Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:7933

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
23-10-2013
Datum publicatie
02-12-2013
Zaaknummer
C/13/525445 / HA ZA 12-1107
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot revindicatie toewijsbaar. Verkrijger van auto’s, Jaguars, heeft niet voldaan aan de onderzoeksplicht en was niet te goeder trouw. Het beroep op artikel 3:86 lid 1 BW faalt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2014/14
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/525445 / HA ZA 12-1107

Vonnis van 23 oktober 2013

in de zaak van

de vennootschap naar Duits recht

LEONARDO SCHUHPRODUKTION GMBH,

gevestigd te Frankfurt am Main (Duitsland),

eiseres,

advocaat mr. drs. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GOLD FINANCE & LEASING B.V.,

gevestigd te Utrecht,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CARLINK INTERNATIONAL B.V.,

gevestigd te Utrecht,

gedaagden,

advocaat mr. G.M.O. Puddu te Sittard.

Partijen zullen hierna Leonardo, Gold Finance en Carlink worden genoemd. Gedaagden samen zullen hierna als Gold Finance c.s. worden aangeduid.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 4 september 2012,

  • -

    de akte houdende overlegging producties tevens houdende vermeerdering van eis van Leonardo, met producties,

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties,

  • -

    het tussenvonnis van 7 november 2012,

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 10 januari 2013 met de daarin genoemde stukken,

  • -

    de akte na comparitie tevens akte houdende overlegging bewijsmiddelen van Gold Finance c.s., met producties,

  • -

    de antwoordakte na comparitie tevens houdende wijziging van eis van Leonardo, met producties,

  • -

    de antwoordakte van Gold Finance c.s., met producties en

  • -

    de akte uitlating producties van Leonardo.

1.2.

Vervolgens is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Leonardo heeft in de zomer van 2011 in totaal 15 personenauto’s van het merk Jaguar gekocht van de in Duitsland gevestigde firma’s [firma 1] (hierna: [firma 1]) en [firma 2]. Laatstgenoemde twee firma’s werden vertegenwoordigd door [naam 1] (hierna: [naam 1]). Onder de door Leonardo aangeschafte personenauto’s bevonden zich 4 Jaguars uit het bouwjaar 2010, met de volgende chassisnummers (hierna ook: de Jaguars):

  • -

    [chassisnummer];

  • -

    [chassisnummer];

  • -

    [chassisnummer];

- [chassisnummer].

2.2.

De betaling van de koopsom van de Jaguars door Leonardo vond plaats tegenover overhandiging aan Leonardo van de originele blanco kentekenbewijzen deel II en de originele EG-Certificaten van overeenstemming, door partijen ook genoemd ‘de geboorte-akten’ en ook wel (en hierna te noemen) ‘de certificaten van overeenstemming’ van de Jaguars.

2.3.

Leonardo heeft de Jaguars, tezamen met andere aan Leonardo toebehorende auto’s, tijdelijk in bewaring gegeven aan de in Duitsland gevestigde [firma 3] (hierna: [firma 3]) in afwachting van een geschikte mogelijkheid om deze door te verkopen. [firma 3] werd hierbij vertegenwoordigd door [naam 1].

2.4.

Gold Finance drijft een onderneming die zich bezighoudt met de leasing van personenauto’s en lichte bedrijfsauto’s.

2.5.

Op 15 en 20 juni 2011 heeft [naam 1] namens [firma 1]in totaal 170 auto’s van het merk Audi A6 bij Gold Finance besteld. [firma 1]en Gold Finance hebben met betrekking tot de koop van de auto’s in september 2011 een schriftelijke vaststellingsovereenkomst gesloten. In deze overeenkomst zijn aanvullende voorwaarden opgenomen ten aanzien van de koop en levering van de door [firma 1]bestelde auto’s. In de overeenkomst zijn geen bepalingen met betrekking tot de Jaguars opgenomen.

2.6.

Op 29 september 2011 zijn de Jaguars afgeleverd bij Carlink. Deze zijn in ontvangst genomen door een medewerker van Gold Finance, genaamd [naam 2], de wagenparkbeheerder. [naam 2] heeft bij de levering een zogenoemde ‘Vereinbarung über Komissionsfahrzeuge’ van 29 september 2011 (hierna: Vereinbarung) ondertekend. Op de Vereinbarung staat [firma 3] als de afzender vermeld en ook het logo van [firma 3] staat hierop afgebeeld. Namens [firma 3] is de Vereinbarung ondertekend door [naam 3].

2.7.

Bij de aflevering van de Jaguars op 29 september 2011 zijn de originele blanco kentekenbewijzen deel II en de certificaten van overeenstemming niet getoond of afgegeven.

2.8.

Onder de stukken bevinden zich vier, de Jaguars betreffende, facturen van [firma 3] aan Gold Finance, twee met een factuurbedrag van € 55.000,00 en twee met een factuurbedrag van € 65.000,00, gedateerd 20 januari 2012.

2.9.

Bij brief van 10 februari 2012 van de Duitse advocaat van Leonardo aan Gold Finance heeft Leonardo Gold Finance gesommeerd tot afgifte van de Jaguars aan Leonardo.

3 Het geschil

3.1.

Leonardo vordert, na eiswijziging bij antwoordakte na comparitie tevens houdende wijziging van eis, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad Gold Finance c.s. hoofdelijk, althans Gold Finance, althans Carlink te veroordelen:

  • -

    primair tot afgifte, onbezwaard, vrij van beslag en in nieuwstaat, van de Jaguars en de daarbij behorende contactsleutels en eventuele aanvullende voertuigdocumentatie (duplicaat-certificaten van overeenstemming, kentekenbewijzen deel II) aan Leonardo, uiterlijk zeven dagen na betekening van het vonnis, alsmede tot het verlenen van medewerking aan de uitoefening van het eigendomsrecht van Leonardo, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per dag met een maximum van € 500.000,00, en betaling van een bedrag van € 151.172,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 februari 2012, althans vanaf 4 september 2012;

  • -

    subsidiair tot betaling van € 363.572,00 aan Leonardo, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 februari 2012, althans vanaf 4 september 2012;

  • -

    primair en subsidiair tot betaling aan Leonardo van € 2.534,84, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 september 2012 en

  • -

    tot het voldoen van de proceskosten alsmede de nakosten.

3.2.

Leonardo stelt dat zij de eigendom heeft van de Jaguars. Gold Finance c.s. hebben inbreuk gemaakt op dit eigendomsrecht door de Jaguars onrechtmatig achter te houden voor Leonardo, aldus Leonardo. Zij licht haar stellingen als volgt toe.

3.2.1.

Er is een regeling omtrent de afgifte van certificaten van overeenstemming, neergelegd in de Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 september 2007 tot vaststelling van een kader voor de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd (PbEU 2007, L 263) (hierna: de Richtlijn). In artikel 18 lid 1 van de Richtlijn is de verplichting voor de fabrikant van het voertuig opgenomen tot afgifte van een certificaat van overeenstemming. In artikel 26 van de Richtlijn is bepaald dat de lidstaten de registratie van voertuigen en het in de verkoop brengen daarvan alleen toestaan indien die voertuigen vergezeld gaan van een geldig certificaat van overeenstemming. Uit hetgeen in de Richtlijn is voorgeschreven alsmede uit hetgeen de Europese Commissie van oordeel is ten aanzien van het certificaat van overeenstemming volgt dat iedere nieuwe personenauto die in de handel wordt gebracht in de Europese Unie vergezeld moet gaan van een door de fabrikant afgegeven certificaat van overeenstemming. Fabrikanten verstrekken duplicaten van de certificaten van overeenstemming alleen onder strikte voorwaarden en de fabrikant van Jaguars alleen in het geval dat de originele akte verloren is gegaan. In het formulier voor de aanvraag van een duplicaat moet worden bevestigd dat duidelijkheid bestaat omtrent de eigendom van de auto en dat het originele certificaat van overeenstemming verloren is gegaan. De certificaten van overeenstemming ontbraken ten tijde van de levering van de Jaguars aan Gold Finance c.s. Deze omstandigheid, maar ook de overige omstandigheden van dit geval, had(den) voor Gold Finance c.s. reden moeten zijn om aan de beschikkingsbevoegdheid van [naam 1] te twijfelen.

3.3.

Gold Finance c.s. voeren verweer. Kort weergegeven houdt het verweer in dat Gold Finance te goeder trouw was ten tijde van de overdracht van de Jaguars. Gold Finance c.s. lichten hun stelling als volgt toe.

3.3.1.

Gold Finance heeft gecontracteerd met [firma 1]ter zake van de koop en de verkoop van 170 auto’s van het merk Audi aan [firma 1]. Gold Finance heeft de Jaguars gekocht van [firma 3] en zij heeft de koopprijs van de Jaguars verrekend met de door [firma 1]te betalen annuleringskosten en aanbetaling voor de Audi’s. De Jaguars zijn op 29 september 2011 afgeleverd bij Gold Finance op basis van de tussen Gold Finance en [firma 1]mondeling op 22 september 2011 tot stand gekomen afspraak dat de Jaguars door [firma 1], dan wel een van de andere vennootschappen van [naam 1], aan Gold Finance geleverd zouden worden, zodat deze door Gold Finance aan een derde verkocht zouden kunnen worden dan wel tot zekerheid zouden kunnen dienen voor het geval dat [firma 1]haar verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst betreffende de koop van de auto’s van het merk Audi niet na zou komen. Nadat bleek dat [firma 1]de bestelde Audi’s niet af zou nemen, zijn Gold Finance enerzijds en [firma 1]/[firma 3] anderzijds overeengekomen de koop te beperken tot 40 Audi’s, waarbij de door [firma 1]/[firma 3] te betalen koopprijs en annuleringskosten konden worden verrekend met de koopprijs van de Jaguars. Aangezien de Jaguars fabrieksnieuwe auto’s betroffen, waren deze niet voorzien van kentekenbewijzen, welke bewijzen pas worden afgegeven na toelating in een land en na keuring van de desbetreffende auto’s. Evenmin zijn aan Gold Finance op enig moment de originele certificaten van overeenstemming van de Jaguars verstrekt, hetgeen in de praktijk van de parallel-handel veelvuldig voorkomt. Gold Finance is nagegaan of de Jaguars als gestolen geregistreerd stonden, hetgeen niet zo bleek te zijn. Gold Finance had aldus geen reden om te twijfelen aan de beschikkingsbevoegdheid van [naam 1]. Van de fabrikant van Jaguars heeft Gold Finance, via het bedrijf [bedrijf] dat de aanvraag voor de duplicaten namens Gold Finance heeft gedaan, op normale wijze duplicaten van de certificaten van overeenstemming gekregen. Dergelijke akten kunnen door autobedrijven en particulieren aangevraagd worden bij de fabrikant. Niet is vereist dat voertuigen die worden verkocht op de EU-markt bij de verkoop vergezeld gaan van een certificaat van overeenstemming, aldus steeds Gold Finance c.s.

3.4.

Op de stellingen en weren van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

4.1.

De Nederlandse rechter komt rechtsmacht toe op grond van het bepaalde in artikel 2 van de Verordening (EG) nr. 44/2001 betreffende de rechterlijke bevoegdheid.

4.2.

De rechtbank zal het geschil beoordelen aan de hand van Nederlands recht. Tussen partijen staat de toepasselijkheid van Nederlands recht vast.

Procespartijen

4.3.

Gold Finance c.s. betogen dat de tegen Carlink ingestelde vorderingen afgewezen moeten worden nu Carlink geen partij is geweest bij enige transactie tussen [naam 1], [firma 1], [firma 3] of Leonardo. De rechtbank overweegt dat, nu door Gold Finance c.s. onweersproken is gelaten dat de Jaguars zijn afgeleverd bij Carlink en dat Gold Finance dan wel Carlink deze onder zich houdt (Gold Finance c.s. stellen enkel dat de Jaguars zich in de macht van Gold Finance c.s. bevinden), de revindicatievordering, indien deze toewijsbaar wordt geacht, ook toewijsbaar is jegens Carlink. Op grond van artikel 5:2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is de eigenaar van een zaak immers bevoegd haar van een ieder die haar zonder recht houdt, op te eisen. Hetgeen hiervoor is overwogen geldt gelijkelijk voor de op onrechtmatige daad gestoelde schadevergoedingsvordering van Leonardo. Daaraan heeft zij immers ten grondslag gelegd dat Carlink respectievelijk Gold Finance een inbreuk hebben gemaakt op haar eigendomsrecht door de Jaguars voor haar achter te houden.

De vordering tot revindicatie

4.4.

Niet is in geschil dat Leonardo in de zomer van 2011 de Jaguars heeft gekocht en daardoor op dat moment de rechtmatig eigenaar van de Jaguars werd. Evenmin is in geschil dat de Jaquars vervolgens aan [naam 1] in bewaring zijn gegeven door Leonardo, alsmede dat [naam 1] niet beschikkingsbevoegd was om de Jaguars te vervreemden aan een derde. De kern van het geschil tussen partijen luidt of Gold Finance c.s. – ondanks de onbevoegdheid van [naam 1] – eigenaar is geworden van de Jaguars.

4.5.

De rechtbank stelt voorop dat ingevolge artikel 3:86 lid 1 BW de overdracht van een roerende zaak, niet registergoed, geldig is ondanks de bevoegdheid van de vervreemder, indien de overdracht anders dan om niet geschiedt en de verkrijger te goeder trouw was. Voor goede trouw is niet alleen nodig dat de verkrijger ten tijde van de levering de onbevoegdheid niet kende, maar ook dat niet kan worden gezegd dat hij die onbevoegdheid toen behoorde te kennen. Met het oog op dit laatste dient hij naar de bevoegdheid van de vervreemder het onderzoek in te stellen, dat in de gegeven omstandigheden van hem kan worden verlangd. Leonardo moet derhalve feiten en omstandigheden stellen en bij voldoende gemotiveerde betwisting bewijzen waaruit kan volgen dat Gold Finance c.s. bij de verkrijging van de Jaguars niet te goeder trouw was. In dat verband dienden Gold Finance c.s. te stellen dat zij met betrekking tot de autopapieren hebben voldaan aan hun onderzoeksplicht met het oog op de bevoegdheid van hun voorganger.

4.6.

Wat het laatste betreft heeft Gold Finance c.s. onvoldoende gesteld. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. Gold Finance heeft ter zake van de verkoop van de 170 Audi’s en de Jaguars, zo stelt zij, met [firma 1]gecontracteerd. De op 22 september 2011 op papier vastgelegde vaststellingsovereenkomst is gesloten tussen enerzijds Gold Finance en anderzijds [firma 1], vertegenwoordigd door [naam 1]. De ‘Vereinbarung über Kommissionsfahrzeuge’ (r.o 2.6) die in het kader van de aflevering van de Jaguars op 29 september 2011 is meegezonden is echter op naam gesteld van [firma 3], evenals de facturen betreffende de Jaguars van 20 januari 2012 (r.o. 2.8). De verklaring die Gold Finance c.s. hiervoor hebben gegeven, te weten dat het niet vreemd was dat de Jaguars werden afgeleverd door [firma 3] nu [firma 3] een van de vennootschappen van [naam 1] is, ontsloeg Gold Finance c.s. niet van hun verplichting nader onderzoek op dit punt in te stellen, te meer nu Gold Finance c.s. in deze procedure de stelling hebben betrokken dat de eigendom van fabrieksnieuwe Jaguars wordt verkregen door ontvangst van de factuur en de bijkomende documenten – zoals het onderhoudsboekje – en de aflevering van de auto. Nu de facturen op een andere naam stonden, maar Gold Finance c.s. nader onderzoek niet noodzakelijk achtten, is reeds daarom onvoldoende gesteld om aan te nemen dat Gold Finance c.s. met betrekking tot de autopapieren hebben voldaan aan hun onderzoeksplicht met het oog op de bevoegdheid van hun voorganger.

4.7.

De rechtbank neemt voorts het volgende in aanmerking. Vaststaat dat Gold Finance c.s. in het kader van de overdracht noch de beschikking hebben gekregen over de certificaten van overeenstemming, noch over de blanco kentekenbewijzen deel II terwijl Leonardo daarover wel beschikte. Door Gold Finance c.s. zijn in dit geding enkel een duplicaat-certificaat van overeenstemming alsmede een kentekenbewijs deel II overgelegd ten aanzien van de Jaguar met chassisnummer [chassisnummer]. De juistheid van de verklaring van Gold Finance c.s. ter zitting dat zij de originele autopapieren van alle Jaguars in bezit hebben, is derhalve niet komen vast te staan. Nu ten aanzien van de andere drie Jaguars door Gold Finance c.s. geen aanvullende voertuigdocumentatie (duplicaat-certificaten van overeenstemming, kentekenbewijzen deel II) in het geding is gebracht, is ook niet komen vast te staan dat duplicaten van certificaten van overeenstemming probleemloos kunnen worden verkregen, zoals Gold Finance c.s. stellen, maar Leonardo betwist. Bij deze stand van zaken moet dan ook als juist worden aangenomen dat het ontbreken van de certificaten van overeenstemming voor professionele autohandelaren als Gold Finance c.s. ten minste aanleiding had behoren te zijn een onderzoek in te stellen naar de beschikkingsbevoegdheid van [naam 1], zoals Leonardo aanvoert. Zijdens Gold Finance c.s. is ter zitting nog verklaard dat [naam 1] naar de autopapieren is gevraagd toen Gold Finance c.s. de facturen van de Jaguars kregen; ook Gold Finance c.s. hechtten daaraan kennelijk belang. Nu evenwel vaststaat dat Gold Finance c.s. de desbetreffende autopapieren niet hebben verkregen en nader onderzoek achterwege is gebleven, is ook op die grond onvoldoende gesteld om aan te nemen dat Gold Finance c.s. met betrekking tot de autopapieren hebben voldaan aan hun onderzoeksplicht met het oog op de bevoegdheid van hun voorganger.

4.8.

Kortom er waren ten minste twee duidelijke aanwijzingen die aanleiding gaven voor nader onderzoek, hiervoor vermeld in r.o. 4.6 en 4.7, maar gesteld noch gebleken is dat Gold Finance c.s. met betrekking tot de autopapieren hebben voldaan aan hun onderzoeksplicht. Nu gesteld noch gebleken is dat Gold Finance c.s. zodanig onderzoek hebben ingesteld als in de gegeven omstandigheden van hen kon worden verlangd, dient er in deze procedure vanuit te worden gegaan dat zij niet te goeder trouw waren. Derhalve faalt hun beroep op artikel 3:86 BW. Nu niet is komen vast te staan dat de overdracht – ondanks de onbevoegdheid van de vervreemder – geldig is geweest, is de eigendom van de Jaguars bij Leonardo gebleven. Dat betekent dat de vordering tot revindicatie toewijsbaar is.

4.9.

Aan een bespreking van de overige stellingen en weren van partijen komt de rechtbank gezien het vorengaande niet toe. Ten overvloede overweegt de rechtbank nog dat aan artikel 3:86 lid 3 BW, anders dan Leonardo meent, in dit geval niet wordt toegekomen omdat niet is gebleken dat Leonardo het bezit door diefstal heeft verloren in de zin als daar bedoeld (vergelijk HR 12 oktober 1999, LJN: ZD1744).

4.10.

De vordering tot afgifte van de Jaguars door Gold Finance c.s. is toewijsbaar. Dat geldt ook voor zover de vordering ertoe strekt om aanvullende voertuigdocumentatie (duplicaat-certificaten van overeenstemming, kentekenbewijzen deel II) aan Leonardo te overhandigen ten aanzien van de Jaguar met chassisnummer [chassisnummer]. Nu ten aanzien van de andere Jaguars niet is komen vast te staan dat Gold Finance c.s. over dergelijke aanvullende voertuiginformatie beschikken, is de vordering in zoverre niet toewijsbaar.

4.11.

Ook de gevorderde dwangsom is als op de wet gegrond toewijsbaar en zal bij het in deze zaak te wijzen eindvonnis worden vastgesteld. De rechtbank acht voorshands een dwangsom van € 500,00 (vijfhonderd euro) per dag met een maximum als gevorderd een adequate prikkel tot nakoming.

Schadevergoeding

4.12.

Leonardo vordert primair, naast afgifte van de Jaguars, schadevergoeding. Gold Finance c.s. betwisten niet dat – ingeval sprake is geweest van een ongeldige overdracht – Gold Finance c.s. inbreuk hebben gemaakt op het eigendomsrecht van Leonardo door de Jaguars achter te houden. Gold Finance c.s. betwisten evenmin dat Leonardo schade heeft geleden doordat zij de Jaguars niet heeft kunnen verhandelen. De rechtbank zal dat derhalve tot uitgangspunt nemen.

4.13.

Het voorgaande betekent dat, nu de eigendom van de Jaguars bij Leonardo is gebleven (zie r.o. 4.8), Gold Finance c.s. verplicht zijn de schade van Leonardo te vergoeden. Gezien de brief van 10 februari 2012 van de Duitse advocaat van Leonardo aan Gold Finance c.s., waarin afgifte van de Jaguars is gevorderd, gaat de rechtbank ervan uit dat het onrechtmatig handelen, bestaande uit de weigering om over te gaan tot de afgifte, eerst per die datum is ontstaan.

4.14.

Leonardo begroot de schade op het verschil tussen de verkoopwaarde van de auto’s ten tijde van de eerste sommatie tot afgifte op 10 februari 2010 en de verkoopwaarde op het moment van afgifte van de auto’s. De totale waardevermindering van de Jaguars, aldus Leonardo, bedraagt € 151.172,00. Leonardo verwijst ter onderbouwing van haar stelling naar een uitdraai van de Duitse website www.mobile.de, waaruit, aldus Leonardo, blijkt welke verkoopprijzen thans gangbaar zijn voor de Jaguars. Gold Finance c.s. voeren hiertegen aan dat de overgelegde uitdraai van de website ziet op auto’s die zijn gebruikt en toegelaten en die reeds enkele tienduizenden kilometers hebben gereden. De Jaguars betreffen echter auto’s zonder toelating die nog geen kilometers hebben gereden. De waarde van deze Jaguars ligt hoger dan de door Leonardo gestelde waarde, aldus Gold Finance c.s.

4.15.

Tussen partijen staat niet ter discussie dat de schade begroot dient te worden aan de hand van het verschil van de (verkoop)waarde van de Jaguars tussen het tijdstip waarop Leonardo voor het eerst de afgifte daarvan heeft gevorderd en het daadwerkelijke moment van afgifte. Het geschil ziet op de wijze waarop de waardevermindering dient te worden berekend. Uit de door Leonardo overgelegde stukken blijkt dat bij de begroting van de waardevermindering aansluiting is gezocht bij de waarde van vergelijkbare Jaguars die reeds zijn gebruikt. Hiertegenover staat de stelling van Gold Finance c.s. dat de Jaguars fabrieksnieuwe auto’s zijn. De rechtbank kan op basis van de huidige stukken niet komen tot een begroting van de schade, ook nu het partijdebat op dit punt nog niet is uitgekristalliseerd. Leonardo wordt bij akte in de gelegenheid gesteld om, zo nodig met stukken, te onderbouwen waarom aansluiting dient te worden gezocht bij de waarde van gebruikte Jaguars alsmede van welke waarde zou moeten worden uitgegaan als de stelling van Gold Finance c.s. door de rechtbank zou worden gevolgd. Gold Finance c.s. kunnen vervolgens bij akte hierop reageren.

Beslagkosten

4.16.

De vordering tot betaling van de beslagkosten ad € 2.470,35 is gelet op artikel 706 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering toewijsbaar.

Vervolg procedure

4.17.

De rechtbank houdt iedere verdere beslissing in afwachting van de nader te nemen akten aan.

5 De beslissing

De rechtbank

- verwijst de zaak naar de rol van woensdag 20 november 2013 voor het nemen van een akte aan de zijde van Leonardo zoals bedoeld in r.o. 4.15;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Korsten - Krijnen en in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2013.