsvinden door te beleggen volgens 12 verschillende strategieën en verschillende soorten financiële instrumenten, waarbinnen steeds weer een verdere spreiding zou plaatsvinden.

De Veste en [naam] hebben bij eisers het beeld geschetst dat [naam] een gerenommeerde beleggingsexpert zou zijn met bewezen deskundigheid en betrouwbaarheid en een bewezen trackrecord van goede beleggingsresultaten. De Veste stelt, onder meer op haar website, dat zij uitsluitend werkt met de beste fondsmanagers, van wie zij na uitgebreid “due diligence” onderzoek de deskundigheid, betrouwbaarheid en trackrecord heeft vastgesteld.

Sinds eind augustus 2011 zijn eisers er mee bekend geworden (a) dat in het Fonds gedurende lange tijd geen sprake is geweest van de door [naam] gepropageerde risicospreiding en (b) dat er aanleiding is voor een negatiever beeld van de deskundigheid, betrouwbaarheid en antecedenten van [naam] dan bij hen bestond op het moment van hun stortingen in het Fonds.

Op grond daarvan stellen eisers dat zij bij het aangaan van de Deelnemingsovereenkomsten hebben gedwaald, althans dat gedaagden wanprestatie hebben gepleegd, althans dat gedaagden jegens hen onrechtmatig hebben gehandeld. Op ieder van deze gronden zijn gedaagden gehouden om de door eisers gevorderde bedragen te voldoen, aldus nog steeds eisers.

3.3.

Gedaagden betwisten het gevorderde alsmede de juistheid van de daaraan ten grondslag liggende stellingen. De feitelijke gang van zaken hebben zij, voorzover thans van belang, als volgt toegelicht.

De Veste is in 2007 mede gaan optreden als beheerder van fondsen van derden, zogenaamde extern beheerde fondsen. Zij is benaderd door [naam] met het verzoek voor hem een fonds op te richten. Dit fonds zou beleggen volgens verschillende strategieën en managers, waaronder de door [naam] ontwikkelde “[Methode]” waarbij [naam] zelf als manager optrad. Om inzicht te verkrijgen in de resultaten van die methode heeft De Veste door [naam 4][adviesbureau], een onderzoeksrapport laten opstellen op basis van een simulatiemethode.

Wegens tegenvallende resultaten tijdens de financiële crisis in 2008 is op een buitengewone vergadering van participanten van het Fonds op 27 mei 2009 besloten dat nog uitsluitend zou worden belegd volgens de "[Methode]". Gedurende de periode juli 2010 tot juli 2011 is een rendement behaald van meer dan 100%. Elke belegger weet dat dit rendement extreem hoog is en dat daar een dito risicoprofiel bij hoort. Deze zeer hoge rendementen hebben in het tweede kwartaal van 2011 geleid tot veel inschrijvingen in het Fonds. In augustus 2011 is er aan de hoge rendementen een abrupt einde gekomen, met name ten gevolge van de crisis op de beurs van de Verenigde Staten.

4 Beoordeling

4.1.

Blijkens hun stellingen wensen eisers betaling van de onder d. genoemde bedragen. Nu zij niet hebben toegelicht welk zelfstandig belang zij hebben bij de gevorderde verklaringen voor recht, die slechts de grondslagen voor de gevorderde betalingsveroordelingen betreffen, worden de vorderingen a., b., c. en e. bij gebrek aan belang afgewezen.

Voor het overige komt het gevorderde hierna aan de orde.

dwaling

4.2.

Eisers stellen, dat zij de Deelnemingsovereenkomsten zijn aangegaan onder invloed van dwaling en dat zij deze overeenkomsten bij een juiste voorstelling van zaken niet zouden hebben gesloten.

4.3.

Ieder van partijen heeft toegelicht op welke wijze hij of zij tot de beslissing is gekomen om in het Fonds te beleggen. Deze toelichtingen worden hierna als volgt kort samengevat.

[eiser 1] kende de naam van [naam] via het TV programma “[TV-programma]”. Wat hem aansprak, was dat [naam] zei dat hij ook rendement kon maken als de beurs daalde of als er weinig koersbeweging was, hetgeen hij deed door een combinatie van meerdere beleggingsstrategieën toe te passen. [eiser 1] heeft toen het kantoor van [naam] gebeld, waarna een medewerker van [naam] ([naam 5]) hem in mei 2011 thuis heeft bezocht. Deze medewerker vertelde hem dat het Fonds goede rendementen had gehaald, dat er bijna nooit verlies werd geleden en dat het een veilige belegging was. [eiser 1] heeft toen formulieren ondertekend die de medewerker al had ingevuld. Vervolgens kreeg hij het schriftelijk verzoek van De Veste om geld over te maken. Omdat hij De Veste niet kende, heeft hij naar het kantoor van [naam] gebeld en kreeg hij een andere medewerker ([naam 6]) aan de telefoon die hem vertelde dat De Veste de baas was van het fonds en dat het goed zat. Vervolgens heeft hij het geld naar De Veste overgemaakt.

[eiser 2] heeft in 2002 en 2003 bij [naam] twee seminars gevolgd, waarin vooral gewezen werd op de noodzaak van spreiding van beleggingen. In een daarop volgend gesprek heeft [naam] geadviseerd zijn vermogen door een bepaalde derde te laten beheren. Toen hij zijn relatie met die derde eind 2010 had beëindigd, kwam hij via een relatie, [naam 5], weer in contact met [naam]. Vervolgens is hij door [naam] uitgenodigd om een TV opname van [TV-programma] bij te wonen die plaats vond op 12 maart 2011. Tijdens een aansluitende borrel, waarbij aanwezig waren [naam], diens vriendin [naam 7] en [naam 5] voornoemd, heeft hij zich laten overhalen om voor € 50.000,= mee te doen aan het Fonds. Hem werd verteld dat de beheerder van het Fonds, De Veste, onder toezicht stond van de AFM en dat alleen belegd werd volgens de [Methode]. De hem vervolgens door [naam 7] toegezonden formulieren zijn door hem ondertekend en teruggestuurd, waarna hij geld naar De Veste heeft overgemaakt.

[naam 3] Wormwood) heeft in 2005 bij [naam] cursussen gevolgd voor beleggingen in aandelen en in opties, waarbij het volgens [naam] van belang was om in meer strategieën te beleggen om zo de risico’s te beperken en toch een redelijk rendement te kunnen behalen. Tijdens een daarop volgend persoonlijk gesprek met [naam] heeft deze geadviseerd om te beleggen in fondsen van wat later Quality Investments is geworden. Daarin heeft hij toen circa

€ 850.000,= belegd.

Daarna heeft [naam] contact met hem gehouden en zo eens per jaar hadden zij een gesprek op het kantoor van [naam]. Op advies van [naam] heeft hij in 2008 belegd in vier beleggingsfondsen van De Veste, het Fonds zat daar nog niet bij. In 2009 vertelde [naam] dat het hem was gelukt om een eigen beleggingsfonds op te richten, dat helemaal volgens zijn Methode zou gaan beleggen. [naam 3] heeft toen meteen, omdat volgens [naam] de inschrijftermijn al was verlopen, het inschrijfformulier ingevuld en opgestuurd en het geld, € 50.000,=, aan De Veste overgemaakt. Later heeft hij zijn belang in het Fonds fors uitgebreid.

[echtgenoot eiser 3] keek regelmatig naar het TV programma [TV-programma] van [naam 2], waarin [naam] vaak te gast was als beleggingsdeskundige. Naar aanleiding daarvan heeft hij contact opgenomen met [naam] en op diens kantoor een kennismakingsgesprek gevoerd. [naam] heeft toen geadviseerd om te beleggen in Quality Investments en om te beleggen volgens zijn [Methode]. Daarna belde [naam] hem regelmatig op. In 2010 heeft hij uiteindelijk besloten om via [naam] in Quality Investments te beleggen met € 150.000,=. Ook daarna bleef [naam] bellen, vooral over het Fonds. In april 2011 kreeg hij te horen dat het Fonds heel goede resultaten had behaald sinds er voor 100% werd belegd via de [Methode]. Hij is toen verwezen naar de website van het Fonds. Uiteindelijk heeft hij zich laten overhalen om toch mee te doen en heeft hij op 20 juni 2011 € 202.000,= overgemaakt naar De Veste. In overleg met zijn echtgenote, [eiser 3], eiseres sub 4., rb.), heeft hij besloten de belegging op haar naam te zetten voor het geval hij zou komen te overlijden. Zij is echter nooit bij de gesprekken met [naam] geweest en weet er weinig van.

4.4.

Uit de hiervoor geschetste, door eisers zelf gestelde, gang van zaken blijkt dat ieder van eisers de Deelnemingsovereenkomst heeft gesloten op grond van verwachtingen die uitsluitend door [naam], en in ieder geval niet door gedaagden, zijn gewekt. Eisers hebben niets gesteld waaruit zou kunnen volgen dat het wekken van die verwachtingen op enigerlei wijze aan gedaagden moet worden toegerekend. Nu de gestelde dwaling niet te wijten is aan inlichtingen van gedaagden, moet het beroep op vernietiging wegens dwaling worden verworpen.

wanprestatie

4.5.

Met betrekking tot de contractuele relatie tussen partijen wordt het volgende overwogen.

Partijen zijn het er over eens dat tussen hen van toepassing is de inhoud van:

- de hiervoor onder 2.4. en 2.5. genoemde Deelnameformulieren,

- het hiervoor onder 2.5. genoemde Prospectus ten name van De Veste Global Exclusive en het Addendum ten name van [subfonds].

Naar de rechtbank begrijpt betwisten eisers echter dat, anders dan gedaagden menen, de inhoud van het hiervoor onder 2.6. genoemde Disclosure Document op hun verhouding tot gedaagden van toepassing is, omdat daarnaar niet wordt verwezen in het Deelnameformulier en evenmin in het Prospectus en Addendum, terwijl gedaagden ook niet als auteur van het Disclosure Document worden genoemd.

Deze betwisting kan eisers om de volgende redenen niet baten.

Uit het Deelnameformulier, het Prospectus, het Addendum en hetgeen door eisers overigens is gesteld, is niet gebleken dat de verantwoordelijkheid van gedaagden voor beleggingsbeslissingen verder gaat, dan dat zij dienen te controleren of (de manager van) het Fonds handelt binnen de grenzen van de strategie die voor het Fonds tegenover de beleggers is bekend gemaakt. Gedaagden hebben dit ter comparitie aldus geformuleerd, dat zij dienen te controleren of gehandeld wordt binnen het mandaat.

Tegenover de stelling van gedaagden dat zij daarbij in het bijzonder dienden uit te gaan van het Disclosure Document, hebben eisers niets gesteld waaruit zou kunnen volgen dat gedaagden jegens hen gehouden waren om van een ander mandaat uit te gaan. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat eisers, zoals zij hebben erkend, bekend waren met de inhoud van het Disclosure Document en dat zij (zoals volgt uit hetgeen hiervoor met betrekking tot de gestelde dwaling is overwogen) in het Fonds hebben deelgenomen uitsluitend op grond van uitingen van [naam], die het Disclosure Document heeft opgesteld.

In het navolgende is derhalve maatgevend, of gedaagden tekort zijn geschoten in de nakoming van hun verplichting om te controleren of het Fonds handelde in overeenstemming met het Disclosure Document.

4.6.

Op de volgende gronden zijn eisers van mening dat gedaagden toerekenbaar tekort zijn geschoten in de nakoming van hun verplichtingen in verband met de Deelnemingsovereenkomsten.

a. Gedaagden hebben toegestaan dat het vermogen van het Fonds (nagenoeg) uitsluitend werd belegd in "short strangles" op de AEX index in plaats van conform de [Methode], waardoor grote verliezen zijn ontstaan. Van de gepropageerde risicospreiding is geen sprake geweest.

b. Gedaagden zijn tekort geschoten in hun verplichting er voor te zorgen dat in het Fonds werd belegd door (i) een deskundige en betrouwbare fondsmanager met goede antecedenten en (ii) conform een wetenschappelijk bewezen methode waarmee aantoonbaar goede resultaten zijn behaald.

c. Gedaagden zijn tekort geschoten in hun verplichting om een onderzoek in te stellen naar de deskundigheid, betrouwbaarheid en het track record van [naam] en de wetenschappelijke onderbouwing en resultaten van zijn Methode, zowel voordat [naam] werd aangesteld als fondsmanager als daarna, aldus nog steeds eisers.

ad a.

4.7.

Eisers verwijten gedaagden, dat het Fonds zich niet heeft gehouden aan de [Methode] door, in strijd met de gepropageerde beoogde risicospreiding, in 2011 alleen in short strangles te gaan beleggen.

Gedaagden voeren daartegen aan, dat de beleggingen van het Fonds waarop eisers doelen, niet in strijd waren met de [Methode] en dat zulks blijkt uit het Disclosure Document.

Dit verweer slaagt.

Op bladzijde 5 van het Disclosure Document wordt de “Trading systematiek” van het Fonds beschreven. In deze beschrijving wordt onder meer het volgende vermeld:

“Het fonds gebruikt de ‘[Methode]’, waarmee zij op dit moment de keuze heeft uit twaalf verschillende beleggingsstrategieën en een discretionaire component.

