Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:7138

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
30-10-2013
Datum publicatie
31-10-2013
Zaaknummer
C-13-550451 - KG ZA 13-1172
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Eiseressen zijn eigenrisicodragers voor de WGA (Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten). Zij hebben het eigen risico voor een vaste periode en tegen een vaste premie verzekerd bij Delta Lloyd. De vraag die in dit geschil voorligt, is of het Delta Lloyd vrij staat de door eiseressen verschuldigde premie met toepassing van een in de algemene voorwaarden opgenomen ‘en bloc bepaling’ vóór het einde van de contractsvervaldatum aanzienlijk te verhogen. Als uitgangspunt wordt genomen dat de aard van de verzekeringsovereenkomst, waarbij het afdekken van risico’s voor de verzekerde centraal staat, met zich brengt dat de verzekeraar van een eenzijdige bevoegdheid tot het verhogen van premie slechts onder zeer bijzondere omstandigheden gebruik mag maken. Delta Lloyd heeft aan de verhoging van de premie - kort gezegd - ten grondslag gelegd dat de resultaten op de WGA-portefeuille zijn tegengevallen en dat de premie aanzienlijk moet worden verhoogd om toekomstige verliezen te voorkomen. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is om de premie met toepassing van de en bloc bepaling eenzijdig te verhogen. Daarbij speelt een rol dat het voor rekening en risico van de verzekeraar, als professionele marktpartij, dient te komen dat zij haar eigen risico’s niet goed heeft ingeschat waardoor zij thans geconfronteerd wordt met tegenvallende resultaten op de WGA-portefeuille. Voorts is niet gebleken dat de solvabiliteit van Delta Lloyd door de tegenvallende resultaten in ernstige mate wordt bedreigd. De verzekeraar wordt veroordeeld de verzekering tot 1 januari 2016 voort te zetten tegen het per 1 januari 2013 geldende premieniveau, onder veroordeling in de kosten van eiseressen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2014/9
NTHR 2014, afl. 1, p. 38
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/550451 / KG ZA 13-1172 CMB/MRSB

Vonnis in kort geding van 30 oktober 2013

in de zaak van

1. de publiekrechtelijke rechtspersoon

UNIVERSITEIT UTRECHT,

zetelend te Utrecht,

2. de stichting

STICHTING DEVENTER ZIEKENHUIS,

gevestigd te Deventer,

3. de naamloze vennootschap

DETAILRESULT GROEP N.V.,

gevestigd te Velsen Noord,

4. de stichting

STICHTING THUISZORG HET FRIESE LAND,

gevestigd te Leeuwarden,

eiseressen bij dagvaarding van 27 september 2013,

advocaat mr. R.B. van Beem te ‘s-Gravenhage,

tegen

de naamloze vennootschap

DELTA LLOYD SCHADEVERZEKERING N.V., tevens handelend onder de naam OHRA INKOMENSVERZEKERINGEN,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. B.W.G. van der Velden te Amsterdam.

Eiseressen zullen hierna afzonderlijk de Universiteit Utrecht, het Deventer Ziekenhuis, Detailresult en Het Friese Land worden genoemd. Gedaagde zal worden aangeduid als Delta Lloyd, gemakshalve ook daar waar Delta Lloyd onder de naam OHRA is opgetreden.

1 De procedure

Ter terechtzitting van 16 oktober 2013 hebben eiseressen gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Delta Lloyd heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. Beide partijen hebben producties en pleitnota’s in het geding gebracht. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

Ter zitting waren - voor zover van belang - aanwezig:

Aan de zijde van eiseressen: [A], verbonden aan de Universiteit Utrecht, [B], verbonden aan het Deventer Ziekenhuis, [C], verbonden aan Detailresult, [D], verbonden aan Het Friese Land, [E], [F] en [G], allen werkzaam bij Robidus Risk Consulting B.V., en mr. Van Beem;

Aan de zijde van Delta Lloyd: [H], [J], [K] en [L], allen werkzaam bij Delta Lloyd, mr. Van der Velden en mr. D.M. van der Houwen, een kantoorgenoot van mr. Van der Velden.

2 De feiten

2.1.

Delta Lloyd biedt onder eigen naam en onder de handelsnaam OHRA private verzekeringen aan om het risico af te dekken dat werkgevers lopen, wanneer zij uittreden uit het publieke bestel en eigenrisicodrager (ERD) worden voor de Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (hierna WGA).

2.2.

De WGA is een onderdeel van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (hierna WIA). De WIA geldt voor werknemers die na 2 jaar ziekte meer dan 35% arbeidsongeschikt zijn. De WGA is voor werknemers die van 35 tot 80% arbeidsongeschikt zijn en werknemers die volledig (maar niet duurzaam) arbeidsongeschikt zijn. Naast de WGA bestaat de WIA uit de IVA (Inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten). De IVA is voor werknemers die duurzaam volledig arbeidsongeschikt zijn.

2.3.

Eiseressen hebben de keuze gemaakt om eigenrisicodrager te worden en dat risico te verzekeren bij Delta Lloyd. Zij hebben zich ter verzekering van hun risico gewend tot Robidus Risk Consulting B.V. (hierna Robidus), een tussenpersoon. Via Robidus hebben eiseressen de volgende individuele verzekeringsovereenkomsten met Delta Lloyd afgesloten.

2.4.

Detailresult heeft met ingang van 1 januari 2011 bij Delta Lloyd ten behoeve van al haar werknemers een WGA-ERD verzekering gesloten voor een eerste contractstermijn van 5 jaar - derhalve tot 1 januari 2016 -, tegen een premie van 0.32% van de verzekerde jaarloonsom per jaar. In de offerte die Delta Lloyd aan Detailresult heeft doen toekomen staat onder het kopje “Overige aspecten van de OHRA WGA Eigenrisicoverzekering” - voor zover voor deze procedure van belang - het volgende:

“Tariefgarantie

De vermelde premies worden voor de gehele contractperiode gegarandeerd. Uw premies worden alleen tussentijds aangepast als uw verzekering hoort tot een verzekering of groep verzekeringen waarvoor de premie of (de laatste drie woorden zijn in de offerte doorgestreept, waarbij een paraaf in de kantlijn is geplaatst, vzr) voorwaarden worden gewijzigd, bijvoorbeeld als de relevante sociale wetgeving wordt aangepast.

2.5.

De Universiteit Utrecht heef met ingang van 1 juli 2011 bij Delta Lloyd ten behoeve van al haar werknemers een WGA-ERD verzekering gesloten voor een eerste contractstermijn van 5½ jaar - derhalve tot 1 januari 2017 - tegen een premie van 0.26% van de verzekerde jaarloonsom. In de offerte die Delta Lloyd aan de Universiteit Utrecht heeft doen toekomen staat dezelfde bepaling als in de offerte van Detailresult (zie 2.4.) met dien verstande dat de woorden “de premie of” niet zijn doorgestreept.

2.6.

Deventer Ziekenhuis heeft met ingang van 1 januari 2012 bij Delta Lloyd een WGA-ERD verzekering gesloten voor een eerste contractstermijn van 5 jaar - derhalve tot 1 januari 2017 - tegen een premie van 0,45% van de verzekerde jaarloonsom. Op het clausuleblad van de polis staat onder het kopje “I 519 Aanpassing premiepercentage” het volgende:

“In afwijking van het vermelde in artikel 5 lid 2 van de polisvoorwaarden wordt het premiepercentage gedurende de eerste contractsperiode volgend op de ingangsdatum van de verzekering niet jaarlijks door de maatschappij opnieuw vastgesteld op basis van de samenstelling van het personeelsbestand. Het premiepercentage voor 2012 tot en met 2014 is vastgesteld op 0,45%. Na 2014 wordt het premiepercentage overeenkomstig artikel 5 lid 2 weer jaarlijks opnieuw vastgesteld.”

2.7.

Het Friese Land heeft met ingang van 1 januari 2013 bij Delta Lloyd een WGA-ERD verzekering gesloten voor een eerste contractstermijn van drie jaar - derhalve tot 1 januari 2016 - tegen een premie van 0,58% van de verzekerde jaarloonsom. Op het clausuleblad van de polis staat onder het kopje “I 519 Aanpassing Premiepercentage” het volgende:

In afwijking van het vermelde in de polisvoorwaarden wordt het premiepercentage gedurende de eerste contractsperiode volgend op de ingangsdatum van de verzekering niet jaarlijks door de maatschappij opnieuw vastgesteld. Behalve als de premie van alle verzekeringen van deze soort wordt aangepast. Het premiepercentage voor 2013, 2014 en 2015 is vastgesteld op 0,58%. Na 2015 wordt het premiepercentage weer jaarlijks opnieuw vastgesteld.”

2.8.

Op de door eiseressen afgesloten verzekeringen zijn algemene voorwaarden van Delta Lloyd van toepassing verklaard. Al deze polisvoorwaarden bevatten een zogenoemde ‘en bloc bepaling’. Artikel 8 van de polisvoorwaarden O.03.2.37 E (van toepassing op de verzekering van Deventer Ziekenhuis) luidt in dit verband als volgt:

“Artikel 8

WIJZIGING VAN PREMIE EN VOORWAARDEN

De maatschappij (Delta Lloyd, vzr) heeft het recht de premie en/of de voorwaarden van bepaalde groepen van bij haar lopende verzekeringen en bloc te wijzigen. Behoort deze verzekering tot zo’n groep, dan is de maatschappij gerechtigd de premie en/of voorwaarden van deze verzekering overeenkomstig die wijziging aan te passen en wel op een door haar te bepalen datum. (…)”.

Het artikel bepaalt vervolgens dat de verzekeringsnemer de aanpassing van de premie kan weigeren indien dat ongunstig voor hem uitpakt, in welk geval de verzekering eindigt.

2.9.

Delta Lloyd heeft in een mailing van augustus 2012 aan haar adviseurs, waaronder Robidus, aangekondigd dat zij per 1 januari 2013 nieuwe tarieven en gewijzigde voorwaarden voor de WGA verzekering voor eigenrisicodragers heeft. Delta Lloyd heeft als reden voor de wijziging van de tarieven en de voorwaarden gegeven dat de WGA instroom veel hoger en de uitkeringsduur langer is gebleken dan vooraf verwacht. Bovendien zijn er meer volledig arbeidsongeschikten in de WGA en minder in de IVA. Delta Lloyd heeft meegedeeld dat de tarieven en voorwaarden voor bestaande klanten wordt aangepast per de contractsvervaldatum.

2.10.

In een brief van 28 februari 2013 van Delta Lloyd aan Robidus staat - voor zover voor deze procedure van belang - het volgende:

“(…) We hebben besloten geleidelijk te stoppen met de verzekering voor WGA eigen risicodragers in verband met wetswijzigingen.

Wat gaat Delta Lloyd doen?

  • -

    Delta Lloyd stopt per direct met de verkoop van verzekeringen voor het WGA eigen risicodragerschap.

  • -

    Per 1 januari 2014 voert Delta Lloyd een substantiële premieverhoging door. Dit is een en bloc aanpassing voor de hele portefeuille. Dat betekent dat de polissen per 1 januari 2014 door de klant opgezegd kunnen worden.

  • -

    Per 1 januari 2016 zegt Delta Lloyd ook de bestaande portefeuille op. Bestaande klanten kunnen tot 1 januari 2016 bij Delta Lloyd verzekerd blijven voor het WGA eigen risicodragerschap voor hun vaste personeel.

Waarom verhoogt Delta Lloyd de premie per 1 januari 2014?

Voor WGA volledig niet duurzaam arbeidsongeschikten was de aanname dat de maximale uitkeringsduur vijf jaar is. De maximale uitkeringsduur blijkt echter tien jaar te zijn. Bovendien blijkt de WGA instroom veel hoger te zijn dan vooraf verwacht. Ook is de instroom anders dan verwacht; er zijn meer volledig arbeidsongeschikten in de WGA en minder in de IVA.

Waarom stopt met WGA eigen risico per 1 januari 2016?

Door de nieuwe Ziektewet en de bijbehorende wijzigingen van de WIA – specifiek het bijkomende risico van flexwerkers – zien wij geen reële mogelijkheid meer dit risico te verzekeren. (…)”

Delta Lloyd beroept zich ten aanzien van de voorgenomen wijziging op de onder 2.8. genoemde en bloc bepaling.

2.11.

Robidus heeft namens haar klanten verzocht om een toelichting op het besluit van Delta Lloyd om de premie op basis van de en bloc bepaling te verhogen. Bij brief van 14 maart 2013 heeft Delta Lloyd haar standpunt en de wijze van premieverhoging op de navolgende wijze nader toegelicht:

“De premie wordt niet voor ieder bedrijf anders berekend. Wij passen de berekeningswijze voor het betalen van premie voor alle verzekeringen op dezelfde wijze aan. Wij doen dat, zodat voor ieder risico een juiste premie gaat gelden. Daarna wordt voor ieder bedrijf op dezelfde manier met de nieuwe berekening een premie vastgesteld.”

2.12.

Delta Lloyd heeft Het Friese Land bij brief van 10 juli 2013 bericht dat in tegenstelling tot eerdere berichtgeving de verhoging van de premie voor haar zal ingaan op 1 januari 2015 en niet op 1 januari 2014 omdat haar contract zo recent is ingegaan. Delta Lloyd heeft in deze brief aangekondigd dat het huidige premiepercentage van 0,58% per 1 januari 2015 zal worden verhoogd naar 1,02%.

2.13.

Delta Lloyd heeft de Universiteit Utrecht bij brief van 11 juli 2013 bericht dat het huidige premiepercentage van 0,26% per 1 januari 2014 zal worden verhoogd naar 0,63%.

2.14.

Delta Lloyd heeft Detailresult bij brief van 11 juli 2013 bericht dat het huidige premiepercentage van 0,32% per 1 januari 2014 zal worden verhoogd naar 1,77%.

2.15.

Robidus heeft per brief van 20 augustus 2013 namens al haar klanten gemotiveerd bezwaar gemaakt tegen de en bloc premieverhoging.

2.16.

Delta Lloyd heeft het Deventer Ziekenhuis bij brief van 21 augustus 2013 bericht dat het huidige premiepercentage van 0,45% per 1 januari 2014 wordt verhoogd naar 1,9%.

2.17.

Delta Lloyd heeft bij brief van 2 september 2013 op de brief van Robidus van 20 augustus 2013 gereageerd, waarbij zij heeft laten weten haar standpunt, dat de verhoging van de premies gerechtvaardigd en legitiem is, te zullen handhaven.

3 Het geschil

3.1.

Eiseressen vorderen  samengevat -, op straffe van verbeurte van dwangsommen, dat:

  1. Delta Lloyd wordt bevolen het besluit met betrekking tot de tussentijdse premieverhoging voor de bij haar lopende WGA-ERD verzekeringen, in elk geval ten aanzien van eiseressen, in te trekken,

  2. Delta Lloyd wordt bevolen de WGA-ERD verzekeringen van eiseressen tot aan de contractvervaldatum voort te zetten tegen het in 2013 geldende premieniveau.

Eiseressen vorderden ten slotte dat Delta Lloyd wordt veroordeeld in de proceskosten.

3.2.

Eiseressen leggen aan hun vorderingen - samengevat - het volgende ten grondslag. Eiseressen verzetten zich tegen de aanpassing van de aangekondigde premieverhoging. Daartoe voeren zij een drietal argumenten aan.

Ten eerste is de mogelijkheid van een en bloc premieverhoging contractueel uitgesloten. Delta Lloyd heeft in de verzekeringen van eiseressen een premiegarantie afgegeven. Ingevolge deze garantie kan Delta Lloyd de premie pas per de contractsvervaldatum aanpassen, derhalve pas per 1 januari 2016 voor Detailresult en Het Friese Land en per 1 januari 2017 voor de Universiteit Utrecht en het Deventer Ziekenhuis. Delta Lloyd heeft daarmee haar recht op tussentijdse aanpassing van de premie prijsgegeven.

Voor zover de mogelijkheid van tussentijdse aanpassing van de premie niet is uitgesloten heeft Delta Lloyd de en bloc bepaling niet op de juiste wijze toegepast. Op grond van de en bloc bepalingen in de algemene voorwaarden heeft Delta Lloyd het recht de premie te wijzigen voor alle verzekeringen in een bepaalde groep. In de brief van 2 september 2012 aan Robidus heeft Delta Lloyd uiteengezet dat zij niet de premie zal wijzigen maar de wijze waarop de premie wordt berekend. Dat heeft niet een collectieve premieverhoging tot gevolg, maar leidt ertoe dat sprake is van een herbeoordeling van het risico op individueel klantniveau. Het staat Delta Lloyd niet vrij de en bloc bepaling op deze wijze toe te passen.

Ten derde heeft te gelden dat voor zover de door Delta Lloyd aangekondigde wijze waarop zij van de en bloc bepaling gebruik zal maken wel geoorloofd is, een dergelijke wijziging naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De verzekerde moet erop kunnen vertrouwen dat het risico dat hij tegen premiebetaling aan de verzekeraar overdraagt in beginsel niet weer aan hem kan worden teruggegeven. Uitgangspunt dient te zijn dat een verzekeraar slechts zeer terughoudend en alleen in zeer uitzonderlijke gevallen gebruik mag maken van de mogelijkheid om een premie te wijzigen. Delta Lloyd heeft geen omstandigheden aangevoerd die een beroep op de en bloc bepaling rechtvaardigen. Het feit dat het bedrijfsresultaat van Delta Lloyd op de WGA-portefeuille tegenvalt, is daarvoor onvoldoende. Delta Lloyd deelde deze mening overigens in elk geval tot augustus 2012 nu zij in de mailing van die maand (zie 2.9.) aan haar klanten nog aankondigde dat zij de premies pas zou aanpassen per contractsvervaldatum.

Van Delta Lloyd mag als expert worden verlangd dat zij de hoogte van de premies vooraf goed heeft doorgerekend. Zij had daarbij rekening moeten houden met het feit dat er bij de invoering van de WIA geen voorspellingen voorhanden waren waarop verzekeraars hun premiestelling konden baseren en met de mogelijkheid dat de verwachte resultaten in werkelijkheid zouden tegenvallen. Bovendien waren ten tijde van het aangaan van de verzekeringen met eiseressen de hogere instroom en langere uitkeringsduur al bekend. Het enkele feit dat Delta Lloyd de risico’s kennelijk verkeerd heeft ingeschat, moet dan ook voor rekening en risico van Delta Lloyd komen. Toepassing van de en bloc bepaling op deze grond en met het gevolg dat de premies in sommige gevallen bijna vervijfvoudigen is dan ook naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. De vorderingen zijn op voornoemde gronden toewijsbaar, aldus - steeds - eiseressen.

3.3.

Delta Lloyd voert - samengevat - het volgende verweer. Delta Lloyd heeft ter zitting toegelicht dat zij bij het op de markt brengen van de WGA-ERD verzekeringen de berekening van de premies heeft gebaseerd op een door het Verbond voor verzekeraars (hierna het Verbond) opgestelde basisberekening. Zij heeft daarnaast haar tariefstelling in de afgelopen jaren verschillende keren laten controleren. De controles wezen steeds uit dat het tarief dat Delta Lloyd hanteerde goed was vastgesteld. Delta Lloyd kreeg pas voor het eerst in 2011 aanwijzingen dat de instroom van volledig WGA gerechtigden veel hoger was dan verwacht. Pas in 2012 werd duidelijk dat ook de aannames die het Verbond van schadeverzekeraars bij het berekenen van haar tariefmodel had gehanteerd te optimistisch waren. Er waren bij de invoering van de WIA voorts geen historische schadegegevens waarop verzekeraars de berekening van hun premie konden berekenen. Het Verbond heeft dit bevestigd. Het was voor Delta Lloyd op grond van al deze omstandigheden niet goed mogelijk de risico’s in te schatten. Zij heeft haar best gedaan per verzekerde een premie vast te stellen die paste bij de toenmalige verwachtingen omtrent de risico’s. Als Delta Lloyd een premie had vastgesteld waarbij alle negatieve kansen zouden zijn verdisconteerd, zou zij geen enkele verzekering hebben verkocht. Delta Lloyd heeft de en bloc bepaling in haar voorwaarden opgenomen juist om de situatie dat de verwachtingen negatief voor haar zouden uitpakken het hoofd te kunnen bieden. Het betreft een contractuele bepaling waarmee eiseressen akkoord zijn gegaan. De afgegeven premiegarantie betreft een afwijking van de standaard bepaling in de algemene voorwaarden dat Delta Lloyd de mogelijkheid biedt de premie van de individuele verzekerde jaarlijks aan te passen. Dat is een andere bepaling dan de en bloc bepaling op grond waarvan Delta Lloyd thans tot (uniforme) tussentijdse aanpassing van de premie wenst te komen. Aanpassing van het berekeningsmodel op grond waarvan alle premies van een bepaalde groep verzekerden worden berekend, betekent dat alle premies op dezelfde wijze worden aangepast. Dat dit ertoe kan leiden dat sommige premies sterker zullen stijgen dan andere premies doet er niet aan af dat wijziging van het berekeningsmodel tot uniforme aanpassing van de premie leidt. Delta Lloyd heeft door de tegenvallende resultaten aanzienlijke verliezen geleden waardoor haar liquiditeit onder druk is komen te staan. Delta Lloyd wenst de premie aan te passen om deze verliezen in de toekomst te beperken. Het staat Delta Lloyd vrij op voornoemde gronden vrij de premie van eiseressen met een beroep op de en bloc bepaling aan te passen. Daarbij komt dat eiseressen bij een overstap naar het publieke bestel gedurende een periode van tenminste vier jaar een lagere premie verschuldigd zullen zijn dan zij ook thans aan Delta Lloyd verschuldigd zijn. Bovendien kunnen zij met “schone lei” overstappen zodat zij geen inlooprisico lopen. Dit betekent dat de gevolgen voor eiseressen van de wijziging niet ernstig zijn. Zij kunnen immers besluiten de WGA-ERD verzekering te beëindigen en over te stappen naar het publieke bestel. Aldus zijn de wijzigingen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar, zo stelt nog steeds Delta Lloyd.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Aangezien Delta Lloyd heeft aangekondigd dat zij de premieverhogingen - met uitzondering van het Deventer Ziekenhuis - per 1 januari 2014 zal doorvoeren, is het spoedeisend belang bij de vorderingen gegeven.

4.2.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat tussen partijen niet in geschil is dat Delta Lloyd het recht heeft de premies per einde contract aan te passen. In geschil is derhalve slechts of Delta Lloyd de premie op grond van de en bloc bepaling tussentijds mag verhogen. Vooralsnog heeft Delta Lloyd aangekondigd met ingang van 1 januari 2016 op de verzekering geen dekking te zullen bieden, onder meer ten gevolge van wetswijzigingen in de Ziektewet en de WIA op grond waarvan per 1 januari 2016 ook de arbeidsongeschiktheid van flex-werkers in de risicosfeer van de eigenrisicodrager wordt gebracht. Ter zitting hebben eiseressen ermee ingestemd - onder voorbehoud van alle rechten - dat de vorderingen worden beperkt voor de periode tot 1 januari 2016, zodat de vraag of Delta Lloyd de contracten met het Deventer Ziekenhuis en de Universiteit van Utrecht, die beide lopen tot 1 januari 2017, tussentijds kan beëindigen buiten het bereik van deze procedure valt.

4.3.

De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat Delta Lloyd jegens eiseressen geen afstand heeft gedaan van haar recht om de premie voor of voorwaarden van de verzekeringen te wijzigen op grond van de en bloc bepaling. In de clausules in de offertes en polissen waarin de premiegarantie wordt afgegeven staat duidelijk dat deze niet geldt voor het geval de premie van alle verzekeringen van een bepaalde soort of groep verzekerden wordt gewijzigd. Deze uitzondering heeft betrekking op de en bloc bepaling. De premiegarantie betreft voorshands dan ook enkel een uitzondering op het in alle voorwaarden ten behoeve van de verzekeraar opgenomen beding dat de premie jaarlijks kan worden aangepast, maar laat het recht van Delta Lloyd om de premie op grond van de en bloc bepaling tussentijds aan te passen in beginsel onverlet.

4.4.

Partijen verschillen van mening over de wijze waarop de en bloc bepaling zou moeten worden toegepast. De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat de door Delta Lloyd aan de toepassing van de en bloc bepaling gegeven uitleg, dat een collectieve aanpassing van het rekenmodel een juiste toepassing van de en bloc bepaling vormt, niet onaannemelijk voorkomt. Delta Lloyd heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat het risico voor de huidige verzekeringen van eiseressen niet individueel is berekend, maar aan de hand van een algemene basisformule wordt vastgesteld. Daarbij is het gelet op de variabelen die de formule bevat mogelijk dat per verzekeringsnemer tot een verschillende risico-inschatting wordt gekomen en dus tot een verschillende premie. Dat is bij aanvang van de polissen van eiseressen ook gebeurd, hetgeen blijkt uit het feit dat zij allen verschillende premies aan Delta Lloyd verschuldigd zijn. Voorshands betreft de uniforme wijziging van de basisformule waarmee de premie voor alle verzekerden van Delta Lloyd van een bepaalde groep wordt berekend dan ook een juiste toepassing van de en bloc bepaling. Zoals uit het voorgaande volgt, doet daaraan naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechterdus niet af dat de premie voor de één sterker zal stijgen dan voor de ander.

4.5.

Voor wat betreft de stelling van eiseressen dat toepassing van de en bloc bepaling op de door Delta Lloyd genoemde gronden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, overweegt de voorzieningenrechter als volgt. De voorzieningenrechter neemt tot uitgangspunt dat een verzekeringsovereenkomst naar haar aard ertoe strekt om onzekerheid bij de verzekeringsnemer weg te nemen door een risico dat zich aan de zijde van de verzekeringnemer voordoet tegen betaling van een premie over te dragen aan de verzekeraar. Aangenomen kan worden dat het in de regel risico’s zal betreffen die de verzekeringsnemer niet wil, maar, meer van belang, ook niet kan dragen. De verzekeringsnemer moet er in beginsel vanuit kunnen gaan dat de verzekeraar het overgenomen risico tegen de overeengekomen premie gedurende de overeengekomen looptijd op zich neemt en bij verwezenlijking van het risico ook draagt. De en bloc bepaling geeft de verzekeraar evenwel de mogelijkheid de premie voor de overname van het risico eenzijdig tussentijds te verhogen. Daarmee heeft de verzekeraar de bevoegdheid het risico dat de verzekeringsnemer tegen een vooraf overeengekomen premie heeft overgedragen, gedeeltelijk weer terug bij de verzekeringsnemer te leggen. Een dergelijke eenzijdige bevoegdheid verhoudt zich in beginsel niet met de aard van de verzekeringsovereenkomst en van deze bevoegdheid kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter dan ook slechts onder zeer bijzonder omstandigheden gebruik worden gemaakt.

4.6.

Uit de mailing van Delta Lloyd aan haar klanten in augustus 2012 en de brief aan Robidus van 28 februari 2013 blijkt dat de reden om met toepassing van de en bloc bepaling de premies van, onder anderen, eiseressen tussentijds te verhogen, is gelegen in de tegenvallende resultaten van de WGA portefeuille. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is deze reden op zichzelf beschouwd onvoldoende om de premie op grond van de en bloc bepaling te wijzigen. De essentie van de verzekeringsovereenkomst is immers het afdekken van onzekere gebeurtenissen. De omstandigheid dat zich na het sluiten van de verzekeringsovereenkomst allerlei voor de verzekeraar negatieve ontwikkelingen voordoen, rechtvaardigt enkel omdat deze ontwikkelingen onvoorzien waren een beroep op de en bloc clausule niet. Dat Delta Lloyd er niet eerder dan in 2011 en 2012 mee bekend heeft kunnen worden dat de WGA-instroom, met name die van volledig niet duurzaam arbeidsongeschikten, veel hoger was dan verwacht, maakt dit niet anders. Verzekeringsnemers mogen ervan uitgaan dat de verzekeraar als expert in staat is haar eigen risico’s voor de door haar aangeboden verzekeringen in te schatten. Dat mag van een verzekeraar ook worden verlangd. Delta Lloyd wist dat er geen historische gegevens beschikbaar waren waarop zij haar premieberekening kon baseren. Nu zij toch tot het aanbieden van verzekeringen voor eigenrisicodragers is overgegaan, is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat zij enkel vanwege de tegengevallen resultaten het risico dat zij tegen betaling op zich heeft genomen deels weer aan de verzekeringsnemers teruggeeft.

Ook het argument van Delta Lloyd dat potentiele verzekeringsnemers een premie die alle risico’s voor Delta Lloyd onder alle mogelijke omstandigheden wél zou hebben afgedekt zouden hebben geweigerd, is niet doorslaggevend. Indien Delta Lloyd tot de conclusie zou zijn gekomen dat een voor verzekeringsnemers aanvaardbare premie de risico’s voor Delta Lloyd niet in voldoende mate zou dekken, had Delta Lloyd er ten eerste voor kunnen kiezen geen verzekeringen in deze branche aan te bieden. Voor zover zij, mogelijk mede gedreven door commerciële of concurrentieoverwegingen, heeft besloten desalniettemin verzekeringen aan te gaan bieden, had Delta Lloyd de risico’s kunnen beheersen door bijvoorbeeld de contractstermijn te verkorten om sneller op veranderende omstandigheden te kunnen inspelen. Bovendien is niet gebleken dat Delta Lloyd met minder ingrijpender maatregelen, zoals bijvoorbeeld de beperking van de dekkingsvoorwaarden, waartegen eiseressen zich in beginsel niet hebben verzet, de tegengevallen bedrijfsresultaten in de toekomst ook in voldoende mate het hoofd zal kunnen bieden. Ook om deze redenen is een beroep van Delta Lloyd op de en bloc bepaling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.

4.7.

Een beroep op de en bloc bepaling vanwege tegenvallende bedrijfsresultaten zou mogelijk anders zijn indien zou blijken dat deze resultaten dusdanig negatief zouden zijn dat zij het voortbestaan van Delta Lloyd in gevaar zouden brengen. Delta Lloyd heeft op dit punt evenwel aangevoerd dat haar solvabiliteit niet in de buurt van het wettelijke minimumvereiste komt en vooralsnog ook nog boven de door verzekeraars als Delta Lloyd gehanteerde eigen minimumgrens van 175% ligt (op 186,3%). Vooralsnog heeft het tegengevallen bedrijfsresultaat ten gevolge van de WGA-portefeuille van Delta Lloyd haar derhalve niet in een dusdanige positie gebracht dat haar solvabiliteit (in de buurt) van ontoelaatbare grenzen is gekomen.

4.8.

Ook het verweer van Delta Lloyd dat eiseressen bij een overstap naar het publieke bestel - in elk geval voor vier jaar - een lagere premie zullen betalen dan zij thans aan Delta Lloyd verschuldigd zijn, kan haar niet baten. Voorshands bestaat onvoldoende zekerheid over alle positieve en negatieve kanten van een overstap van eiseressen naar het publieke bestel, waarbij het UWV weer het volledige risico voor de arbeidsongeschikte werknemers van eiseressen zal dragen. Alhoewel de premie van eiseressen - naar het zich laat aanzien - door een overstap naar het publieke bestel in eerste instantie inderdaad lager zal uitvallen, ook ten opzichte van de premie die zij thans aan Delta Lloyd verschuldigd zijn, hebben eiseressen gesteld dat de private verzekeraar zich ook op andere vlakken dan alleen de premie positief onderscheidt van het UWV, bijvoorbeeld op het gebied van re-integratie van werknemers in het arbeidsproces. Bovendien lopen eiseressen het risico dat na vier jaar de premie van het UWV, dat anders dan de private verzekeraars een omslagstelsel hanteert, extreem zal stijgen en hebben eiseressen rekening te houden met de afkoop van het zogenaamde inlooprisico – een bedrag dat moet worden betaald voor de overname van alle lopende WGA- en langdurige ziektegevallen - op het moment dat zij op dat moment weer naar een private verzekeraar zouden willen overstappen. Mogelijk is dat eiseressen als eigenrisicodragers in de toekomst aan een hogere premie niet zullen ontkomen aangezien buiten geschil is dat Delta Lloyd na de contractsvervaldatum van de door eiseressen gesloten verzekeringen wél gerechtigd is de premie te verhogen en andere verzekeraars naar alle waarschijnlijkheid ten gevolge van de aanstaande wetswijzigingen ook hogere premies zullen vragen. In de onderhavige procedure is evenwel onvoldoende aannemelijk gemaakt dat een tussentijdse overstap van eiseressen naar het publieke bestel eiseressen alleen maar voordelen zal opleveren, zodat zij er belang bij hebben de duur van hun contract met Delta Lloyd uit te dienen.

4.9.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vordering van eiseressen zoals weergegeven bij 3.1. onder 2. zal worden toegewezen tot 1 januari 2016. Nu Delta Lloyd daarmee gehouden is de premie van eiseressen ongewijzigd te laten, staat het haar niet vrij aan een besluit tot wijziging van de premie uitvoering te geven, zodat niet nodig is haar te gebieden dat besluit in te trekken. Deze vordering zal derhalve worden afgewezen. Aan de veroordeling zal geen dwangsom worden verbonden, aangezien Delta Lloyd ter zitting heeft verklaard zich aan een veroordelend vonnis te zullen houden en de voorzieningenrechter geen aanleiding heeft te veronderstellen dat Delta Lloyd deze toezegging niet gestand zal doen.

4.10.

Delta Lloyd zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiseressen worden begroot op:

- dagvaarding EUR  92,82

- griffierecht 589,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal EUR  1.497,82

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

gebiedt Delta Lloyd de WGA-ERD verzekeringen van eiseressen tot 1 januari 2016 voort te zetten tegen het in 2013 geldende premieniveau,

5.2.

veroordeelt Delta Lloyd in de proceskosten, aan de zijde van eiseressen tot op heden begroot op EUR 1.497,82,

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M. Berkhout, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M.R.S. Bacon, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2013.1

1 type: MRSB coll: