Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:8795

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
24-12-2013
Datum publicatie
17-04-2014
Zaaknummer
AWB-13_3170
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Intrekking door de korpschef van op naam van eisers verleende verloven tot het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie ten behoeve van een schietvereniging. De gebreken in de effectieve controle op de aan leden voor gebruik op de schietbaan ter beschikking gestelde munitie zijn de vereniging te verwijten. Dat verweerder heeft besloten tot het intrekken van het verenigingsverlof van twee is leden – zonder verdere maatregelen andere houders van een verenigingsverlof - is onredelijk en in strijd met het verbod op willekeur. Het gebrek in het toezicht kan tot de conclusie leiden dat er aanwijzingen zijn dat aan eisers het onder zich hebben van wapens of munitie niet langer kan worden toevertrouwd. Om die reden zou verweerder in de onderhavige situatie op grond van die paragraaf 2.2.1. van de Circulaire bevoegdheid zijn om de op eisers’ naam gestelde verenigingverloven in te trekken, maar de intrekking van die verloven komt dan echter in strijd met het gelijkheidsbeginsel

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummers: AMS 13/3170 en AMS 13/3173

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 december 2013 in de zaken tussen

[eiseres], te [woonplaats], eiseres

[eiser], te[woonplaats], eiser,

samen: eisers

(gemachtigde mr. Q. Overeijnder),

en

De Minister van Justitie, Dienst Justis, Justitiële uitvoeringsdienst Toetsing, Integriteit en Screening, verweerder

(gemachtigde mr. F.E.I.H. Muijntjens).

Procesverloop

Bij besluiten van 5 maart 2012 (de primaire besluiten) heeft de korpschef van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland de op naam van eisers verleende verloven tot het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie ten behoeve van de schietvereniging [bedrijf] ingetrokken.

Bij besluit van 29 mei 2013 (het bestreden besluit) heeft verweerder de administratief beroepen van eisers tegen de primaire besluiten ongegrond verklaard.

Eisers hebben tegen dit besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 november 2013.

Eisers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1.

Verweerder heeft de bestreden besluiten gebaseerd op de volgende door eisers niet betwiste feiten.

Eisers zijn beiden [functie] van de schietvereniging [bedrijf] (hierna:[bedrijf]). Op 28 november 2011 is de heer[betrokkene] (hierna:[betrokkene]) door de politie aangehouden vanwege het feit dat hij[aantal] patronen van diverse kalibers en diverse vuurwapens in zijn woning voorhanden had, terwijl hem daarvoor geen verlof was verleend.[betrokkene] was op het moment van zijn aanhouding lid van[bedrijf] en mocht daar verenigingswapens en –munitie gebruiken. Eisers hebben in hun hoedanigheid als [functie] meermalen munitie verkocht aan[betrokkene] ten behoeve van het gebruik daarvan op de schietbaan van de vereniging.

2.

Verweerder heeft zich in de bestreden besluiten op het standpunt gesteld dat het voorhanden hebben van wapens of munitie ten behoeve van[bedrijf] niet langer aan eisers kan worden toevertrouwd. Verweerder heeft aan dit oordeel ten grondslag gelegd het aantreffen van munitie bij[betrokkene], alsmede dat[betrokkene] tegenover hem verhorende politieambtenaren op 29 november 2011 onder meer het volgende heeft verklaard (waar X staat is de tekst in het door de rechtbank ontvangen exemplaar onleesbaar gemaakt) :

“V: Waar woont u?
A: Op de[adres]. Ik woon hier ongeveer anderhalf jaar.
(…)
V: U bent ook lid van een schietvereniging toch?
A: Ja, ik ben al twee jaar lid van Schietvereniging[bedrijf], onder [adres].
(…)
V: Hoe vaak schiet u?
A: Een keer per week, op vrijdag.
(…)
A: Toen het begon was het wel obsessief. Toen wilde ik steeds meer spullen kopen. Een jaar terug dacht ik ook steeds dat het morgen mis kon gaan. Nu is het slechts een hele sterke drang. Als ik er aan denk maakt het ook veel in mij los. Ik neem het erg serieus.
V: Leidde dit tot verkeerde beslissingen?
A: Ja, dat klopt.
V: Sinds wanneer speelt dit?
A: Ja, wanneer gebeurd zoets. Volgens mij toen ik in mijn huidige woning ben komen woning.
(…)
V: Hoe heeft u deze vuurwapen verkregen?
A: Via X. Dat is verstuurd per post, vanuit Duitsland of Oostenrijk. Ik hoorde iemand, een vreemde, over X praten. Vermoedelijk iemand uit de schietsport. Toen ben ik gaan kijken. De website is X waarschijnlijk.
V: Is het een legaal bedrijf?
A: X zelf heeft wel duidelijke regels. Maar mensen kunnen er zelf goederen aanbieden, dat hoeft niet legaal te zijn. Het is een soort marktplaats voor wapens.
V: Maar is dat legaal? Die mensen werken dus bij een bedrijf en verkopen vuurwapens, het lijkt me niet dat die online zijn te bestellen.
A: Ik had een prive bericht gestuurd. Ik wist wel dat het niet legaal was. Mijn angst was zo groot dat ik er door geobsedeerd was. Dat overwon alles.
V: Dus er lagen X, deze heeft u besteld bij X. Waar heeft u de rest vandaan?
A: Van een Amerikaanse website, X. Het is een bruinkleurige website.
V: U bent eerder aangehouden wegens bestellingen op een Amerikaanse website. Is het die site?
A: Ja, dat is dezelfde site. Die heb ik besteld bij de heer[betrokkene 1]. Die gang van zaken, dat zij die X opstuurden was voor hen X. Nu niet meer.
(…)
V: Hoe kwam u aan de munitie?
A: dat nam ik stiekem van de vereniging mee.
V: Dat is diefstal toch?
A: Omdat ik er niet voor betaalde? Ik kocht munitie, maar ik schoot niet alles op.
V: Volgens mij zijn er hele doosjes aangetroffen. Had u dat van de vereniging?
A: De doosjes had ik zelf van e-gun, niet de inhoud. De inhoud heb ik allemaal van de vereniging vandaan.
V: Heeft u in deze ‘hobby’ nog andere contacten?
A: Nee, het ging via de gewone netwerken.
V: Heeft u wel eens met een wapenhandelaar afgesproken?
A: Nee.
V: Weet u hoe u in contact moet komen met deze mensen?
A: Ik ken alleen[betrokkene 2], de legale vuurwapenhandel. In het illegale circuit zou ik het niet weten. De sfeer is er ook niet naar op de vereniging.
V: Als u nou niet via e-gun wapens had kunnen aanschaffen, hoe had u het anders willen doen?
A: Dit was bij toeval. het was de vraag of ik anders zo ver was gekomen.
(…)”


Ook heeft verweerder zich gebaseerd op de verklaringen van[betrokkene] afgelegd op 7 december 2011 tegenover[naam], hoofdagent. Aan het proces-verbaal van deze verklaring wordt het volgende ontleend:

“Ik ben nu 2½ lid v/d schietvereniging[bedrijf]. Mijn KNSA-pas tot maart 2012. Ik heb onlangs een brief gekregen om contributie te betalen voor het komend jaar.

Ik heb aan uw collega’s verklaard dat ik stiekem patronen v/d schietvereniging heb meegenomen. Dat is zonder medeweten van de schietvereniging. Niemands wist er van. Ook geen andere leden. Mede sport schutters.
Ik had ongeveer [aantal] patronen van het kaliber 9 mm meegenomen. Dat was het merendeel. Ik had ook[aantal] patronen van het kaliber .40 SW meegenomen. Dat aantal weet ik zeker. Ik had ze geteld.
(…)
Ik had maar één gelegenheid om dit te doen. In de hoek bij de schietbaan was er geen zicht op van de camera. Als je de ruimte v/d schietbaan doorloopt kom je rechtdoor aan het eind bij de vuilcontainer. Op die plek zit een blind spot van de camera. Dit kon ik op de monitoren zien bij de balie en de kantine. Daar stopte ik stiekem de patronen in mijn broekzak en nam deze mee naar huis. Wat het ook gemakkelijker maakt is dat ik van die legerbroeken draag met grote zijvakken. Zodoende kon ik eigenlijk gemakkelijk de munitie meenemen.
(…)
Als ik de SV bezoek meld ik mij bij de balie. Daar teken ik het presentieregister. Daar wordt mij door de beheerder van de schietvereniging het wapen overhandigd. Ik bedoel een bestuurslid. In elk geval als degene die in het bezit is van een verenigingsverlof. Ik heb de vrije keus aan te geven welk wapen ik wil gebruiken.
Door het bestuurslid word mij het wapen overhandigd waarna ik mij naar de schietbaan begeef. Ik koop ook bij de SV de bijbehorend munitie. Het aantal dat ik per keer kocht wisselde. Het was vrij constant dat ik telkens tussen de 50 en 100 patronen kocht. Ik kocht meestal 9 mm. patronen.
Als ik met het wapen en munitie naar de schietbaan loop word ik niet begeleid. Als je nog les krijgt word je wel begeleid. In mijn geval schoot ik zelfstandig. Toen ik nog les kreeg nam ik geen munitie mee. Dat kon ook niet omdat er toezicht was.
De keren dat ik met verenigingswapens op de schietbaan heb geschoten was er geen baancommissaris aanwezig. Op de schietbaan werd ook toezicht op mij gehouden. Degene achter de balie had middels de videocamera zicht op de schietbaan.
Vanaf het moment dat ik van de schietvereniging met groot kaliber wapen mocht schieten heb ik stiekem munitie meegenomen. Dat was ongeveer na twee maanden van mijn lidmaatschap in maart of april 2009. Vanaf toen tot de week voor mijn aanhouding regelmatig munitie meegenomen. Ik ging elke vrijdag naar de schietvereniging om te oefenen.
Vanaf juni 2009 heb ik stiekem munitie vanaf de SV naar huis meegenomen. Ik nam er keer ongeveer tussen de 15 en 20 patronen mee. Dat gebeurde elke keer nadat ik op vrijdag had geschoten.
Als ik een doos patronen kocht nam ik een aantal van vijftien patronen mee. Als ik 3 dozen munitie kocht nam ik 3x 15 patronen mee.
Thuis stopte ik de patronen in plastieke wedstrijd patroondozen en borg ik ze in mijn woning op in zolder in de vloer. Ik verborg het daar voor de veiligheid bijvoorbeeld als er zou worden ingebroken in mijn woning.
Soms schoot ik ook op de maandagavond bij de Sv en nam ik ook ongemerkt munitie mee. Heel soms nam ik geen munitie mee. Dat was dan een uitzondering.
De drang om het te doen was bij mij sterk.
Ik had de drang om te hamsteren.
Meestal zat het bestuurslid[naam 1] achter de balie en belast met afgifte van de verenigingswapens en munitie. Ik moet u erbij zeggen dat een andere persoon [naam 2] ook vaak achter de balie heeft gestaan voor afgifte van genoemde wapens en munitie.
(…)”


Verweerder heeft aan deze verklaringen de conclusie verbonden dat de feiten hebben uitgewezen dat onvoldoende toezicht is gehouden op de bij de vereniging verstrekte munitie en dat dit aan eisers is te verwijten.

3.

Artikel 7, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wet wapens en munitie (Wwm) luidt als volgt:
2. De in deze wet genoemde erkenningen, consenten, vergunningen, verloven en ontheffingen kunnen, onverminderd de bijzondere gronden tot wijziging of intrekking daarvan, door het bestuursorgaan dat deze heeft verleend of door Onze Minister worden gewijzigd of ingetrokken:

b. indien er aanwijzingen zijn dat aan de houder daarvan het onder zich hebben van wapens of munitie niet langer kan worden toevertrouwd.

4.

De in artikel 7 Wwm aan de korpschef toekomende bevoegdheid is ten aanzien van verenigingsverloven uitgewerkt in de Circulaire wet wapens en munitie 2013 (hierna: de Circulaire). Daaraan wordt het volgende ontleend:

“B 2.2.1

Aan bij de KNSA aangesloten, en door de KNSA gecertificeerde schietverenigingen kan een verlof worden verleend tot het voorhanden hebben van vuurwapens, die aan die vereniging toebehoren en die bestemd zijn voor gebruik door de leden van die vereniging. (…).

In het aanvraagformulier voor het verenigingsverlof – dat wordt ingediend door het bestuur van de schietvereniging bij de korpschef in de politieregio waar de vereniging haar vaste accommodatie dan wel, blijkens de statuten, haar zetel heeft – moet de naam worden vermeld van het (bestuurs)lid dat namens de schietvereniging de vuurwapens gaat beheren. In het verenigingsverlof wordt deze persoon dan genoemd als vertegenwoordiger van het bestuur, voor zover het betreft het beheren van de vuurwapens, terwijl het verlof tevens zijn pasfoto bevat. Om als beheerder te kunnen fungeren moet het bestuurslid tenminste één jaar lid zijn van de schietvereniging en mag ten aanzien van hem geen ‘vrees voor misbruik’ bestaan. Indien meer (bestuurs)leden als beheerder optreden, verkrijgt ieder van die (bestuurs)leden een verenigingsverlof.


en

“ B 2.2.2
(…)
Voor het gebruik van verenigings- en privéwapens mag de vereniging munitie aan haar leden ter beschikking stellen. De vereniging mag alleen die munitie aan haar leden ter beschikking stellen die de vereniging zelf krachtens het verenigingsverlof voorhanden mag hebben.
Bij de uitgifte en het gebruik van verenigingswapens en munitie dienen de volgende voorschriften in acht genomen te worden:

(…)
e. Het gebruik van de aan licentiehouders verstrekte munitie geschiedt, voor zover het gaat om licentiehouders die geen privé- of verenigingsverlof hebben tot het voorhanden hebben van die munitie, onder toezicht van de beheerder. Dit toezicht is zodanig georganiseerd dat het niet mogelijk is dat de licentiehouder – die niet beschikt over het vereiste verlof – de eventueel niet verschoten munitie meeneemt buiten de schietaccommodatie. De eventueel niet verschoten munitie dient na afloop van de oefening of wedstrijd bij de beheerder in bewaring te worden gegeven die het opbergt in de daarvoor bestemde bergplaats.”

5.

Eisers hebben primair de juistheid van de verklaringen van[betrokkene] met betrekking tot de herkomst van de bij hem aangetroffen munitie betwist. De rechtbank volgt hen hierin niet. Enerzijds heeft verweerder niet bestreden dat in de strafzaak tegen[betrokkene] is gebleken dat hij ook munitie in zijn bezit had die niet van[bedrijf] afkomstig kon zijn, terwijl hij wel had verklaard dat alle munitie afkomstig was van[bedrijf]. Verder zijn diens verklaringen ten aanzien van het moment waarop hij begonnen is verenigingsmunitie mee naar huis te nemen inconsistent. Daardoor wordt in enige mate afbreuk gedaan aan zijn geloofwaardigheid. Dit laat echter onverlet de gedetailleerde verklaring aan hoofdagent[naam] over hoe hij zich op de schietbaan van[bedrijf] aan het cameratoezicht wist te onttrekken en op welke wijze hij daardoor de munitie van[bedrijf] kon meenemen. Ook is ter zitting erkend door eisers dat het overgrote deel van de bij[betrokkene] aangetroffen munitie, zoals omschreven in het proces-verbaal van relaas van 28 februari 2012 naar kaliber en deels ook naar merk afkomstig kan zijn van[bedrijf]. Om die reden acht de rechtbank aannemelijk dat[betrokkene] op genoemde wijze een wezenlijk deel van de aangetroffen munitie heeft vergaard.

6.

Gelet op het vorenstaande concludeert de rechtbank dat binnen[bedrijf] onvoldoende toezicht als bedoeld in onderdeel B, 2.2.2, van de Circulaire heeft bestaan. Immers, dit toezicht was blijkbaar niet zodanig georganiseerd dat het niet mogelijk was dat een licentiehouder zoals[betrokkene] – die niet beschikt over het vereiste verlof – niet-verschoten munitie meenam buiten de schietaccommodatie.

7.1.

Met de conclusie dat de in ieder geval een deel van de door hem niet verschoten munitie na afloop van de oefening niet bij de beheerder in bewaring werd gegeven is echter nog niet vastgesteld dat ten gevolge hiervan de verenigingsverloven ten name van eisers terecht zijn ingetrokken. In dit kader is van belang dat eisers onbestreden hebben gesteld dat binnen[bedrijf] vijf personen als [functie] een verenigingsverlof op hun naam hebben, en dat uitsluitend de verloven van eisers zijn ingetrokken. De rechtbank overweegt in dit kader dat het beleid van verweerder, zoals weergegeven in de Circulaire, de mogelijkheid biedt dat een verenigingsverlof ten name van een specifieke [functie] wordt ingetrokken, terwijl de verenigingsverloven ten name van andere [functie] bij de betreffende vereniging niet worden ingetrokken. De Circulaire biedt die mogelijkheid met name ten aanzien van situaties omschreven in onderdeel B, paragraaf 1, van de Circulaire, te weten in het geval van veroordelingen en andere rechterlijke uitspraken (onderdeel a van paragraaf 1.2), alsmede andere omtrent de aanvrager bekende feiten (onderdeel b van paragraaf 1.2). De Circulaire biedt niet de mogelijkheid een verenigingsverlof ten name van een [functie] in te trekken indien het toezicht door die specifieke beheerder te wensen over laat. De rechtbank wil echter – kennelijk net als verweerder – wel aannemen dat die mogelijkheid vervat is in de mogelijkheid over te gaan tot intrekking vanwege andere omtrent de aanvrager bekende feiten (onderdeel b van paragraaf 1.2).

7.2.

In dit kader acht de rechtbank voorts van belang dat verweerder heeft gesteld dat alleen eisers degene zijn die structureel munitie aan[betrokkene] (tegen betaling) ter beschikking hebben gegeven. Verweerder heeft ter onderbouwing kopieën van munitiestaten uit het zogenoemde munitieregister van[bedrijf] overgelegd. Uit deze kopieën kan echter naar het oordeel van de rechtbank niet worden afgeleid dat de stelling van verweerder juist is. Weliswaar staat er op die kopieën (soms meerdere keren) de naam[betrokkene] vermeld met daarachter het soort en aantal gekochte munitie, doch de data en de namen van de verenigingsbeheerders ontbreken. Eiser heeft toegelicht dat die informatie uitsluitend is af te leiden uit de originele munitiestaten, vanwege de gebruikte inkt van de stempels. Die originelen noch informatie daarover behoren tot het dossier. Bovendien is aannemelijk dat de kopieën slechts een zeer beperkte periode omvatten van de totale periode waarin[betrokkene] munitie van[bedrijf] heeft meegenomen (te weten mei 2010 tot en met november 2011, dan wel juni 2009 tot en met november 2011). Tevens is in dit kader van belang dat ter zitting door eisers is gesteld dat alle vijf de beheerders regelmatig op de vereniging achter de balie zitten en daar aan leden munitie ter beschikking te stellen, zodat de reële mogelijkheid bestaat dat niet alleen zij, doch ook de andere verenigingsbeheerders van[bedrijf] aan[betrokkene] munitie ter beschikking hebben gegeven. Verweerder heeft dit niet bestreden, zodat de rechtbank van de juistheid van deze stelling van eisers uitgaat. Uit de verstrekte stukken is derhalve niet uit af te leiden dat alleen eisers structureel munitie aan[betrokkene] hebben verkocht.

7.3.

De rechtbank acht het bovendien niet juist dat, ook indien blijkt dat uitsluitend eisers degene zijn die structureel aan[betrokkene] munitie ter beschikking hebben gesteld, alleen de op hun naam staande verenigingsverloven zijn ingetrokken. In dit kader wijst de rechtbank op de aard van het gebrek in het toezicht. Uit de stukken en hetgeen verweerder hierover heeft gesteld, blijkt dat dit gebrek erin is gelegen dat een voor het cameratoezicht zogenoemde ‘blind spot’ binnen het schietgedeelte van de vereniging aanwezig was. Hierdoor is, zoals hierboven in rechtsoverweging 6 al is vastgesteld, sprake van een gebrek in de organisatie van het toezicht binnen de vereniging. Een dergelijke gebrek is in beginsel niet toerekenbaar aan één van de verenigingsbeheerders, doch aan de vereniging als geheel. Om die reden had het in de rede gelegen dat, er van uitgaande dat van het gebrek de gevolgtrekking moet zijn dat ten onrechte verlof was verleend, verweerder was overgegaan tot intrekking van alle vijf de aan de vereniging verstrekte verenigingsverloven. Dit zou anders zijn geweest indien was gebleken van een uitsluitend aan eisers toerekenbare fout in het toezicht. Dit zou bijvoorbeeld het geval zijn indien de wijze waarop eisers het – op juiste wijze georganiseerde – toezicht hadden uitgevoerd ertoe had geleid dat[betrokkene] niet verschoten munitie meenam buiten de schietaccommodatie. Dit is gesteld noch gebleken. Dat verweerder alleen de verenigingsverloven ten name van eisers heeft ingetrokken, acht de rechtbank om die reden niet redelijk en in strijd met het verbod op willekeur.

7.4.

In dit kader overweegt de rechtbank ook nog het volgende. Op grond van artikel 7, tweede lid, onderdeel b, van de WWM, kan een verenigingsverlof worden ingetrokken indien er aanwijzingen zijn dat aan de houder daarvan het onder zich hebben van wapens of munitie niet langer kan worden toevertrouwd. Gelet op de paragraaf 2.2.1 van de Circulaire worden verenigingsverloven verleend aan de schietvereniging en worden daarin genoemd de bestuursleden die als vertegenwoordigers van het bestuur optreden voor zover het betreft het beheren. Er van uitgaande dat moet worden aangenomen dat om die reden eisers, die kennelijk als zodanig zijn genoemd, en niet de vereniging als houders van de ten name van eisers gestelde verenigingsverloven moeten worden aangemerkt, heeft het volgende te gelden. Het voornoemde gebrek in het toezicht kan tot de conclusie leiden dat er overeenkomstig voornoemde bepaling aanwijzingen zijn dat aan eisers het onder zich hebben van wapens of munitie niet langer kan worden toevertrouwd. Om die reden zou op grond van die bepaling derhalve in de onderhavige situatie verweerder bevoegdheid zijn om de op eisers naam gestelde verenigingverloven in te trekken. De intrekking van die verloven komt dan echter in strijd met het gelijkheidsbeginsel, waarop eisers zich in dit verband ook hebben beroepen, aangezien niet tot intrekking van de andere drie verenigingsverloven is overgegaan. Voor zover verweerder heeft gesteld dat de situatie van de andere drie verenigingsbeheerders niet gelijk is aan die van eisers, omdat uitsluitend eisers structureel aan[betrokkene] munitie ter beschikking hebben gesteld, faalt die stelling. Die omstandigheid is gelet op de aard van de aanwijzingen, te weten het gebrek in de organisatie van het toezicht over de aan de licentiehouders verstrekte munitie, niet relevant.

8.

De overige door eisers aangedragen grieven behoeven geen bespreking meer, nu de beroepen reeds op grond van het vorenstaande gegrond zullen worden verklaard en de bestreden besluiten vernietigd.

9. Gegeven de aan de vernietiging van de bestreden besluiten ten grondslag gelegde gronden ziet de rechtbank aanleiding zelf in de zaak te voorzien en de primaire besluiten te herroepen.

10.

Omdat de rechtbank de beroepen gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eisers de door hen betaalde griffierechten vergoedt.

11.

De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eisers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in samenhangende zaken vast op € 1.888 (1 punt voor het indienen van het administratief beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter hoorzitting, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 472 en een wegingsfactor 1).



Beslissing

De rechtbank

  • -

    verklaart de beroepen gegrond;

  • -

    vernietigt de bestreden besluiten;

  • -

    herroept de primaire besluiten;

  • -

    draagt verweerder op het betaalde griffierecht van in totaal € 320 aan eisers te vergoeden;

  • -

    veroordeelt verweerder in de proceskosten van het geding tot een bedrag van € 1.888, te betalen aan eisers.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.N. van Rijn, rechter,

in aanwezigheid van E.H. Mazel, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 december 2013.

de griffier

de rechter

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Afschrift verzonden op:

D:B

SB