Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:6428

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
16-09-2013
Datum publicatie
01-10-2013
Zaaknummer
1399602 CV EXPL 12-37813
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

"Luchtvaartzaak. Claim passagiers na vertraging vlucht wordt door vervoerder niet (meer) betwist. Maatstaven ter beoordeling van de aanspraak op buitengerechtelijke incassokosten en andere kosten als bedoeld in art. 6:96 lid 2 BW. Dat de gemachtigde van de passagiers op basis van no-cure/no-pay werkt betekent niet dat geen aanspraak op vergoeding van die kosten kan bestaan."

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
S&S 2014/33
Verrijkte uitspraak

Uitspraak



vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Privaatrecht team Kanton

Rolnummer: 1399602 CV EXPL 12-37813

Vonnis van: 16 september 2013

F.no.: 438

Vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

1.

[eisers]

2.

[eisers]

beiden wonende te [woonplaats]

eisers

nader gezamenlijk te noemen: de passagiers

gemachtigde: mr. F. Niemöller en mr. E.G.B. Maertzdorff (EUclaim)

t e g e n

de naamloze vennootschap KONINKLIJKE LUCHTVAART MAATSCHAPPIJ N.V.

gevestigd te Amstelveen

gedaagde

nader te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. R.L.S.M. Pessers en mr. A. Thissen

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende processtukken:

- de dagvaarding van 27 september 2012 inhoudende de vordering van de passagiers, met producties;

- de akte vermindering eis van de passagiers;

- de conclusie van antwoord van de vervoerder;

- het tussenvonnis van 8 april 2013;

- de rolmededeling van 27 mei 2013;

- de conclusie van repliek van de passagier, met producties;

- de conclusie van dupliek van de vervoerder met productie.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten en omstandigheden

1.

Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat vast:

1.1.

De passagiers hebben bij de vervoerder een vlucht geboekt van Bergen (Noorwegen) naar Schiphol uit te voeren op 16 april 2011 met vluchtnummer KL1190 hierna: de vlucht.

1.2.

De passagiers zijn met een vertraging van omstreeks 21 uur op Schiphol aangekomen.

1.3.

De passagiers hebben voor het eerst op 18 juli 2011 compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met voornoemde vertragingen ten bedrage van € 250,00 per passagier.

1.4.

De vervoerder heeft herhaaldelijk medegedeeld geen compensatie te betalen.

1.5.

Op 14 november 2012 en dus na dagvaarding heeft de vervoerder een compensatie van € 500,00 aan de passagiers betaald.

Vordering en verweer

2.

De passagiers vorderen na vermindering van eis dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
a. de wettelijke rente over € 500,00 vanaf 16 april 2011;
b. € 178,50,- aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 16 april 2011 tot aan de dag der algehele voldoening;
c. de proceskosten vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 14 dagen na de datum van dit vonnis.

3.

De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening). De passagiers stellen dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vluchten gehouden was hen te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 250,00 per vlucht per passagier en dit pas na dagvaarding heeft gedaan.

4.

De passagiers stellen voorts dat zij aanspraak hebben op buitengerechtelijke kosten volgens de voor 1 juli 2012 geldende regeling. Zij hebben zich gewend tot hun gemachtigde en aan deze alle beschikbare informatie verstrekt. Door hun gemachtigde is Lennoc Flight Intelligence B.V. (hierna: Lennoc) ingeschakeld om onderzoek te doen en gegevens te verzamelen ter onderbouwing van de aanspraak op compensatie. Door hun gemachtigde zijn meerdere brieven gezonden aan de vervoerder om deze te bewegen de vordering in der minne te voldoen. Voorts is een klacht ingediend bij de nationale toezichthouder, dit ter ondersteuning van de vordering. Ook zijn regelgeving, jurisprudentie en literatuur bestudeerd en is een uittreksel KvK opgevraagd. Er zijn derhalve aanzienlijke kosten gemaakt om de procedure te voorkomen. De inhoud van de overeenkomst tussen de passagiers en hun gemachtigde en in het bijzonder dat deze is gebaseerd op ‘no cure/no pay’ doet daar niet aan af. Volgens de passagiers kan deze vordering de dubbele redelijkheidstoets doorstaan. De passagiers verwijzen naar overgelegde jurisprudentie.

5.

De vervoerder heeft thans erkend de gevorderde compensatie verschuldigd te zijn en heeft deze voldaan. Zij betwist echter de ingangsdatum van de gevorderde wettelijke rente over de compensatie, de verschuldigdheid van de gevorderde buitengerechtelijke kosten, de proceskosten en de daarover berekende wettelijke rente.

6.

De vervoerder betwist dat de gemachtigde van de passagiers dan wel Lennoc werkzaamheden hebben uitgevoerd in verband met de onderhavige vordering, althans dat deze meer hebben betekend dan het via een ‘druk op de knop’ vervaardigen van standaardstukken met behulp van een geautomatiseerd systeem. Er is slechts sprake geweest van de verzending van enkele automatisch gegenereerde brieven. Voorts blijkt uit informatie op de website van de gemachtigde van de passagiers dat zijzelf (en niet Lennoc B.V.) op geautomatiseerde wijze een database met vluchtgegevens bijhoudt. Nader onderzoek was ook overbodig omdat de passagiers zelf beschikten over alle informatie met betrekking tot de vluchtgegevens. Voor zover werkzaamheden zijn uitgevoerd zagen deze op de instructie van de zaak en voorbereiding van de gedingstukken. De kosten van een uittreksel KvK zijn (in elke zaak opnieuw) begrepen in de vergoeding voor de uitgebrachte dagvaarding. In elk geval zijn de gevorderde buitengerechtelijke kosten niet in verhouding tot omvang van de vordering, de uitgevoerde werkzaamheden en de daaraan verbonden werkelijke kosten, aldus – steeds – de vervoerder.

Beoordeling

7.

Op de (overige) stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

8.

De vervoerder heeft niet langer betwist dat de passagiers aanspraak hebben op de gevorderde compensatie en heeft de hoofdsom voldaan. De verplichting van de vervoerder tot betaling van compensatie ontstaat pas nadat de passagiers hun aanspraken geldend hebben gemaakt door het indienen van een verzoek. De passagiers hebben de vervoerder bij brief van 18 juli 2011 in gebreke gesteld voor het geval de compensatie niet binnen veertien dagen na deze brief zou zijn betaald. De vervoerder heeft hier niet aan voldaan, waardoor deze ingaande 2 augustus 2011 in verzuim is geraakt. Nu de compensatie ad € 500,00 is voldaan op 14 november 2012 is de vervoerder daarover wettelijke rente verschuldigd gedurende de periode 2 augustus 2011 tot 14 november 2012.

9.

In geschil is voorts of de passagiers aanspraak hebben op buitengerechtelijke kosten. In verband daarmee zullen eerst enkele algemene uitgangspunten worden geformuleerd, waarna vervolgens een oordeel zal worden gegeven in de onderhavige zaak.

Algemene uitgangspunten

10.

De stelling dat werkzaamheden zijn verricht tot verkrijging van voldoening buiten rechte (andere dan die waarop de regels van proceskosten van toepassing zijn) en/of dat kosten zijn gemaakt ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid dan wel ter voorkoming van schade, zullen de passagiers dienen te specificeren. Bij betwisting dienen de passagiers de werkzaamheden en de kosten te onderbouwen door het stellen van concrete feiten en het overleggen van stukken die betrekking hebben op de onderhavige zaak.

11.

Indien buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 onder c BW, zullen de daaraan verbonden kosten in relatie met de gevorderde hoofdsom in beginsel redelijk zijn, voor zover zij niet hoger zijn dan bij kanton gebruikelijke staffel voor buitengerechtelijke incassokosten.

12.

Uit het enkele feit dat hun gemachtigde haar werkzaamheden verricht op basis van ‘no-cure/no pay’ volgt niet dat de passagiers geen aanspraak op buitengerechtelijke kosten zouden kunnen hebben. Voor zich spreekt dat deze gemachtigde een organisatie in stand moet houden om vorderingen van passagiers geldend te maken. Daaraan zijn kosten verbonden. Dat zij haar kosten niet aan de passagier in rekening brengt via directe doorbelasting van de kosten ex art. 6:96 BW, maar via verrekening van een percentage van de hoofdsom, doet daaraan niet af. Aan haar verdienmodel zijn goede en kwade kansen verbonden, die zij volgens haar inzichten in haar tariefafspraken met de passagiers mag verwerken.

13.

Volgens vast beleid van dit kantonteam in vergelijkbare (luchtvaart-)zaken worden werkzaamheden als het corresponderen tussen de passagiers en hun gemachtigde, het opvragen van kopieën van paspoorten en boekingsbevestigingen, het doen van onderzoek naar de omstandigheden rondom de vertraging, het bestuderen van regelgeving, jurisprudentie en literatuur, de verzending van een (of enkele) standaardsommatie(s) en het aanvragen van een uittreksel KvK, in beginsel niet gekwalificeerd als (voldoende) werkzaamheden ter verkrijging van voldoening buiten rechte als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 onder c BW.

14.

Voor de aanspraak op buitengerechtelijke incassokosten is, gelet op het voorgaande, niet van belang of de passagiers eerst zelf door het verzenden van een standaardbrief (of enkele standaardbrieven) om compensatie hebben verzocht.

15.

Lennoc is een afzonderlijke rechtspersoon die vluchtgegevens verzamelt. Indien Lennoc en/of de gemachtigde van de passagiers ten behoeve van de vaststelling van de aanspraken van deze passagiers voorbereidend onderzoek verricht en daarvoor in redelijkheid kosten moet(en) maken, kunnen die kosten in beginsel worden aangemerkt als kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 onder b BW.

16.

Kosten gemaakt voor het indienen van een klacht bij de nationale toezichthouder kunnen niet worden aangemerkt als buitengerechtelijke incassokosten, tenzij deze in redelijkheid noodzakelijk waren ter vaststelling van de aanspraken en de aansprakelijkheid als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 onder b BW en de hoogte van die kosten ook redelijk is.

17.

Wanneer de vervoerder stelt dat de buitengerechtelijke incassokosten dan wel de kosten ter vaststelling van de aanspraken en de aansprakelijkheid gelet op de omstandigheden van het geval niet redelijk zijn gemaakt, zal deze daartoe concrete feiten en omstandigheden dienen te stellen.

Beoordeling van de onderhavige zaak

18.

De passagiers hebben niet aangetoond dat er meer dan enkele standaardbrieven door de gemachtigde aan de vervoerder zijn verzonden.

19.

De vervoerder heeft gemotiveerd betwist dat door Lennoc ten behoeve van de(ze) passagiers werkzaamheden zijn verricht en dat zij daarvoor kosten in rekening heeft gebracht. Het had daarom op de weg van de passagiers gelegen om een en ander te specificeren en met name de gemaakte kosten nader (met stukken) te onderbouwen. Nu dit laatste achterwege is gebleven, kan er niet van uit worden gegaan dat de passagiers, althans hun gemachtigde, in verband daarmee kosten hebben moeten maken.

20.

Dat de passagiers een klacht hebben ingediend bij de nationale toezichthouder en daarbij buitengerechtelijke kosten hebben gemaakt heeft de vervoerder betwist. Het had vervolgens op de weg van de passagiers gelegen om hun stellingen op dit punt nader te onderbouwen door het overleggen van stukken betrekking hebbend op die klacht. Nu dit achterwege is gebleven kan er niet van uit worden gegaan dat de passagiers dergelijke kosten hebben gemaakt.

21.

Gelet op het voorgaande hebben de passagiers onvoldoende gespecificeerd en onderbouwd dat er kosten zijn gemaakt als bedoeld in artikel 6:96 BW. De vordering van buitengerechtelijke kosten wordt daarom afgewezen.

22.

Gelet op het bovenstaande zal de vordering van de passagiers worden toegewezen.

23.

De vervoerder heeft pas na het aanhangig maken van deze procedure erkend compensatie verschuldigd te zijn. Anderzijds was voortzetting van de procedure slechts nodig om een beslissing te krijgen in het geschil over de vraag of de passagiers aanspraak hebben op de wettelijke rente en de buitengerechtelijke kosten en in dat geschil zijn de passagiers in overwegende mate in het ongelijk gesteld. Een en ander vormt aanleiding voor een compensatie van de proceskosten tussen partijen.

BESLISSING

De kantonrechter:

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van de wettelijke rente over € 500,00 gedurende de periode 2 augustus 2011 tot 14 november 2012;

compenseert de proceskosten met dien verstande dat elke partij de eigen kosten draagt;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen door mr. C.L.J.M. de Waal, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 september 2013 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter