Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:6593

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
08-10-2013
Datum publicatie
08-10-2013
Zaaknummer
13/702507-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Er was sprake van twee beschadigingen die zouden zijn ontstaan doordat verdachte op het bed is gaan liggen: de inkeping/scheur in de franje op een kussen en de beschadiging van het verguldsel van het rugpand. Nu geen duidelijke gedraging van verdachte kan worden vastgesteld die de geconstateerde schade kan verklaren heeft het geen zin, zoals de officier van justitie heeft verzocht, een deskundige te benoemen om deze te laten rapporteren over het eventuele causale verband tussen de handelwijze van verdachte en die schade.

De rechtbank verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13/702507-13 (Promis)

Datum uitspraak: 8 oktober 2013

Tegenspraak

VONNIS

van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [plaats] op [1991],

niet als ingezetene ingeschreven en zonder bekende feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 24 september 2013.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. K.M. Römer en van wat verdachte en zijn raadsman mr. W.K. Cheng, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van eis, ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 17 juli 2013 te Amsterdam opzettelijk en wederrechtelijk een rustbed (uit de 17de eeuw) van verguld en gebeeldhouwd hout met onder meer C- en S-voluten, bladwerk, vlechtband, maskers, schelpen, rozetten en lelies, hoornen van overvloed, Franse lelies, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het [locatie] (gevestigd aan de [adres 1]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door (met kracht) op dat bed te gaan zitten en/of te gaan liggen en/of daartoe één of meerdere aan het rustbed bevestigde koorden of linten heeft aangeraakt en/of bewogen en/of heeft doen bewegen.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat bewezen kan worden dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan. Op de camerabeelden is te zien dat verdachte, voordat hij op het bed gaat liggen, aan het lint trekt dat om de rugpanden van het bed is gespannen. Uit het schadeformulier van het [locatie] van 17 juli 2013 blijkt dat de schade aan het verguldsel van het rugpand is veroorzaakt doordat verdachte op het lint is gaan zitten dat om de rugpanden van het bed is gespannen. Verdachte heeft willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat door op het bed te gaan liggen, er schade aan het bed is ontstaan. Voor zover niet voldoende vast staat dat de schade aan het verguldsel van het rugpand is veroorzaakt door verdachte, verzoekt de officier van justitie om aanhouding van de behandeling van de zaak om een deskundige te benoemen die zich uitlaat over het al dan niet bestaande causale verband tussen de handelwijze van verdachte en de schade aan het bed.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte is van mening dat verdachte moet worden vrijgesproken, nu er geen wettig noch overtuigend bewijs is dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan. Het causale verband tussen de gedraging van verdachte en de schade aan het bed blijkt niet uit de bewijsmiddelen. Nu niet kan worden vastgesteld dat de schade aan het bed is veroorzaakt door verdachte, dient hij van het hem ten laste gelegde feit te worden vrijgesproken, aldus de raadsman.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Met de raadsman van verdachte is de rechtbank van oordeel dat verdachte van het hem ten laste gelegde feit dient te worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Volgens opgave van het [locatie] zoals gerelateerd in het proces-verbaal van bevindingen van 23 september 2013 kan niet worden vastgesteld dat de inkeping/scheur in de franje op een van de kussens is veroorzaakt door de handelwijze van verdachte. Dit geldt tevens voor de geconstateerde afdrukken in de kussens.

Voor wat betreft de beschadiging van het verguldsel van het rugpand geldt dat medewerkster [A] van het museum in laatstbedoeld proces-verbaal stelt dat verdachte deze heeft veroorzaakt door op het bed te gaan liggen. Daardoor zouden de lintjes die om het bed zijn gespannen om te voorkomen dat mensen erop gaan liggen, in de vergulding zijn getrokken. Die bewering strookt echter niet met de omschrijving van de schade in het ICQ formulier van het museum van 17 juli 2013, waarin medewerker [B] van het museum onder “Omschrijving schade” heeft opgenomen: “Vermoedelijk is de jongen ook op het lintje gaan zitten wat om de rugpanden van het bed is gespannen. Hierdoor heeft het lintje zich in de vergulding getrokken.” Bovendien wordt noch de bewering van [A] noch de omschrijving van [B] gestaafd door de beelden van de beveiligingscamera die de rechtbank ter terechtzitting heeft bekeken. Daarop is te zien dat verdachte bij het al lopend benaderen van het ledikant een beweging met de arm maakt in de richting van het lint dat om het bed is gespannen, maar het is niet duidelijk waarneembaar dat verdachte bij die gelegenheid het lint aanraakt, laat staan daar een kracht van enige betekenis op uitoefent die de geconstateerde schade kan hebben veroorzaakt. Vervolgens is te zien hoe verdachte het bed uit tegenovergestelde richting, aan dezelfde zijde, benadert alvorens bukkend onder het lint door te gaan en vervolgens op het bed te gaan liggen, alsmede hoe hij even later van het bed opstaat om op dezelfde wijze, onder het lint door, van het bed af te stappen. Hoewel niet kan worden uitgesloten dat verdachte op enig moment tijdens deze twee bewegingen het lint met zijn lichaam heeft aangeraakt, geldt ook ten aanzien daarvan dat op de beelden niet is te zien dat verdachte bij die gelegenheden daarop een relevante, voor enige beschadiging oorzakelijke, kracht heeft uitgeoefend.

Nu aldus geen duidelijke gedraging van verdachte kan worden vastgesteld die de geconstateerde schade kan verklaren heeft het geen zin, zoals de officier van justitie voorwaardelijk heeft verzocht, een deskundige te benoemen teneinde deze te laten rapporteren over het al dan niet bestaande causale verband tussen de handelwijze van verdachte en die schade.

Het voorgaande dient te leiden tot vrijspraak van het tenlastegelegde.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

5 Beslissing

Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mr. W.M. van den Bergh, voorzitter,

mrs. P.J. van Eekeren en H.M. van Niftrik   rechters,

in tegenwoordigheid van mr. F. Nieuwenhuis, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 8 oktober 2013.

Mrs. P.J. van Eekeren en H.M. van Niftrik zijn niet in staat dit vonnis te ondertekenen.