Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:8540

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
15-10-2013
Datum publicatie
11-03-2014
Zaaknummer
13-737787-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Overlevering naar Polen toegestaan; de rechtbank leidt uit de opgelegde straf af dat is voldaan aan het vereiste dat de maximumstraf ten minste 12 maanden moet zijn in Polen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/737787-13

RK nummer: 13/5207

Datum uitspraak: 15 oktober 2013

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 12 augustus 2013 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 18 juni 2013 door the Judge of Circuit Court in Lublin (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeeïste persoon]

geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [1979],

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [A] te [plaats],

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1 Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 1 oktober 2013. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. N.M. van Ditzhuyzen.

Mr. S.P.C. Wester, advocaat te Amsterdam, heeft zich, met instemming van de opgeëiste persoon, teruggetrokken als raadsman. De opgeëiste persoon heeft te kennen gegeven zijn verdediging zelf te willen voeren. Hij is bijgestaan door een tolk in de Poolse taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak zou moeten doen met dertig dagen verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat de rechtbank er niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een vonnis van 21 december 2011 van the District Court in Wlodawa (Polen), met kenmerk: II K 288/08.

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteert volgens het EAB nog één jaar minus twee dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij voornoemd vonnis.

Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4 Strafbaarheid

Feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval alleen worden toegestaan indien voldaan wordt aan de in artikel 7, eerste lid, onder a, 2e OLW gestelde eisen.

De rechtbank stelt vast dat het feit waarvoor overlevering wordt verzocht, zowel naar het recht van Polen als naar Nederlands recht strafbaar is. In Nederland is op dit feit een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden gesteld. Dat op dit feit ook in Polen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld, leidt de rechtbank af uit het feit dat vastgesteld kan worden dat de opgeëiste persoon voor slechts één feit is veroordeeld en daarvoor een gevangenisstraf heeft gekregen van één jaar.

Het feit levert naar Nederlands recht op:

medeplegen van mishandeling

5 Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

6 Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 47 en 300 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW.

7 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeeïste persoon] aan the Judge of Circuit Court in Lublin (Polen) ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf, te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat, wegens het feit waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.

Aldus gedaan door

mr. W.H. van Benthem, voorzitter,

mrs. A.R.P.J. Davids en A. van den Brink, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 15 oktober 2013.

De jongste rechter is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.