Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:6386

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
07-08-2013
Datum publicatie
30-09-2013
Zaaknummer
C/13/523409
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiseres stelt dat schade is ontstaan aan haar woning als gevolg van de funderingswerkzaamheden die haar buren (gedaagden) aan hun huis hebben laten uitvoeren en vordert van gedaagden een schadevergoeding. Uit vaste jurisprudentie volgt dat een ieder die (ingrijpende) bouwwerkzaamheden gaat verrichten, rekening dient te houden met de mogelijkheid van schade aan zaken van derden en verplicht is voldoende maatregelen te treffen om zulke schade te voorkomen. Vast staat dat gedaagden een deskundige aannemer hebben ingeschakeld voor de funderingswerkzaamheden. Het enkele feit dat iemand het werk heeft uitbesteed, ontheft hem niet zonder meer van aansprakelijkheid. In bepaalde gevallen kan diegene (de opdrachtgever) aansprakelijk zijn voor fouten van de aannemer. Een dergelijk geval doet zich in casu niet voor. Bovendien is gesteld noch gebleken welke maatregelen gedaagden zelf hadden kunnen nemen om de (gestelde) schade te voorkomen. De conclusie is dat gedaagden niet aansprakelijk zijn voor de gestelde schade.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/523409 / HA ZA 12-972

Vonnis van 7 augustus 2013

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats eiseres],

eiseres,

advocaat mr. B.J.M. Vernooij te Amsterdam,

tegen

1 [gedaagde 1],

wonende te [woonplaats gedaagde 1],

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats gedaagde 2],

gedaagden,

advocaat mr. W.A.M. Rupert te Rotterdam.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagden] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 3 augustus 2012

  • -

    de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring

  • -

    de conclusie van antwoord in het incident

  • -

    het vonnis in incident van 30 januari 2013, waarbij het in het incident [gedaagden]

is toegestaan om N.C.T. Betonwerken B.V. (hierna N.C.T.) te doen dagvaarden en in de hoofdzaak de zaak naar de rol is verwezen voor conclusie van antwoord

  • -

    de conclusie van antwoord

  • -

    het tussenvonnis van 27 maart 2013, waarbij een comparitie van partijen is gelast

  • -

    de fax van 30 mei 2013 van mr. Vernooij met als bijlagen de producties 15 t/m 17

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 13 juni 2013.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] is eigenaresse van de woning gelegen aan [straatnaam 1]. [gedaagden] is eigenaar van de woning gelegen aan [straatnaam 2]. Tussen de beide woningen in bevindt zich de woning gelegen aan [straatnaam 3].

2.2.

In 1995 heeft Stadsdeel Oost van de gemeente Amsterdam onderzoek verricht naar de fundering van onder meer de panden gelegen aan [straatnaam 4]. Bij brief van 28 oktober 1995 heeft de heer [naam 1] (coördinator funderingsonderzoeken Stadsdeel Oost) in verband hiermee bericht aan wijlen [naam 2]:

“Aan de panden [pandnummers](…) [pandnummers] (…) is een minimale handhavingstermijn van 25 jaar (niveau II) toegekend.

(…)

Aan het pand [straatnaam 2] is een minimale handhavingstermijn van 15 jaar (niveau IV/III) toegekend.”

2.3.

Bij brief van 15 februari 2007 heeft de belangenbehartiger van wijlen [naam 2], [naam 3] (hierna: [naam 3]), bericht aan de bewoners van Oosterpark 37:

Uit scheurvorming in de gevel van de panden [pandnummers] is gebleken dat de fundering onder die panden niet goed is. Met name de gemeenschappelijke fundering tussen de panden [pandnummers] is zodanig dat indien geen maatregelen worden genomen ernstige scheurvorming en schade valt te verwachten.

Ook uit bijgaande stukken met betrekking tot geplaatste meetbouten voor het [straatnaam 1] blijkt dat er sprake is van ernstige zetting. Meetbout [nummer], geplaatst op het middenpendant van het [straatnaam 1], geeft over de periode 1 maart 1992 t/m 20 januari 2006 een steeds toenemende zakking per jaar door. Was de zakking in 1993 nog 4.8, in 2006 was het 24.5

(…)

Op grond van deze gegevens, waaruit blijkt dat er sprake is van ernstige zakking wenst cliënt tezamen met de eigenaar van [straatnaam 5] over te gaan tot het vernieuwen van de fundering.”

2.4.

Bij brief van 15 augustus 2008 heeft [naam 3] aan de bewoners van [straatnaam 5] (die hun fundering wilden laten herstellen) een rapport toegezonden, waarin wordt beschreven in welke staat de woning van [eiseres] zich op dat moment bevindt. Uit het rapport blijkt dat zich in en aan de woning scheuren bevinden. In het rapport wordt precies beschreven waar de scheuren zich bevinden. Ook vermeldt het rapport:

“De verzakking van de linker bouwmuur aan de voorzijde is goed waarneembaar op het dak.

(…)

Het dakterras hangt door en verzakking van de rechter bouwmuur aan de voorzijde is goed waarneembaar”.

2.5.

In de periode maart 2010 t/m juli 2010 heeft N.C.T. in opdracht van [gedaagden] herstelwerkzaamheden aan de fundering van de woning van [gedaagden] (hierna: funderingswerkzaamheden) uitgevoerd. Hierbij is ook de bestaande kelderruimte vergroot.

2.6.

In opdracht van [aannemersbedrijf] (hierna: [aannemersbedrijf]) heeft Lengkeek Expertises op 29 maart 2011 een visuele expertise in de woning van [eiseres] verricht. Bij brief van 28 april 2011 bericht Lengkeek Expertises hierover:

Wij constateerden in de betreffende woning dat de vloeren niet waterpas liggen, maar aflopen richting huisnummer 37. (…)

Wij constateerden in zowel de voor- als achtergevel scheurvorming in het metselwerk die duiden op een verzakking van de woning.

(…)

Kort gezegd komt het erop neer dat er naar alle waarschijnlijkheid wel een relatie is tussen de verzakking van huisnummer 36 en de uitgevoerde werkzaamheden op huisnummer 38. De exacte oorzaak dient echter nog te worden vastgesteld.”

2.7.

Vervolgens heeft Fugro Geoservices B.V (Fugro) in opdracht van [aannemersbedrijf] onderzoek verricht. In haar rapport betreffende funderingsonderzoek [straatnaam 1] te Amsterdam van 26 september 2011 staat onder meer vermeld:

De aanleiding voor het onderzoek is (…) de scheurvorming die in het pand is ontstaan gedurende de uitvoering van het funderingsherstel in het pand [straatnaam 2] (maart t/m juli 2010), waarbij ook een kelder is aangelegd.

(…)

De voorgevel vertoont duidelijk waarneembare scheefstand links en opvallende scheurvorming.

(…)

Uit de resultaten van het uitgevoerde onderzoek blijkt naar onze mening dat er als gevolg van de aanleg van een kelder en het uitvoeren van funderingsherstel in het pand [straatnaam 2] schade is ontstaan aan het pand [straatnaam 1]. Onze argumenten voor deze stelling zijn:

  • -

    De schade is gedurende de uitvoering van de werkzaamheden ontstaan

  • -

    De peilbuiswaarnemingen ter plaatse van pand 32 geven gedurende de werkzaamheden forse verlagingen van de grondwaterstand aan. De daling is dermate fors dat de fundering van pand 36 gedurende enkele maanden heeft droog gestaan.(…)

  • -

    Er zijn gedurende de werkzaamheden forse zakkingstoenamen gemeten.”

2.8.

Op 14 februari 2011 heeft Lengkeek Expertises een rapport uitgebracht waarin de schade in de woning van [eiseres], bestaande uit herstelkosten van de scheurvorming, wordt begroot op een bedrag van € 14.421,00 inclusief BTW.

2.9.

Op 27 juni 2012 heeft [naam 4] (hierna: [naam 4]), makelaar registertaxateur onroerende zaken, een rapport uitgebracht, waarin hij de waardevermindering van de woning van [eiseres] als gevolg van de scheefstand heeft getaxeerd op

€ 35.000,00.

2.10.

Op 23 mei 2011 heeft Fugro een rapport uitgebracht, waarin een reactie op de conclusie van antwoord wordt gegeven.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert , na vermindering van de eis op de comparitie,  samengevat - [gedaagden] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van € 49.421,00, vermeerderd met rente en kosten.

3.2.

[eiseres] legt aan haar vordering het volgende ten grondslag. [gedaagden] heeft funderingswerkzaamheden aan zijn woning laten uitvoeren. Doordat bij deze werkzaamheden geen waterkerende damwand is aangebracht, is als gevolg daarvan de grondwaterstand verlaagd en hebben de bovenkant van de houten funderingspalen van de woning van [eiseres] gedurende een aanzienlijke tijd droog gestaan. Als gevolg hiervan is schade ontstaan aan de woning van [eiseres], bestaande uit scheurvorming en scheefstand. [gedaagden] is als eigenaar van zijn woning aansprakelijk voor de fouten die zijn gemaakt tijdens de werkzaamheden die in zijn opdracht zijn uitgevoerd. [gedaagden] heeft derhalve onrechtmatig jegens [eiseres] gehandeld en hij is aansprakelijk voor de schade die [eiseres] als gevolg hiervan heeft geleden.

