Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:8642

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
18-12-2013
Datum publicatie
20-12-2013
Zaaknummer
HA EXPL 13-176
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een onderneming die zich bezig houdt met de handhaving en exploitatie van bij haar aangesloten auteursrechthebbenden, zoals de dagbladen Trouw en de Volkskrant eist schadevergoeding van de exploitant van een website waarop artikelen uit Trouw en de Volkskrant zijn verschenen, zonder toestemming van de betreffende dagbladen. De exploitant heeft een website die dient als een ‘user-generated-content’ platform. Dat wil zeggen dat de informatie/gegevens op de website afkomstig is van gebruikers van de website, zonder dat daarop door de exploitant redactionele invloed wordt uitgeoefend. De exploitant van de website beroept zich op vrijwaring van aansprakelijkheid omdat zij zelf geen invloed had op het verschijnen van de artikelen. De artikelen zijn geplaatst door gebruikers van de website en ze zijn vervolgens via een geautomatiseerd algoritme op de hoofpagina van de website verschenen. Nadat de exploitant daarvan op de hoogte was gesteld heeft zij de artikelen meteen verwijderd. Ingevolge de Europese richtlijn inzake electronische handel is alleen een dienstverlener, zoals exploitant, die geen kennis heeft van of controle heeft over de gegevens (kort gezegd: een neutrale dienstverlener) gevrijwaard van aansprakelijkheid. De exploitant is niet als als zodanig aan te merken aangezien zij controle had over het algoritme. Zij heeft het algoritme bedacht en zij kon dit ook aanpassen. De exploitant is derhalve gehouden tot het betalen van schadevergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

Zaaknummer en rolnummer: 1411745 \ HA EXPL 13-176

Uitspraak: 18 december 2013

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Cozzmoss B.V.,

gevestigd te Eindhoven,

eiseres,

nader te noemen Cozzmoss,

gemachtigde mr. M.R. Rijks,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

De Nieuwe Krant B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

nader te noemen DNK.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Ingevolge het tussenvonnis van 24 juli 2013 (met de daarin genoemde stukken) heeft op 22 november 2013 een bijeenkomst van partijen plaatsgevonden. Het proces-verbaal hiervan (en de daarin genoemde andere stukken) bevindt zich bij de processtukken.

Daarna is vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1 Feiten

1.1.

Cozzmoss is een onderneming die zich bezig houdt met de handhaving en exploitatie van bij haar aangesloten auteursrechthebbenden, zoals Trouw en De Volkskrant.

1.2.

DNK is een onderneming die zich vanaf 2005 tot 2013 heeft bezig gehouden met de exploitatie van de website [naam website] Deze website bevatte naast een hoofdpagina sublogs en bedrijfslogs van klanten van DNK die daarop hun eigen berichten konden plaatsen.

2 De verdere beoordeling

2.1.

Vooropgesteld wordt dat DNK niet heeft betwist dat op de voorpagina van haar website in 2010 artikelen zijn verschenen die afkomstig zijn van Trouw en De Volkskrant en dat Trouw en De Volkskrant auteursrechthebbenden op die artikelen zijn. Voorts heeft zij niet betwist dat zij voor de openbaarmaking op de voorpagina van haar website van die artikelen geen toestemming heeft gekregen van Trouw en De Volkskrant.

2.2.

Tussen partijen is in geschil of DNK aansprakelijk is voor de plaatsing van de artikelen op de voorpagina van haar website.

2.3.

DNK heeft gesteld dat zij niet aansprakelijk is en heeft zich in dat verband beroepen op het ‘safe harbor-principe’. Zij heeft erop gewezen dat haar website een ‘user-generated-content platform’ is. DNK plaatste dus zelf geen enkel artikel, het plaatsen van artikelen gebeurde door haar gebruikers op hun eigen sublogs. Sommige van de op de sublogs geplaatste artikelen werden door een volledig geautomatiseerd algoritme (dat artikelen selecteerde op basis van populariteit en senioriteit) op de hoofdpagina van de website doorgeplaatst. DNK wist daarom niet dat de artikelen van Trouw en De Volkskrant op de hoofdpagina van haar website stonden. Er werd alleen actief door DNK ingegrepen om zaken die in strijd waren met de eigen richtlijnen aan te passen, zoals bijvoorbeeld het verwijderen van artikelen waarmee inbreuk werd gemaakt op auteursrechten. Zo is het ook gegaan met de artikelen van Trouw en De Volkskrant. Die zijn direct na de melding van de gemachtigde van Cozzmoss dat die op de website van DNK stonden verwijderd. Daarmee is voldaan aan het safe harbor-principe dat inhoudt dat een website niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor materiaal dat gebruikers daarop zetten, als ze adequaat reageert op klachten van (auteurs)rechthebbenden, aldus steeds DNK.

2.4.

Cozzmoss heeft aangevoerd dat DNK onvoldoende gemotiveerd heeft onderbouwd dat er enkel sprake was van automatisch doorplaatsen van artikelen vanaf de sublogs naar de hoofdpagina. Volgens Cozzmoss was er juist sprake van actieve bemoeienis aan de zijde van DNK. Het algoritme kon immers beïnvloed worden om ervoor te zorgen dat bepaalde artikelen wel en bepaalde artikelen niet op de hoofdpagina werden geplaatst, aldus steeds Cozzmoss.

2.5.

De rechtbank overweegt als volgt. Het safe harbor-principe is een clausule in de Amerikaanse Digital Millennium Copyright Act (DMCA) die internetproviders en andere tussenpersonen vrijwaring van aansprakelijkheid biedt als ze prompt reageren op klachten van (auteurs)rechthebbenden. In Europa is een vergelijkbare regeling opgenomen in de Europese richtlijn inzake elektronische handel (richtlijn nr. 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 8 juni 2000, afgekort als: Reh), welke richtlijn in Nederland is geïmplementeerd in onder meer artikel 6:196c lid 4 BW. De rechtbank vat het beroep van DNK op het safe harbor-principe dan ook op als een beroep op artikel 6:196c lid 4 BW, dat voorzover relevant voor onderhavige zaak als volgt luidt :

Degene die diensten van de informatiemaatschappij verricht als bedoeld in artikel 15d lid 3 van Boek 3, bestaande uit het op verzoek opslaan van van een ander afkomstige informatie, is niet aansprakelijk voor de opgeslagen informatie, indien hij:

a. (…)

b. zodra hij weet of redelijkerwijs behoort te weten, prompt de informatie verwijdert of de toegang daartoe onmogelijk maakt.

2.6.

Om te beoordelen of DNK op grond van dit artikel gevrijwaard is van aansprakelijkheid dient te worden bezien of DNK onder de bescherming van het artikel valt. Artikel 6:196c lid 4 BW biedt (onder voorwaarden) vrijwaring van aansprakelijkheid aan degene die diensten van de informatiemaatschappij verricht (…), bestaande uit het op verzoek opslaan van van een ander afkomstige informatie. Uit het arrest van het Europese Hof van Justitie in de zaak l’Oréal/eBay (Hof van Justitie EU 12 juli 2011, zaak C-324/09) alsmede uit de Memorie van toelichting op de Aanpassingswet richtlijn inzake elektronische handel (28197, nr. 3) kan worden afgeleid dat de vraag of DNK een dienstverlener in de zin van dit artikel (meer in het bijzonder van artikel 14 Reh) is, bevestigend moet worden beantwoord indien zij zich heeft beperkt tot een neutrale levering van de dienst met behulp van een louter technische en automatische verwerking van de gegevens die hem door zijn klanten (in dit geval: gebruikers) zijn verstrekt. De dienstverlener komt geen aanspraak op vrijwaring van aansprakelijkheid toe als hij een actieve rol heeft gespeeld waardoor hij kennis heeft van of controle heeft over die gegevens. Het komt dus kort gezegd aan op de vraag of DNK te beschouwen is als een neutrale dienstverlener.

2.7.

DNK heeft gesteld dat een volledig geautomatiseerd algoritme zorgdroeg voor de selectie en doorplaatsing van de artikelen naar de hoofdpagina. Hoewel zij deze stelling niet met stukken heeft onderbouwd (hetgeen wel op haar weg had gelegen), geldt zelfs als die stelling juist is het volgende. De bestuurder van DNK ([naam 1]) heeft ter zitting gezegd dat hij het algoritme heeft bedacht. Volgens hem selecteerde het algoritme artikelen van de sublogs op basis van senioriteit en populariteit en werden artikelen die op bedrijfslogs stonden van het algoritme uitgesloten. Hij heeft ook verteld dat op verzoek van [naam 2], een klant van DNK met een eigen bedrijfslog, een aanpassing is gemaakt aan het algoritme in die zin dat de artikelen op haar bedrijfslog wel in aanmerking kwamen om door het algoritme te worden geselecteerd voor doorplaatsing. Daarbij komt dat DNK de mogelijkheid had om het algoritme zodanig aan te passen dat inbreukmakende artikelen van het algoritme werden uitgesloten, maar dat zij van deze mogelijkheid geen gebruik heeft gemaakt omdat de software daarvoor te duur was. De rechtbank is van oordeel dat DNK aldus het algoritme heeft bedacht, heeft toegepast en in staat was om dit aan te passen zodat vastgesteld kan worden dat DNK controle had over de van andere afkomstige informatie. DNK kan dus niet gezien worden als een neutrale dienstverlener in de zin van artikel 14 Reh en artikel 196c lid 4 BW.

2.8.

Nu de rechtbank van oordeel is dat DNK niet onder de bescherming van artikel 6:196c lid 4 BW valt, komt zij niet toe aan beoordeling van de vraag of zij gevrijwaard is van aansprakelijkheid omdat zij, zoals DNK heeft gesteld, adequaat heeft gereageerd op klachten van auteursrechthebbenden.

2.9.

Dat betekent dat DNK aansprakelijk is voor de schade die Trouw en De Volkskrant hebben geleden als gevolg van het inbreukmakend handelen. Cozzmoss heeft primair aanspraak gemaakt op betaling van € 9.888,08 en subsidiair op betaling van € 8.063,46. Beide bedragen behelzen een bedrag van € 7.298,46 ter vergoeding van de economische waarde van de artikelen en een bedrag van € 765,00 aan administratiekosten. Het verschil tussen de bedragen wordt gevormd door een bedrag van € 1.824,62, zijnde een verhoging van de economische waarde van de artikelen met 25%. Volgens Cozzmoss is deze verhoging niet bedoeld als boete, maar als een redelijke vergoeding voor het verlies van exclusiviteit en vermindering van exploitatiemogelijkheden van de artikelen. DNK heeft verweer gevoerd tegen de verhoging van de economische waarde met 25%. Volgens haar is er geen sprake van verlies van exclusiviteit en vermindering van exploitatiemogelijkheden omdat grotere websites de artikelen ook hebben gepubliceerd. Ook De Volkskrant en Trouw zelf hebben de artikelen gratis voor het publiek beschikbaar gesteld.

2.10.

De rechtbank stelt vast dat de grondslag voor de verhoging van de economische waarde niet een boete is, maar een schadevergoeding. Het verweer dat andere websites de artikelen ook gepubliceerd hebben doet niet af aan het feit dat DNK zelfstandig inbreukmakend heeft gehandeld. Dit verweer wordt dan ook verworpen. Ook het verweer dat Volkskrant en Trouw de artikelen zelf gratis voor het publiek ter beschikking hebben gesteld zodat van geleden schade geen sprake kan zijn, wordt verworpen. Immers, DNK heeft niet betwist dat De Volkskrant en Trouw juist door het ter beschikking stellen van de artikelen op hun eigen websites hun websites succesvol kunnen exploiteren. Nu DNK voor het overige geen verweer heeft gevoerd tegen de vordering en de rechtbank een verhoging van 25% ter vergoeding van geleden schade vanwege verlies van exclusiviteit en vermindering van exploitatiemogelijkheden redelijk acht, zal de rechtbank het primair gevorderde bedrag toewijzen.

2.11.

Bij deze uitkomst van de procedure wordt DNK als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van Cozzmoss. Cozzmoss heeft, met een beroep op artikel 1019h Rv, aanspraak gemaakt op betaling van de door haar daadwerkelijk gemaakte kosten van rechtsbijstand ter hoogte van € 6.602,09 (exclusief BTW en inclusief griffierecht en deurwaarderskosten) te vermeerderen met rente vanaf veertien dagen na de datum van dit vonnis. Nu DNK geen verweer heeft gevoerd en de rechtbank ook overigens geen aanleiding ziet om af te wijken van het bepaalde in artikel 1019h Rv, wordt de vordering toegewezen.

BESLISSING

De kantonrechter:

I. veroordeelt DNK tot betaling aan Cozzmoss van € 9.888,08 aan hoofdsom;

II. veroordeelt DNK in de proceskosten, aan de zijde van Cozzmoss tot op heden begroot op € 6.602,09 exclusief BTW, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

III. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

IV. wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen door mr. S.E. Sijsma, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 december 2013 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter