Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:7447

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
12-11-2013
Datum publicatie
13-11-2013
Zaaknummer
526958
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Conservatoire maatregel
Rekestprocedure
Uitspraak na prejudiciële beslissing
Inhoudsindicatie

Bij beschikking van 1 november 2012 is onder meer voorlopig verlof verleend om conservatoir bewijsbeslag te leggen. Omdat het om een bewijsbeslag ging dat geen betrekking heeft op rechten van intellectuele eigendom en in de rechtspraak daarover verschillend werd geoordeeld, heeft de voorzieningenrechter bij beschikking van 4 december 2012 (ECLI:NL:RBAMS:2012:BY6220) prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft de in deze zaak gestelde prejudiciële vragen beantwoord (HR 13 september 2013, ECLI:HR:2013:BZ9958). De Hoge Raad heeft beslist dat conservatoir bewijsbeslag in niet-IE-zaken mogelijk is waarbij het verzoek aan de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit moet worden getoetst. Indien verlof wordt verleend, zal de voorzieningenrechter zodanige beperkingen moeten aanbrengen dat willekeurige inmenging en misbruik wordt voorkomen en schadelijke gevolgen voor de wederpartij of derden binnen redelijke grenzen blijven

Nadat partijen op de beslissing van de Hoge Raad hadden gereageerd beslist de voorzieningenrechter thans over de definitieve verlening van het beslagverlof. De op grond van de uitspraak van de Hoge Raad tegen definitieve verlofverlening ingebrachte bezwaren worden besproken. Het verlof wordt definitief verleend, met dien verstande dat de bescheiden waarop beslag mag worden gelegd nader worden beperkt teneinde een ‘fishing expedition’ te voorkomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rekestnummer: 526958 / KG RK 12-2482 HJ/CB

Beschikking van 12 november 2013

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MOLENBEEK INVEST B.V.,

gevestigd te Rijssen-Holten,

verzoekster,

advocaten mr. A.F. Noija en mr. L. Jie Sam Foek te Amsterdam,

tegen

1 [gerekwestreerde 1]

wonende te [woonplaats],

2.[gerekwestreerde 2][gerekwestreerde 2],

wonende te [woonplaats],

gerekwestreerden,

advocaat mr. E. Beekhuis te Amersfoort.

Partijen worden hierna Molenbeek, [gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2] genoemd.

1 De procedure

1.1.

Molenbeek heeft op 1 oktober 2012 een verzoekschrift tot het leggen van conservatoir verhaalsbeslag onder derden en op onroerende zaken (hierna: de verhaalsbeslagen) en beslag tot afgifte van roerende zaken ex artikel 730 juncto 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) met gerechtelijke bewaring (hierna: het bewijsbeslag) ten laste van [gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2] ingediend. De advocaat van Molenbeek is ter zitting van 3 oktober 2012 op het verzoek gehoord. Naar aanleiding van deze zitting heeft Molenbeek op 30 oktober 2012 een aangepast verzoekschrift ingediend. Het verlof tot het leggen van verhaalsbeslagen is op 1 november 2012 verleend, het verlof tot het leggen van bewijsbeslag is voorlopig verleend. In het beslagverlof zijn de vragen opgenomen die de voorzieningenrechter voornemens was aan de Hoge Raad te stellen. Partijen hebben de gelegenheid gekregen op het voornemen vragen te stellen en op de voorgenomen vragen te reageren.

1.2.

Het bewijsbeslag is gelegd op 6 november 2012. De voorzieningenrechter heeft op verzoek van Molenbeek de gestelde reactietermijn verlengd en heeft partijen in de gelegenheid gesteld ook nog te reageren op twee voorgenomen aanvullende vragen. [gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2] hebben op 19 november 2012 een akte genomen, Molenbeek op 26 november 2012 en [gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2] nogmaals op 3 december 2012. Molenbeek heeft bij haar akte ook de processen verbaal van de deurwaarder inzake de gelegde beslagen in het geding gebracht; [gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2] hebben bij hun laatste akte eveneens een proces-verbaal in het geding gebracht.

Bij beschikking van 4 december 2012 heeft de voorzieningenrechter zes prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad der Nederlanden (hierna: de Hoge Raad).

Bij prejudiciële beslissing van 13 september 2013 heeft de Hoge Raad de prejudiciële vragen van de voorzieningenrechter beantwoord.

Na daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld hebben partijen hierop bij aktes van

30 september 2013 gereageerd. Daarna zijn partijen in de gelegenheid gesteld om op elkaars reacties te reageren. Molenbeek heeft dit gedaan bij akte van 25 oktober 2013 en [gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2] bij akte van 28 oktober 2013.

2 Standpunt Molenbeek

2.1.

Molenbeek stelt zich op het standpunt dat de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad rechtvaardigt dat het voorlopig verleende beslagverlof nu definitief wordt verleend.

3 Standpunt [gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2] (en reactie op het standpunt van Molenbeek)

3.1.

[gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2] stellen zich op het standpunt dat het beslagverlof niet in stand kan blijven. Het bewijsbeslag is onrechtmatig gelegd omdat niet aan daaraan te stellen vereisten, zoals door de Hoge Raad geformuleerd, is voldaan. Het verlof kan dan ook niet definitief worden verleend en de in beslag genomen zaken dienen te worden vrijgegeven en aan [gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2] te worden geretourneerd.

3.2.

Volgens [gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2] is er - voor zover relevant - sprake van een fishing expedition. Er is in het verzoekschrift geen sprake van een “precieze omschrijving”, maar van een ongespecificeerd verzoek, zodat alle gegevensdragers, ook als niet aanstonds duidelijk is of deze wel van zakelijke aard zijn, kunnen worden gekopieerd of meegenomen, hetgeen ook is gebeurd. De inbeslagneming had het karakter van een politie-inval. [gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2] hebben dit als schokkend ervaren en ook is de huiszoeking in de buurten waar zij wonen niet onopgemerkt gebleven, met alle gevolgen van dien. De woningen van [gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2] zijn volledig doorzocht, zonder enige focus op specifieke bescheiden die voor de onderhavige procedure van belang zouden kunnen zijn. De zoektocht is niet alleen beperkt gebleven tot de door [gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2] aangewezen werkruimten en ruimten waar hun administratie is opgeslagen. Zelfs de slaapkamers van [gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2], de slaapkamers van de kinderen, aldaar aanwezige (kleding)kasten, badkamers en toiletten, alsmede de auto’s van [gerekwestreerde 1] en zijn echtgenote zijn aan een minutieus onderzoek onderworpen. Dit geldt ook voor de computers van de echtgenote van [gerekwestreerde 1]. Ook de op die computer aanwezige bestanden zijn gekopieerd, terwijl toch volstrekt duidelijk was dat die bestanden niets van doen hebben met het onderhavige geschil en niet kunnen worden gerangschikt onder de bestanden die Molenbeek in het beslagrekest heeft omschreven. Alleen de computer van de echtgenote van [gerekwestreerde 2] is op haar uitdrukkelijk verzoek niet gekopieerd, omdat zij deze nodig had voor de voorbereiding van een tentamen ten behoeve van haar bedrijf, dat zij op die betreffende middag diende af te leggen. Door de consternatie heeft zij dat tentamen niet gehaald.

Bij de huiszoekingen zijn werkelijk alle informatiedragers in beslag genomen, bijvoorbeeld ook honderden cd-roms en dvd’s met vakantiefoto’s, computers van de kinderen van [gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2], mobiele telefoons van betrokkenen, visitekaartjes van derden etc. Het betreft onmiskenbaar informatiedragers met foto’s van privéactiviteiten van [gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2] en hun gezinsleden. Op nagenoeg alle niet door middel van etiketten gespecificeerde informatiedragers is eveneens privé informatie of mogelijk bedrijfsgevoelige informatie, die niet in verband staat met onderhavig geschil, opgeslagen. Er is op geen enkele wijze gewaarborgd dat derden van deze informatie geen kennis kunnen nemen. Inbeslagneming vond vrijwel ongezien plaats. Ook memory-sticks werden meegenomen, waarbij niet eens werd gecontroleerd of er wel (relevante) informatie op stond. Bij [gerekwestreerde 2] is in geen enkel geval gecontroleerd of genoemde informatiedragers relevante informatie bevatten. Een en ander is een grove schending van de privacy van [gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2] en kan ook in zakelijk opzicht buitengewoon schadelijke gevolgen hebben voor [gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2]. Dat is in strijd met het in het arrest van de Hoge Raad omschreven uitgangspunt dat “het privéleven en het familie- en gezinsleven van degene onder wie het beslag wordt gelegd, zoveel mogelijk worden gerespecteerd”. De wijze van beslaglegging voldoet in geen enkel opzicht aan de door de Hoge Raad gedicteerde eisen van proportionaliteit en subsidiariteit.

3.3.

Blijkens het beslagrekest is het Molenbeek kennelijk met name te doen om e-mails van [gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2]. Molenbeek merkt immers op dat [gerekwestreerde 2] zou hebben gezegd dat hij “over ruim 16.000 e-mails beschikt”. Als er al een grond was voor honorering van het beslagrekest, betekent dit dat Molenbeek haar rekest op zijn minst had moeten beperken tot genoemde e-mails. Dit is met name van belang omdat de correspondentie tussen partijen, die een ander licht zou kunnen werpen op de haalbaarheid van de vorderingen van Molenbeek, voornamelijk per e-mail heeft plaatsgevonden. Onder deze omstandigheden gaat het te ver om het beslagrekest, waarin Molenbeek zelfs nog geen begin van een onderbouwing van haar standpunten levert, integraal te honoreren. Bovendien heeft de curator van Unify Group Holding B.V. de 16.000 e-mails al aan Molenbeek overhandigd, zodat Molenbeek geen belang meer heeft bij een definitief verlof.

3.4.

Ook twijfelen [gerekwestreerde 1] en Molenbeek aan de objectiviteit van de door Molenbeek ingeschakelde bewaarder 4 iTrust Integrity Services B.V. [gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2] sluiten niet uit dat 4 iTrust Integrity Services B.V. en Molenbeek zaken met elkaar doen dan wel dat er op enigerlei andere wijze sprake is van een belangenverstrengeling die tot gevolg zou kunnen hebben dat 4 iTrust Integrity Services B.V. de in beslag genomen informatie met Molenbeek deelt. Indien de voorzieningenrechter besluit om het verlof definitief te verlenen, wordt verzocht om een objectieve bewaarder te benoemen, aldus [gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2].

4 Reactie Molenbeek op het standpunt van [gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2]

4.1.

Volgens Molenbeek is er geen sprake van een fishing expedition. In het verzoekschrift staan duidelijke onderwerpen en zoektermen aangegeven, voor zover Molenbeek dit in dat stadium redelijkerwijs kon doen. Ondanks de aanwezigheid van een ambtenaar van politie, tevens hulpofficier van justitie, had de beslaglegging niet het karakter van een politie-inval. Omdat [gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2] niet vrijwillig informatie wilden verstrekken, heeft de deurwaarder alle ruimten betreden. De deurwaarder kon immers niet weten waar de gegevensdragers zich zouden kunnen bevinden. Daarnaast is het ook mogelijk dat [gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2] gebruik hebben gemaakt van de computers van hun echtgenoten of kinderen. Voor het verloop van de beslagleggingen wordt verwezen naar de door de deurwaarder opgemaakte processen-verbaal van 6 en 8 november 2012.

4.2.

Molenbeek wijst erop dat pas nadat op grond van artikel 843a Rv wordt geoordeeld dat zij een recht van inzage heeft, een selectie kan worden gemaakt. In het stadium van beslaglegging is Molenbeek daartoe niet gerechtigd. Eerder zal niemand kennis nemen van de beslagen informatie. De vertrouwelijkheid is voldoende gewaarborgd. Molenbeek zelf was niet aanwezig bij de beslaglegging en ten tijde van de beslaglegging zijn door niemand gegevensdragers ingezien. Aan de objectiviteit van de bewaarder hoeft niet te worden getwijfeld op de grond dat deze door Molenbeek is voorgesteld. 4-iTrust is een onafhankelijke en professionele bewaarder. Molenbeek doet geen zaken met haar en er is op geen enkele wijze sprake van een belangenverstrengeling.

4.3.

[gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2] hebben volgens Molenbeek slechts 14.000 e-mails aan de curator overhandigd. Molenbeek heeft niets ontvangen. Wel heeft de advocaat van Molenbeek de e-mails mogen inzien in een laptop ten kantore van de curator. Molenbeek heeft aan de curator verzocht om kopieën hiervan. De curator heeft dit verzoek voorgelegd aan de rechter-commissaris, maar hier is nog niets op vernomen. Ook indien de rechter-commissaris hiervoor toestemming geeft, heeft Molenbeek belang bij haar verzoek, omdat het verzoek breder is dan alleen de 16.000 e-mails, aldus Molenbeek.

5 De beoordeling

5.1.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat uit de beantwoording van de prejudiciële vragen door de Hoge Raad blijkt dat er een toereikende rechtsgrond is voor het toestaan van een bewijsbeslag in niet-IE-zaken, zoals het onderhavige.

Uit genoemde beslissing is voorts het volgende af te leiden. Een bewijsbeslag is een ingrijpend dwangmiddel, waardoor onder omstandigheden aan de wederpartij of de derde onder wie het beslag wordt gelegd, aanzienlijke hinder of schade kan worden toegebracht. Bij de beoordeling van een verzoek om verlof tot het leggen van zo’n beslag zal moeten worden getoetst of niet op andere wijze tegemoet kan worden gekomen aan de belangen van de verzoeker (subsidiariteit) en of de in het verzoekschrift gestelde omstandigheden de inzet van een zo ingrijpend dwangmiddel rechtvaardigen (proportionaliteit).

Indien de voorzieningenrechter het verlof verleent, zal hij zodanige beperkingen moeten aanbrengen dat willekeurige inmenging en misbruik wordt voorkomen en schadelijke gevolgen voor de wederpartij of derden binnen redelijke grenzen blijven.

5.2.

In de op 1 november 2012 gegeven tussenbeslissing heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat de noodzaak tot het leggen van bewijsbeslag voorshands summierlijk is gebleken en dat beslaglegging zonder dat [gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2] voorafgaand aan de verlening van het verlof zouden worden gehoord noodzakelijk was omdat (een aantal van) de bewijsmiddelen waarop Molenbeek beslag wil leggen indien behandeling van het beslagrekest wordt aangekondigd op eenvoudige wijze aan dat beslag zouden kunnen worden onttrokken.

De voorzieningenrechter handhaaft dit oordeel. Het gestelde handelen van [gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2], te weten het moedwillig saboteren van een overeenkomst tussen Itel en Molenbeek, teneinde zelf een voordeliger overeenkomst te kunnen sluiten, is mede gezien de gestelde omvang van de betrokken belangen naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende ernstig om de toepassing van een ingrijpend dwangmiddel als het bewijsbeslag te rechtvaardigen. Ook is uit het verzoekschrift voldoende af te leiden dat de in beslag te nemen bescheiden zich onder [gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2] bevinden.

Gezien de aard van het aan [gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2] verweten handelen is aannemelijk dat een verzoek tot medewerking aan bewijslevering tot vernietiging dan wel verduistering van bewijsmiddelen zou hebben geleid, zodat een bewijsbeslag noodzakelijk is voor de bewijslevering van Molenbeek, zonder hen te horen op het verzoek. Er is dus voldaan aan de vereisten van subsidiariteit en proportionaliteit.

5.3.

In de tussenbeschikking van 1 november 2012 is voorlopig verlof verleend om ten laste van [gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2] conservatoir bewijsbeslag te leggen “op de in het lichaam van het verzoekschrift onder 82 omschreven gegevensdragers en bescheiden die zich bevinden in de woningen van gerekwestreerden …”
De bedoelde passage luidt als volgt:

“Molenbeek wenst beslag te leggen op alle bescheiden/ gegevens/ (email)correspondentie die zich zowel bevinden in de (papieren) boekhouding/ administratie van [gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2], als digitaal zijn opgeslagen op de computer en/of andere digitale gegevensdragers op het thuisadres van [gerekwestreerde 1] aan de [adres] [woonplaats] en het thuisadres van [gerekwestreerde 2] aan de [adres] [woonplaats], die zien op in de par. 25-39 omschreven gedragingen/ nalaten (zijnde kort gezegd: het stuklopen van de transactie met

Itel, het tegenhouden van deals, althans het onvoldoende inzetten om de deals binnen te halen en te houden voor UGH, het frustreren van opdrachten voor klanten en het zaaien van tweespalt in de organisatie) tussen [gerekwestreerde 2] en [gerekwestreerde 1] onderling, tussen [gerekwestreerde 2] en/ of [gerekwestreerde 1] en, in ieder geval, maar niet beperkt tot: (1) personeel van UGH, (2) (potentiele) klanten van UGH, (3) (potentiele) concurrenten van UGH, (4) (potentiele) investeerders en kopers van UGH, (5) de heer[persoon], (6) de heer[persoon], (7) de heer[persoon]

, (8) de heer [persoon], (9) de heer [persoon], (10) Unitel Invest UK en (11) Itel in de periode januari 2011 tot en met maart 2012, met - onder meer, maar niet beperkt tot - de navolgende trefwoorden: Itel, verkoop, transactie, patenten, opdrachten, de namen van bovengenoemde contactpersonen en Molenbeek, roaming, alsook de zelfde trefwoorden vertaald in de Engelse taal.”

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is het aldus verleende verlof een nog niet voldoende nauwkeurige omschrijving van de bepaalde bescheiden. Het staat de voorzieningenrechter vrij het verlof te verlenen met een nadere beperking van de in beslag te nemen bescheiden, teneinde te voorkomen dat gesproken zou kunnen worden van een ‘fishing expedition’. Daartoe bestaat hier ook aanleiding omdat een aantal (groepen van) personen waarmee gecorrespondeerd zou kunnen zijn onvoldoende nauwkeurig is aangeduid, terwijl een aantal trefwoorden onvoldoende aan de gemaakte verwijten is te koppelen. Daarom zal een nadere beperking worden aangebracht in die zin dat in afwijking van de geciteerde passage uit het verzoekschrift voor het volgende definitief verlof wordt verleend:

alle bescheiden/ gegevens/ (email)correspondentie die zich zowel bevinden in de (papieren) boekhouding/ administratie van [gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2], als digitaal zijn opgeslagen op de computer en/of andere digitale gegevensdragers op het thuisadres van [gerekwestreerde 1] aan de [adres] [woonplaats] en het thuisadres van [gerekwestreerde 2] aan de [adres] [woonplaats], die zien op in de par. 25-39 omschreven gedragingen/ nalaten (zijnde kort gezegd: het stuklopen van de transactie met Itel, het tegenhouden van deals, althans het onvoldoende inzetten om de deals binnen te halen en te houden voor UGH, het frustreren van opdrachten voor klanten en het zaaien van tweespalt in de organisatie)

te weten correspondentie tussen [gerekwestreerde 2] en [gerekwestreerde 1] onderling, tussen [gerekwestreerde 2] en/ of [gerekwestreerde 1] en, [VERVALLEN: in ieder geval, maar niet beperkt tot:] (1) personeel van UGH, [VERVALLEN: (2) (potentiele)klanten van UGH, (3) (potentiele) concurrenten van UGH, (4) (potentiele) investeerders en kopers van UGH,]
(5) de heer[persoon], (6) de heer[persoon], (7) de heer[persoon]

, (8) de heer [persoon], (9) de heer [persoon], (10) Unitel Invest UK en (11) Itel in de periode januari 2011 tot en met maart 2012, met [ - onder meer, maar niet beperkt tot ] de navolgende trefwoorden: Itel, verkoop, transactie, patenten, [VERVALLEN: opdrachten ], de namen van de onder 5 tot en met 9 genoemde [VERVALLEN: genoemd bovengenoemde] contactpersonen en Molenbeek, [VERVALLEN: roaming], alsook de zelfde trefwoorden vertaald in de Engelse taal.”

(onderstreepte woorden zijn toegevoegd; de woorden die ten opzichte van het verzoekschrift in dit definitieve verlof zijn vervallen zijn doorgehaald en tussen vierkante haken geplaatst)

5.4.

Voor zover [gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2] stellen dat ook andere bescheiden zijn gekopieerd dan onder het beslag vallen is dat onvoldoende grond om het voorlopig verleende verlof niet definitief te verlenen. In het voorlopig beslagverlof was immers onder 5.5. het volgende bepaald:

“bepaalt dat voor zover het niet mogelijk is ter gelegenheid van de beslaglegging reeds de selectie te maken van de gegevensdragers en bescheiden die onder het beslag vallen, de gegevensdragers en bescheiden die naar verwachting materiaal bevatten waarop het beslagverlof betrekking heeft in hun geheel gekopieerd dan wel meegenomen mogen worden op de wijze als onder 5.4 omschreven;”

Nu verweerders vele verschillende gegevensdragers in huis hadden (zie onder 3.2) is aannemelijk dat genoemde situatie zich voordeed.
Daarbij wijst de voorzieningenrechter nog op het volgende. Het verlof duidt aan op welke bescheiden beslag mag worden gelegd. Voor zover uit praktische overwegingen volledige gegevensdragers (bijvoorbeeld memorysticks of harde schijven) zijn gekopieerd, leidt dat niet tot een uitbreiding van het bewijsbeslag. Het beslag omvat ook dan niet meer dan dat wat in het beslagverlof is toegestaan; hetgeen meer is gekopieerd kan ook na het voeren van een artikel 843a Rv procedure niet aan Molenbeek ter beschikking worden gesteld.

5.5.

[gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2] klager er over dat het gelegde (voorlopige) bewijsbeslag een zeer ingrijpende gebeurtenis is geweest. De voorzieningenrechter onderschrijft dat het middel van het bewijsbeslag ingrijpend is; dit was mede de aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. Die ingrijpendheid betekent naar de Hoge Raad heeft beslist vooral dat het middel met terughoudendheid moet worden toegepast. In het onderhavige geval is de voorzieningenrechter nog steeds van oordeel dat er voldoende redenen zijn voor de inzet van dit zware middel, zie hetgeen onder 5.2 is overwogen.



5.6. Over de klacht van [gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2] dat hun gehele woning is onderzocht en dat ook niet relevante gegevens in beslag zijn genomen oordeelt de voorzieningenrechter als volgt. Het is de verantwoordelijkheid van de deurwaarder om ter uitvoering van het verleende beslagverlof de gegevensdragers te zoeken die de gegevens kunnen bevatten waarop beslag gelegd mag worden. Daarbij heeft hij volgens artikel 444 e.v. Rv toegang tot elke plaats. Een bewijsbeslag kan niet anders dan een inbreuk zijn op het privéleven en het familie- en gezinsleven van degene onder wie het beslag wordt gelegd. Wel kan van de deurwaarder worden gevergd dat hij het beslag op zodanige wijze legt dat genoemde belangen zoveel mogelijk worden gerespecteerd. Daarbij is het echter zo dat bij veel van de gegevensdragers zoals door [gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2] genoemd niet van te voren is vast te stellen of deze relevante gegevens bevatten. De deurwaarder moet dus rekening houden met de mogelijkheid dat ook gegevensdragers die niet door beslagene als relevant worden aangewezen gegevens kunnen bevatten waarop beslag gelegd moet worden. Of een bepaalde gegevensdrager mogelijk relevant materiaal bevat is ter beoordeling van de beslagleggende deurwaarder.
Deze klacht is dus geen grond om het voorlopig verleende verlof niet definitief te verlenen.

5.7.

[gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2] stellen dat op geen enkele wijze gewaarborgd is dat derden van de in beslag genomen informatie geen kennis kunnen nemen. Deze stelling is onjuist. De gegevens zijn in bewaring gegeven aan de door de voorzieningenrechter benoemde bewaarder. Van een bewaarder die zijn taak verstaat mag worden verwacht dat hij de in beslag genomen gegevens niet aan derden ter inzage geeft totdat in de procedure op de voet van artikel 843a Rv is beslist of en zo ja in welke mate het in beslag genomen bewijsmateriaal aan Molenbeek verstrekt kan worden. Concrete aanwijzingen dat de benoemde bewaarder de bewaring niet naar behoren zou kunnen en willen verrichten zijn er niet.

5.8.

[gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2] stellen dat volgens het beslagrekest door een van hen is opgemerkt dat hij “over ruim 16.000 e-mails beschikt”. Hieruit kan echter anders dan [gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2] stellen niet worden afgeleid dat Molenbeek haar verzoekschrift had moeten beperken tot genoemde e-mails.
De stelling van [gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2] dat de curator van Unify Group Holding B.V. de 16.000 e-mails al aan Molenbeek heeft overhandigd wordt door Molenbeek betwist. Voorshands moet er vanuit worden gegaan dat Molenbeek niet over deze

e-mails beschikt, terwijl bovendien een ruimer verlof is verzocht, zie onder 5.3, zodat zij nog altijd belang heeft bij de definitieve verlening van het beslagverlof.

5.9.

De Hoge Raad geeft in de beantwoording van de prejudiciële vragen een aantal aanwijzingen voor de manier waarop zodanige beperkingen in het beslagverlof kunnen worden aangebracht dat willekeurige inmenging en misbruik wordt voorkomen en schadelijke gevolgen voor de wederpartij of derden binnen redelijke grenzen blijven. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is de belangrijkste beperking in het onderhavige (voorlopige) beslagverlof toegepast, te weten dat het beslagverlof alleen is gericht op het veilig stellen van kopieën van bewijsmateriaal, dat dit in bewaring wordt gegeven en dat pas tot afgifte van dat materiaal aan Molenbeek wordt overgegaan nadat dit in de artikel 843a Rv procedure is beslist. Dat andere door de Hoge Raad genoemde beperkingen of waarborgen in dit geval niet zijn toegepast, heeft niet tot gevolg dat het voorlopig verleende verlof niet definitief verleend zou kunnen worden.

5.10.

Uit het voorafgaande vloeit voort dat het voorlopig verleende verlof tot het leggen van bewijsbeslag thans definitief verleend kan worden, waarbij de termijn voor het instellen van de artikel 843a procedure wordt bepaald op dertig dagen na heden.

6 De beslissing

De voorzieningenrechter

6.1.

verleent Molenbeek definitief verlof om ten laste van [gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2] conservatoir bewijsbeslag te leggen zoals dit op 6 november 2012 voorlopig is gelegd met dien verstande dat de bepaalde bescheiden waarop beslag mag worden gelegd als volgt zijn omschreven:

alle bescheiden/ gegevens/ (email)correspondentie die zich zowel bevinden in de (papieren) boekhouding/ administratie van [gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2], als digitaal zijn opgeslagen op de computer en/of andere digitale gegevensdragers op het thuisadres van [gerekwestreerde 1] aan de [adres] [woonplaats] en het thuisadres van [gerekwestreerde 2] aan de [adres] [woonplaats], die zien op in de par. 25-39 omschreven gedragingen/ nalaten (zijnde kort gezegd: het stuklopen van de transactie met Itel, het tegenhouden van deals, althans het onvoldoende inzetten om de deals binnen te halen en te houden voor UGH, het frustreren van opdrachten voor klanten en het zaaien van tweespalt in de organisatie)
te weten correspondentie tussen [gerekwestreerde 2] en [gerekwestreerde 1] onderling, tussen [gerekwestreerde 2] en/ of [gerekwestreerde 1] en, (1) personeel van UGH,
(5) de heer[persoon], (6) de heer[persoon], (7) de heer[persoon]

, (8) de heer [persoon], (9) de heer [persoon], (10) Unitel Invest UK en (11) Itel in de periode januari 2011 tot en met maart 2012, met

de navolgende trefwoorden: Itel, verkoop, transactie, patenten, de namen van de onder 5 tot en met 9 genoemde contactpersonen en Molenbeek, alsook de zelfde trefwoorden vertaald in de Engelse taal.”

6.2.

bepaalt dat 4 iTrust Integrity Services B.V. definitief als gerechtelijke bewaarder wordt aangewezen van de (digitale) kopieën die op 6 november 2012 in beslag zijn genomen;

6.3.

bepaalt de termijn voor het instellen van de artikel 843a Rv procedure op dertig dagen na heden.

6.4.

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.H.C. Jongeneel, voorzieningenrechter, op
12 november 2013.

Coll.: