Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:7609

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
25-10-2013
Datum publicatie
19-11-2013
Zaaknummer
551042 / KG RK 13-2097
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek onderhandse verkoop

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

/

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

Beschikking van 25 oktober 2013

in de zaak met nummers 551042 / KG RK 13-2097 MvW/RB ten verzoeke van

Coöperatieve Rabobank Noord-Gooiland U.A. en Rabohypotheekbank N.V. en ten laste van de hypotheekdebiteur, betreffende het registergoed plaatselijk bekend als

Tweede Jan Steenstraat 90-H te (1074 CS) Amsterdam, verder te noemen het pand.

Verloop van de procedure

Verzoeksters hebben op 27 september 2013 een verzoekschrift ex artikel 3:268 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek ingediend, welk verzoekschrift aan deze beschikking is gehecht.

Dit verzoek is behandeld ter zitting van 22 oktober 2013.

Ter zitting zijn verschenen:

  • -

    mr. A.A. al Khatib, advocaat, namens verzoeksters;

  • -

    mr. F. Stroucken, notaris;

  • -

    de hypotheekdebiteur;

  • -

    de (beoogde) koper;

  • -

    een bieder;

  • -

    een bieder;

  • -

    een bieder;

  • -

    een bieder.

Gronden van de beslissing

De hypotheekdebiteur heeft ter zitting aangevoerd dat het onderhandse bod te laag is. Hij heeft het pand zelf laten taxeren en de waarden liggen daarbij veel hoger. Hij verzoekt dan ook om de zaak aan te houden om zo een nieuwe taxatie te laten verrichten om zo te kunnen aantonen dat de waarden in het taxatierapport van verzoeksters te laag zijn.

De beoordeling

Ter zitting heeft een bieder te kennen gegeven een hoger bod te willen doen. Vervolgens hebben de ter zitting aanwezige (twee) gegadigden te kennen gegeven ook een hoger bod te willen doen. De beoogde koper wilde in dat geval eveneens een hoger bod doen. Verzoekster heeft vervolgens verzocht om die hogere biedingen te laten plaatsvinden en het pand te gunnen aan de hoogste bieder. Elk van de bieders heeft één bod gedaan. De beoogde koper heeft vervolgens meegedeeld hoger te willen bieden.

Een verzoek als het onderhavige is toewijsbaar als voldoende aannemelijk is gemaakt dat van de voorgestelde onderhandse verkoop een betere opbrengst is te verwachten dan van een openbare verkoop. Aan dit criterium is niet voldaan, omdat ter zitting is gebleken dat er in totaal vier partijen (waaronder de oorspronkelijke koper) een hoger bod dan € 246.123,00 wilden doen. Ter zitting is door de hypotheekdebiteur nog meegedeeld dat hij bekend zou zijn met nog een potentiele bieder om een bod uit te brengen op het pand.

Een openbare verkoop is in het onderhavige geval dan ook meer op zijn plaats.

Bij faxbericht van 22 oktober 2013 hebben verzoeksters verzocht om in de beschikking

18 november 2013 als de nieuwe datum van de openbare verkoop op te nemen. Dit verzoek acht de voorzieningenrechter redelijk

Er is geen aanleiding voor een kostenveroordeling.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

 wijst het verzoek af;

 bepaalt dat de (nieuwe) openbare verkoop van het pand zal plaatsvinden op maandag 18 november 2013 .

Deze beschikking is gegeven door mr. M. van Walraven, voorzieningenrechter, bijgestaan door R.D. van Bochove, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 25 oktober 2013.

Coll.: