Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:8225

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
11-12-2013
Datum publicatie
11-12-2013
Zaaknummer
13/701953-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor bedreigingen via twitter met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, gericht tegen medewerkers van de Dienst Werk en Inkomen van de Gemeente Amsterdam.

Veroordeling tot werkstraf van 60 uur en voorwaardelijke gevangenisstraf van een jaar met een proeftijd van twee jaar.

Oplegging van bijzondere voorwaarden: ondertoezichtstelling van reclassering en behandeling in een forensische zorginstelling.

Tenuitvoerlegging van opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 80 uur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VERKORT VONNIS

Parketnummers: 13/701953-13; 21/000153-12 (TUL)

Datum uitspraak: 11 december 2013

Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te[geboorteplaats] op [geboortedatum],

thans verblijvende op het adres [adres].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit verkorte vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 27 november 2013.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. S. Pieters, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. J.M. Keizer, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 6 mei 2013 tot en met 7 mei 2013 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [naam] en/of een of meer (overige) personeelslid/leden werkzaam bij DWI Amsterdam heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [naam] en/of een of meer (overige) personeelslid/leden werkzaam bij DWI Amsterdam (via twitter) dreigend de woorden toegevoegd: "Ik geef me leven om jullie dood te sprayen" en/of "De dood aan bureaucraten in Oost" en/of "Een echte bom moet toch komen" en/of "Naar de tyfus met jullie,[naam]. gaat dood als ik geen aangiften tegen jullie corruptie kan doen" en/of "Oost jullie gaan dood" en/of "Oost zal lekker branden ook al zit ik in een cel" en/of "Vandaag de dag wordt je toch opgepakt als je een instantie als @dwiamsterdam via internet meldt dat ze worden opgeblazen?" en/of "alles G, dynamiet en benzinebommen in jullie gebouw, shit is al binnen!! Ik zal genieten van een afstand" en/of "De dood aan jullie" en/of "kaboom kaboom weg met alle bureaucraten in Oost!" en/of "Fuck jullie ook, morgen jullie branden allemaal in hel!" en/of "Ik ga morgen jullie tyfus gebouw ook opblazen in oost, dynamiet alles neem ik mee!", althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 6 mei 2013 tot en met 7 mei 2013 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk een persoon, genaamd [naam], schriftelijk (via twitter) heeft toegevoegd de woorden: "O ja aangiften doen terwel [naam] corrupt is en jullie klachten team ook!" en/of "[naam] de corrupte slet" en/of "[naam] die corrupt is mag wel alles, terwel ik hier telefon gesprekken heb opgenomen over haar fouten!", in elk geval (telkens) een of meer woorden van gelijke beledigende aard of strekking;

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte,

ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde,

hij in de periode van 6 mei 2013 tot en met 7 mei 2013 te Amsterdam [naam] en overige personeelsleden werkzaam bij DWI Amsterdam heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [naam] en overige personeelsleden werkzaam bij DWI Amsterdam via twitter dreigend de woorden toegevoegd: "Ik geef me leven om jullie dood te sprayen" en "De dood aan bureaucraten in Oost" en "Een echte bom moet toch komen" en "Naar de tyfus met jullie,[naam]. gaat dood als ik geen aangiften tegen jullie corruptie kan doen" en "Oost jullie gaan dood" en "Oost zal lekker branden ook al zit ik in een cel" en "alles G, dynamiet en benzinebommen in jullie gebouw, shit is al binnen!! Ik zal genieten van een afstand" en "De dood aan jullie" en "kaboom kaboom weg met alle bureaucraten in Oost!" en "Fuck jullie ook, morgen jullie branden allemaal in hel!" en "Ik ga morgen jullie tyfus gebouw ook opblazen in oost, dynamiet alles neem ik mee!";

ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde,

hij op 7 mei 2013 te Amsterdam opzettelijk [naam] schriftelijk via twitter heeft toegevoegd de woorden: "[naam] de corrupte slet".

5 Het bewijs

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

6 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8. Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de door hem onder 1 en 2 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 76 uren, met bevel, voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 38 dagen, alsmede een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand met een proeftijd van 2 jaren, met oplegging van de bijzondere voorwaarden dat de verdachte alle afspraken met en alle aanwijzingen van De Waag alsmede de Reclassering moet nakomen en opvolgen en dat hij zijn behandeling bij De Waag helemaal moet afmaken.

8.2.

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de bedreiging van [naam], medewerkster van de DWI, en overige personeelsleden van de DWI door een aantal tweets op Twitter te plaatsen met een voor voornoemde personen zeer bedreigende inhoud. Uit de aangifte van [naam 1] namens de DWI blijkt dat medewerkers van de DWI zich door de tweets van de verdachte ernstig bedreigd voelden. Voorts heeft aangeefster [naam] verklaard dat zij zich na het lezen van de twitterberichten persoonlijk bedreigd voelde en dat zij bang was dat de verdachte zijn woorden zou omzetten in daden. Het handelen van verdachte heeft bij voornoemde personen vrees teweeggebracht en het is verontrustend dat de bedreigingen zijn geuit ten aanzien van medewerkers met een dienstverlenende taak. Ook heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan de belediging van voornoemde [naam]. Door [naam] te beledigen heeft hij haar in haar goede naam en eer aangetast. Zij moet, als medewerker van de DWI, haar functie kunnen uitoefenen zonder met dergelijke beledigende situaties te worden geconfronteerd.

De rechtbank heeft acht geslagen op het uittreksel Justitiële Documentatie van 28 oktober 2013 betreffende verdachte. Hieruit blijkt dat verdachte zich eerder schuldig heeft gemaakt aan strafbare feiten, waaronder bedreiging en belediging.

De rechtbank heeft voorts acht geslagen op de inhoud van het reclasseringsadvies van 8 juli 2013, opgesteld door [naam 2]. De reclassering heeft een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf met oplegging van een meldingsgebod, een behandelverplichting en opname in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang geadviseerd. Hoewel uit het voortgangsverslag van 6 november 2013, opgesteld door [naam 3], blijkt dat de verdachte niet reageert op oproepen van de reclassering, wil de reclassering hem – mits hij zich hiervoor gaat inzetten – nog wel begeleiden. Ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat hij open staat voor verdere samenwerking met de reclassering. De rechtbank neemt daarom het advies van de reclassering over en zal de door haar geadviseerde bijzondere voorwaarden aan na te noemen straf verbinden.

De rechtbank acht, anders dan de raadsman, een voorwaardelijke gevangenisstraf van na te noemen duur passend en geboden. De voorwaardelijke gevangenisstraf strekt er mede toe de verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst wederom aan (dergelijke) strafbare feiten schuldig te maken en om verdachte te stimuleren zich aan zijn afspraken met de reclassering te houden en serieus aan zichzelf te werken, zodat hij een stabiel leven kan opbouwen. De rechtbank acht het voor verdachte en de maatschappij belangrijk dat verdachte zich met steun van de reclassering inzet om zijn problemen op te lossen en achter zich te laten.

Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling

Bij de stukken bevindt zich de op 22 mei 2013 ter griffie van deze rechtbank ontvangen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam, in de zaak met parketnummer 21/000153-12, betreffende het onherroepelijk geworden vonnis van 14 november 2012 van het Gerechtshof te Amsterdam, nevenvestigingsplaats Arnhem, waarbij verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 80 uren subsidiair 40 dagen hechtenis, met bevel dat deze straf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een op twee jaren bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Tevens bevindt zich bij de stukken een akte waaruit blijkt dat de kennisgeving, bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering, aan verdachte is toegezonden.

Gebleken is dat verdachte zich voor het einde van voornoemde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, zoals naar voren komt uit de verdere inhoud van dit vonnis. De rechtbank ziet hierin aanleiding de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijke straf te gelasten.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 266 en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 bewezen verklaarde

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd

Ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde

eenvoudige belediging

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van 60 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 30 dagen, met bevel dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van deze straf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren per dag.

Veroordeelt verdachte voorts tot een gevangenisstraf van 1 maand.

Beveelt dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet aan de volgende algemene voorwaarden houdt.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

De tenuitvoerlegging kan ook worden gelast indien veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarden niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich meldt bij de reclassering op het adres Wibautstraat 12, 1090 BC Amsterdam. Hierna moet hij zich gedurende door de reclassering te bepalen periode blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht. Voorts houdt hij zich aan de aanwijzingen die de reclassering hem geeft, ook indien dit inhoudt dat hij – indien de reclassering dit noodzakelijk acht – moet verblijven bij het Leger des Heils, Vast & Verder of een soortgelijke instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang en zich daar moet houden aan het dagprogramma dat die instelling in overleg met reclassering opstelt, zulks ter beoordeling van de reclassering;

- zich moet laten behandelen bij De Waag of een soortgelijke instelling, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven.

Gelast de tenuitvoerlegging van de bij voornoemd vonnis van 14 november 2012 opgelegde voorwaardelijke straf, zijnde een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 80 uren, met bevel, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 40 dagen.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.A.A.G. de Vries, voorzitter,

mrs. J.L. Hillenius en T.H. van Voorst Vader, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. T. van de Kraats, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 december 2013.