Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:7932

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
20-11-2013
Datum publicatie
02-12-2013
Zaaknummer
C/13/538547 / HA ZA 13-322
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Onverschuldigde betaling. Crediteur te goeder trouw? Onbevoegde vertegenwoordiging, geen gerechtvaardigd vertrouwen. Ook beroep op rechtsverwerking faalt

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/538547 / HA ZA 13-322

Vonnis van 20 november 2013

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

POSTNL SHARED SERVICES B.V.,

gevestigd te Den Haag,

eiseres in conventie,

verweerster in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. C.M. Malipaard te Den Haag,

tegen

de stichting

STICHTING BEWAARDER THE GLOBE DEN HAAG,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. J.C. Heuving te Amsterdam.

Partijen zullen hierna PostNL en Bewaarder The Globe worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 12 maart 2013 met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie, tevens van eis in voorwaardelijke reconventie, met producties;

  • -

    het tussenvonnis van 22 mei 2013 waarbij een comparitie van partijen is bepaald;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 28 augustus 2013 met de daarin genoemde stukken;

  • -

    de akte van Bewaarder The Globe.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De twee aangrenzende panden aan de [adres] (“[pand 1]”) respectievelijk [adres 2] (“[pand 2]”) te Den Haag behoorden tot 2000 in eigendom toe aan een rechtsvoorgangster van PostNL (of een aan haar gelieerde vennootschap).

2.2.

In 2000 heeft PostNL beide panden aan de [adres] verkocht aan [bedrijf] PostNL bleef het pand “[pand 1]” als huurder gebruiken. Het pand “[pand 2]” is op enig moment verkocht aan de (aan [bedrijf] gelieerde) vennootschap [bedrijf 2] (hierna: [bedrijf 2]).

2.3.

In het pand “[pand 1]” bevindt zich een cv-installatie. In het pand “[pand 2]” bevindt zich een koeling. PostNL maakte gebruik van de koeling die stond opgesteld in “[pand 2]” en [bedrijf 2] maakte op haar beurt gebruik van de cv-installatie die stond opgesteld in het pand “[pand 1]”. De verbruiksmeters van beide installaties (warmte en koeling) bevonden zich in de ondergrondse doorloop tussen de beide panden.

2.4.

Het technisch beheer in het pand “[pand 2]” werd verzorgd door [bedrijf 3] (hierna: [bedrijf 3]). [naam 1] (in dienst bij [bedrijf 3]) was de huismeester (hierna: [naam 1]).

2.5.

In een door de vastgoedbeheerder van PostNL (DTZ Zadelhoff) opgestelde brief van 24 juli 2006 zijn de door PostNL en [bedrijf 2] gemaakte afspraken over de onderlinge kostenverrekening voor de levering van warmte en koele lucht vastgelegd.

In deze brief is, voor zover van belang, het volgende opgenomen:

“(…)

Tevens is afgesproken, dat de verbruiksmeters iedere maand worden opgenomen door [naam 1] van [bedrijf 3] en de Handyman van TGP Post (…).

Deze afspraken gelden voor onbepaalde tijd, zolang TPG Post huurder is van (een deel van) het gebouw “[adres]”. Wij gaan er daarbij van uit dat [bedrijf 3] als eigenaar van het gebouw, bij een eventuele verkoop daarvan, de nieuwe eigenaar van deze afspraken op de hoogte stelt.

(…)”.

2.6.

Op 2 augustus 2007 is Bewaarder The Globe eigenaar geworden van het pand “[pand 2]”. Het technisch beheer van het pand bleef ook na de eigendomsoverdracht in handen van [bedrijf 3] (in de persoon van [naam 1]). Beheerder van het pand werd vanaf dat moment [bedrijf 4](hierna: [bedrijf 4]).

2.7.

In de tweede helft van 2008 heeft PostNL de facturen voor de verrekeningen over 2006 en 2007 aan [bedrijf 2] toegestuurd. Vervolgens heeft PostNL op 2 september 2008 creditfacturen voor deze facturen gestuurd aan [bedrijf 2] en nieuwe facturen voor dezelfde bedragen (met specificaties) aan Bewaarder The Globe ([bedrijf 5]). Deze laatste facturen (ten bedrage van in totaal € 104.060,61) heeft Bewaarder The Globe op 14 november 2008 betaald.

2.8.

PostNL heeft de huur voor het pand “[adres]” opgezegd per [datum] en heeft op die datum het pand ook verlaten.

2.9.

Eind 2011 is Bewaarder The Globe, althans [naam 2] van [bedrijf 4] (hierna: [naam 2]), begonnen met het opstellen van de verrekeningen van de warmte- en koelteleveringen over de periode 2008-2011. In een brief van 1 mei 2012 heeft [naam 2] aan PostNL (althans DTZ Zadelhoff) bevestigd dat hij akkoord gaat met de door DRZ Zadelhof opgestelde afrekeningen voor de energieverrekening over de periode 2008-2011. In deze brief heeft hij, voor zover van belang, verder het volgende geschreven:

“(…)

Bij het uitzoeken van bestaande afspraken en verrekeningen uit het verleden is echter gebleken dat Stichting Bewaarder The Globe, juridisch eigenaar van het gebouw, de volledige naheffing heeft betaald over 2006 en 2007. (…)

Feit is echter dat Stichting Bewaarder The Globe pas op 1 augustus 2007 het pand [pand 2] heeft gekocht van [bedrijf 2] ([bedrijf 3]). Stichting Bewaarder The Globe heeft derhalve ten onrechte een factuur ontvangen en betaald over de periode januari 2006 t/m juli 2007. (…)

Aangezien het bedrag (…) aan [bedrijf 2] gefactureerd had moeten worden dient dit bedrag in mindering te worden gebracht op de totale naheffing (…). Resteert een totale naheffing, na verrekening, van € 89.816,20. [exclusief btw, rb]

(…)”

2.10.

PostNL gaat niet met akkoord met deze verrekening.

2.11.

[bedrijf 2] is op 20 december 2012 in staat van faillissement verklaard.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

PostNL vordert – samengevat – veroordeling van Bewaarder The Globe tot betaling van € 104.060,61, vermeerderd met rente en kosten.

3.2.

PostNL legt aan haar vordering – kort gezegd – ten grondslag dat Bewaarder The Globe gehouden is de aan haar op 2 september 2008 toegezonden (en door haar betaalde) facturen voor de verrekeningen van de warmte- en koelteleveringen over 2006 en 2007 te voldoen en dat zij zich ten onrechte beroept op onverschuldigde betaling en verrekening. De facturen zijn immers op verzoek van [bedrijf 2] (in de persoon van [naam 1]) aan Bewaarder The Globe toegestuurd en vervolgens door haar prompt betaald.

3.3.

Bewaarder The Globe voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in (voorwaardelijke) reconventie

3.5.

Bewaarder The Globe vordert, voor het geval het beroep op verrekening in conventie niet slaagt, – samengevat – veroordeling van PostNL tot betaling van € 104.060,61, vermeerderd met rente en kosten.

3.6.

PostNL voert verweer.

3.7.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie

4.1.

Vaststaat dat Bewaarder The Globe pas begin augustus 2007 eigenaar is geworden van het pand “[pand 2]” en dat zij dus eerst vanaf die datum – als eigenaar van het pand en gebruiker van de in het door PostNL gehuurde pand “[adres]” aanwezige de cv-installatie – was gehouden de kosten van het gebruik van de cv-installatie (de warmteleveringen) voor haar rekening te nemen. Dit betekent dat een rechtsgrond ontbrak voor de betaling door Bewaarder The Globe van de aan haar door PostNL op 2 september 2008 toegestuurde facturen voor de verrekeningen van de warmte- en koelteleveringen over 2006 en (een deel van) 2007 en zij deze dus onverschuldigd heeft betaald.

4.2.

Naar de rechtbank begrijpt, stelt PostNL zich op het standpunt dat er wel een rechtsgrond was voor de betaling, althans dat zij er gerechtvaardigd op heeft mogen vertrouwen dat het de bedoeling was dat de facturen door Bewaarder The Globe zouden worden voldaan. [naam 1] heeft hier immers om verzocht en vervolgens zijn de facturen door Bewaarder The Globe ook prompt voldaan, aldus PostNL. Hierin wordt PostNL niet gevolgd. Als [naam 1] PostNL al heeft verzocht de facturen aan Bewaarder The Globe toe te sturen – hetgeen wordt betwist – heeft PostNL er niet op mogen vertrouwen dat dit een mededeling van of namens Bewaarder The Globe was. Dat [naam 1], zoals PostNL stelt, ruime bevoegdheden had, dat hij altijd de contactpersoon voor haar was waar het de verrekening betrof en dat de facturen voor [bedrijf 2] werden toegestuurd ter attentie van [naam 1], is daartoe onvoldoende. Niet gesteld of gebleken is immers dat [naam 1] op enige wijze aan Bewaarder The Globe was verbonden en haar mocht vertegenwoordigen. Dit vertrouwen heeft PostNL, zonder nadere toelichting die ontbreekt, niet met recht kunnen ontlenen aan de met [bedrijf 2] in de brief van 24 juli 2006 (zie hiervoor onder 2.5) gemaakte afspraken, nu Bewaarder The Globe daarbij geen partij was. Voorts stelt PostNL zelf dat [naam 1] namens [bedrijf 2] contact met haar heeft opgenomen met het verzoek de facturen op naam te stellen van Bewaarder The Globe en namens PostNL is ter comparitie bovendien bevestigd dat PostNL voordien nog nooit van Bewaarder The Globe had gehoord. PostNL heeft nog gesteld dat (zij dacht dat) tussen [bedrijf 2] en Bewaarder The Globe een concernrelatie bestond, maar deze aanname heeft zij niet nader onderbouwd en uit hetgeen ter comparitie naar voren is gekomen, blijkt dat hiervan geen sprake is. Het valt dan ook niet in te zien waarom Bewaarder The Globe gebonden zou zijn aan mededelingen gedaan door [naam 1] en/of hoe PostNL erop heeft kunnen vertrouwen dat deze mededeling (mede) namens Bewaarder The Globe werd gedaan. Er is met andere woorden geen sprake van feiten en omstandigheden op grond waarvan PostNL er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat [naam 1] (mede) namens Bewaarder The Globe optrad, die voor risico van Bewaarder The Globe komen en waaruit naar verkeersopvattingen de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid. Het enkele feit dat Bewaarder The Globe de facturen vervolgens – per abuis – heeft betaald, maakt dit niet anders, zelfs als deze betaling is geaccordeerd door diverse (bevoegde) personen binnen Bewaarder The Globe, zoals PostNL stelt.

4.3.

Ook het beroep van PostNL op rechtsverwerking moet falen. Het is vaste jurisprudentie dat enkel stilzitten onvoldoende is om rechtsverwerking aan te nemen. Tussen partijen is niet in geschil dat tussen 2008 en eind 2011 geen contact is geweest over de verrekeningen van de warmte- en koelteleveringen. Toen Bewaarder The Globe eind 2011 ontdekte dat zij de facturen over 2006 en 2007 ten onrechte (volledig) had betaald, heeft zij PostNL hiervan meteen op de hoogte gesteld. Andere omstandigheden dan de feitelijk betaling van de facturen door Bewaarder The Globe op grond waarvan zij erop mocht vertrouwen dat Bewaarder The Globe ook de bedoeling had deze te betalen en (dus) geen beroep kan doen op onverschuldigde betaling, heeft zij niet aangevoerd. Dit is onvoldoende voor een beroep op rechtsverwerking.

4.4.

Ook het beroep van PostNL op artikel 6:30 BW kan haar niet baten. Deze bepaling is alleen van toepassing als de betalende partij de facturen voor een ander heeft voldaan. Bewaarder The Globe heeft de facturen per abuis betaald. Zij is er pas achteraf achter gekomen dat zij niet gehouden was de facturen voor de verrekeningen van de warmte- en koelteleveringen over 2006 en 2007 te voldoen. PostNL heeft niets gesteld waaruit kan worden afgeleid (dat zij erop mocht vertrouwen) dat Bewaarder The Globe de bedoeling zou (kunnen) hebben gehad de facturen voor [bedrijf 2] te voldoen.

proceskosten

4.5.

PostNL zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Bewaarder The Globe worden begroot op:

- vastrecht € 3.715,00

- salaris advocaat 2.842,00 (2 punten × tarief € 1.421)

Totaal €  6.557,00

in (voorwaardelijke) reconventie

4.6.

Nu de vorderingen in conventie (geheel) worden afgewezen, is de voorwaarde waaronder de vorderingen zijn ingesteld niet vervuld, zodat deze geacht worden niet te zijn ingesteld.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt PostNL in de proceskosten aan de zijde van Bewaarder The Globe, tot op heden begroot op € 6.557,00,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Dudok van Heel en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2013.