Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:6970

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
31-07-2013
Datum publicatie
23-10-2013
Zaaknummer
HA ZA 12-1127
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het idee om een serie gefilmde portretten te maken van hedendaagse Nederlandse beeldende kunstenaars (“Hollandse Meesters in de 21e eeuw”) is niet zonder meer een auteursrechtelijk beschermd format. De (mede-)ontwikkelaar van het project heeft daarom geen recht op de door haar gevorderde vergoeding voor openbaarmaking van de serie door de coproducent. De (mede-) ontwikkelaar vordert verder onder meer € 10.000 voor ontwikkelingskosten per serie van 20 afleveringen. De rechtbank oordeelt dat haar slechts € 10.000 toekomt, omdat niet is komen vast te staan dat de vergoeding voor iedere serie van 20 afleveringen was verschuldigd. De coproducent moet bewijzen dat hij deze € 10.000 reeds heeft voldaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/525959 / HA ZA 12-1127

Vonnis van 31 juli 2013

in de zaak van

1 [eiser 1],

wonende te [woonplaats 1],

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser 2] ,

gevestigd te [vestigingsplaats 1],

eiseressen in conventie,

verweersters in voorwaardelijke reconventie,

advocaat mr. B.P. Aalberts te Amsterdam,

tegen

1. de stichting

STICHTING INTERAKT,

gevestigd te Amsterdam,

2. de stichting

STICHTING HOLLANDSE MEESTERS,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagden in conventie,

eiseressen in voorwaardelijke reconventie,

advocaat mr. P. Katz te Amsterdam.

Eiseressen in conventie tevens verweersters in voorwaardelijke reconventie zullen hierna [eiser 1] en [eiser 2] (gezamenlijk [eiseressen]) genoemd worden. Gedaagden in conventie tevens eiseressen in voorwaardelijke reconventie zullen hierna Interakt en de Stichting (gezamenlijk Interakt c.s.) genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 21 augustus 2012,

  • -

    de akte overlegging producties van [eiseressen] met producties,

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie tevens van voorwaardelijke eis in reconventie met producties,

  • -

    het ambtshalve gewezen tussenvonnis van 12 december 2012, waarin een comparitie van partijen is gelast,

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 17 april 2013 en de daarin genoemde conclusie van antwoord in reconventie met producties.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser 1] en [naam 1] (hierna: [naam 1]) hebben samengewerkt aan de ontwikkeling en uitwerking van een multimediaal project met de titel “Hollandse Meesters in de 21e eeuw” (hierna: Hollandse Meesters). Het betreft een reeks van gefilmde portretten van gerenommeerde Nederlandse beeldende kunstenaars in de 21e eeuw. De portretten worden door verschillende filmregisseurs gemaakt en geven de kijker inzicht in de werkwijze, het materiaalgebruik en de ideeën over kunst van de geportretteerde kunstenaar, die in zijn atelier wordt gefilmd. Iedere aflevering duurt vijftien minuten en schetst het portret van één kunstenaar. De kunstenaars worden vooraf geselecteerd uit een lijst die door Nederlandse musea is samengesteld. De portretten worden vertoond in deze musea in zogenoemde ‘minibioscoopjes’ en zijn ondermeer door RTV-Noord Holland (hierna: RTVNH) uitgezonden. Twintig portretten zijn op een tweetal dvd’s uitgebracht. Er zijn thans veertig portretten/afleveringen gemaakt en een volgende serie van twintig is op komst.

2.2.

[eiser 1] en [naam 1] hebben gezamenlijk een pilot aflevering tot stand gebracht over kunstenaar [naam kunstenaar]. Voor het tot stand brengen van deze pilot werd subsidie verkregen van het Fonds BKVB.

2.3.

Begin 2010 hebben [eiser 1] en [naam 1] Interakt benaderd om te onderzoeken of Interakt Hollandse Meesters feitelijk wilde produceren.

2.4.

Op 20 februari 2010 heeft een overleg plaatsgevonden tussen [eiser 1], [naam 1] en de directeur van Interakt [naam 2] (hierna: [naam 2]). De naar aanleiding van dit overleg opgestelde notulen luiden, voor zover thans relevant, als volgt:

“(…)

Voorbereiding en ontwikkeling tot nu toe

Af te schrijven op basis van 1000 euro per gemaakte aflevering.

(…)

Producersfee:

Minus kantoorkosten, daarna gedeeld door 3.

Winstdeling

Te berekenen adhv bruto omzet, of op basis van prognose en nacalculatie:

Gedeeld door 3.

(…)”

2.5.

Het overleg tussen [eiser 1], [naam 1] en Interakt heeft geresulteerd in een “Letter of intent ten behoeve van het produceren van kunstenaarsportretten onder de titel Hollandse Meesters van de 21e eeuw”, gedateerd 11 maart 2010 (hierna: de LOI), die, voor zover hier van belang, luidt:

“Interakt, vertegenwoordigd door [naam 2], [naam 1] en [eiser 2], vertegenwoordigd door [eiser 1] zijn overeengekomen in co-productie een serie van 100 of meer kunstenaarsportretten te produceren.

A. Omschrijving project

1. Het gezamenlijk (doen) vervaardigen van een serie van vooralsnog 20 – maar in principe oneindig aantal – kunstenaarsportretten van plusminus 15 minuten op video ten behoeve van het vertonen in musea, op televisie, internet en andere dragers.

(…)

B. Taakverdeling

- Partijen zullen gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de artistieke en inhoudelijke kwaliteit en de sponsoring en zullen overeenstemming moeten hebben over de begroting.

-Interakt is financieel eindverantwoordelijk en aanspreekpunt voor de makers.

(…)

C. Financiën

- De portretten zullen conform de begroting op HD kwaliteit worden geproduceerd.

- Voor het genereren van inkomsten zullen fondsen en bedrijven onder de vlag van de Stichting Hollandse Meesters worden benaderd. Nadat de sponsorgelden zijn gestort zal Interakt een nota aan de Stichting Hollandse Meesters sturen om de productie te kunnen realiseren.

- Partijen hebben recht op een gelijke salariëring van 400 euro per dag.

- Op de begroting wordt per aflevering een post ontwikkelingskosten vrijgemaakt van 1000, gelijkelijk te verdelen tussen [naam 1] en [eiser 2]. De pilot aflevering met [naam kunstenaar] is daarmee gefinancierd.

(…)

- Winst en producers fee worden gezamenlijk verdeeld onder partijen, te berekenen op basis van de begrotingsprognose en een nacalculatie

(…)”

2.6.

[eiser 2] is met ingang van 1 februari 2010 opgeheven wegens gebrek aan baten.

2.7.

In april 2010 is de Stichting Hollandse Meesters opgericht. [eiser 1], [naam 1] en [naam 2] vormden het bestuur van de Stichting.

2.8.

Op 9 september 2010 is een overeenkomst gesloten tussen de Stichting, vertegenwoordigd door [eiser 1], [naam 2] en [naam 1] en Interakt, vertegenwoordigd door [naam 2] (hierna: de overeenkomst). De overeenkomst luidt, voor zover thans relevant, als volgt:

“(…)

in aanmerking nemende dat:

a- de Stichting voornemens is een serie van 100 gefilmde portretten van Nederlandse beeldende kunstenaars van de 21e eeuw te laten vervaardigen onder de (voorlopige) titel “Hollandse Meesters”;

(…)

d- de Stichting voornemens is, mits zwaarwegende redenen anders doen besluiten, de 100 portretten met Interakt te realiseren.

komen als volgt overeen:

Artikel 1: Opdracht en aanvaarding

1.1

De Stichting geeft aan Interakt de opdracht, welke opdracht door Interakt wordt aanvaard, om een serie van 20 gefilmde portretten “Hollandse meesters van de 21e eeuw” te vervaardigen. (…)

Artikel 2: Oplevering.

(…)

2.2

Hollandse Meesters zal op drager worden vastgelegd op HDcam en conform de uitzendnorm van de publieke omroep worden aangeleverd (…)

Artikel 3.- Bijdragen Stichting en betaling

3.1

Hollandse Meesters zal door Interakt worden geproduceerd volgens de als

Bijlage 2 aan deze overeenkomst gehechte begroting. (…)

3.3 (…)

De Stichting draagt (…) zorg voor betaling van de honoraria van [naam 1] en voor [eiser 1] aan de [eiser 2].

De hiermee gemoeide bedragen zullen uit het totaalbedrag van de beschikbare begroting (in delen) aan de desbetreffende personen na facturering worden overgemaakt door de Stichting. De afgesproken ontwikkelingskosten ten bedrage van 10.000,- euro voor [naam 1] en [eiser 1] ieder, zullen rechtstreeks door de Stichting in 2 gelijke delen overgemaakt worden. De honoraria worden op declaratie basis uitbetaald door Stichting.

3.4

De Stichting zal aan Interakt de door [eiser 1] en [naam 1] geproduceerde pilot-aflevering met [naam kunstenaar] ter beschikking stellen.

(…)

Artikel 4 – Inhoud

(…)

4.2

Op de aftitelrol, affiche, dvd omslag, boek en de website zullen die medewerkers en sponsors aan de Hollandse Meesters worden genoemd die naar oordeel van de Stichting een relevante, creatieve, inhoudelijke of financiële medewerking hebben verleend aan de productie. De bestuursleden zullen als producenten worden benoemd.

(…)

Artikel 6 – Winst

De netto-opbrengst van de exploitatie van Hollandse Meesters in de breedste zin, van de Portretten (of de scenario’s) valt toe aan de Stichting. [eiser 1], [naam 2] en [naam 1] hebben recht op een winstdeling in gelijke verhouding.

Hiertoe zal Interakt een accountantsverklaring overleggen, uitgevoerd door een door de Stichting aan te wijzen accountant.

(…)”

2.9.

Een aan de overeenkomst gehechte bijlage I luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

Voorstel om te komen tot een redelijke en reëele verdeling van de werkzaamheden met betrekking tot de eerste serie van 20 portretten, het opstarten van boek, website, brochure, musea, educatie en archivering.

Interakt – [naam 2]

(…)

[naam 1]

(…)

[eiser 1]

1. Eindredactie (gedeeld met [naam 2])

2. Aanboren van nieuwe sponsors en zendgemachtigden (gedeeld)

laten vervaardigen brochure

laten vervaardigen drukwerk

3. Contacten met Cultura, Institut Neerlandais en de regionale omroepen

4. Productie en sponsoring boek (gedeeld)

5. Sponsoring website (gedeeld)

6. Sponsoring dvd box (gedeeld)

7. Archivering bij de overheid (met het oog op subsidie)

8. Educatieve uitbreiding van het project

9. Uitschrijven en agenderen vergaderingen tussen Interakt en Stichting

10. Contacten met Jury

10. Organiseren premiere festival (gedeeld)

IH/9 september 2010”

2.10.

Een aan de overeenkomst gehecht addendum, dat door [eiser 1], [naam 1] en [naam 2] op 11 september 2010 is ondertekend, luidt:

“De stichting Hollandse Meesters zal uit de toegekende subsidie van het Mediafonds/fondsBKVB 2 x 38.000,- ex btw euro reserveren voor de aan deze overeenkomst gehechte werkzaamheden van [eiser 1] en [naam 1].”

2.11.

Op 1 december 2010 heeft Interakt, met goedkeuring van de Stichting, een opdrachtovereenkomst gesloten met RTVNH voor de productie van de eerste serie Hollandse Meesters en op 15 maart 2011 heeft Interakt, wederom met goedkeuring van de Stichting, een opdrachtovereenkomst gesloten met RTVNH voor de productie van de tweede serie Hollandse Meesters.

2.12.

De pilot aflevering van [naam kunstenaar] was aanvankelijk onderdeel van de eerste serie, maar is uiteindelijk geen onderdeel geworden van Hollandse Meesters en ook niet opgenomen in de dvd series.

2.13.

Op 29 september 2011 heeft [eiser 1] in haar hoedanigheid van voorzitter van het bestuur van de Stichting een brief gezonden aan Interakt waarin zij Interakt op diverse tekortkomingen wijst en verzoekt om een aantal gegevens en een toelichting. In reactie op deze brief heeft [naam 2] telefonisch contact opgenomen met [eiser 1]. Naar aanleiding daarvan heeft [naam 2] per e-mail van 11 oktober 2011, voor zover hier van belang, aan [eiser 1] bericht:

“(…)

De zaken die wij onderling contractueel zoals de verplichtingen over winstdeling, de 10.000,- euro blijven uiteraard gewoon van kracht, daar hebben we allen voor getekend. Bij het starten van de nieuwe serie wordt die 10.000,- betaald.

Wat je andere vragen betreft, we maken een afrekening en daar staat de financiële verantwoording in. (…)”

2.14.

Op 28 november 2011 is [eiser 1] als voorzitter van het bestuur van de Stichting ontslagen.

2.15.

Bij brief van 5 december 2011 heeft [eiser 1] aan Interakt en de Stichting een factuur gestuurd ten bedrage van EUR 11.900,- (inclusief BTW) betreffende “Een eerste deel van de te betalen ontwikkelingskosten inzake het realiseren van de eerste serie van 20 portretten van de ‘Hollandse Meesters in de 21e eeuw’” en heeft zij, voor zover hier van belang, aan Interakt en de Stichting bericht:

“(…)

In verband met ons contract van 11 maart 2010 verzoek ik je mijn vennootschap, [eiser 2], opgave te doen van de hoogte van de winst over de eerste serie portretten.

(…)

Verder voor wat betreft de overeenkomst van 9 september 2010 tussen de Stichting Hollandse Meesters enerzijds en de stichting Interakt anderzijds.

Op grond van Artikel 3.3. ervan heeft mijn vennootschap recht op vergoeding van afgesproken ontwikkelingskosten ten bedrage van € 10.000,-- voor de eerste serie, welke door de stichting De Hollandse Meesters rechtstreeks aan mijn vennootschap overgemaakt dienen te worden.

Bijgesloten tref je de betreffende factuur aan.

(…)”

2.16.

Op 21 mei 2012 heeft [eiser 1] aan Interakt en de Stichting opnieuw een factuur gestuurd ten bedrage van EUR 11.900,- (inclusief BTW) betreffende “Een tweede deel van de ontwikkelingskosten inzake het realiseren van de tweede serie van 20 portretten (in totaal 100) van de ‘Hollandse meesters in de 21e eeuw’”.

2.17.

Bij brief van 10 juli 2012 heeft de advocaat van [eiser 1], voor zover hier van belang, aan Interakt en de Stichting bericht:

“(…)

Onder verwijzing naar het bovenstaande en naar eerdere sommaties en aanmaningen verzoek ik u, en voor zover nodig sommeer ik u, ten laatste male (…):

  1. het totaalbedrag van EUR 24.405,93 (twee maal EUR 10.000,-- vermeerderd met BTW, voor de eerste en tweede serie, alsmede vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 december resp. 4 juni tot heden) aan cliënte te betalen (…)

  2. cliënte omgaand op alle gebruikelijke wijzen op en bij het filmwerk, en uitingen die daarmee verband houden, in welke zin en van welke aard ook, te (doen) vermelden als mede-initiatiefnemer en producent, en schriftelijk te bevestigen dat u dit zult (blijven) doen bij en in het kader van alle series van Hollandse Meesters (…)

  3. schriftelijk te bevestigen dat u cliënte uiterlijk binnen twee weken na heden een accountantsverklaring zult verstrekken conform artikel 6 van de overeenkomst, teneinde de winstaanspraak van cliënte te kunnen vaststellen, en dat u cliënte ook overigens uiterlijk binnen twee weken na heden al die informatie en documentatie zult verstrekken waaruit de inkomsten en uitgaven gemoeid met de bedoelde exploitatie in de breedste zin kunnen worden afgeleid, evenals de aanspraken van cliënte;

  4. schriftelijk te bevestigen dat u ook voor vervolgseries van Hollandse Meesters gevolg zult blijven geven aan artikel 6 van de overeenkomst en de hiervoor opgenomen sommatie (3);

  5. schriftelijk te bevestigen dat u cliënte een aanvullende vergoeding zult voldoen (…) van EUR 7.500,-- als tegemoetkoming in de door cliënte gemaakte advocaatkosten, alsmede ter ‘afkoop’ van de financiële aanspraken die cliënte zou hebben gehad indien zij betrokken zou zijn gebleven bij Hollandse Meesters (…)”

2.18.

Zowel de factuur van 5 december 2011 als de factuur van 21 mei 2012 is door Interakt en de Stichting onbetaald gelaten. Interakt en de Stichting hebben geen gevolg gegeven aan de sommaties van (de advocaat van) [eiser 1].

3 Het geschil

in conventie

3.1.

[eiseressen] vordert – samengevat – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. een verklaring voor recht dat Interakt en de Stichting hoofdelijk aan [eiseressen] voor iedere serie van 20 portretten van Hollandse Meesters een vergoeding terzake van de door [eiseressen] gemaakte ontwikkelingskosten verschuldigd zijn van EUR 10.000,00, vermeerderd met BTW, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen vergoeding, op grond van artikel C van de LOI en artikel 3.3 van de overeenkomst, welke bij niet of niet tijdige betaling vermeerderd dient te worden met wettelijke rente, en welke vergoeding steeds door Interakt c.s. aan [eiseressen] verschuldigd is direct zodra een serie in productie wordt genomen;

II. een verklaring voor recht dat Interakt en de Stichting hoofdelijk gehouden zijn om opgave te doen van alle inkomsten die gemoeid zijn met de exploitatie van Hollandse Meesters, in ruime zin, iedere vorm van exploitatie daaronder begrepen, en dienaangaande accountantsverklaringen te overleggen, betrekking hebbende op alle series die zijn, worden of zullen worden gerealiseerd, teneinde de winstaanspraken van [eiseressen] zoals overeengekomen in artikel C van de LOI en artikel 6 van de overeenkomst te kunnen vaststellen;

III. een verklaring voor recht dat de formatrechten op Hollandse Meesters (mede) aan [eiseressen] toekomen en dat haar dientengevolge het uitsluitende recht toekomt om het format te (doen) openbaarmaken en/of verveelvoudigen, althans te (doen) exploiteren, en dat Interakt c.s., door het format zonder toestemming van [eiseressen] en zonder haar daarvoor een vergoeding te betalen, openbaar te (doen) maken en te (doen) verveelvoudigen voor de tweede serie en vervolgseries, inbreuk maken op de aan [eiseressen] toekomende rechten;

IV. hoofdelijke veroordeling van Interakt en de Stichting tot betaling van de facturen van [eiseressen] d.d. 5 december 2011 en 21 mei 2012, die ieder

EUR 11.900,00 (inclusief BTW) bedragen, betrekking hebbend op de in artikel C van de LOI en artikel 3.3 van de overeenkomst overeengekomen vergoeding van de ontwikkelingskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;

V. hoofdelijke veroordeling van Interakt en de Stichting om opgave te doen aan [eiseressen] van de opbrengsten voortvloeiende uit de exploitatie van Hollandse Meesters, in brede zin, iedere serie daaronder begrepen, en een accountantsverklaring en alle verdere relevante documenten, onderliggende bescheiden en specificaties te overleggen, een en ander conform artikel 6 van de overeenkomst, teneinde [eiseressen] in de gelegenheid te stellen om haar winstaanspraken vast te stellen, op straffe van een dwangsom;

VI. hoofdelijke veroordeling van Interakt en de Stichting om de naam van [eiseressen] bij iedere vorm van exploitatie van Hollandse Meesters te (doen) vermelden en te blijven vermelden, zowel als initiatiefnemer, maker ex artikel 25 Auteurswet en als producent, met inachtneming van het bepaalde in artikel 4.2 van de overeenkomst en de verder gemaakte afspraken zoals vermeld in het lichaam van de dagvaarding, en betrekking hebbend op iedere serie van Hollandse Meesters, op straffe van een dwangsom;

VII. hoofdelijke veroordeling van Interakt en de Stichting tot betaling aan [eiseressen] van een vergoeding van EUR 5.000,00 voor iedere serie vanaf de tweede serie van Hollandse Meesters (de tweede serie daaronder begrepen), verband houdende met de openbaarmaking en/of verveelvoudiging, althans de exploitatie van het aan [eiseressen] toekomende format Hollandse Meesters alsmede het door [eiseressen] derven van inkomsten als gevolg van het niet in de gelegenheid gesteld worden om uitvoerende werkzaamheden voor Hollandse Meesters te verrichten;

VIII. Interakt en de Stichting hoofdelijk te bevelen om de pilotaflevering van [naam kunstenaar], die deel uitmaakte van de eerste serie van Hollandse Meesters en daaruit verwijderd blijkt te zijn, op te nemen in de eerstvolgende (vervolg)serie van Hollandse Meesters die wordt geproduceerd c.q. gerealiseerd, op straffe van een dwangsom;

IX. hoofdelijke veroordeling van Interakt en de Stichting tot voldoening van een bedrag van EUR 4.320,00 aan buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met wettelijke rente;

X. hoofdelijke veroordeling van Interakt en de Stichting in de kosten van de procedure.

3.2.

[eiseressen] legt hieraan – kort gezegd – ten grondslag dat Interakt en de Stichting toerekenbaar tekort zijn geschoten in de nakoming van de met [eiseressen] gemaakte afspraken ten aanzien van de te betalen vergoedingen inzake honorarium, ontwikkelingskosten en winstdeling, het doen van opgave en het verstrekken van inzage, zoals onder meer neergelegd in de LOI en de overeenkomst. Voorst stelt [eiseressen] dat zij (samen met [naam 1]) een formatrecht heeft op het auteursrechtelijk beschermde format van Hollandse Meesters en dat Interakt c.s. onrechtmatig handelt door de exploitatie van het format voort te zetten zonder daarvoor aan [eiser 1] een formatfee te betalen, door de naam van [eiser 1] niet langer te vermelden en door de pilot aflevering van [naam kunstenaar] uit de serie te verwijderen.

3.3.

Interakt c.s. voert gemotiveerd verweer en beroept zich allereerst op de niet-ontvankelijkheid van [eiser 1] en [eiser 2]. Interakt c.s. voert – onder andere – aan dat noch [eiser 1] noch [eiser 2] partij is bij of zelfstandige vorderingsrechten kan ontlenen aan de LOI en/of de overeenkomst. Daarbij wijst Interakt c.s. er tevens op dat de Stichting geen partij is bij de LOI en dat nakoming van de overeenkomst, naamsvermelding en een formatfee van de Stichting gevorderd dienen te worden en niet van Interakt. Interakt c.s. betwist dat de handtekeningen onder de LOI afkomstig zijn van [naam 2] en [naam 1]. Voorts is volgens Interakt c.s. een aanvullende afspraak gemaakt, inhoudende dat [eiser 1] een totaalbedrag zou ontvangen van EUR 38.000,00, met inbegrip van EUR 10.000,00 voor de ontwikkelingskosten, zoals neergelegd in artikel 3.3 van de overeenkomst. [eiser 1] heeft dit bedrag ontvangen en daarmee meent Interakt c.s. aan al haar (betalings)verplichtingen jegens [eiser 1] te hebben voldaan. [eiseressen] heeft volgens Interakt c.s. dan ook geen belang bij de door haar gevorderde opgave en inzage. Interakt c.s. voert tot slot aan dat geen sprake is van een (auteursrechtelijk beschermd) format, althans dat [eiseressen] niet kan worden aangemerkt als de maker van dat format.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in voorwaardelijke reconventie

3.5.

Interakt c.s. vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad – voor zover de rechtbank Interakt en/of de Stichting in conventie veroordeelt op grond van het gevorderde onder I en/of IV – de overeenkomst, het addendum en de LOI gedeeltelijk, namelijk met betrekking tot de met [eiser 1] overeengekomen vergoeding van EUR 10.000,00, te vernietigen en [eiser 1] te veroordelen tot betaling van EUR 10.000,00 (exclusief BTW) aan Interakt of de Stichting, vermeerderd met wettelijke rente en met veroordeling van [eiser 1] in de kosten van het geding en de nakosten.

3.6.

Interakt c.s. stelt daartoe dat zij de overeenkomst en het addendum heeft gesloten onder invloed van dwaling en dat zij een bedrag van EUR 10.000,00 ten behoeve van ontwikkelingskosten onverschuldigd heeft betaald aan [eiseressen] Indien Interakt c.s. bekend was geweest met het feit dat het Fonds BKVB [eiser 1] en [naam 1] reeds een subsidie had verstrekt ter compensatie van de ontwikkelingskosten, had zij de overeenkomst en het addendum niet (onder dezelfde voorwaarden) gesloten, aldus Interakt c.s.

3.7.

[eiseressen] voert gemotiveerd verweer en betwist dat Interakt c.s. onbekend was met de door het Fonds BKVB aan haar verstrekte subsidie. [eiseressen] wijst er daarbij bovendien op dat deze subsidie slechts gekoppeld was aan de realisering van de pilot en dat zij vele andere werkzaamheden heeft verricht voor de ontwikkeling van Hollandse Meesters, waar de gemaakte afspraak over de ontwikkelingskosten op ziet. Van dwaling, althans onverschuldigde betaling is volgens [eiseressen] derhalve geen sprake.

3.8.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie

Ontvankelijkheid

4.1.

De rechtbank stelt voorop dat voor niet-ontvankelijk verklaring slechts aanleiding is als de vordering niet kan slagen om een processuele reden, die buiten het materiële geschil is gelegen. De door Interakt c.s. aangevoerde gronden voor niet-ontvankelijkheid van [eiseressen] betreffen enkel materiële geschilpunten. De rechtbank ziet derhalve geen aanleiding om [eiseressen] niet-ontvankelijk te verklaren en zal overgaan tot de inhoudelijke beoordeling van het geschil tussen partijen.

De LOI en de overeenkomst

4.2.

[eiseressen] beroept zich ter onderbouwing van de afspraken die zij met Interakt en de Stichting, althans met [naam 2] en [naam 1] stelt te hebben gemaakt met name op de LOI en de overeenkomst. Het meest verstrekkende verweer van Interakt c.s. hiertegen luidt dat [eiseressen] geen beroep kan doen op de inhoud van de LOI en de overeenkomst, aangezien noch [eiser 1] noch [eiser 2] daarbij partij was.

4.3.

De rechtbank overweegt dat de LOI tot stand is gekomen tussen Interakt, [naam 1] en [eiser 2] is blijkens het door Interakt c.s. als productie 6 overgelegde uitreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel met ingang van 1 februari 2010 opgeheven en is dan ook geen partij in de onderhavige procedure. De stelling van [eiseressen] dat [eiser 2] een handelsnaam was van [eiser 2] is – mede gelet op de betwisting hiervan door Interakt c.s. – onvoldoende onderbouwd. Zulks kan niet zonder meer worden afgeleid uit de door [eiseressen] als productie 27 overgelegde handelsregisterhistorie. Dat [eiser 1] de rechtsopvolgster is van [eiser 2], zoals gesteld bij dagvaarding, blijkt evenmin uit de stukken. De rechtbank zal de status van de LOI, gelet op de betwisting van de echtheid van de daaronder geplaatste handtekeningen van [naam 2] en [naam 1], hier in het midden laten en concludeert op grond van het voorgaande dat [eiseressen] geen direct beroep kan doen op de inhoud van de LOI, nu zij daarbij geen partij was.

4.4.

Ten aanzien van de overeenkomst geldt dat die tot stand is gekomen tussen Interakt en de Stichting. Ook hierbij was zowel [eiser 1] als [eiser 2] dus geen partij. De omstandigheid dat [eiser 1] de overeenkomst heeft ondertekend in haar hoedanigheid van voorzitter van het bestuur van de Stichting maakt dat niet anders. Ook op de inhoud van de overeenkomst komt [eiseressen] derhalve geen rechtstreeks beroep toe.

4.5.

De rechtbank stelt vast dat de LOI en de overeenkomst echter wel degelijk verplichtingen jegens [eiser 1] in persoon bevatten. Hoewel [eiser 1] hier gelet op het voorgaande geen rechtstreeks beroep op kan doen, worden de door haar gestelde afspraken met Interakt en de Stichting, ten aanzien waarvan zij ter comparitie heeft verklaard dat deze grotendeels ook mondeling zijn gemaakt, wel (deels) door deze stukken ondersteund. Ter onderbouwing van de door [eiseressen] gestelde mondelinge afspraken tussen [eiser 1] en Interakt en de Stichting, die in het hiernavolgende allen afzonderlijk zullen worden besproken, acht de rechtbank de inhoud van de LOI en de overeenkomst dus toch relevant. Daarbij merkt de rechtbank op dat Interakt en de Stichting, hoewel zij ontkennen dat de LOI door [naam 2] en [naam 1] is ondertekend en erop wijzen dat later een overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen, wel hebben erkend dat de LOI de toentertijd bij partijen levende intenties weergeeft.

[eiser 2]

4.6.

De rechtbank overweegt dat gesteld noch gebleken is dat er (mondelinge) afspraken zijn gemaakt door Interakt en de Stichting, althans door [naam 2] en [naam 1] als vertegenwoordigers van Interakt en de Stichting, met [eiser 2]. Alle vorderingen die door [eiser 2] zijn ingesteld, zullen dus worden afgewezen. In het hiernavolgende zal de rechtbank derhalve overgaan tot de beoordeling van de door [eiser 1] in persoon ingestelde vorderingen.

Interakt en de Stichting

4.7.

[eiser 1] heeft gemotiveerd gesteld dat zij zowel Interakt als de Stichting heeft gedagvaard omdat alle gelden vanaf het begin via Interakt lopen. Interakt en de Stichting hebben dit bevestigd, maar daarbij aangegeven dat de gelden uiteindelijk wel naar de Stichting vloeien. Voorts begrijpt de rechtbank dat [eiser 1] stelt dat de afspraken waar zij zich op beroept mondeling zijn gemaakt met zowel Interakt als de Stichting, althans met [naam 2] en [naam 1] als vertegenwoordigers van Interakt en de Stichting. Hoewel Interakt c.s. terecht aanvoert dat de Stichting niet betrokken was bij de LOI en vast staat dat de overeenkomst formeel alleen verplichtingen in het leven roept voor de Stichting en niet voor Interakt, zal de rechtbank gelet op het voorgaande desalniettemin overgaan tot beoordeling van de vorderingen van [eiser 1] jegens beide gedaagden.

Ontwikkelingskosten (vordering I en IV)

4.8.

[eiser 1] stelt dat zij met Interakt en de Stichting, althans met [naam 2] en [naam 1] als vertegenwoordigers van Interakt en de Stichting, is overeengekomen dat [eiser 1] en [naam 1] voor iedere serie van 20 portretten een vergoeding zouden krijgen van EUR 10,000,00 per persoon terzake de door hen gemaakte ontwikkelingskosten voor Hollandse Meesters. Deze afspraak volgt volgens [eiser 1] niet alleen uit artikel C van de LOI en artikel 3.3 van de overeenkomst (zie hiervoor onder 2.5 en 2.8), maar ook uit de notulen van het overleg dat op 20 februari 2010 plaatsvond (zie hiervoor onder 2.4) en uit de e-mail van [naam 2] van 11 oktober 2011 (zie hiervoor onder 2.13).

4.9.

Interakt c.s. heeft niet weersproken dat [eiser 1] werkzaamheden heeft verricht ten behoeve van de ontwikkeling van Hollandse Meesters en dat partijen dienaangaande een afspraak hebben gemaakt over een financiële compensatie. Volgens Interakt c.s. ziet deze afspraak echter alleen op de eerste 20 afleveringen. De overeenkomst heeft volgens Interakt c.s. immers slechts betrekking op de eerste serie van 20 afleveringen. Interakt c.s. betwist dat [eiser 1] recht heeft op een repetitieve vergoeding van EUR 10.000,00 in het geval meer dan 20 afleveringen zouden worden vervaardigd. Voorts stelt Interakt c.s. zich op het standpunt dat zij met [eiser 1] en [naam 1] de aanvullende afspraak heeft gemaakt dat [eiser 1] en [naam 1] ieder een totaalbedrag zouden ontvangen van EUR 38.000,00, met inbegrip van de verschuldigde EUR 10.000,00 voor de ontwikkelingskosten. Interakt c.s. wijst daartoe op het aan de overeenkomst gehechte addendum (zie hiervoor onder 2.10). Niet in geschil is dat [eiser 1] het bedrag van EUR 38.000,00 van Interakt c.s. heeft ontvangen, zodat aan alle betalingsverplichtingen jegens [eiser 1] is voldaan, aldus Interakt c.s.

4.10.

[eiser 1] betwist dat de afspraak inhield dat [eiser 1] en [naam 1] slechts voor de eerste 20 afleveringen een vergoeding ter zake ontwikkelingskosten zouden ontvangen. Bovendien betwist [eiser 1] dat het door Interakt c.s. betaalde bedrag van

EUR 38.000,00 inclusief de verschuldigde EUR 10.000,00 voor de ontwikkelingskosten inzake de eerste serie van Hollandse Meesters was. Het betaalde bedrag van EUR 38.000,00 zag volgens [eiser 1] slechts op de vergoeding van de door haar verrichte werkzaamheden voor de eerste serie. Het addendum spreekt ook over een bedrag “voor de aan deze overeenkomst gehechte werkzaamheden van [eiser 1] en [naam 1]”. Daarmee wordt volgens [eiser 1] verwezen naar bijlage I bij de overeenkomst, waarin slechts de werkzaamheden van [eiser 1] worden opgesomd en niet gesproken wordt over ontwikkelingskosten (zie hiervoor onder 2.9).

4.11.

De rechtbank overweegt dat het voor de vraag hoe de afspraken tussen [eiser 1] en Interakt c.s. moeten worden uitgelegd, aankomt op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze afspraken mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. In artikel 3.3 van de overeenkomst is bepaald dat [eiser 1] een vergoeding van EUR 10.000,00 zou ontvangen van de Stichting ter zake de ontwikkelingskosten. Interakt c.s. heeft onweersproken gesteld dat de overeenkomst slechts zag op de eerste serie van 20 afleveringen. Hoewel de intentie bestond om meer afleveringen te maken, zijn Interakt en de Stichting daaromtrent op dat moment nog niets overeengekomen. Uit de tekst van de overeenkomst kan het bestaan van de door [eiser 1] gestelde afspraak dat zij voor iedere serie van 20 portretten een vergoeding zou krijgen van EUR 10,000,00 inzake ontwikkelingskosten naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet worden afgeleid. [eiser 1] heeft ter onderbouwing van de door haar gevorderde ontwikkelingskosten bij dagvaarding gesteld dat zij twee jaar lang voorbereidende werkzaamheden heeft verricht om Hollandse Meesters opgestart te krijgen. [eiser 1] stelt in dat verband dat zij het oorspronkelijke idee heeft ontwikkeld en uitgewerkt, de ‘karakters’ van de portretten heeft gepreciseerd en ingevuld, research heeft gedaan, financiers heeft gezocht, gesprekken heeft gevoerd met omroepen en fondsen, in samenwerking met een jury van experts een lijst van 100 kunstenaars heeft samengesteld, contact heeft gelegd met musea en samen met [naam 1] een pilot aflevering over [naam kunstenaar] heeft gemaakt. De rechtbank stelt vast dat dit eenmalige werkzaamheden betreffen. [eiser 1] kon artikel 3.3 van de overeenkomst en derhalve de tussen partijen gemaakte (mondelinge) afspraak naar het oordeel van de rechtbank daarom redelijkerwijs niet zo begrijpen dat zij daarmee recht kreeg op een repetitieve vergoeding van

EUR 10.000,00 per serie van 20 afleveringen. Dit geldt te meer nu [eiser 1] blijkens de overeenkomst tevens recht kreeg op betaling van een honorarium voor door haar ten behoeve van de productie verrichte werkzaamheden. De inhoud van de notulen van het overleg dat plaatsvond op 20 februari 2010 en de LOI acht de rechtbank in dit kader niet relevant, nu de meest actuele afspraken met [eiser 1] over de aan haar te vergoeden ontwikkelingskosten volgen uit de overeenkomst. In de e-mail van [naam 2] van

11 oktober 2011 wordt slechts bevestigd dat het bedrag van EUR 10.000,00 zal worden betaald bij het starten van de nieuwe serie. Ook hierin ziet de rechtbank geen aanknopingspunt voor de stelling van [eiser 1] dat een repetitieve vergoeding van

EUR 10.000,00 per serie met haar is overeengekomen.

4.12.

Op basis van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat [eiser 1] door middel van de door haar in het geding gebrachte stukken onvoldoende onderbouwd heeft gesteld dat zij met Interakt en de Stichting mondeling is overeengekomen dat voor iedere serie van 20 portretten aan haar een vergoeding zou worden betaald van EUR 10,000,00 ter zake ontwikkelingskosten. De rechtbank zal er in het hiernavolgende derhalve vanuit gaan dat (slechts) is overeengekomen tussen Interakt c.s. en [eiser 1] dat [eiser 1] voor de eerste serie van 20 afleveringen een bedrag van EUR 10.000,00 zou ontvangen ter vergoeding van de ontwikkelingskosten.

4.13.

De rechtbank begrijpt het verweer van Interakt c.s. voorts aldus dat zij stelt dat blijkens het addendum op 11 september 2010 een nadere overeenkomst tot stand is gekomen tussen partijen, waarin van de oorspronkelijke afspraken is afgeweken en waarin is overeengekomen dat Interakt en de Stichting een bedrag van EUR 38.000,00 zouden betalen aan [eiser 1] voor de door haar verrichte werkzaamheden voor de 20 afleveringen van de eerste serie, inclusief een (eenmalig) bedrag van EUR 10.000,00 ter vergoeding van de ontwikkelingskosten. De rechtbank overweegt dat het beroep van Interakt c.s. op de inhoud van deze (gestelde) nadere overeenkomst – welke door [eiser 1] wordt betwist – als een bevrijdend verweer heeft te gelden, waarvan de bewijslast op Interakt c.s. rust. Nu Interakt c.s. dienaangaande expliciet bewijs heeft aangeboden, zal de rechtbank Interakt c.s. in de gelegenheid stellen dit bewijs te leveren. Interakt c.s. dient derhalve bewijs te leveren van feiten en omstandigheden waaruit volgt dat zij met [eiser 1] een nadere overeenkomst heeft gesloten inhoudende dat zij een bedrag van EUR 38.000,00 zou betalen aan [eiser 1] voor de door haar verrichte werkzaamheden voor de 20 afleveringen van de eerste serie, waarbij is inbegrepen een (eenmalig) bedrag van EUR 10.000,00 ter vergoeding van de ontwikkelingskosten.

4.14.

Als Interakt c.s. erin slaagt het haar opgedragen bewijs te leveren, komt vast te staan dat partijen een nadere overeenkomst hebben gesloten. Nu niet in geschil is dat Interakt c.s. het bedrag van EUR 38.000,00 aan [eiser 1] heeft betaald, komt in dat geval vast te staan dat Interakt c.s. aan haar betalingsverplichtingen jegens [eiser 1] terzake de ontwikkelingskosten heeft voldaan en zullen de vorderingen van [eiser 1] dienaangaande worden afgewezen.

4.15.

Als Interakt c.s. er niet in slaagt het haar opgedragen bewijs te leveren, komt niet vast te staan dat partijen een nadere overeenkomst hebben gesloten en gaat de rechtbank er vanuit dat de oorspronkelijke afspraken tussen partijen hebben te gelden, te weten dat Interakt c.s. voor de eerste serie van 20 portretten een vergoeding van EUR 10,000,00 ter zake ontwikkelingskosten is verschuldigd aan [eiser 1]. De onder I gevorderde verklaring voor recht is in dat geval in zoverre toewijsbaar dat de rechtbank voor recht zal verklaren dat Interakt en de Stichting hoofdelijk aan [eiser 1] voor de eerste serie van 20 portretten van Hollandse Meesters een vergoeding ter zake van de door [eiser 1] gemaakte ontwikkelingskosten verschuldigd zijn van EUR 10.000,00, vermeerderd met BTW, welke bij niet of niet tijdige betaling vermeerderd dient te worden met wettelijke rente. Vast staat dat Interakt c.s. de factuur van [eiser 1] van 5 december 2011 betreffende de verschuldigde ontwikkelingskosten voor de eerste serie van 20 portretten niet heeft voldaan, zodat de vordering onder IV in dat geval kan worden toegewezen tot een bedrag van EUR 10.000,00.

Opgaveverplichtingen (vordering II en V)

4.16.

[eiser 1] stelt dat zij recht heeft op en belang heeft bij de door haar gevorderde opgave en inzage, aangezien dit voor haar noodzakelijk is om haar winstaanspraken te kunnen vaststellen. Volgens [eiser 1] heeft zij met Interakt en de Stichting (mondeling) afgesproken dat de winst door drie zou worden gedeeld. Deze afspraak volgt niet alleen uit artikel C van de LOI en artikel 6 van de overeenkomst (zie hiervoor onder 2.5 en 2.8), maar ook uit de notulen van het overleg dat op 20 februari 2010 plaatsvond (zie hiervoor onder 2.4) en uit de e-mail van [naam 2] van 11 oktober 2011 (zie hiervoor onder 2.13), aldus [eiser 1]. Ook de opgaveverplichting voor Interakt c.s. kan volgens [eiser 1] uit artikel 6 van de overeenkomst worden afgeleid.

4.17.

Interakt c.s. heeft het recht van [eiser 1] op opgave en inzage alsmede haar belang daarbij betwist. Zij wijst erop dat met enkel een opgave van de opbrengsten de (gestelde) winst nog niet kan worden vastgesteld en dat de vorderingen van [eiser 1] te vaag zijn omschreven. Voorts voert Interakt c.s. aan dat – voor zover [eiser 1] opgave vordert van de inkomsten in de zin van netto-opbrengsten – heeft te gelden dat Interakt c.s. niet aan deze vordering kan voldoen omdat er geen inkomsten zijn. Daartoe heeft Interakt c.s. ter comparitie verduidelijkt dat eventuele verdiensten direct terugvloeien naar de fondsen die subsidies hebben verstrekt. Tot slot wijst Interakt c.s. erop dat artikel 6 van de overeenkomst nietig is ingevolge artikel 2:285 lid 3 BW, aangezien een stichting geen winstuitkering mag doen, althans dat het bestuur van de Stichting de hoogte van de winstdeling om die reden thans heeft vastgesteld op EUR 0,00.

4.18.

De rechtbank overweegt dat een stichting ingevolge artikel 2:285 lid 3 BW geen winstuitkeringen mag doen. Daarnaast heeft Interakt c.s. onweersproken gesteld dat zij geen inkomsten genereert omdat eventuele verdiensten direct terugvloeien naar de subsidieverstrekkers, zodat van winst uit de exploitatie van Hollandse Meesters geen sprake is. Voor zover de door [eiser 1] gestelde afspraken met Interakt c.s. over de winstdeling al vast zouden komen te staan, zijn deze naar het oordeel van de rechtbank in het licht van het voorgaande onbegrijpelijk. Het belang van [eiser 1] bij de door haar gevorderde opgave en inzage is gelet hierop niet gebleken, zodat de vorderingen onder II en V zullen worden afgewezen.

Formatrechten (vordering III en VII – eerste deel)

4.19.

[eiser 1] legt aan haar vorderingen onder III en VII ten grondslag dat zij (samen met [naam 1]) over de formatrechten op Hollandse Meesters beschikt. [eiser 1] stelt daartoe dat zij het oorspronkelijke idee voor de serie samen met [naam 1] heeft ontwikkeld en uitgewerkt. Het format heeft volgens [eiser 1] een eigen, oorspronkelijk karakter en bevat het persoonlijk stempel van de maker(s). Een en ander is niet alleen vervat in een aantal details en onderdelen, die zelfstandig voor bescherming in aanmerking komen, maar ook in de totaalindruk van het geheel van al die details en onderdelen. Een derde zou nimmer een identiek uitgewerkt project bedenken en tot stand brengen, aldus [eiser 1]. Ter comparitie heeft [eiser 1] desgevraagd toegelicht dat het format omschreven kan worden als “het filmen van de hartslag van de kunstenaar in zijn atelier en hoe hij zijn werk uitvoert”. [eiser 1] stelt de titel en het filmplan te hebben bedacht en voert aan dat zij heeft uitgewerkt hoe het programma eruit moest gaan zien, dat er bekende filmmakers moesten worden ingeschakeld, dat er in het atelier zou worden gefilmd, dat er een tijdsbeeld zou worden gegeven en dat zou worden getoond hoe de kunstenaars werken.

4.20.

Interakt c.s. betwist dat [eiser 1] als maker van het format kan worden aangemerkt, zodat eventuele formatrechten niet aan haar toekomen. [naam 1] is volgens Interakt c.s. de initiatiefnemer en bedenker van Hollandse Meesters. Bovendien is er naar het oordeel van Interakt c.s. geen sprake van een auteursrechtelijk beschermd format. Voor auteursrechtelijke bescherming van een format is volgens Interakt c.s. vereist dat het format origineel en voldoende geconcretiseerd is. Hollandse Meesters voldoet volgens Interakt c.s. niet aan het orginaliteitsvereiste. De serie is gebaseerd op een basisidee voor een reeks gefilmde portretten van kunstenaars. De afleveringen worden door verschillende regisseurs naar eigen inzichten en opvattingen vervaardigd, zodat de afleveringen onderling verschillen vertonen in (onder meer) stijl, opbouw, tempo, sfeer, decor en situering. Het zijn op zichzelf staande filmwerken die niet in samenhang bekeken hoeven te worden. Behoudens de overkoepelende titel vertonen de afleveringen geen samenhang. Van telkens terugkerende (vernieuwende) elementen is geen sprake. Hollandse Meesters vertoont dan ook geen oorspronkelijke kenmerken die het programma duidelijk onderscheiden van vergelijkbare programma’s, aldus Interakt c.s. Interakt c.s. wijst er voorts op dat [eiser 1] geen concrete elementen heeft aangevoerd die maken dat sprake is van een auteursrechtelijk beschermd format.

4.21.

De rechtbank is van oordeel dat [eiser 1], gelet op de gemotiveerde betwisting door Interakt c.s., onvoldoende gemotiveerd heeft gesteld dat de serie Hollandse Meesters een auteursrechtelijk beschermd format heeft. Het idee om een serie gefilmde portretten te maken van hedendaagse Nederlandse beeldende kunstenaars komt niet voor bescherming in aanmerking. Een idee moet voldoende zijn geconcretiseerd en vormgegeven om als format te kunnen worden beschermd. [eiser 1] heeft naar het oordeel van de rechtbank – mede gelet op het verweer van Interakt c.s. dat alle afleveringen door verschillende regisseurs zijn gemaakt, zodat ze onderling verschillen – onvoldoende onderbouwd welke originele, concrete elementen en vormaspecten er volgens haar toe leiden dat Hollandse Meesters een auteursrechtelijk beschermd format heeft. Dat alle afleveringen zijn gefilmd in het atelier en dat getoond wordt hoe de kunstenaars werken, acht de rechtbank daartoe onvoldoende. De rechtbank concludeert derhalve dat geen sprake is van een auteursrechtelijk beschermd format. Daarmee komt de grondslag aan de vorderingen onder III en VII (met uitzondering van de vordering betreffende de inkomstenderving, waar hierna op zal worden teruggekomen) te ontvallen, zodat die vorderingen zullen worden afgewezen.

Inkomstenderving (vordering VII – tweede deel)

4.22.

[eiser 1] vordert EUR 5.000,00 van Interakt c.s. voor iedere serie vanaf de tweede serie van Hollandse Meesters, omdat zij meent dat sprake is van inkomstenderving als gevolg van het feit dat zij niet langer in de gelegenheid wordt gesteld om uitvoerende werkzaamheden voor Hollandse Meesters te verrichten. Interakt c.s. betwist dat [eiser 1] recht heeft op inkomstenderving en wijst erop dat zij zelf besloten heeft geen werkzaamheden meer voor Hollandse Meesters te verrichten.

4.23.

De rechtbank begrijpt dat [eiser 1] aan haar vordering ten grondslag legt dat haar ontslag als voorzitter van de Stichting – en daarmee de beëindiging van werkzaamheden voor Hollandse Meesters – onrechtmatig is geschied als gevolg waarvan zij schade in de vorm van gederfde inkomsten heeft geleden. [eiser 1] heeft echter nagelaten te onderbouwen waarin de onrechtmatigheid van haar ontslag volgens haar is gelegen. De vordering betreffende de gestelde inkomstenderving zal derhalve als onvoldoende onderbouwd worden afgewezen.

Naamsvermelding (vordering VI)

4.24.

[eiser 1] stelt dat zij met Interakt en de Stichting is overeengekomen dat haar naam bij iedere vorm van exploitatie van Hollandse Meesters zou worden vermeld, zowel als initiatiefneemster, als maker en als producent. Volgens [eiser 1] is Interakt c.s. deze afspraak niet nagekomen. Ter onderbouwing van die stelling heeft [eiser 1] als productie 20 enkele afdrukken van websites van Interakt c.s. overgelegd alsmede de uitnodiging die destijds voor de première van Hollandse Meesters werd verstuurd. Hieruit blijkt volgens [eiser 1] dat zij niet langer als initiatiefneemster wordt genoemd en dat zij niet overal als producent wordt genoemd. Ook wordt zij niet meer genoemd als maker van de eerste serie, aldus [eiser 1].

4.25.

Interakt c.s. voert aan dat [eiser 1] niet als initiatiefneemster of maker van Hollandse Meesters kan worden aangemerkt (met uitzondering van maker van de pilot aflevering van [naam kunstenaar], welke niet in de serie is opgenomen), zodat uit dien hoofde geen recht bestaat op naamsvermelding. Voorts heeft een producent volgens Interakt c.s. op grond van de auteurswet geen recht op naamsvermelding. Daarnaast voert Interakt c.s. aan dat [eiser 1] desondanks wel degelijk op de website en op de dvd (in het colofon, na iedere aflevering en op de box) wordt genoemd, zodat zij geen belang heeft bij haar vordering.

4.26.

De rechtbank overweegt dat de door [eiser 1] gestelde afspraak dat zij als initiatiefneemster en maker van Hollandse Meesters zou worden vermeld – welke afspraak door Interakt c.s. wordt betwist – niet volgt uit de stukken. Tussen partijen is in geschil of [eiser 1] als initiatiefneemster kan worden aangemerkt. Daarnaast staat vast dat [eiser 1] slechts mede-maker is van de pilot aflevering van [naam kunstenaar], welke niet in de serie is opgenomen. De gestelde afspraak dat [eiser 1] als initiatiefneemster en maker van Hollandse Meesters zou worden vermeld, acht de rechtbank derhalve onvoldoende onderbouwd. Artikel 4.2 van de overeenkomst biedt wel steun voor de stelling van [eiser 1] dat zij als producent van Hollandse Meesters zou worden vermeld. Interakt c.s. heeft deze afspraak als zodanig ook niet betwist en voert aan dat zij deze afspraak is nagekomen. De rechtbank stelt vast dat [eiser 1] op de dvd inderdaad als producent wordt genoemd en dat haar naam ook op het grootste deel van de overgelegde afdrukken van de websites van Interakt c.s. voorkomt. De vermelding van [eiser 1] als producent ontbreekt evenwel in de door [eiser 1] overgelegde aankondiging van de dvd op de website [website] en in de aankondiging van de presentatie van [naam 1] bij De Balie in Amsterdam op de website [website]. Kennelijk is Interakt c.s. de afspaak tussen partijen dat [eiser 1] als producent zou worden vermeld dus niet altijd nagekomen. De rechtbank is van oordeel dat [eiser 1] in zoverre voor de toekomst een belang heeft bij haar vordering. De vordering van [eiser 1] onder VI zal daarom worden toegewezen zoals hierna onder 4.27 vermeld.

4.27.

De rechtbank zal Interakt en de Stichting hoofdelijk veroordelen om de naam van [eiser 1] als producent bij iedere vorm van exploitatie van de eerste serie van Hollandse Meesters te (doen) vermelden en te blijven vermelden, met inachtneming van het bepaalde in artikel 4.2 van de overeenkomst, op straffe van een dwangsom van EUR 500,00 voor iedere keer dat Interakt c.s. dit gebod niet nakomt, vermeerderd met een dwangsom van EUR 50,00 per dag of gedeelte van een dag dat de overtreding voortduurt, met een maximum van EUR 5.000,00.

Pilot aflevering [naam kunstenaar] (vordering VIII)

4.28.

[eiser 1] stelt dat zij met Interakt en de Stichting is overeengekomen dat de pilot aflevering van [naam kunstenaar] opgenomen zou worden in de eerste serie van Hollandse Meesters. Daarbij wijst [eiser 1] op artikel 3.4 van de overeenkomst. Deze aflevering is echter, zonder overleg met [eiser 1], uit de serie verwijderd door Interakt c.s. Daarmee heeft Interakt c.s. volgens [eiser 1] haar rechten, waaronder haar persoonlijkheidsrechten, geschonden. Op grond daarvan meent [eiser 1] er recht en belang bij te hebben dat de pilot aflevering weer wordt opgenomen in één van de series van Hollandse Meesters.

4.29.

Interakt c.s. betwist dat op haar een verplichting rust om de pilot aflevering in een van de series van Hollandse Meesters op te nemen. Een dergelijke verplichting vloeit niet voort uit artikel 3.4 van de overeenkomst, noch uit de gestelde persoonlijkheidsrechten van [eiser 1]. De pilot aflevering is niet in de serie opgenomen omdat RTVNH de aflevering wegens technische gebreken heeft afgekeurd, aldus Interakt c.s.

4.30.

De rechtbank overweegt dat de reden dat de pilot aflevering niet in de serie is opgenomen in het midden kan blijven. De door [eiser 1] gestelde afspraak dat de pilot aflevering onderdeel van de serie zou zijn, is naar het oordeel van de rechtbank – gelet op de betwisting hiervan door Interakt c.s. – onvoldoende onderbouwd. In artikel 3.4 van de overeenkomst is bepaald dat de Stichting de pilot aflevering aan Interakt ter beschikking zal stellen. Hieruit kan geen verplichting voor Interakt c.s. worden afgeleid om de aflevering in de serie op te nemen.

4.31.

Voor zover [eiser 1] zich beroept op haar persoonlijkheidsrechten overweegt de rechtbank als volgt. Interakt c.s. heeft niet weersproken dat [eiser 1] (mede-)maker en dus (mede-)auteursrechthebbende is op de pilot aflevering van [naam kunstenaar]. Ingevolge artikel 25 van de Auteurswet (Aw) komen de maker onder meer diverse rechten toe betreffende naamsvermelding en heeft de maker het recht zich te verzetten tegen wijziging, misvorming, verminking of een andere aantasting van zijn werk. [eiser 1] heeft nagelaten nader te specificeren op welk persoonlijkheidsrecht zij zich in dit kader beroept. Voor zover [eiser 1] heeft bedoeld te stellen dat de omstandigheid dat de pilot aflevering niet is opgenomen in de serie Hollandse Meesters als een wijziging, misvorming, verminking of een andere aantasting van de pilot aflevering kan worden aangemerkt, kan de rechtbank haar daarin niet volgen. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien dat de persoonlijkheidsrechten als omschreven in voornoemd artikel een recht voor de maker inhouden op het opnemen van zijn werk in een bepaalde serie. De rechtbank zal de vordering van [eiser 1] onder VIII derhalve afwijzen.

Slot

4.32.

Gelet op het voorgaande zal iedere verdere beslissing in conventie worden aangehouden.

in voorwaardelijke reconventie

4.33.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen in conventie en de bewijsopdracht die aan Interakt c.s. is gegeven, zal de rechtbank de vordering in voorwaardelijke reconventie voor zover die gegrond is op onverschuldigde betaling van het bedrag van EUR 10.000,00 aanhouden.

4.34.

Voor zover Interakt c.s. vordert de overeenkomst, het addendum en de LOI gedeeltelijk, namelijk met betrekking tot de met [eiser 1] overeengekomen vergoeding van EUR 10.000,00, te vernietigen op grond van dwaling, overweegt de rechtbank dat gelet op hetgeen hiervoor onder 4.3 en 4.4 is overwogen, vast staat dat [eiser 1] geen partij is bij de overeenkomst, het addendum en de LOI, zodat aan haar dienaangaande geen beroep op vernietiging toekomt. Reeds om die reden zal de (voorwaardelijke) reconventionele vordering van [eiser 1] tot gedeeltelijke vernietiging worden afgewezen.

4.35.

Gelet op het voorgaande zal iedere verdere beslissing in voorwaardelijke reconventie worden aangehouden.

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

draagt Interakt c.s. op bewijs te leveren van feiten en omstandigheden waaruit volgt dat zij met [eiser 1] een nadere overeenkomst heeft gesloten inhoudende dat zij een bedrag van EUR 38.000,00 zou betalen aan [eiser 1] voor de door haar verrichte werkzaamheden voor de 20 afleveringen van de eerste serie, inclusief een (eenmalig) bedrag van

EUR 10.000,00 ter vergoeding van de ontwikkelingskosten;

5.2.

verwijst de zaak naar de rol van 28 augustus 2013 opdat Interakt c.s. alsdan mededeling kan doen of zij van de gelegenheid tot bewijslevering door getuigen gebruik wil maken, en zo ja, door hoeveel en met een opgave van de verhinderdata van alle betrokkene in de eerstvolgende vier maanden, waarna een dag voor getuigenverhoor zal worden bepaald;

5.3.

bepaalt dat indien Interakt c.s. het bewijs niet door getuigen wenst te leveren, maar door overlegging van bewijsstukken en/of door een ander bewijsmiddel, zij op dezelfde rolzitting een akte met dit doel zal kunnen nemen;

5.4.

houdt iedere verdere beslissing aan;

in reconventie

5.5.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.H.J. Konings en in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2013.1

1 type: CFEMM coll: