Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:7705

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
04-12-2013
Datum publicatie
27-12-2013
Zaaknummer
C-13-546377 - HA ZA 13-784
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

contractspartij bij overeenkomst

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/546377 / HA ZA 13-784

Vonnis van 4 december 2013

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Rond Consulting B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

eiseres,

gemachtigde mr. S.D. van de Kant,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Magnus Technology Consultants B.V.,

gevestigd te Naarden,

gedaagde.

Partijen zullen hierna Rond en Magnus worden genoemd.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 3 juli 2013, met de daarin genoemde processtukken en/of proceshandelingen,

- het proces-verbaal van de op 11 oktober 2013 gehouden voortzetting van de comparitie van partijen.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Rond is een consulting bureau dat is gericht op het ontwikkelen van oplossingen

voor het sturen van de commerciële en financiële processen in bedrijven.

2.2.

Magnus ondersteunt bedrijven bij ICT vraagstukken. In 2011 heeft Magnus de

onderneming [bedrijf] overgenomen. Alleen de administratieve werkzaamheden van

beide vennootschappen werden gezamenlijk vanuit het kantooradres van Magnus in Naarden verricht.

2.3.

Partijen hebben in 2011 onderhandeld over het inhuren van IT-specialist [IT-specialist] (hierna: [IT-specialist]), voorheen werkzaam bij [bedrijf], door Rond aan

Magnus voor bij de NS te verrichten werkzaamheden. In een e-mail van 27 september 2011 aan Rond heeft [naam 1], [functie] van Magnus, vanaf [e-mailadres] Magnus genoemd als contractspartij van Rond.

2.4.

Rond heeft op 2 november 2011 een overeenkomst gesloten met [contractnummer]

[contractnummer] met betrekking tot het ter beschikking stellen van [IT-specialist]

(hierna: de overeenkomst). De aanhef van de overeenkomst luidt: ‘Magnus/[bedrijf]’

De overeenkomst is ondertekend door [naam 1] namens Magnus/[bedrijf]

2.5.

Na verzending van de eerste factuur met betrekking tot de overeenkomst is de

tenaamstelling op de volgende (twee) facturen op verzoek van [bedrijf] gewijzigd van

Magnus in [bedrijf] Die facturen zijn door [bedrijf] betaald.

De factuur van € 17.183,60 van 1 november 2011, waarvan thans betaling wordt

gevorderd, is tot op heden niet voldaan.

2.6.

[bedrijf] is op 15 mei 2012 gefailleerd.

3 Het geschil

3.1.

Rond vordert kort weergegeven bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van Magnus tot betaling van € 17.183,60, te vermeerderen met rente en kosten.

3.2.

Rond stelt daartoe samengevat dat Magnus haar contractspartij is. Dit blijkt uit de aanhef van de overeenkomst Magnus/[bedrijf], uit de opmaak van de overeenkomst in de huisstijl van Magnus, uit het contractnummer met de letters [contractnummer] op de overeenkomst, uit de ondertekening van de overeenkomst namens Magnus/[bedrijf] en uit het feit dat de bijgevoegde voorwaarden de voorwaarden van Magnus zijn.

3.3.

Magnus voert samengevat aan dat [bedrijf] de contractspartij van Rond is. Dit blijkt uit de wijziging van de tenaamstelling van de facturen in [bedrijf] en uit de betaling van twee facturen door [bedrijf] De naamsvermelding in de overeenkomst kan niet tot de conclusie leiden dat Magnus gebonden zou zijn aan de overeenkomst, ook omdat er meerdere Magnus-vennootschappen in Naarden zijn gevestigd.

3.4.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Tussen partijen is in geschil wie de contractspartij van Rond is. Volgens Rond heeft zij gecontracteerd met Magnus. Volgens Magnus is niet zij maar [bedrijf] de contractspartij van Rond.

4.2.

Vooropgesteld wordt dat in de aanhef van de overeenkomst

‘Magnus/[bedrijf]’ als contractspartij van Rond wordt aangeduid en dat de overeenkomst is ondertekend door [naam 1] namens ‘Magnus/[bedrijf]’ Naar het oordeel van de rechtbank heeft de naamsduiding in de overeenkomst te gelden als een belangrijke

indicatie wie als contractspartijen hebben te gelden. Voornoemde vermelding kan niet anders worden uitgelegd dan dat Magnus en/of [bedrijf] partij is bij de overeenkomst. Verder wordt in de hiervoor onder 2.3. genoemde brief ook steeds Magnus genoemd als aanduiding van de wederpartij van Rond bij de overeenkomst. Het voorgaande brengt mee dat Magnus in ieder geval mede als contractspartij van Rond heeft te gelden.

De omstandigheid dat, zoals Magnus aanvoert, de tenaamstelling van de facturering is gewijzigd van Magnus in [bedrijf], maakt, wat daarvan ook zij, niet opeens alleen [bedrijf] tot contractspartij van Rond.

Ook de betaling door [bedrijf] van twee facturen maakt, anders dan Magnus aanvoert, het voorgaande niet anders. Nakoming van een overeenkomst kan immers ook door een derde plaatsvinden.

Het verweer van Magnus met betrekking tot de Magnus-vennootschappen slaagt evenmin. In een dergelijke situatie ligt het op de weg van Magnus om aan Rond duidelijk te maken welke van de Magnus-vennootschappen de contractspartij van Rond bij de overeenkomst is. Dit heeft Magnus nagelaten. Magnus heeft geen enkel aanknopingspunt gegeven op grond waarvan moet worden geconcludeerd dat één van de andere Magnus-vennootschappen de contractspartij van Rond is. Het voorgaande brengt naar het oordeel van de rechtbank mee dat Rond er redelijkerwijs op mocht vertrouwen dat de Magnus-vennootschap met wie zij eerder heeft samengewerkt, te weten Magnus, haar contractspartij bij de overeenkomst is.

4.3.

Op grond van het voorgaande zal de vordering tot betaling van € 17.183,60 worden toegewezen. De gevorderde rente is als niet bestreden eveneens toewijsbaar.

4.4.

De vordering tot betaling van buitengerechtelijke kosten zal worden afgewezen. Rond heeft die kosten niet gespecificeerd en nu een geding is gevolgd worden die kosten geacht betrekking te hebben op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling al een vergoeding pleegt in te sluiten.

4.5.

Magnus zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Rond worden begroot op:

- dagvaarding €  83,57

- griffierecht 589,00

- salaris advocaat 904,00 (2,0 punten × tarief € 452,00)

Totaal €  1.576,57

De gevorderde rente over de proceskosten zal worden toegewezen zoals hierna in de beslissing is vermeld.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

veroordeelt Magnus om aan Rond te betalen een bedrag van € 17.183,60 (zeventienduizendéénhonderddrieëntachtig euro en zestig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119a BW over het toegewezen bedrag vanaf de vervaldatum van de onderliggende factuur tot de dag van volledige betaling,

5.2.

veroordeelt Magnus in de proceskosten, aan de zijde van Rond tot op heden begroot op € 1.576,57, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. van der Veen en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2013.