Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:7857

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
30-10-2013
Datum publicatie
28-11-2013
Zaaknummer
HA EXPL 12-1616, HA EXPL 13-378
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verkoper woning maakt aanspraak op contractuele boete van 10% van de koopsom wegens niet-afnemen. Koper beroept zich op financieringsvoorbehoud en roept in vrijwaring zijn hypotheekadviseur op. Koop rechtsgeldig ontbonden? Inspanningsverplichting koper bij het verkrijgen van financiering; hoogte aangevraagd bedrag; documentatie van ontbindingsbrief.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

Zaak- en rolnummers: 1400480 \ HA EXPL 12-1616 (hoofdzaak) en

1421131 \ HA EXPL 13-378 (vrijwaringszaak)

Uitspraak: 30 oktober 2013

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van:

1.

[eiser 1],

2.

[eiser 2],

3.

[eiser 3],

allen wonende te [woonplaats],

eisers,

procederend in persoon,

t e g e n

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

gemachtigde mr. M.P. Middendorf,

en in de vrijwaringszaak van

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

eiser in de vrijwaringszaak,

gemachtigde mr. M.P. Middendorf,

t e g e n

1.

de vennootschap onder firma

[bedrijf 1],

2.

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[bedrijf 2],

3.

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[bedrijf 3],

alle gevestigd te [vestigingsplaats],

gedaagden in de vrijwaringszaak,

gemachtigde mr. N.F. Klein Nagelvoort.

Partijen zullen hierna [eisers], [gedaagde/eiser] en [bedrijf 1] worden genoemd.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure in de hoofdzaak blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 28 november 2012, met producties,

  • -

    de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring van de zijde van [gedaagde/eiser], met productie,

  • -

    de incidentele conclusie van antwoord van de zijde van [eisers],

  • -

    het tussenvonnis van 6 maart 2013, waarbij [gedaagde/eiser] is toegestaan [bedrijf 1] in vrijwaring op te roepen,

  • -

    de conclusie van antwoord, met productie,

  • -

    het tussenvonnis van 17 april 2013, waarbij een comparitie van partijen is gelast,

  • -

    het proces-verbaal van de op 4 september 2013 gehouden comparitie van partijen in de hoofdzaak en in de vrijwaringszaak, met de daarin genoemde stukken.

Het verloop van de procedure in de vrijwaringszaak blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 25 maart 2013, met producties,

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties,

  • -

    het tussenvonnis van 15 mei 2013, waarbij een comparitie van partijen is gelast,

  • -

    het proces-verbaal van de op 4 september 2013 gehouden comparitie van partijen in de hoofdzaak en in de vrijwaringszaak.

Ten slotte is in beide procedures vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten en omstandigheden in de hoofdzaak en in de vrijwaringszaak

1.

Bij koopakte van 18 april 2012 heeft [eisers] aan [gedaagde/eiser] de woning aan [straatnaam] verkocht voor een koopsom van € 149.000,-. Levering zou plaatsvinden op 15 juni 2012.

2.

In de koopakte staan, voor zover hier van belang, de volgende bepalingen.

“Artikel 10 Ingebrekestelling, ontbinding

10.1 Indien één van de partijen, na in gebreke te zijn gesteld, gedurende acht dagen nalatig is of blijft in de nakoming van één of meer van haar uit deze overeenkomst voortvloeiende verplichtingen, kan de wederpartij van de nalatige deze overeenkomst zonder rechterlijke tussenkomst ontbinden door middel van een schriftelijke verklaring aan de nalatige.

10.2 Ontbinding op grond van tekortkoming is slechts mogelijk na voorafgaande ingebrekestelling. Bij ontbinding van de overeenkomst op grond van toerekenbare tekortkoming zal de nalatige partij ten behoeve van de wederpartij een zonder rechterlijke tussenkomst terstond opeisbare boete van € 14.900,- (…) verbeuren, onverminderd het recht op aanvullende schadevergoeding en vergoeding van kosten van verhaal.

10.3 Indien de wederpartij geen gebruik maakt van zijn recht de overeenkomst te ontbinden en nakoming verlangt, zal de nalatige partij te behoeve van de wederpartij na afloop van de in 10.1 vermelde termijn van acht dagen voor elke sedertdien verstreken dag tot aan de dag van nakoming een onmiddellijk opeisbare boete verschuldigd zijn van drie promille van de koopprijs (…). Indien de wederpartij na verloop van tijd de overeenkomst alsnog ontbindt dan zal deze boete verschuldigd zijn voor elke na afloop van de in 10.1 vermelde termijn van acht dagen verstreken dag tot aan de dag waarop de overeenkomst ontbonden is.”

(…)

Art 16 Ontbindende voorwaarden

16.1. Deze overeenkomst kan door koper worden ontbonden indien uiterlijk:

(…)

b. op 18 mei 2012 koper voor de financiering van de onroerende zaak voor een bedrag van: koopsom + kosten koper geen hypothecaire geldlening of het aanbod daartoe van een erkende geldverstrekkende instelling heeft verkregen (…)

16.3 Partijen verplichten zich over en weer al het redelijk mogelijke te doen teneinde de hierboven bedoelde (…) financiering (…) te verkrijgen.

De partij die de ontbinding inroept dient er zorg voor te dragen, dat de mededeling dat de ontbinding wordt ingeroepen, uiterlijk op de 1e werkdag na de datum waarvan in de betreffende ontbindende voorwaarde sprake is door de wederpartij of diens makelaar is ontvangen.

Deze mededeling dient goed gedocumenteerd te geschieden bij “aangetekende brief met bericht handtekening retour” of “telefaxbericht met verzendbevestiging”. Alsdan zijn beide partijen van deze overeenkomst bevrijd. (…)”

3.

[gedaagde/eiser] heeft zich voor de financiering van de koop gewend tot [bedrijf 1]. [bedrijf 1] heeft vervolgens voor [gedaagde/eiser] een aanvraag voor een hypotheek ingediend bij ABN AMRO. Deze aanvraag had betrekking op een bedrag van € 162.000,-.

4.

Bij brief van 20 april 2012 heeft ABN AMRO aan [bedrijf 1] het volgende geschreven:

“ Wij hebben uw aanvraag voor een hypotheek voor [gedaagde/eiser] voor de woning [straatnaam] ontvangen.

Wij hebben uw aanvraag beoordeeld. Hiermee bevestigen wij dat wij de aanvraag voor een hypotheek afwijzen. Wij vinden het niet verantwoord de lening aan uw klant aan te bieden.”

5.

[bedrijf 1] heeft vervolgens een zelfde aanvraag ingediend bij Syntrus Achmea Hypotheken (hierna: Syntrus). Bij e-mail van 2 mei 2012 heeft Syntrus aan [bedrijf 1] het volgende laten weten:

“ Hiermee delen wij u mede dat Syntrus Achmea de hypotheekaanvraag voor [gedaagde/eiser] niet zal uitbrengen. Bij de beoordeling van de ingestuurde cijfers is het negatief eigen vermogen de hoofdreden van het afwijzen van deze aanvraag.”

6.

Daarop heeft [gedaagde/eiser] diezelfde middag een e-mail gestuurd aan de makelaar van [eisers], waarin hij het volgende heeft geschreven:

“ Helaas kan de koop van [straatnaam] niet doorgaan,

In de bijlage zit de afwijzing van ABN en onder aan deze mail de afwijzing van Achmea.

Graag zou ik wel een schriftelijke bevestiging krijgen dat de koop ontbonden is. (…)”

7.

Bij e-mail van 10 mei 2012 heeft de makelaar van [eisers], voor zover hier van belang, als volgt gereageerd.

“ In artikel 16.1.b zijn partijen overeegekomen dat de koopovereenkomst door koper ontbinden kan worden bij het niet verkrijgen van een finanaciering van de koopsom + kosten koper. Uit de afwijzingenen van de geldverstrekkers blijkt echter niet dat deze betrekking hebben op een financieringsaanvraag koopsom + kosten koper.

Mijn opdrachtgevers stellen zich dan ook op het standpunt dat zij op dit moment nog een koopovereenkomst met u hebben daar deze niet op een correcte manier is ontbonden. (…)

Indien u correcte afwijzingen heeft ontvangen wilt u mij deze dan doen toekomen zoals omschreven in artikel 16.3 van de door u getekende koopovereenkomst. Verder wil ik u er nog op wijzen dat de ontbindende voorwaarde voor de financiering, genoemd in de koopovereenkomst, verlopen op 18 mei 2012. U dient als kopende partij voldoende inspanning te verrichten ter verkrijging van uw financiering.”

8.

Bij aangetekende brief van 11 mei 2012 heeft [gedaagde/eiser] aan [eisers] laten weten de koop van de woning op grond van artikel 16 van de koopakte te ontbinden, onder toezending van nieuwe berichten van ABN AMRO en Syntrus. Het bijgesloten bericht van Syntrus is een brief van 9 mei 2012 aan [bedrijf 1], waarin is geschreven:

“ Hierbij delen wij u nogmaals mede dat Syntrus Achmea de hypotheekaanvraag voor [gedaagde/eiser] niet zal uitbrengen. Bij de beoordeling van de ingestuurde cijfers is het negatief eigen vermogen de hoofdreden van het afwijzen van deze aanvraag. Onafhankelijk van de hoogte van de gevraagde hoofdsom is deze beslissing genomen.”

Het bijgesloten bericht van ABN AMRO is een e-mail van 11 mei 2012 aan [bedrijf 1], waarin is geschreven:

“ Zoals telefonisch besproken is de gevraagde hoofdsom niet haalbaar. De maximale verstrekking is € 144.418,00

Bijgesloten vind u de afwijsbrief.”

De bij de e-mail gevoegde afwijsbrief is een brief van 11 mei 2012 met dezelfde tekst als de eerdere afwijsbrief van 20 april 2012 (zie hiervoor onder 4).

9.

Bij brief van 31 mei 2012 heeft de advocaat van [eisers] aan [gedaagde/eiser] laten weten dat [eisers] het beroep op de ontbindende voorwaarde niet aanvaardt en [gedaagde/eiser] gesommeerd om de koopovereenkomst gestand te doen en de woning uiterlijk binnen acht dagen af te nemen onder betaling van de overeengekomen koopsom.

10.

Op 14 juni 2012 heeft de rechtsbijstandverlener van [gedaagde/eiser] op deze brief gereageerd en zich verweerd tegen het standpunt van [eisers] Tevens is in deze brief bijgesloten een hypotheekaanvraagformulier van 8 mei 2012 voor een bedrag van € 158.000,-, welk formulier volgens de brief is gebruikt voor zowel de aanvraag bij ABN AMRO als bij Syntrus.

11.

Bij brief van 20 juni 2012 heeft de advocaat van [eisers] laten weten dat [eisers] de koopovereenkomst ontbindt en aanspraak maakt op betaling van de contractuele boete van € 14.900,- binnen 8 dagen.

12.

[gedaagde/eiser] heeft aan deze sommatie geen gehoor gegeven.

Vordering en verweer in de hoofdzaak

13.

[eisers] vordert dat [gedaagde/eiser] bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis zal worden veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 14.900,-, te vermeerderen met 3 promille van de koopprijs per dag vanaf 26 mei 2012, met de wettelijke rente vanaf 26 mei 2012, en met de buitengerechtelijke kosten, met veroordeling van [gedaagde/eiser] in de kosten van dit geding.

14.

[eisers] legt aan deze vordering ten grondslag dat [gedaagde/eiser] is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit hoofde van de koopovereenkomst. [gedaagde/eiser] heeft de koop niet rechtsgeldig ontbonden. Hij is daarom een contractuele boete van 10% van de koopprijs verschuldigd, evenals een boete van 3 promille per dag voor iedere dag dat nakoming is uitgebleven, aldus [eisers]

15.

[gedaagde/eiser] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

Vordering en verweer in de vrijwaringszaak

16.

[gedaagde/eiser] vordert dat [bedrijf 1] bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis zal worden veroordeeld tot betaling aan [gedaagde/eiser] van al hetgeen waartoe [gedaagde/eiser] in de hoofdzaak mocht worden veroordeeld, met veroordeling van [bedrijf 1] in de kosten van het geding, de nakosten daaronder begrepen en te vermeerderen met de wettelijke rente.

17.

[gedaagde/eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat voor zover in de hoofdzaak wordt geoordeeld dat [gedaagde/eiser] jegens [eisers] is tekortgeschoten, vastgesteld moet worden dat [bedrijf 1] jegens [gedaagde/eiser] is tekortgeschoten in de nakoming van haar opdracht tot advies en bemiddeling inzake de financiering. [bedrijf 1] zal daarom de nadelige gevolgen van een eventuele veroordeling in de hoofdzaak moeten dragen, aldus [gedaagde/eiser].

18.

[bedrijf 1] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

Beoordeling in de hoofdzaak

19.

In geschil is of [gedaagde/eiser] de koopovereenkomst rechtsgeldig heeft ontbonden door een beroep te doen op de ontbindende voorwaarde genoemd in artikel 16 lid 1 onder b van de koopakte.

20.

[eisers] stelt dat [gedaagde/eiser] niet heeft voldaan aan de verplichtingen die op grond van artikel 16 lid 3 van de koopakte voor een geslaagd beroep op de ontbindende voorwaarde zijn geformuleerd. Volgens [eisers] is [gedaagde/eiser] tekortgeschoten in zijn inspanningsverplichting om financiering te verkrijgen. De hypotheekaanvragen van [gedaagde/eiser] hadden betrekking op een te hoog bedrag en [gedaagde/eiser] had in de hem beschikbare tijd meer moeten ondernemen. Daarnaast heeft [gedaagde/eiser] zijn beroep op de ontbindende voorwaarde niet goed gedocumenteerd, aldus [eisers]

Inspanningsverplichting

21.

Op grond van artikel 16 van de koopakte mocht [gedaagde/eiser] de koopovereenkomst ontbinden als hij er niet in zou slagen een hypothecaire geldlening te verkrijgen voor een bedrag gelijk aan de koopsom plus kosten koper. Daarbij was [gedaagde/eiser] verplicht al het redelijk mogelijke te doen om financiering te verkrijgen.

22.

[gedaagde/eiser] erkent dat zijn eerste hypotheekaanvragen bij ABN AMRO en Syntrus betrekking hadden op een hoger bedrag dan alleen de koopsom en de kosten koper. Volgens [gedaagde/eiser] was in het aangevraagde bedrag van € 162.000,- een bedrag van € 4.000,- opgenomen voor verbouwingskosten.

23.

Na afwijzing van deze aanvragen, heeft [gedaagde/eiser] een tweede aanvraag bij beide geldverstrekkers gedaan, ditmaal voor een bedrag van € 158.000,-. [eisers] heeft deze aanvraag niet betwist. Weliswaar heeft [eisers] gesteld dat de tweede aanvraag bij Syntrus niet schriftelijk is gedaan, maar een schriftelijke aanvraag is op grond van de koopakte niet vereist, zodat de vorm waarin de aanvraag is gedaan verder in het midden kan blijven.

24.

Volgens [gedaagde/eiser] is het bedrag van € 158.000,- gelijk aan de koopsom plus kosten koper. Ter onderbouwing heeft [gedaagde/eiser] een overzicht in het geding gebracht van [bedrijf 1] getiteld “aankoopkosten voor een bestaande woning”. In dit overzicht zijn behalve de overdrachtsbelasting en de notariskosten voor de leveringsakte ook de kosten in verband met de hypotheek opgenomen (notariskosten hypotheekakte, taxatiekosten, hypotheekadvieskosten en kosten Nationale Hypotheekgarantie), tot een bedrag van in totaal € 158.651,-. [eisers] stelt dat dit bedrag nog altijd te hoog is. Volgens [eisers] worden onder kosten koper slechts verstaan de overdrachtsbelasting, de notariskosten voor de leveringsakte en de kosten van het Kadaster. Ter onderbouwing heeft [eisers] een uitdraai van een begrippenlijst van de website van de NVM overgelegd. Volgens [eisers] had [gedaagde/eiser] een hypotheekaanvraag voor maximaal € 152.430,44 moeten doen.

25.

De kantonrechter overweegt als volgt. Partijen hebben geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid in artikel 16 van de koopakte een concreet bedrag te noemen waarop de hypotheekaanvraag betrekking zou moeten hebben. In plaats daarvan is volstaan

met de omschrijving “koopsom + kosten koper”. De term “kosten koper” is in de koopakte niet nader gedefinieerd. Evenmin is het een wettelijk begrip. In het algemeen spraakgebruik wordt de term “kosten koper” gebruikt om bij de vraagprijs van een woning aan te duiden dat de verschuldigde overdrachtsbelasting, de kosten van de notaris voor het opmaken van de leveringsakte en de kosten van het Kadaster voor de inschrijving van de leveringsakte niet bij de prijs zijn inbegrepen en voor rekening van de koper komen. De kosten in verband met de financiering van de koop (kosten van de notaris voor het opmaken van de hypotheekakte, taxatiekosten, etc.) worden naar algemeen spraakgebruik niet onder het begrip “kosten koper” geschaard, nu voor zich spreekt dat deze kosten niet bij de koopprijs zijn inbegrepen. Niettemin zijn dit eveneens kosten die de koper van een woning heeft te maken en waarvan gebruikelijk is dat deze in de hypotheek worden meegefinancierd. Tegen deze achtergrond is de kantonrechter van oordeel dat [gedaagde/eiser] bij de interpretatie van artikel 16 van de koopakte niet hoefde uit te gaan van de beperkte betekenis van het begrip “kosten koper” zoals gangbaar bij de aanduiding van een vraagprijs of koopprijs, maar dat hij erop mocht vertrouwen dat hij, zoals bij de financiering van een woning gebruikelijk is, ook de hypotheekkosten zou kunnen meefinancieren en dat als hij daarin niet zou slagen hij de koop op grond van de ontbindende voorwaarde van artikel 16 zou mogen ontbinden.

26.

Het voorgaande brengt mee dat het standpunt van [eisers] dat [gedaagde/eiser] zijn inspanningsverplichting heeft geschonden door een te hoog bedrag aan te vragen niet slaagt.

27.

[eisers] stelt voorts dat [gedaagde/eiser] in de beschikbare tijd te weinig heeft ondernomen ter verkrijging van financiering. Daartoe voert [eisers] aan dat [gedaagde/eiser] al op 20 april 2012, dus nog binnen de wettelijke bedenktijd, een afwijzing van ABN AMRO ontving. Nu [gedaagde/eiser] de koop niet binnen de bedenktijd heeft ontbonden telt deze afwijzing volgens [eisers] niet mee. In de daarop volgende periode van 24 april tot 18 mei 2012 heeft [gedaagde/eiser] slechts één afwijzing overgelegd van Syntrus. [gedaagde/eiser] heeft bovendien nagelaten zich nog tot een andere hypotheekadviseur te wenden dan [bedrijf 1], aldus [eisers]

28.

De kantonrechter stelt voorop dat in het algemeen wordt aangenomen dat een koper zich voldoende heeft ingespannen ter verkrijging van financiering als blijkt dat hij twee financieringsaanvragen heeft gedaan bij geldverstrekkende instanties en beide aanvragen zijn afgewezen. In het onderhavige geval heeft [gedaagde/eiser] via [bedrijf 1] aanvragen ingediend bij ABN AMRO en bij Syntrus. Beide aanvragen zijn afgewezen.

29.

Anders dan [eisers] stelt maakt het feit dat [gedaagde/eiser] al binnen de wettelijke bedenktijd een afwijzing van ABN AMRO ontving niet dat deze afwijzing “niet meetelt”. Uit de koopakte noch uit enige andere rechtsbron blijkt een dergelijke regel. Evenmin bestond onder deze omstandigheden een verplichting voor [gedaagde/eiser] om reeds binnen de bedenktijd te ontbinden. Het stond [gedaagde/eiser] vrij om te proberen bij een andere geldverstrekker alsnog financiering voor de koop te verkrijgen. Bovendien gaat het standpunt van [eisers] eraan voorbij dat de ontbindingsbrief van 11 mei 2012 niet is gebaseerd op de afwijzing van ABN AMRO van 20 april 2012 maar op de (latere aanvragen en de daaropvolgende) afwijzingen van 9 en 11 mei 2012.

30.

De kantonrechter ziet geen grond voor het oordeel dat van [gedaagde/eiser] in dit geval meer verwacht had mogen worden dan het doen van twee financieringsaanvragen. Anders dan [eisers] lijkt te stellen, reikt de inspanningsverplichting van de koper niet zover dat hij zich vanaf de koop tot aan de uiterste termijn voor het inroepen van de ontbinding onafgebroken moet blijven inzetten om financiering te verkrijgen. Als binnen de genoemde periode op enig moment blijkt dat de benodigde financiering niet haalbaar is, welk moment over het algemeen is bereikt indien twee banken de aanvraag hebben afgewezen, hoeft de koper niet tegen beter weten in zijn inspanningen voort te zetten. In dit kader neemt de kantonrechter in aanmerking dat [gedaagde/eiser] ter zitting heeft verklaard dat hij zijn hypotheekadviseur nog heeft gevraagd of er andere banken benaderd konden worden maar dat deze zei dat dat niet zou werken. Van [gedaagde/eiser] hoefde niet te worden verwacht dat hij na deze mededeling en de twee afwijzingen via [bedrijf 1], op zoek ging naar een andere hypotheekadviseur voor het indienen van aanvragen.

31.

De kantonrechter is dan ook van oordeel dat [gedaagde/eiser] heeft voldaan aan zijn inspanningsverplichting door via [bedrijf 1] twee aanvragen voor een hypothecaire lening ten bedrage van € 158.000,- in te dienen.

Ontbindingsbrief

32.

In de tweede plaats stelt [eisers] dat [gedaagde/eiser] zijn beroep op de ontbindende voorwaarde onvoldoende heeft gedocumenteerd. Weliswaar zaten bij de brief van 11 mei 2012 twee afwijzingsbrieven maar uit deze afwijzingen bleek niet voor welk bedrag een aanvraag was gedaan. Ook ontbrak een kopie van de betreffende aanvragen, aldus [eisers]

33.

Artikel 16 lid 3 van de koopakte bepaalt dat de mededeling dat de ontbinding wordt ingeroepen “goed gedocumenteerd” dient te geschieden. Bij de invulling van dit vereiste gaat het erom dat de partij jegens wie de ontbinding wordt ingeroepen zich een beeld kan vormen of er terecht een beroep op de ontbindende voorwaarde wordt gedaan.

34.

De kantonrechter stelt met [eisers] vast dat noch uit de afwijzingsbrief van ABN AMRO van 11 mei 2012 noch uit de begeleidende e-mail van dezelfde datum blijkt voor welk bedrag de aanvraag was gedaan. Uit de tekst van de e-mail blijkt echter wel dat ABN AMRO niet bereid was meer dan € 144.418,- te verstrekken. Voor [eisers] moest daarmee duidelijk zijn dat [gedaagde/eiser] de benodigde financiering bij ABN AMRO niet kon verkrijgen.

35.

In de afwijzingsbrief van Syntrus van 9 mei 2012 staat evenmin het bedrag van de aanvraag vermeld. Blijkens de tekst van deze brief was voor Syntrus het aangevraagde bedrag echter niet relevant. Immers, Syntrus stelt in de brief dat zij de aanvraag afwijst vanwege het negatief eigen vermogen van [gedaagde/eiser] en dat de beslissing tot afwijzing is genomen “onafhankelijk van de hoogte van de gevraagde hoofdsom”. [eisers] kon uit deze brief dan ook opmaken dat Syntrus in geen geval bereid was een hypothecaire geldlening aan [gedaagde/eiser] te verstrekken.

36.

Gezien het voorgaande, is de kantonrechter van oordeel dat [eisers] zich op basis van de door [gedaagde/eiser] toegezonden afwijzingsbrieven voldoende een beeld heeft kunnen vormen van het feit dat ABN AMRO en Syntrus niet bereid waren het benodigde bedrag te financieren. De kantonrechter acht de brief van [gedaagde/eiser] van 11 mei 2012 dan ook voldoende gedocumenteerd.

Conclusie

37.

De conclusie van het voorgaande luidt dat [gedaagde/eiser] op goede gronden en op juiste wijze een beroep heeft gedaan op de ontbindende voorwaarde van artikel 16 lid 1 onder b van de koopakte. Daarmee is de koop rechtsgeldig ontbonden en is [gedaagde/eiser] geen contractuele boete verschuldigd geworden. De vorderingen van [eisers] zullen worden afgewezen.

38.

Bij deze uitkomst van de procedure wordt [eisers] als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde/eiser] tot op heden begroot op € 600,- (2 punten × tarief € 300,-).

Beoordeling in de vrijwaringszaak

39.

De afwijzing van de vordering van [eisers] in de hoofdzaak brengt mee dat de vordering van [gedaagde/eiser] in de vrijwaringszaak eveneens dient te worden afgewezen. Er is immers niets waartoe [gedaagde/eiser] in de hoofdzaak wordt veroordeeld.

40.

[gedaagde/eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van de vrijwaringszaak worden veroordeeld, aan de zijde van [bedrijf 1] tot op heden begroot op € 600,- (2 punten × tarief € 300,-).

BESLISSING

De kantonrechter:

in de hoofdzaak

wijst het gevorderde af;

veroordeelt [eisers] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde/eiser] tot op heden begroot op € 600,-;

verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in de vrijwaringszaak

wijst het gevorderde af;

veroordeelt [gedaagde/eiser] in de proceskosten, aan de zijde van [bedrijf 1] tot op heden begroot op € 600,-;

verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. T.T. Hylkema, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 oktober 2013 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter