Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:8061

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
04-12-2013
Datum publicatie
27-12-2013
Zaaknummer
HA ZA 12-1459
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Onrechtmatige perspublicatie? Tv-uitzending SBS6, spermadonor, verzwijging van mogelijke erfelijke aandoening, verborgen camera. Belangenafweging, recht op vrijheid van meningsuiting (artikel 7 Gw, artikel 10 EVRM) vs recht op persoonlijke levenssfeer (art. 8 EVRM)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/531572 / HA ZA 12-1459

Vonnis van 4 december 2013

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat voorheen mr. A.W. Dolphijn te Rotterdam, thans mr. J.J. Blok te Rotterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SBS BROADCASTING B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[bedrijf],

gevestigd te [plaats],

3. [gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagden,

advocaat mr. A. Knigge te Amsterdam.

Eiser zal hierna [eiser] genoemd worden. Gedaagden gezamenlijk zullen worden aangeduid als SBS. Afzonderlijk zullen de gedaagden worden aangeduid als SBS B.V., [bedrijf] en [gedaagde].

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 1 mei 2013 waarbij een comparitie van partijen is gelast,

  • -

    het met instemming van partijen buiten hun aanwezigheid opgemaakte proces-verbaal van comparitie van 12 september 2013 en de daarin genoemde stukken en/of proceshandelingen, alsmede de faxbrief van 4 oktober 2013 van de advocaat van SBS en de faxbrief van 11 oktober 2013 van de advocaat van [eiser] met betrekking tot de inhoud van het proces-verbaal.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

SBS B.V. zendt het programma “[het programma]” (hierna ook: het programma) uit op haar tv-zender SBS6. Dit programma wordt geproduceerd door [bedrijf]. [gedaagde] is [functie] van [bedrijf].

2.2.

[eiser] heeft zich onder meer in de periode 2009 tot medio 2011 via internet als spermadonor aangeboden. Op die manier is hij in contact gekomen met meerdere “[slachtoffers]”, van wie een onbekend aantal ook met het zaad van [eiser] is bevrucht. Dit gebeurde via zelfinseminatie door de wensmoeder. [eiser] biedt de [slachtoffers] een recente SOA-test aan en vraagt geen financiële vergoeding voor zijn diensten. Hij werkt veelal met een voorbeeldovereenkomst, waarin onder andere is opgenomen dat hij zijn gezondheid garandeert. In 2008 is bij [eiser] de diagnose “syndroom van Asperger” gesteld.

2.3. “

[het programma]” heeft in [jaartal] een item gewijd aan de gevaren die kleven aan zaaddonatie via het internet. De in het programma aan de orde gestelde gevaren betroffen malafide donoren die uit waren op seks en geld en/of geen SOA-tests wilden laten doen.

2.4.

In de uitzending van “[het programma]” van [datum] is opnieuw het onderwerp zaaddonatie via internet op de korrel genomen. Het item van twintig minuten is geheel gewijd aan [eiser]. Het begint met beelden van de uitzending uit [jaartal] over de malafide donoren. De openingsstrofe daarna is als volgt:

“(…) Vanavond ziet u hoe een spermadonor slachtoffers maakt door bewust zijn autistische aandoening te verzwijgen. Het gaat om het Syndroom van Asperger, dat bekend staat om haar erfelijkheid. De spermadonor verwekte al meerdere kinderen.”

2.5.

Het item vervolgt met citaten van vier “slachtoffers” (hierna: de geïnterviewde [slachtoffers]), zoals: “hij heeft me emotioneel helemaal kapot gemaakt” en “ik ben in een film beland, dit is een nachtmerrie, dit kan gewoon niet” en “ik voel me genaaid”. In het item wordt vervolgens uitgelicht dat [eiser] de [slachtoffers] tijdens de contacten voorafgaand aan een mogelijke zaaddonatie niet vertelt over zijn diagnose “syndroom van Asperger”. Naast de geïnterviewde [slachtoffers] komen tevens aan het woord [dr. X], en [voorzitter Y]. Aan het woord komen ook twee politici die hun zorgen uitspreken over de gevaren van zaaddonatie via internet. Tot slot doet het item verslag van een “[operatie]” op [datum] waarbij een medewerkster van het programma zich heeft voorgedaan als [potentieël slachtoffer] en als zodanig (in een wegrestaurant) een gesprek heeft gevoerd met [eiser] dat met een verborgen camera is gefilmd. Bij het weggaan na dit gesprek is [eiser] vervolgens buiten het restaurant geconfronteerd.

2.6.

Van het item is een transcript overgelegd. Uit dit transcript is het gedeelte van het gesprek met “[potentieël slachtoffer]” – voor zover relevant – hierna geciteerd (waarbij [gedaagde] is aangeduid met [gedaagde], soms met vo voor voice-over, “[potentieël slachtoffer]” met [potentieël slachtoffer] en [eiser] veelal met -):

“(…)

[gedaagde] (vo): (…) De man doet zich professioneel voor door direct een contract te laten zien. Hij komt daardoor erg betrouwbaar over.

- Ik heb een voorbeeldovereenkomst bij me. Misschien heb je dat weleens gezien. Ik heb deze via internet (…)

[gedaagde]: (…) Wij zijn nog steeds in gesprek met dezelfde spermadonor. Hij wil ons met verschillende testen bewijzen dat hij honderd procent gezond is.

- Dit is mijn recente bloedtest. Dat kan altijd uitgevoerd worden. Die kosten zijn niet zo heel hoog. Dit zijn de SOA’s: Hepatitis, Chlamydia, HIV. De standaard SOA’s.

[gedaagde] (vo): Wat de donor niet weet, is dat ik vlakbij in de auto zit om het gesprek te volgen. Terwijl mijn collega informeert naar de gezondheid van de donor luister ik aandachtig mee of de spermadonor wel de waarheid spreekt.

[potentieël slachtoffer]: En qua gezondheid en zo, jij hebt in de familie verder ook geen dingen zitten? Erfelijke dingen?

- Nee.

[gedaagde]: Hij verzwijgt dat hij Asperger heeft, een autistische aandoening dus. Ook voor mijn collega.

(…)

[potentieël slachtoffer]: Voor mezelf vind ik echt gewoon het belangrijkste dat het kind gewoon gezond is. Dat er geen, ik bedoel, ik denk dat niemand een ziek kind wil.

- Nee, natuurlijk niet.

[gedaagde]: Een heel dossier van hem aangelegd, waarbij dus het allerbelangrijkste is het bewijs van het UWV dat hij Asperger heeft. Het hele onderzoek heb ik bij me. Gelukkig is deze vrouw niet echt van plan om een kind te krijgen en hoort zij uiteraard bij [het programma]. Maar zijn advertentie staat op sites waar veel vrouwen komen die een serieuze man zoeken die spermadonor kan zijn.

[gedaagde] (vo): We geven hem nog één kans om eerlijk te zijn over zijn autistische aandoening.

[potentieël slachtoffer]: Zijn er verder nog dingen, echte familiekenmerken, ofzo, zijn?

[gedaagde] (vo): Maar het enige erfelijk overdrage in zijn familie is volgens hem, intelligentie.

- Voor ons allemaal geldt dat, school gaat ons makkelijk af. We kunnen goed leren. Ik heb een financiële en juridische achtergrond.

(…)”

2.7.

[voorzitter Y] verklaart in de uitzending het volgende:

“Ja, autisme, syndroom van Asperger is bijzonder erfelijk. Voor negentig procent wordt het erfelijk verklaard. Dus als je kijkt naar iemand met autisme en je gaat terug in z’n familie dan kun je voor negentig procent zeg maar de lijn in de familie aantreffen. Voor tien procent daar komt het uit het niks en is het niet te verklaren. Dat betekent dat het dus een heel hoge erfelijke factor heeft. Ik vind dat mensen met autisme die spermadonor zijn dat te allen tijde zouden moeten melden. Het is natuurlijk belangrijk voor de ontvangster om te weten dat dat speelt.”

en

“Een autistisch kind is toch een zorgenkind, laten we wel wezen. Je weet niet hoe ernstig dan de vorm van autisme is die dat kind heeft en hoe die zich verder ontwikkelt in deze maatschappij. Het zal altijd problematischer zijn dan het hebben van een niet-autistisch kind.”

2.8.

De geïnterviewde [slachtoffers] verklaren in het item dat zij niet op de hoogte waren van het feit dat bij [eiser] de diagnose “syndroom van Asperger” was gesteld, dat hij hun dit niet uit eigen beweging heeft verteld en ook niet indien zij vroegen naar eventuele erfelijke afwijkingen in de familie. Zij verklaren voorts dat ook in hun geval contracten zijn aangeboden en/of getekend. Tot slot uiten zij hun zorgen over de toekomst van de met het zaad van [eiser] verwekte kinderen.

2.9.

[eiser] wordt in het programma niet herkenbaar in beeld gebracht: zijn gezicht is “gewiped” en zijn stem is vervormd. In het hele item wordt zijn naam niet genoemd.

2.10.

Delen van het item zijn op [datum] opnieuw uitgezonden als onderdeel van een eveneens door SBS6 uitgezonden programma “[programma 2]”.

2.11.

In het dossier bevindt zich voorts een door “[bedrijf x]” opgesteld psychodiagnostisch verslag uit februari 2008 en een rapportage van het UWV van 1 september 2009, opgesteld in het kader van de behandeling van de aanvraag door [eiser] van een uitkering ingevolge de Wajong (uitkeringsregeling voor vroeggehandicapten). Deze aanvraag is gehonoreerd: [eiser] ontvangt een Wajong-uitkering op grond van de diagnose “syndroom van Asperger”.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert – samengevat en zakelijk weergegeven – een aantal verklaringen voor recht in relatie tot de stelling dat SBS onrechtmatig heeft gehandeld, rectificatie, diverse verboden tot verdere verspreiding van de uitzending, afgifte van beelden en veroordeling van SBS tot betaling van de door [eiser] geleden schade, op te maken bij staat met een voorschot van € 10.000,-, vermeerderd met rente en kosten.

3.2.

SBS voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

In geschil is de vraag welk recht dient te prevaleren, het recht van [eiser] op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer of het recht van SBS op vrijheid van meningsuiting. Bij een botsing van die rechten moet het antwoord op de vraag welk van deze rechten in het concrete geval zwaarder weegt, worden gevonden door een afweging te maken van alle ter zake dienende omstandigheden van het geval. Daarbij komt aan de positie van de pers bijzondere betekenis toe gelet op enerzijds de taak van de pers om informatie en ideeën van publiek belang te verspreiden en om zijn vitale rol van publieke waakhond te spelen, en gelet op anderzijds het recht van het publiek informatie en ideeën te ontvangen. Bij genoemde afweging geldt niet als uitgangspunt dat voorrang toekomt aan het door artikel 7 van de Grondwet en artikel 10 van het Europese verdrag tot bescherming van de mensenrechten en fundamentele vrijheden (EVRM) gewaarborgde recht op vrijheid van meningsuiting. Voor de door artikel 8 EVRM beschermde rechten (op de persoonlijke levenssfeer) geldt hetzelfde. De toetsing dient in één keer te geschieden waarbij het oordeel dat een van beide rechten, gelet op alle ter zake dienende omstandigheden, zwaarder weegt dan het andere recht, meebrengt dat de inbreuk op het andere recht voldoet aan de noodzakelijkheidstoets van artikel 10 lid 2 EVRM, dan wel artikel 8 lid 2 EVRM (Hoge Raad 5 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9230).

4.2.

Voor deze belangenafweging acht de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden van belang.

Allereerst is van belang dat het item gebruik heeft gemaakt van verborgen camerabeelden. [eiser] is zonder zijn weten gefilmd terwijl hij zich aanbood als spermadonor. Hij hoefde daarbij geen enkele reden te hebben om te twijfelen aan de intenties van “[potentieël slachtoffer]” en was er derhalve niet bedacht op dat alles wat hij deed in een tv-programma van SBS6 te zien zou zijn. Het aanbieden van zijn sperma mag bovendien beschouwd worden als een activiteit die zeer binnen de persoonlijke levenssfeer van [eiser] ligt. [eiser] is vervolgens zonder zich daarop te hebben kunnen voorbereiden, door [gedaagde], ten overstaan van een miljoenenpubliek, benaderd en neergezet als een malafide spermadonor. Bij geen van de gehanteerde onderzoeksmethoden heeft SBS er bovendien blijk van gegeven enige concessie te doen aan het feit dat [eiser] in verband met de diagnose “syndroom van Asperger” beperkingen zou kunnen ondervinden in zijn presentatie of het omgaan met een onverwachte confrontatie met een camera. [eiser] is in het item, zoals hij stelt, inderdaad in verband gebracht met de donoren uit het programma van [jaartal] die anders dan [eiser] met het doneren van sperma een seksueel en/of financieel doel nastreven.

Daar staat echter tegenover dat [eiser] niet herkenbaar in beeld is gebracht. Door het “wipen” van zijn gezicht, het vervormen van zijn stem en het niet noemen van zijn naam loopt hij hooguit het risico door kijkers uit zijn eigen kennissenkring herkend te worden. In het programma wordt geen andere persoonlijke informatie over [eiser] bekend gemaakt dan die informatie die nodig is om de boodschap - zakelijk weergegeven: dat op internet een spermadonor actief is die bij donatie niet bekend maakt dat bij hem de diagnose “syndroom van Asperger” is gesteld - over te brengen. Bovendien is de verborgen camera ingezet om, in aanvulling op de verklaringen van de geïnterviewde [slachtoffers], nader bewijs te verkrijgen van het in het item gemaakte verwijt aan het adres van [eiser] dat hij bij donatie van zijn sperma aan een [potentieël slachtoffer] niet bekend maakt dat bij hem de diagnose “syndroom van Asperger” is gesteld.

4.3.

[eiser] heeft aangevoerd dat het “syndroom van Asperger”, anders dan [gedaagde] in de uitzending verklaart, geen erfelijke ziekte of aandoening is en dat hij daarom niet gehouden was [slachtoffers] van de diagnose op de hoogte te stellen. Aan [eiser] kan worden toegegeven dat over de vraag of autistische aandoeningen erfelijk zijn door de wetenschap geen 100% zekerheid kan worden gegeven. Dat neemt niet weg dat ook binnen de wetenschap algemeen wordt aangenomen dat er een erfelijke component bestaat. [eiser] heeft aangevoerd de eigenschappen die in zijn geval aanleiding hebben gevormd voor de diagnose “syndroom van Asperger” meer te zien zijn als karaktereigenschappen. Aannemelijk is dat [slachtoffers] de eigenschappen van de kandidaat-spermadonor die van invloed kunnen zijn op de eigenschappen van het kind dat zij op de wereld hopen te brengen, van belang vinden. Hun doel is uiteraard om zich er zoveel mogelijk van te verzekeren dat de toekomst van het kind zo voorspoedig mogelijk zal verlopen. In de wetenschappelijke literatuur, zoals door partijen in het geding gebracht, zijn voldoende aanknopingspunten te vinden voor de aanname dat de karaktereigenschappen of persoonskenmerken op grond waarvan de diagnose “syndroom van Asperger” werd of wordt gesteld in de familielijn veelal eerder terug te vinden zijn. Voor de [potentieël slachtoffer] is dit relevante informatie, die een rol kan spelen bij haar beslissing al dan niet met de beoogde spermadonor in zee te gaan. Voor hen is minder van belang of wetenschappelijk bewezen kan worden dat al dan niet sprake is van het “syndroom van Asperger” en of dit als zodanig genetisch erfelijk is. Voor hen is van belang dat in de familie bepaalde karaktereigenschappen voorkomen die een kind bij een normale ontwikkeling in de weg kunnen staan. Dat [eiser] over zodanige eigenschappen beschikt is voldoende komen vast te staan nu die eigenschappen er toe hebben geleid dat hij niet normaal aan het arbeidsproces kan deelnemen en hij in verband daarmee een Wajong-uitkering krijgt. Voor de beoordeling van de in deze zaak te wegen belangen acht de rechtbank het wetenschappelijk vast staan van de erfelijkheid van het “syndroom van Asperger” daarom minder van belang. Dit geldt eveneens voor de vraag of het een ziekte of aandoening is en als zodanig ook thans nog wordt gediagnosticeerd. Er is dan ook geen aanleiding om, zoals door [eiser] verzocht, een deskundige te benoemen om hieromtrent een oordeel te geven. Om dezelfde reden acht de rechtbank het niet van belang om in deze zaak te beoordelen of de in het programma als deskundigen aangemerkte [dr. X] en [voorzitter Y] al dan niet als deskundigen op het gebied van de erfelijkheid van het “syndroom van Asperger” zijn aan te merken.

4.4.

De rechtbank is van oordeel dat voldoende vast staat dat [eiser] zijn sperma aanbiedt zonder de [slachtoffers] te vertellen dat bij hem de diagnose “syndroom van Asperger” is gesteld. Dit wordt door de geïnterviewde [slachtoffers] in het item toegelicht. Voor zover deze, zoals door [eiser] aangevoerd, niet als geheel objectief kunnen worden aangemerkt, wordt dit voorts onderbouwd door het “undercover” gevoerde gesprek met de [potentieël slachtoffer]. Daarin heeft zij (zie hiervoor onder 2.6) diverse malen gevraagd of er informatie was over erfelijke aandoeningen in de familie van [eiser] of “familiekenmerken”. [eiser] heeft in reactie hierop wel verteld dat hij en anderen in zijn familie goed konden leren op school, maar niets verteld over de eigenschappen die hem in het leven meer in de weg staan. Dit terwijl het gaat om eigenschappen die bij hem hebben geleid tot het stellen van de diagnose “syndroom van Asperger” en de toekenning van een Wajong-uitkering. Tot slot heeft [eiser] niet betwist dat hij de informatie niet aan de [slachtoffers] verstrekt. Hij stelt zich immers op het standpunt dat het geen informatie is die hij hoeft te vertellen.

4.5.

De rechtbank overweegt op grond van alle voornoemde feiten en omstandigheden als volgt. Zoals hiervoor onder 4.2 is overwogen had de gewraakte uitzending, zakelijk weergegeven, de boodschap dat op internet een spermadonor actief is die bij donatie niet bekend maakt dat bij hem de diagnose “syndroom van Asperger” is gesteld. Zoals hiervoor onder 4.4 is overwogen, vindt deze boodschap voldoende steun in de feiten. De rechtbank is van oordeel dat het brengen van deze boodschap past binnen de taak van de pers om informatie en ideeën van publiek belang te verspreiden en om zijn vitale rol van publieke waakhond te spelen, mede gelet op het recht van het publiek informatie en ideeën te ontvangen. Afgezien van de vraag of, zoals door SBS gesteld, de vrouwen die internet als medium gebruiken om sperma te vinden, aangemerkt kunnen worden als een kwetsbare groep “slachtoffers” die beschermd moet worden, behoren zij in elk geval tot het publiek dat zo goed mogelijk geïnformeerd moet worden over alle feiten en omstandigheden die bij de beslissing om al dan niet met een spermadonor via internet in zee te gaan relevant kunnen zijn. Dit vloeit mede voort uit hetgeen hiervoor onder 4.3 is overwogen. Nu [eiser] niet herkenbaar in beeld is gebracht, zijn stem is vervormd en zijn naam niet in het item wordt genoemd, is de rechtbank van oordeel dat bij de hiervoor bedoelde belangenafweging het belang van SBS in het kader van de uitingsvrijheid om het publiek aldus te informeren zwaarder heeft te wegen dan het belang van [eiser] om verschoond te blijven van elke inmenging op zijn persoonlijke levenssfeer.

4.6.

De uitkomst van voornoemde belangenafweging wordt niet anders door het door [eiser] als nodeloos grievend aangemerkte “format” van het programma. SBS heeft hieromtrent terecht tot haar verweer aangevoerd dat de uitingsvrijheid, zoals beschermd door onder meer artikel 10 EVRM, ook bedoeld is voor uitingen die “offend, shock or disturb”. Weliswaar is denkbaar dat daaraan grenzen bestaan, maar dit zou dan moeten volgen uit de ten aanzien van de belangenafweging relevante feiten en omstandigheden. Zoals hiervoor is overwogen, zijn in het onderhavige geval de omstandigheden die voor [eiser] als grievend kunnen worden beschouwd meegewogen. Deze zijn echter minder zwaarwegend geacht dan de omstandigheden die in dit geval de doorslag hebben gegeven in het voordeel van de uitingsvrijheid. Het oordeel dat het recht op uitingsvrijheid in het onderhavige geval, gelet op alle feiten en omstandigheden, zwaarder dient te wegen, brengt mee dat de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van [eiser] voldoet aan de noodzakelijkheidstoets van artikel 8 lid 2 EVRM. SBS heeft derhalve niet onrechtmatig gehandeld jegens [eiser]. Dit betekent ook dat – anders dan [eiser] stelt – de enkele omstandigheid dat op [datum] delen van het item opnieuw zijn uitgezonden als onderdeel van het eveneens door SBS6 uitgezonden programma “[programma 2]”, niet maakt dat SBS daardoor opnieuw onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld.

4.7.

Ter comparitie heeft [eiser], met een beroep op artikel 22 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, de rechtbank verzocht om overlegging door SBS van de integrale opnames van de gebeurtenissen van [datum] omdat uit die beelden volgens hem blijkt dat hij onheus is bejegend. De rechtbank zal aan dit verzoek geen gehoor geven, nu de opnames waar het om gaat niet zijn uitgezonden en niet gesteld of gebleken is dat SBS deze beelden op een later moment alsnog zal uitzenden.

4.8.

De vorderingen liggen daarmee voor afwijzing gereed. De overige verweren van SBS kunnen onbesproken blijven.

4.9.

[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van SBS worden begroot op:

- griffierecht 589,00

- salaris advocaat 904,00 (2,0 punten × tarief € 452,00)

Totaal €  1.493,00

4.10.

Hetgeen bij faxbrieven van 4 en 11 oktober 2013 naar voren is gebracht met betrekking tot de inhoud van het proces-verbaal van de comparitie van partijen behoeft gelet op het voorgaande geen bespreking.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van SBS tot op heden begroot op € 1.493,00.

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.R. Wisse, mr. C.H. Rombouts en mr. L. Voetelink en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2013.1

1 type: CHRcoll: