Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:7064

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
01-10-2013
Datum publicatie
25-10-2013
Zaaknummer
CV EXPL 12-38524
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Omschrijving: arbeidsovereenkomst, ontslag op staande voet gegeven wegens privé gebruik aan werknemer gegeven tankpas door derden; na afweging van de omstandigheden van het geval geen dringende reden; werkgever schadeplichtig; vergoeding het loon voor de tijd dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren; matiging wettelijke verhoging tot nihil; buitengerechtelijke incassokosten afgewezen; gedeeltelijke toewijzing proceskosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2013-0831
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Privaatrecht

Rolnummer: CV EXPL 12-38524

Vonnis van: 1 oktober 2013

F.no.: 497

Vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

[eiseres]

wonende te [woonplaats eiseres]

eiseres in conventie

gedaagde in voorwaardelijke reconventie

nader te noemen: [eiseres]

gemachtigde: mr. D.H.J. Krouwel

t e g e n

de besloten vennootschap Bestseller Wholesale Benelux BV

gevestigd te Amstelveen

gedaagde in conventie

eiseres in voorwaardelijke reconventie

nader te noemen: Bestseller BV

gemachtigden: mrs. E.L. Zondervan en T. van Liempd

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Op de dagvaarding met producties van 15 november 2012, inhoudende de vordering van [eiseres], heeft Bestseller BV bij conclusie van antwoord in conventie, tevens houdende conclusie van eis in voorwaardelijke reconventie gereageerd. Bij instructie tussenvonnis van 19 februari 2013 is een comparitie na antwoord gelast, welke is gehouden op 16 april 2013. Voorafgaande aan de comparitie na antwoord heeft [eiseres] een conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie toegezonden. Op de comparitie na antwoord is [eiseres], vergezeld van haar gemachtigde, verschenen. Bestseller BV is verschenen bij [naam 1] (directeur) en[naam 2] (HR manager), vergezeld van haar gemachtigde mr. T. van Liempd. Beide partijen hebben hun standpunten toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft van het verhandelde ter zitting handgeschreven aantekeningen gemaakt, welke aan het procesdossier zijn toegevoegd.

De zaak staat voor vonnis.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

feiten en omstandigheden

1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staan de volgende feiten en omstandigheden vast:

  1. Bij schriftelijke arbeidsovereenkomst van 23 augustus 2011 is de thans 23-jarige [eiseres] ([geboortedatum]) met ingang van 1 september 2011 voor de duur van 8 maanden als commercial merchandiser Vero Moda bij Bestseller BV in dienst getreden tegen een salaris van laatstelijk € 1.800,00 bruto per maand, exclusief vakantietoeslag en overige emolumenten.

  2. Na ommekomst van de contractuele termijn van 8 maanden is de arbeidsovereenkomst mondeling verlengd tot 1 december 2012.

  3. In artikel 6 van de arbeidsovereenkomst is een regeling over het gebruik van de auto opgenomen, luidende:

De werkneemster krijgt de beschikking over een auto van de zaak (Volkswagen Polo of equivalent). Alle kosten (o.a. benzine, verzekering, motorrijtuigenbelasting, onderhoud, etc) zullen voor rekening van de werkgever komen.

Het is de werkneemster toegestaan de bovengenoemde auto privé te gebruiken, met dien verstande dat dit in alle redelijkheid zal geschieden. In het geval van langdurige afwezigheid (o.a. bij ziekte) dient de auto weer ter beschikking van de werkgever te worden gesteld.

Op artikel 8 is het reglement autogebruik van toepassing.

In verband met de belastingwetgeving 2006 omtrent een auto van de zaak, dient werkneemster zelf zorg te dragen voor de registratie van privé gereden kilometers/ritten. Indien werkneemster meent geen fiscale bijtelling te hebben in verband met een beperkt privé gebruik van de auto, dan dient werkneemster dit zelf met de belastingdienst te regelen / op te nemen.

In artikel 19 van de arbeidsovereenkomst wordt verwezen naar het handboek, waarvan [eiseres] bij het ondertekenen van de arbeidsovereenkomst een exemplaar heeft ontvangen. In dat handboek zijn regelingen over de arbeidsvoorwaarden en huisregels opgenomen. Artikel 1.9.2. van het handboek bevat een voorschrift over het woon-werk verkeer. Voorts handelt artikel 1.14 van het Handboek over “auto van de zaak” en luidt:

Voor alle medewerkers met een auto van de zaak geldt het autoreglement welke in bijlage 7 terug te vinden is.

In het autoreglement is onder meer het navolgende opgenomen:

1 Gebruik privé

De werknemer is bevoegd de bedrijfswagen voor privé doeleinden te gebruiken indien dit naar alle redelijkheid gebeurt.

2 Fiscale bijtelling van de zaak (privé gebruik)

………….

9. Overige

Het is niet toegestaan de bedrijfswagen uit te lenen aan derden (m.u.v. de levenspartner en eerstegraads familie) en/of de bedrijfswagen te gebruiken voor nevenactiviteiten. Het (tijdelijk) uitlenen van de bedrijfswagen aan collega’s is uitsluitend mogelijk na toestemming van de afdelingsmanager c.q. coördinator.

Op grond van de arbeidsovereenkomst zijn aan [eiseres] de volgende (lease)auto’s ter beschikking gesteld:

 vanaf 01-09-2011 t/m 23-10-2011 Polo, diesel;

 vanaf 24-10-2011 t/m 26-10-2011 vervangende auto Golf, 48-RDZ-7, benzine;

 vanaf 27-10-2011 t/m 07-12-2011 Polo, diesel;

 vanaf 08-12-2011 t/m 15-12-2011 vervangende auto Polo, 59-LNS-7, diesel;

 vanaf 16-12-2011 t/m 11-10-2012 Polo, diesel.

Voorts heeft [eiseres] van Bestseller BV een Shell tankpas met [nummer] ontvangen. Deze tankpas is gekoppeld aan het [kenteken], welk kenteken op naam is gesteld van [eiseres]. De met de tankpas betaalde tankbeurten worden door Shell bij Bestseller BV in rekening gebracht.

Op donderdagochtend 11 oktober 2012 wordt [eiseres] in een bespreking met human resources manager [naam 2] en directeur [naam 1] gevraagd naar het (on)rechtmatig gebruik van de tankpas in de periode vanaf 25 oktober 2011 tot en met 5 oktober 2012. Aan [eiseres] is een diesel bedrijfsauto ter beschikking gesteld, terwijl uit het gebruik van de tankpas blijkt dat met die pas ook (loodvrije) benzine is getankt. Het gesprek wordt door Bestseller BV bij brief van 11 oktober 2012 bevestigd. In deze brief is onder meer het navolgende opgenomen:

Zoals je weet is de tankpas die we jou ter beschikking hebben gesteld persoonlijk en alleen te gebruiken voor jouw eigen bedrijfswagen.

Jouw verklaring is dat jouw vriend enkele malen met jouw tankpas getankt heeft voor jouw bedrijfswagen en zodoende op de hoogte was van de code van jouw tankpas. Later heb jij jouw vriend toestemming gegeven om met jouw tankpas benzine te tanken voor zijn privé auto. Tevens heb jij verklaard bij enkele van deze tankbeurten aanwezig te zijn geweest.

Wij zullen ons nu beraden op de te nemen vervolg stappen.

Bij de brief is een bijlage gevoegd, waarin een overzicht wordt gegeven van de 11 tankbeurten, waarbij (loodvrije) benzine is getankt. Het totaalbedrag, waarvoor loodvrije benzine is getankt, bedraagt € 620,69, incl. btw.

[eiseres] heeft deze brief voor akkoord ondertekend en de bijlage bij de brief geparafeerd.

i. Later die dag wordt [eiseres] door Bestseller BV opnieuw voor een gesprek uitgenodigd en wordt haar medegedeeld dat zij op staande voet is ontslagen. De reden van het ontslag op staande voet wordt bevestigd bij brief van 11 oktober 2012. In die brief is onder meer het volgende opgenomen:

De aan jou verstrekte tankpas met pincode is persoonlijk en behoort uitsluitend bij de aan jou verstrekte lease-auto. Je hebt willens en wetens de tankpas met bijbehorende pincode aan je vriend ter beschikking gesteld, die vervolgens op kosten van je werkgever de tank van zijn eigen auto heeft gevuld waarvoor jij ook toestemming aan je vriend hebt gegeven. Je hebt verklaard dat je zelf een aantal malen erbij bent geweest toen je vriend de tank van zijn eigen auto vulde met gebruikmaking van jouw tankpas en pincode, die bij je leaseauto hoort. Hierdoor is er door zowel jouw vriend als door jou wederrechtelijk gehandeld jegens je werkgever en waardoor ook schade is ontstaan. In genoemde periode is er in totaal een bedrag van 620,69 euro getankt door jouw vriend met gebruikmaking van jouw tankpas.

Voorts wordt in de brief het navolgende opgemerkt:

Tevens maken wij aanspraak op schadevergoeding ex artikel 7:677 lid 3 jo 7:680 BW, inhoudende het bruto loon over de periode waarin het dienstverband had voortgeduurd als er zou zijn afgezegd met de toepasselijke opzegtermijn, deze schadevergoeding zal worden verrekend met de eindafrekening van het dienstverband. Ook wordt je verzocht om per direct de tot op heden gebleken schade ad € 620,69 aan Bestseller over te maken. Indien dit niet gebeurt, zal dit bedrag ook met de eindafrekening worden verrekend en indien dit niet meer mogelijk is, bij jou in rekening worden gebracht.

De gemachtigde van [eiseres] maakt bij per e-mail en post verzonden brief van 24 oktober 2012 bezwaar tegen het op staande voet gegeven ontslag en roept de nietigheid daarvan in. Voorts wordt aanspraak gemaakt op doorbetaling van loon.

vordering in conventie en verweer in voorwaardelijke reconventie

2. [eiseres] vordert dat Bestseller BV bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot

A. betaling van:

  1. € 3.525,69 bruto wegens schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente;

  2. € 332,28 bruto aan opgebouwde, maar niet opgenomen vakantiedagen, vermeerderd met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente;

  3. € 510,80 wegens buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf dagvaarding;

  4. e proceskosten.

het verstrekken van salarisspecificaties over de schadevergoeding en opgebouwde en niet opgenomen vakantiedagen met wettelijke verhoging.

3. Aan de vordering legt [eiseres] ten grondslag, dat zij ten onrechte op staande voet is ontslagen, zodat Bestseller BV gehouden is haar schade te vergoeden. Voorts wordt aanspraak gemaakt op uitbetaling van de opbouwde maar niet opgenomen vakantiedagen. [eiseres] voert daartoe samengevat het navolgende aan.

4. Op de bespreking van donderdagochtend 11 oktober 2012 verwijten directeur [naam 1] en human resources manager [naam 2] [eiseres] dat zij met de tankpas in het kader van privé gebruik tenminste 11 keer brandstof voor een andere auto dan de bedrijfsauto had gebruikt. [eiseres] wist niet dat de tankpas alleen voor brandstof voor de bedrijfsauto mocht worden gebruikt en schrok van de aan haar gemaakte verwijten. Toen zij later in de dag daarvoor op staande voet werd ontslagen was zij daarover verbijsterd.

5. [eiseres] betwist dat is afgesproken dat de tankpas alleen voor het tanken van brandstof voor de ter beschikking gestelde bedrijfsauto mag worden gebruikt. De arbeidsovereenkomst en het handboek staan ook privé gebruik van de bedrijfsauto toe. Zo mag [eiseres] met haar vriend met de bedrijfsauto haar familie bezoeken en bijvoorbeeld naar de sportschool gaan en voor het brandstofverbruik dat deze privé ritten meebrengt de tankpas gebruiken. [eiseres] veronderstelde dat als die privé ritten door haar met haar vriend in de auto van haar vriend werden afgelegd, zij voor het brandstofverbruik van de auto van haar vriend ook de tankpas mocht gebruiken. Dit gebruik van de tankpas leidt immers voor Bestseller BV niet tot hogere kosten dan contractueel is overeengekomen en is daarmee ook geen onredelijk gebruik van de tankpas.

[eiseres] stelt dat haar handelwijze niet ongewoon is. Ook haar collega’s doen dit. Na haar ontslag zijn de regels bij Bestseller BV aangescherpt, maar dit kan niet met terugwerkende kracht voor [eiseres] gelden.

6. [eiseres] betwist dat met de tankpas eigen brandstofverbruik van haar vriend is betaald.

7. Voorts betwist [eiseres] dat het ontslag op staande voet onverwijld is gegeven. Bestseller ontving in ieder geval maandelijks overzichten van het benzineverbruik van haar bedrijfsauto en kon daardoor vanaf oktober 2011 weten dat zij incidenteel ook (loodvrije) benzine met de tankpas tankte terwijl zij een diesel bedrijfsauto heeft. [eiseres] acht het ongeloofwaardig dat Bestseller BV eerst op of omstreeks 10 oktober 2012 achter dit volgens Bestseller BV strijdige gebruik van de tankpas is gekomen. Bovendien is zij niet meteen die ochtend op staande voet ontslagen, maar is dit pas aan het einde van de werkdag geweest. Kennelijk was Bestseller BV eerst niet van plan haar te ontslaan, maar is haar dit later ingefluisterd door een derde.

8. De omstandigheden leveren volgens [eiseres] geen dringende reden op. [eiseres] doet afstand van haar beroep op nietigheid en maakt aanspraak op schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging. [eiseres] berekent de gefixeerde schadevergoeding als volgt. Het loon over de periode vanaf 11 oktober 2012 tot 1 december 2012 bedraagt € 3.033,78 bruto. Dit bedrag dient te worden vermeerderd met 8% vakantiegeld, zijnde € 242,70.

9. Naast de gefixeerde schadevergoeding vordert [eiseres] vergoeding van 4 opgebouwde maar niet uitbetaalde vakantiedagen, zijnde € 332,28 bruto.

10. [eiseres] voert verweer tegen de voorwaardelijke reconventionele vordering. Volgens [eiseres] is het ontslag op staande voet ten onrechte gegeven en is van opzet of schuld aan haar zijde geen sprake. Voorts heeft Bestseller BV door haar handelwijze geen schade geleden. Voorzover zij schadeplichtig is, dient het bedrag aan schadevergoeding vanwege de omstandigheden van het geval te worden gematigd.

verweer in conventie en vordering in voorwaardelijke reconventie

11. Bestseller BV verweert zich tegen de conventionele vordering van [eiseres] en voert - kort gezegd - het volgende aan.

12. In oktober 2012 controleerde Bestseller BV in verband met de btw verhoging de tankoverzichten. Toen viel op dat uit die overzichten bleek dat [eiseres] tenminste 11 keer benzine had getankt, terwijl aan haar een bedrijfsauto met diesel ter beschikking is gesteld. Bestseller BV heeft vervolgens gecontroleerd of [eiseres] een vervangende (bedrijfs)auto met benzine heeft gehad, maar dit bleek maar in één van de 11 tankbeurten het geval te zijn geweest. Hierop is besloten [eiseres] over dit onrechtmatig ogende gebruik van de tankpas te horen.

13. [eiseres] is op donderdagochtend 11 oktober 2012 gehoord. [eiseres] voerde allereerst aan dat zij een keer per ongeluk benzine had getankt en dat zij daarop de leasemaatschappij had gebeld hoe zij had te handelen. Haar was toen aangeraden meer benzine te tanken “om de boel te smeren”. Zij heeft aan die instructie uitvoering gegeven. Nadat zij op deze reden kritisch was bevraagd, voerde [eiseres] aan dat zij in een vervangende benzine auto had gereden en daardoor diverse malen benzine had getankt. Dit was door Bestseller BV reeds voorafgaand aan het gesprek gecontroleerd en was – behoudens één tankbeurt – niet juist. Daarna heeft [eiseres] erkend, dat haar twee hiervoor genoemde verklaringen onjuist waren. Ook erkende [eiseres] dat haar vriend met de tankpas brandstof voor zijn auto had getankt en dat deze handelwijze niet is toegestaan. Deze verklaring van [eiseres] is schriftelijk vastgelegd en door [eiseres] voor akkoord ondertekend.

Aan het slot van het gesprek is aan [eiseres] medegedeeld dat Bestseller BV zich over de ontstane situatie zou beraden. In de middag is [eiseres] opnieuw voor een gesprek uitgenodigd en is zij op staande voet ontslagen. Het ontslag is daarmee in de gegeven omstandigheden onverwijld gegeven.

14. Voorzover het ontslag op staande voet ten onrechte is gegeven en Bestseller BV jegens [eiseres] schadeplichtig is, is de gefixeerde schadevergoeding onjuist berekend. Ingevolge artikel 7:680 BW dienen de niet genoten vakantiedagen buiten beschouwing te blijven. Het bedrag is derhalve maximaal € 3.276,48 bruto (brutoloon plus vakantietoeslag). Voorts betwist Bestseller BV dat [eiseres] nog een tegoed aan vakantiedagen heeft. Onder verwijzing naar de onderliggende stukken heeft [eiseres] juist een tekort van 1,5 dag. Tot slot betwist Bestseller BV de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten.

15. Ter ondersteuning van haar verweer legt Bestseller BV onder meer over de schriftelijke verklaring van human resources medewerker[naam 2] d.d. 9 januari 2013 en de door [eiseres] voor akkoord ondertekende verklaring van het gesprek op donderdagochtend 11 oktober 2012.

16. Bestseller BV vordert voorwaardelijk – voor het geval het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven – in reconventie, dat [eiseres] bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis wordt veroordeeld tot betaling van € 3.672,00 bruto, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van opeisbaarheid. Dit alles met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten. Aan de vordering legt Bestseller BV ten grondslag dat [eiseres] op grond van 7:677 lid 3 jo 7:680 BW schadeplichtig is.

beoordeling

17. De conventionele en de voorwaardelijk reconventionele vorderingen lenen zich voor gezamenlijke behandeling.

18. De kantonrechter heeft eerst de vraag te beantwoorden of op 11 oktober 2012 van een zodanige dringende reden sprake was dat Bestseller BV [eiseres] op staande voet kon ontslaan.

Bij de beantwoording van deze vraag geldt als uitgangspunt dat het ontslag op staande voet een ultimum remedium is en heeft de kantonrechter de omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang bezien, in aanmerking te nemen. Bij die omstandigheden behoren in de eerste plaats in de beschouwing te worden betrokken de aard en de ernst van hetgeen de werkgever als dringende reden aanmerkt, en in de tweede plaats onder meer de aard van de dienstbetrekking, de duur daarvan en de wijze waarop de werknemer die dienstbetrekking heeft vervuld, alsmede de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals zijn leeftijd en de gevolgen die een ontslag op staande voet voor hem zouden hebben. Ook indien de gevolgen ingrijpend zijn, kan een afweging van deze persoonlijke omstandigheden tegen de aard en de ernst van de dringende reden tot de slotsom leiden dat een onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst gerechtvaardigd is (vgl. onder meer HR 12 februari 1999, LJN: ZC2849).

19. Bestseller BV verwijt [eiseres] samengevat, dat

  • -

    zij op onrechtmatige wijze de tankpas heeft gebruikt door daarmee brandstof ten behoeve van haar vriend te (laten) tanken;

  • -

    dit tenminste 11 maal in een periode van circa een jaar is gebeurd;

  • -

    daarmee een totaalbedrag van € 620,69 is gemoeid;

  • -

    toen [eiseres] daarop door Bestseller BV werd aangesproken zij niet meteen de werkelijke toedracht heeft verteld, maar eerst argumenten heeft genoemd waaruit verklaarbaar zou zijn dat zij voor haar bedrijfsauto loodvrije benzine had getankt;

  • -

    [eiseres] door haar handelwijze het vertrouwen van Bestseller BV in de wijze waarop zij haar functie uitoefent in ernstige mate heeft geschaad.

20. Bestseller BV heeft aan [eiseres] een bedrijfsauto en tankpas ter beschikking gesteld en met [eiseres] afgesproken dat de kosten van de bedrijfsauto, inclusief privé gebruik, voor haar rekening zijn. Een redelijke uitleg van de afspraken tussen partijen brengt met zich mee dat die tankpas bestemd is te worden gebruikt voor de brandstof in de bedrijfsauto. Deze uitleg leidt ertoe dat [eiseres] in strijd met de arbeidsovereenkomst heeft gehandeld door de tankpas ook te gebruiken voor de brandstof van de auto van haar vriend.

Voor de beoordeling van de ernst van het verwijt dat aan [eiseres] voor deze gedragingen kan worden gemaakt, betrekt de kantonrechter in ieder geval de volgende omstandigheden:

  • -

    Bestseller BV heeft in de arbeidsovereenkomst en het autoreglement geen bepaling aan de tankpas gewijd en daarmee ook niet expliciet schriftelijk vastgelegd dat de tankpas louter en alleen ten behoeve van de bedrijfsauto mag worden gebruikt;

  • -

    voor Bestseller BV is het vanaf het begin zichtbaar geweest dat [eiseres] gemiddeld eens per maand de tankpas voor de brandstof voor een andere auto gebruikte doordat zij geen diesel maar loodvrije benzine afrekende;

  • -

    de tankpas kent de mogelijkheid per tankbeurt de kilometerstand op te geven, hetgeen in de afrekening bij de werkgever wordt vermeld zodat de werkgever met dat gegeven kan nagaan of de getankte hoeveelheid gelet op de kilometerstand in redelijkheid aan de bedrijfsauto kan worden toegerekend. Ten tijde dat [eiseres] de tankpas gebruikte, heeft Bestseller BV deze mogelijkheid niet aan haar werknemers voorgeschreven en evenmin de (maandelijkse) afrekeningen daarop gecontroleerd.

  • -

    de regeling over de bedrijfsauto, waarbij ook privé gebruik is toegestaan, is zeer ruim. Op zichzelf is zeer wel denkbaar dat [eiseres] met de tankpas benzine heeft getankt, welke hoeveelheid zij aan diesel zou hebben getankt als zij niet met de auto van haar vriend maar met de bedrijfsauto naar familie, sportschool en andere privé bezoeken was gegaan.

  • -

    het aantal keren dat [eiseres] de tankpas voor een andere auto dan de bedrijfsauto (of de vervangende auto) heeft gebruikt is op jaarbasis op zichzelf beperkt.

  • -

    op zichzelf was denkbaar dat mede gelet op de gebrekkige regeling in de arbeidsvoorwaarden over het gebruik van de tankpas [eiseres] een duidelijk waarschuwing zou hebben gekregen, zou zijn verplicht het bedrag aan “onrechtmatig” gebruik van de tankpas van circa € 620,00 – al dan niet in termijnen – terug te betalen, Bestseller BV ten opzichte van alle werknemers de regeling op de tankpas en de controle daarop zou hebben aangescherpt, waaronder de invoering van opgave van kilometerstanden als er getankt wordt en met de tankpas wordt afgerekend en Bestseller BV na ommekomst van de verlengde termijn – anderhalve maand later – de arbeidsovereenkomst met [eiseres] niet zou hebben verlengd.

Ten nadele van [eiseres] weegt mee dat zij niet meteen de werkelijke toedracht aan Bestseller BV heeft verteld toen zij op 11 oktober 2012 op het tanken van loodvrije benzine in plaats van diesel werd aangesproken.

Voorts weegt mee, dat het ontslag op staande voet voor [eiseres] vergaande gevolgen heeft gehad. [eiseres] zat meteen zonder inkomsten en kon bij haar sollicitaties voor een andere werkkring geen gunstige referenties van Bestseller BV overleggen, hetgeen haar kansen op de arbeidsmarkt heeft verslechterd.

Eveneens weegt mee dat onbestreden is gelaten dat [eiseres] tot 11 oktober 2012 tot volle tevredenheid van Bestseller BV heeft gefunctioneerd.

Na afweging van deze omstandigheden is de kantonrechter van oordeel dat de dringende reden voor het ontslag op staande voet ontbrak.

21. Het voorgaande heeft tot gevolg dat Bestseller BV de arbeidsovereenkomst met [eiseres] tegen een eerdere dag heeft opgezegd dan tussen partijen geldt, zodat Bestseller BV in gevolge artikel 7:677 lid 2 BW schadeplichtig is. [eiseres] vordert de gefixeerde schadevergoeding neergelegd in artikel 7:680 BW, zijnde het bedrag van het in geld vastgestelde loon voor de tijd, dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren. De kantonrechter stelt het bedrag op € 3.276,48 bruto (brutoloon plus vakantietoeslag). De wettelijke rente over dat bedrag wordt vanaf 11 oktober 2012 toegewezen.

22. Bestseller BV heeft gemotiveerd betwist dat [eiseres] nog opgebouwde maar nog niet opgenomen vakantiedagen had, zodat dit deel van de vordering wordt afgewezen.

23. Gelet op de omstandigheden van het geval, waaronder het aan [eiseres] te maken verwijt voor het gebruik van de tankpas, matigt de kantonrechter de wettelijke verhoging tot nihil. Bij dit oordeel weegt onder meer mee de aan [eiseres] toegewezen wettelijke rente.

24. De voorafgaande aan de gerechtelijke procedure verrichte buitengerechtelijke werkzaamheden hangen zo zeer samen met de verrichtingen in rechte en zijn overigens zo beperkt van omvang geweest dat de vordering met betrekking tot de buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen.

25. Bij deze uitkomst van de conventionele procedure, waarbij [eiseres] gedeeltelijk in het ongelijk is gesteld, zal de kantonrechter Bestseller BV veroordelen tot betaling van het griffierecht aan [eiseres] en de dagvaardingskosten aan de griffier. Het salaris gemachtigde wordt gecompenseerd in die zin dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.

26. De voorwaarde waaronder de reconventionele vordering is ingesteld is niet vervuld, zodat daarop inhoudelijk niet wordt beslist.

27. De voorwaardelijke reconventionele vordering hangt zo zeer samen met de conventionele vordering dat de kantonrechter de proceskosten tussen partijen zal compenseren.

BESLISSING

De kantonrechter:

in conventie

veroordeelt Bestseller BV tot betaling aan [eiseres] van € 3.276,48, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 oktober 2012 tot aan de dag van algehele voldoening;

veroordeelt Bestseller BV in de proceskosten aan de zijde van [eiseres] gevallen, voorzover betrekking hebbend op het griffierecht en de dagvaardingskosten, waarbij Bestseller BV wordt veroordeeld tot betaling aan:

- [eiseres] € 207,00 wegens griffierecht;

- de griffier € 99,67 wegens dagvaardingskosten;

en compenseert het salaris gemachtigde in die zin dat ieder der partijen de eigen kosten draagt;

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde;

in voorwaardelijke reconventie

bepaalt dat de voorwaarde waaronder de reconventionele vordering is ingesteld niet is vervuld;

compenseert de proceskosten in die zin dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.

Aldus gewezen door mr. D.H. de Witte, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 oktober 2013 in tegenwoordigheid van de griffier.