Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:6473

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
18-09-2013
Datum publicatie
03-10-2013
Zaaknummer
1423845 HA Expl 13-445
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Misbruik identititeitsverschil. Onrechtmatige daad.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
OR-Updates.nl 2013-0373
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

Zaaknummer en rolnummer: 1423845 \ HA EXPL 13-445

Uitspraak: 18 september 2013

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van:

De besloten vennootschap

ROAM BOUW B.V.,

gevestigd te Hoogvliet,

eiseres,

gemachtigde mr. S. Dik,

t e g e n

De besloten vennootschap

DE BETONHOEVE B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

gemachtigde mr. K. Mels.

Partijen zullen hierna Roam Bouw en De Betonhoeve worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 5 april 2013, met producties,

  • -

    de conclusie van antwoord van De Betonhoeve, met producties,

  • -

    het tussenvonnis van 26 juni 2013, waarbij een comparitie van partijen is gelast,

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 15 augustus 2013 met de daarin opgenomen stukken en proceshandelingen.

1.2.

Daarna is vonnis bepaald.

2 De feiten en omstandigheden

Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staan de volgende feiten en omstandigheden

vast:

2.1.

De Betonhoeve heeft in 2009 in opdracht van de besloten vennootschap [naam B.V.], (hierna: [naam B.V.]) werkzaamheden verricht. Voor deze werkzaamheden heeft De Betonhoeve aan [naam B.V.] in totaal € 29.567,04 in rekening gebracht. Hiervan heeft [naam B.V.] in totaal een bedrag van € 15.750,85 aan De Betonhoeve voldaan. Het restant heeft [naam B.V.] onbetaald gelaten. [naam 1] was bestuurder en grootsaandeelhouder van [naam B.V.]

2.2.

Op 7 december 2009 heeft [naam 1] de eenmanszaak Roam Bouw opgericht.

2.3.

Per 19 april 2010 is de naam van [naam B.V.] gewijzigd in Bouwbedrijf Hoogvliet B.V. (hierna; Hoogvliet B.V.). Per 20 april 2010 is, in plaats van [naam 1], de stichting Stichting Aandelenbeheer Moerdijk als bestuurder en enig aandeelhouder van Bouwbedrijf Hoogvliet B.V. ingeschreven in het handelsregister.

2.4.

Op 21 april 2010 heeft [naam B.V.] De Betonhoeve per brief het volgende geschreven, voor zover hier van belang:

“(…) Door omstandigheden waarin de [naam B.V.] is geraakt, heb ik helaas moeten besluiten de BV per 19 april 2010 te moeten overdragen.

I.v.b. met bovengenoemde overdracht zijn de gegevens van de directie, aandeelhouders en adresgegevens gewijzigd.

Correspondentieadres:

Bouwbedrijf Hoogvliet BV

(…)

[naam 1] (…)

2.5.

Op 26 mei 2010 heeft [naam 1] de besloten vennootschap Roam Bouw B.V. opgericht. Per gelijke datum is de eenmanszaak Roam Bouw opgeheven. [naam 1] is bestuurder en grootaandeelhouder van Roam Bouw B.V.

2.6.

Op 10 mei 2010 heeft de raadsvrouw van De Betonhoeve Bouwbedrijf Hoogvliet B.V. gesommeerd tot betaling van de openstaande som over te gaan. Vervolgens heeft De Betonhoeve getracht Hoogvliet in rechte te betrekken, hetgeen niet mogelijk bleek doordat het door Hoogvliet gebruikte adres onbewoond bleek. De door De Betonhoeve ingeschakelde deurwaarder heeft hieromtrent het volgende genoteerd, voor zover hier van belang:

(…) Datum: 13 juli 2010

(…) Woning zag er sowieso al wat onbewoond uit voor een bouwbedrijf.

Buurvrouw deelde mede dat de bewoner er niet meer woont. Hij is opgenomen in een tehuis in Leeuwarden in verband met alcoholverslaving e.d. (…) Het adres werd overigens gebruikt voor diverse doeleinden. Diverse mensen laten zich er inschrijven terwijl ze er niet wonen. Betwijfel of de bestuurder van het bouwbedrijf er überhaupt wel woont.

2.7.

Op 7 september 2010 heeft De Betonhoeve [naam 1] per aangetekende post het volgende geschreven, voor zover hier van belang:

(…) Inmiddels is cliënte gebleken dat Hoogvliet een zogenaamde katvanger is. (…) Daarnaast is cliënte gebleken dat u enige weken (op 26 mei 2010) na de overdracht van [naam B.V.] aan Hoogvliet een nieuwe besloten vennootschap heeft opgericht, genaamd Roam Bouw B.V., met eenzelfde bedrijfsomschrijving als [naam B.V.]. Gelet op het vorenstaande kan naar de mening van cliënte dan ook geen andere conclusie worden getrokken dan dat u doelbewust [naam B.V.] heeft overgedragen aan Hoogvliet en vervolgens zelf een nieuwe besloten vennootschap heeft opgericht (kennelijk met het oogmerk om schuldeisers, waaronder ook cliënte, van [naam B.V.] te kunnen ontlopen).

Hierdoor handelt u onrechtmatig jegens cliënte (…). Cliënte stelt u hierbij dan ook persoonlijk aansprakelijk voor de schade die zij als gevolg van uw handelwijze geleden heeft en nog zal lijden.(…)

2.8.

Roam Bouw heeft in 2012 in opdracht en voor rekening van De Betonhoeve werkzaamheden verricht voor een bedrag van € 29.059,50. Daarnaast heeft zij twee drogers aan De Betonhoeve verhuurd voor een bedrag van € 1.102,99. De Betonhoeve heeft de eerste factuur van 12 december 2012 ad € 8.717,84 voldaan. De overige facturen van in totaal € 21.444,65 heeft De Betonhoeve onbetaald gelaten.

3 Vordering en verweer

3.1.

Roam Bouw vordert dat De Betonhoeve bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis zal worden veroordeeld tot betaling van

a. € 21.444,65 aan hoofdsom;
b. € 989,45 aan buitengerechtelijke incassokosten;
c. wettelijke handelsrente over € 21.444,65 vanaf 30 januari 2013 tot aan de dag der algehele voldoening;
d. de proceskosten.

3.2.

Roam Bouw stelt daartoe dat zij door de werkzaamheden uit te voeren en de drogers ter beschikking te stellen haar verplichtingen is nagekomen en dus recht heeft op betaling van de door haar verstuurde facturen. Zij betwist dat De Betonhoeve het recht toekomt deze vordering te verrekenen met de vordering die De Betonhoeve stelt te hebben op [naam 1], aangezien [naam 1] geen partij is in de onderhavige procedure en de beide vorderingen in van elkaar gescheiden vermogens vallen.

3.3.

De Betonhoeve erkent de hoogte van de vordering, maar stelt zich op het standpunt dat zij gerechtigd is het bedrag van € 21.444,65 te verrekenen met haar vordering op [naam 1], voor welke vordering tevens Roam Bouw aangesproken kan worden. Zij heeft daartoe het volgende aangevoerd. Uit de informatie van de deurwaarder (zie 2.5), alsmede uit de gegevens van de kamer van koophandel betreffende Hoogvliet is gebleken dat Hoogvliet onvindbaar is en geen verhaal meer biedt. Aan De Betonhoeve is echter gebleken dat de activiteiten van [naam B.V.] nog immer plaatsvinden en worden uitgevoerd door Roam Bouw. In dat kader heeft De Betonhoeve het volgende weten te achterhalen:

  1. Roam Bouw wordt bestuurd door [naam 1], die ook jarenlang de bestuurder was van [naam B.V.],

  2. de voormalig werknemers van [naam B.V.] werken nu voor Roam Bouw,

  3. de opmaak van het briefpapier van beide vennootschappen is vrijwel hetzelfde,

  4. beide vennootschappen zijn op hetzelfde adres gevestigd,

  5. beide vennootschappen hebben hetzelfde telefoon- en faxnummer,

  6. voormalige klanten van [naam B.V.] worden nu bediend door Roam Bouw,

  7. en Roam Bouw heeft aan [naam B.V.] gegunde bouwwerkzaamheden uitgevoerd.

Hieruit blijkt dat sprake is van misbruik van het identiteitsverschil tussen de twee rechtspersonen. [naam B.V.] is overgedragen aan een katvanger, waarna haar onderneming werd voortgezet door Roam Bouw met het uitsluitend oogmerk om verhaal van haar schuldeisers, waaronder De Betonhoeve, te frustreren. Dit is een onrechtmatige daad jegens De Betonhoeve en Roam Bouw is (mede) aansprakelijk voor de schade die De Betonhoeve daardoor heeft geleden. De schade is gelijk aan de vordering van De Betonhoeve op [naam B.V.] en bedraagt € 21.804,07. Aldus steeds De Betonhoeve.

4 Beoordeling

4.1.

Het geschil spitst zich in eerste instantie toe op de vraag of Roam Bouw (mede), onrechtmatig heeft gehandeld jegens De Betonhoeve door - bij de overdracht van [naam B.V.] - misbruik te maken van identiteitsverschil tussen [naam B.V.] en Roam Bouw. Tijdens de comparitie van partijen is namens Roam Bouw aangevoerd dat [naam B.V.] voor de overdacht een groot bouwproject had aangenomen dat zij als gevolg van gezondheidsproblemen bij de echtgenoot van [naam 1] niet kon afmaken.
heeft ten aanzien van de overdracht het volgende verklaard:

“In het contract betreffende het grote project was opgenomen dat [naam B.V.] flinke boetes verschuldigd zou worden indien het werk niet tijdig zou worden opgeleverd. (…) Wij waren daarom genoodzaakt dat contract over te dragen zodat iemand anders het werk kon afmaken, omdat het bedrijf anders failliet zou gaan. Dan zou Betonhoeve ook niks betaald hebben gekregen.”

Mijn aandelen in[naam B.V.] heb ik overgedragen aan een man. Ik weet niet meer hoe hij heet. Hij had een aannemersbedrijf en heeft 1 euro betaald voor de aandelen. Bij de overname is alleen dat ene project overgedragen en de schulden. De andere opdrachten heeft Roam Bouw voortgezet. Roam Bouw heeft hetzelfde adres, telefoon- en faxnummer als [naam B.V.]had, omdat dat ons privéadres en privételefoonnummer is.

Haar echtgenoot, [naam 2], heeft tijdens de comparitie hieromtrent het volgende verklaard:

De materialen zijn overgegaan op Hoogvliet, maar ons gereedschap hebben wij meegenomen. Mijn echtgenote, mijn zoon en ik zijn doorgegaan met aannemingswerk in Roam Bouw.

4.2.

Roam Bouw heeft hetgeen De Betonhoeve heeft aangevoerd, zoals genoemd onder 3.3. a) tot en met g), onbetwist gelaten.

4.3.

Op grond van het vorenstaande concludeert de kantonrechter dat [naam 1] welbewust heeft gekozen de aandelen in [naam B.V.], met de daarin aanwezige schulden, over te dragen, terwijl de onderneming, met de daarbij behorende opdrachten en gereedschappen, feitelijk in handen bleef van [naam 1] en vervolgens door Roam Bouw is voortgezet. Nu Hoogvliet onvindbaar is gebleken, hetgeen door Roam Bouw onbetwist is gebleven, is verhaal van de vordering van Betonhoeve op Hoogvliet illusoir.

4.4.

Overwogen wordt dat door degene die (volledige of overheersende) zeggenschap heeft over twee rechtspersonen, misbruik kan worden gemaakt van het identiteitsverschil tussen deze rechtspersonen, en dat hetgeen met zodanig misbruik werd beoogd, in rechte niet behoeft te worden gehonoreerd. Het maken van zodanig misbruik zal in de regel moeten worden aangemerkt als een onrechtmatige daad, die verplicht tot het vergoeden van de schade die door het misbruik aan derden wordt toegebracht. Deze verplichting tot schadevergoeding zal dan niet alleen rusten op de persoon die met gebruikmaking van zijn zeggenschap de betrokken rechtspersonen tot medewerking aan dat onrechtmatig handelen heeft gebracht, doch ook op deze rechtspersonen zelf, omdat het ongeoorloofde oogmerk van degene die hen beheerst rechtens dient te worden aangemerkt als een oogmerk ook van henzelf. (Hoge Raad 13 oktober 2000, LJN: AA7480, Rainbow)

4.5.

In casu komt het erop neer dat [naam 1] door gebruikmaking van het identiteitsverschil tussen [naam B.V.] en Roam Bouw heeft bewerkstelligd dat de door Roam Bouw voortgezette onderneming is bevrijd van de schulden van de vennootschap [naam B.V.], althans is bevrijd van de vordering van De Betonhoeve. Ter comparitie heeft [naam 1] verklaard dat “alleen dat ene project is overgedragen en de schulden”. Gezien deze verklaring en hetgeen reeds onder 4.3 is overwogen, gaat de kantonrechter er van uit dat aan de overdracht van de aandelen geen normale handelsovereenkomst ten grondslag heeft gelegen en dat het ook nooit daadwerkelijk de bedoeling is geweest dat Hoogvliet de onderneming van [naam B.V.] zou gaan voortzetten. Integendeel met de overdracht van de aandelen werd slechts de door Roam Bouw voortgezette onderneming - die feitelijk in de macht bleef van [naam 1] - te bevrijden van haar schuldeisers. Die situatie is gelijk te stellen met de situatie dat één en dezelfde persoon zeggenschap heeft over twee rechtspersonen en misbruik maakt van het identiteitsverschil tussen die twee. Nu het verhaal van de vordering van De Betonhoeve na de overdracht van de aandelen onmogelijk is gebleken, heeft dat handelen jegens De Betonhoeve niet alleen als een onrechtmatige daad van [naam 1] te gelden maar ook van het door haar bestuurde Roam Bouw.

4.6.

De slotsom is dat Roam Bouw jegens De Betonhoeve een onrechtmatige daad heeft gepleegd en dat zij de dientengevolge door De Betonhoeve geleden schade moet vergoeden. Wat betreft de omvang van de schade overweegt de kantonrechter dat deze niet zonder meer gelijk is te stellen aan het bedrag van de onbetaald gebleven vordering, maar dat de schade moet worden vastgesteld op het bedrag dat De Betonhoeve ten gevolge van het onrechtmatig handelen is misgelopen. Dat wil zeggen; het bedrag dat zij zonder de overdracht van de onderneming aan Roam Bouw wel op [naam B.V.] zou hebben kunnen verhalen. Roam Bouw heeft in dat kader aangevoerd dat [naam B.V.] zonder de overdracht failliet zou zijn gegaan en De Betonhoeve dan ook niks zou hebben gekregen. De kantonrechter begrijpt dat Roam Bouw daarmee betwist dat De Betonhoeve als gevolg van haar onrechtmatig handelen schade heeft geleden.

4.7.

Hoewel als uitgangspunt heeft te gelden dat op De Betonhoeve de last rust om de omvang van de door haar gestelde schade aannemelijk te maken, is de kantonrechter van oordeel dat in het onderhavige geval aan de betwisting daarvan hoge(re) eisen gesteld mogen worden. Dat betekent dat het aan Roam Bouw is om ter onderbouwing van haar betwisting voldoende concrete feiten en omstandigheden te stellen waaruit kan volgen dat de financiële situatie van [naam B.V.] ten tijde van de overdracht aan Hoogvliet op 19 april 2010 zo slecht was dat zij hoe dan ook niet in staat zou zijn geweest (een deel van) de vordering van De Betonhoeve te voldoen. Dergelijke feiten en omstandigheden heeft zij tot nu toe niet gesteld. Roam Bouw zal zulks bij akte alsnog kunnen doen. De Betonhoeve zal daarop kunnen reageren.

4.8.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5 BESLISSING

De kantonrechter

5.1.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 2 oktober 2013 voor het nemen van de onder 4.7 genoemde akte door Roam Bouw, vervolgens antwoordakte aan de zijde van De Betonhoeve;

5.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Aldus gewezen door mr. A.W.H. Vink, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 september 2013 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter