Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:8769

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
09-10-2013
Datum publicatie
30-12-2013
Zaaknummer
C/13/540947 / HA ZA 13-495
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eisers, een Nederlands filmdistributiebedrijf, spant een zaak aan tegen gedaagde, een vennootschap naar Amerikaans recht. Eiseres stelt dat zij de rechthebbende is van het auteursrecht op een film die door gedaagde wereldwijd (waaronder in Nederland) wordt verkocht en gepromoot. Gedaagde maakt daarmee op wereldwijde basis inbreuk op de auteursrechten van eiseres, als gevolg waarvan zij schade lijdt, aldus eiseres. Gedaagde stelt een incident tot onbevoegdheid in. Partijen twisten in het kader van de bevoegdheid over de vraag of het schadebrengende feit (het aanbieden van de film op de website met de mogelijkheid deze vanuit Nederland te bestellen en afgeleverd te krijgen) zich in Nederland heeft voorgedaan, zoals artikel 6 e Rv vereist. De rechtbank sluit bij de beoordeling van deze vraag aan bij jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie inzake het auteursrecht en komt tot de slotsom dat zij bevoegd is om kennis te nemen van het geschil betreffende de beweerde inbreuk die in Nederland is gepleegd en beweerd onrechtmatig handelen in Nederland, maar niet om kennis te nemen van tegen gedaagde gerichte grensoverschrijdende ge- en verboden, die betrekking hebben op elders intredende schade.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/540947 / HA ZA 13-495

Vonnis in incident van 9 oktober 2013

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

IGNITE B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. M. Driessen,

tegen

1. de rechtspersoon naar het recht van de Verenigde Staten

AMAZON.COM INC.,

gevestigd te Seattle (Verenigde Staten),

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. M.J. Odink,

2. de rechtspersoon naar het recht van de Verenigde Staten

IMAGE ENTERTAINMENT, INC.,

gevestigd te Chatsworth (Verenigde Staten),

gedaagde in de hoofdzaak,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ieder afzonderlijk Ignite, Amazon en Image genoemd worden. Voor zover gedaagden gezamenlijk bedoeld worden zullen zij Amazon c.s. genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 25 januari 2013 met producties,

  • -

    de bewijsstukken van betekening van de dagvaarding,

  • -

    de conclusie van antwoord tevens houdende de incidentele vordering tot onbevoegdverklaring met producties,

  • -

    de conclusie van antwoord in het incident, met producties.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 De feiten voor zover van belang in het incident

2.1.

Ignite is een filmdistributiebedrijf. Amazon is een Amerikaans e-commerce bedrijf en de grootste online retailer ter wereld.

2.2.

Amazon heeft de DVD van [de film] (hierna: de film) via haar website amazon.com verkocht aan Ignite.

3 De vordering in de hoofdzaak

3.1.

Ignite heeft gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, (kort gezegd) te verklaren voor recht dat Amazon c.s. op wereldwijde basis inbreuk maakt op de auteursrechten van Ignite met betrekking tot de film en Amazon c.s. te bevelen elke inbreuk op de auteursrechten van Ignite te staken en gestaakt te houden. Ignite heeft voorts nevenvorderingen ingesteld ter compensatie van de geleden schade, ter voorkoming van een verdere toename van de schade en teneinde inzicht te geven in de schade die Ignite geleden heeft, met hoofdelijke veroordeling van Amazon c.s. in de proceskosten.

3.2.

Ignite heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat zij de rechthebbende is van het auteursrecht op [de film]. Door de wereldwijde verkoop en promotie van DVD’s van de film, zonder licentie of anderszins van Ignite, maakt Amazon inbreuk op de auteursrechten van Ignite in onder meer Nederland. Als gevolg van deze inbreukmakende handelingen leidt Ignite schade, aldus Ignite.

3.3.

Amazon heeft verweer gevoerd.

4 Het geschil in het incident

4.1.

Amazon heeft gevorderd dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart, met veroordeling van Ignite in de kosten van het geding.

4.2.

Amazon heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat Amazon een Amerikaanse vennootschap is, zodat de bevoegdheid van de Nederlandse rechter vastgesteld dient te worden op basis van artikel 6 aanhef en onder e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv), waarin staat dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft in zaken betreffende verbintenissen uit onrechtmatige daad indien het schadebrengende feit zich in Nederland heeft voorgedaan of zich kan voordoen. Nu het in deze zaak een website betreft dient de vraag of het schadebrengende feit zich in Nederland voordoet of kan doen te worden beantwoord aan de hand van de vraag of de website (amazon.com) mede op Nederland is gericht. Daarvan is geen sprake, zodat de Nederlandse rechter niet bevoegd is om van het geschil in de hoofdzaak kennis te nemen, aldus steeds Amazon.

4.3.

Ignite betwist dat de website niet (mede) op Nederland gericht is. Bovendien zijn er meer en andere redenen waarom de Nederlandse rechter wel rechtsmacht heeft, aldus Ignite.

4.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling in het incident

5.1.

De vraag of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft wordt beheerst door de Verordening (EG) nr. 44/2001 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (EEX-Vo).

Artikel 4 van de EEX-Vo bepaalt:

1. Indien de verweerder geen woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat, wordt de bevoegdheid in elke lidstaat geregeld door de wetgeving van die lidstaat, onverminderd de artikelen 22 en 23.

Nu Amazon gevestigd is in de Verenigde Staten van Amerika en dus niet in een lidstaat van de Europese Unie, wordt de vraag naar de bevoegdheid van de Nederlandse rechter geregeld door de Nederlandse wetgeving.

Artikel 6 aanhef en onder e Rv bepaalt dat de Nederlandse rechter ook rechtsmacht heeft in zaken betreffende verbintenissen uit onrechtmatige daad, indien het schadebrengende feit zich in Nederland heeft voorgedaan of zich kan voordoen.

5.2.

Voorop gesteld dient te worden dat de vraag naar de bevoegdheid van de rechtbank beantwoord dient te worden aan de hand van de stellingen omtrent de (rechts)feiten, zoals die uit de dagvaarding blijken.

Ignite stelt dat Amazon, door de film via haar website aan te bieden en de mogelijkheid te bieden dat deze ook vanuit Nederland te bestellen is en afgeleverd te krijgen, (mede) in Nederland inbreuk maakt op het aan Ignite toekomend auteursrecht.

De vraag die partijen verdeeld houdt is of aldus het gestelde schadebrengende feit zich in Nederland heeft voorgedaan of zich voor kan doen.

De bepaling van artikel 6 sub e Rv is ontleend aan artikel 5 sub 3 EEX-Vo, zodat aansluiting gezocht kan worden bij de jurisprudentie die op dat artikel is gewezen.

In het arrest Wintersteiger van 19 april 2012 (C‑523/10) heeft het HvJEU geoordeeld dat op grond van artikel 5 sub 3 EEX-Vo een geschil over een inbreuk op een in een lidstaat ingeschreven merk die zou bestaan in het gebruik door een adverteerder van een aan dat merk identiek trefwoord op de website van een zoekmachine die via een landgebonden topniveaudomeinnaam van een andere lidstaat opereert, aanhangig kan worden gemaakt bij de rechters van de lidstaat waar het merk is ingeschreven of bij de rechters van de lidstaat van de plaats waar de adverteerder is gevestigd.

Er is geen reden aan te nemen dat het HvJEu ten aanzien van het auteursrecht, dat immers naar zijn aard ook territoriaal is bepaald, anders zal oordelen dan ten aanzien van merkrechten.

Daaruit kan worden afgeleid dat het HvJEU bij inbreuken van rechten van intellectuele eigendom bevoegdheid aanneemt enerzijds van de rechter van het land waar de beweerdelijke inbreukmaker is gevestigd en de inbreuk pleegt en anderzijds van het land waar gesteld wordt dat de inbreuk op het recht (mede) plaatsvindt, doch dat laatste alleen ten aanzien van de inbreuk in dat land, als plaats waar de schade intreedt.
Geen bevoegdheid wordt aangenomen ten aanzien van inbreuken andere landen.

5.3.

De Nederlandse rechter is dan ook bevoegd om kennis te nemen van het geschil betreffende de beweerde inbreuk die in Nederland is gepleegd en beweerd onrechtmatig handelen in Nederland, maar niet om kennis te nemen van tegen Amazon gerichte grensoverschrijdende ge- en verboden, die immers betrekking hebben op elders intredende schade.

5.4.

Nu de rechtbank Amsterdam, met inachtneming van vorenstaande, bevoegd is om van het geschil in de hoofdzaak kennis te nemen, zal de incidentele vordering worden afgewezen.

5.5.

Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

6 De beslissing

De rechtbank

in het incident

6.1.

wijst het gevorderde toe voor zover de vordering in de hoofdzaak betrekking heeft op tegen Amazon gerichte grensoverschrijdende ge- en verboden,

6.2.

compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

6.3.

wijst het gevorderde voor het overige af,

in de hoofdzaak

6.4.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 23 oktober 2013 voor beraad rolrechter omtrent het bepalen van een comparitie.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Marcus en in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2013.