(…) De [Methode] is een dynamisch model, waarbij gebruik wordt gemaakt van voortschrijdend inzicht. Daardoor kan het zijn dat één of meerdere van de twaalf strategieën wordt aangepast in de toekomst. Deze aanpassing kan plaats vinden qua beleggings-methodiek en/of voor wat betreft de waarde van de gebruikte parameters en/of indicatoren. Ook is het mogelijk dat – zonder dat dit vooraf gemeld wordt – er strategieën aan de [Methode] worden toegevoegd, dan wel onttrokken.

(…) De verdeling over de verschillende strategieën kan per maand aangepast worden zonder minimum of maximum. Daarbij moet worden opgemerkt dat het selectieproces een dynamisch geheel is. Er kunnen strategieën bij komen en af gaan. Daarnaast kunnen binnen een strategie mutaties plaatsvinden.

(…) Door deze combinatie van strategieën wordt gepoogd een hoger rendement te realiseren ten opzichte van hetzelfde risico. De belegde periode kan variëren van minder dan een dag tot meerdere jaren. Het kan ook zijn dat een of meerdere strategieën liquide zijn en gedurende een bepaalde periode geen positie innemen. Het staat de Adviseur vrij om deze “tijdelijk niet belegde gelden” van liquide strategieën toe te voegen aan één of meerdere van de overige strategieën waarbinnen op dat moment wel posities worden ingenomen.”

Deze beschrijving maakt op niet voor misverstand vatbare wijze duidelijk, dat [naam] als adviseur (manager) van het Fonds weliswaar twaalf verschillende beleggingsstrategieën ter beschikking had, maar dat hij de vrijheid had om naar eigen inzicht, dan wel op grond van parameters en/of indicatoren, te bepalen dat van bepaalde strategieën geen gebruik werd gemaakt.

De gewraakte beleggingen in – gedurende bepaalde tijd – alleen of voornamelijk short strangles zijn niet in strijd met de aldus geformuleerde beleggingsmethodiek. Wat er ook zij van eventuele uitlatingen van [naam] waaruit eisers gemeend hebben te kunnen concluderen dat steeds in twaalf strategieën tegelijk zou worden belegd met een gering risico, uit geen van de feitelijke stellingen van eisers volgt dat gedaagden gehouden waren om voor hun controle van het aan [naam] verleende mandaat nog met andere factoren rekening te houden dan de inhoud van het Disclosure Document.

ad b en c

4.8.

Eisers hebben een waslijst van bezwaren naar voren gebracht met betrekking tot onjuiste informatie over, dan wel bezwaren tegen [naam] waarmee zij achteraf bekend zijn geworden. Deze hebben volgens hen aanleiding gegeven “tot een negatiever beeld van (de deskundigheid, betrouwbaarheid en antecedenten van) [naam]”.

Daaruit zou, naar de rechtbank begrijpt, moeten volgen dat aan gedaagden is toe te rekenen dat [naam] ongeschikt was als manager van het Fonds.

Ook deze verwijten gaan niet op. Mede gelet op de niet bestreden toelichting van gedaagden op de wijze waarop zij met [naam] in zee zijn gegaan, leidt geen van die verwijten tot de conclusie dat gedaagden, door [naam] als manager van het Fonds te laten fungeren met het doel om volgens de [Methode] te beleggen, jegens eisers aansprakelijk zijn voor de volgens hen geleden verliezen.

4.9.

Het beroep op wanprestatie faalt derhalve.

onrechtmatige daad

4.10.

Aan hun stelling dat gedaagden onrechtmatig jegens hen hebben gehandeld leggen eisers de feitelijke verwijten ten grondslag die hiervoor reeds aan de orde zijn geweest. Evenmin als voor dwaling of wanprestatie, leveren deze een grondslag op voor onrechtmatige daad.

Slotsom

4.11.

De slotsom is, dat eisers de gevolgen van hun teleurgestelde vertrouwen in [naam], en met name de gevolgen van hun teleurstelling over het resultaat van hun beleggingen, waarvan het hun duidelijk was (en in ieder geval duidelijk had behoren te zijn) dat deze ongeacht de aangeprezen strategieën risicovol waren, niet op gedaagden kunnen verhalen.

Het gevorderde moet derhalve worden afgewezen.

Als in het ongelijk gestelde partij zullen eisers in de proceskosten worden veroordeeld, tot heden begroot op:

- € 3.621,= voor griffierecht,

- € 6.450,= voor advocaatkosten (2,5 punt tarief VII ad € 2.580,= per punt).

BESLISSING

De rechtbank:

- wijst het gevorderde af;

- veroordeelt eisers in de kosten van het geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van gedaagden begroot op € 10.071,=.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.W.K. van der Valk Bouman, lid van genoemde kamer, en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2013 in tegenwoordigheid van de griffier.