3.3.

[gedaagden] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

[gedaagden] heeft betwist dat hij onrechtmatig jegens [eiseres] heeft gehandeld. Hij heeft voor de werkzaamheden een professioneel bedrijf, gespecialiseerd in werkzaamheden aan funderingen, ingeschakeld, te weten N.C.T. Voor zover er fouten bij de uitvoering van de funderingswerkzaamheden zouden zijn gemaakt door N.C.T., dan is [gedaagden] daarvoor niet aansprakelijk, aldus [gedaagden]

4.2.

De rechtbank oordeelt als volgt. Uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat een ieder die (ingrijpende) bouwwerkzaamheden gaat verrichten, rekening dient te houden met de mogelijkheid van schade aan zaken van derden en verplicht is voldoende maatregelen te treffen om zulke schade te voorkomen. Dit betekent dat diegene onderzoek naar mogelijke schade (voor derden) dient te doen en eventuele voorzorgsmaatregelen dient te treffen. [eiseres] verwijt [gedaagden] dat geen waterkerende (maar een houten) damwand is aangebracht bij het uitvoeren van de werkzaamheden en aldus onvoldoende voorzorgsmaatregelen zijn getroffen. Niet in geschil is dat [gedaagden] een professionele en ter zake van funderingswerkzaamheden deskundige aannemer heeft ingeschakeld voor de werkzaamheden, te weten N.C.T. en dat N.C.T. de desbetreffende damwand heeft aangebracht.

4.3.

Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad volgt evenwel ook dat het enkele feit dat iemand het werk uitbesteedt, hem niet zonder meer van aansprakelijkheid ontheft. Aangenomen mag worden dat de opdrachtgever op grond van onrechtmatige daad voor foutieve handelingen van de aannemer aansprakelijk kan zijn in de navolgende gevallen:

a. hij heeft de schadeveroorzakende handelingen van de aannemer in het bestek voorgeschreven;

b. hij heeft tot dergelijke handelingen anderszins opdracht gegeven;

c. hij heeft verzuimd in het bestek maatregelen voor te schrijven die de schade hadden kunnen voorkomen;

d. het werk kan niet anders uitgevoerd worden dan door het berokkenen van de schade;

e. hij is tekort geschoten in de keuze van de aannemer;

f. de opdrachtgever moet zich ervan bewust zijn geweest dat de werkzaamheden derden schade zouden berokkenen.

Gesteld noch gebleken is dat (één van) bovengenoemde gevallen zich in deze zaak voordoen. Voorts is gesteld noch gebleken dat [gedaagden], die geen deskundige is op dit gebied en mocht vertrouwen op een juiste uitvoering van de werkzaamheden door N.C.T., enig verwijt kan worden gemaakt. Bovendien heeft [eiseres] niet gesteld welke maatregelen [gedaagden] zelf had kunnen nemen om de (gestelde) schade te voorkomen. De conclusie is dan ook dat [gedaagden] niet aansprakelijk is voor de schade aan de woning van [eiseres].

4.4.

Los van het voorgaande geldt dat [eiseres] dient aan te tonen dat er een causaal verband bestaat tussen de verrichte funderingswerkzaamheden en de schade aan haar woning. De schade bestaat volgens [eiseres] uit scheurvorming in en aan de woning en scheefstand van de woning. Uit de brief van [naam 3] van 27 maart 2007 en het rapport behorende bij de brief van 15 augustus 2008 van [naam 3], blijkt echter dat toen (enkele jaren voor het verrichten van de funderingswerkzaamheden) al sprake was van scheuren in en aan de woning en van een scheefstand. Blijkens het rapport van 23 mei 2013 van Fugro is dit rapport niet aan haar ter inzage gegeven. Uit de schaderapporten die zijn opgesteld door Lengkeek Expertises voor wat betreft de scheurvorming en door [naam 4] voor wat betreft de scheefstand blijkt ook niet dat rekening is gehouden met de reeds voor de funderingswerkzaamheden bestaande scheurvorming en scheefstand. Door vervolgens enkel te stellen dat de scheurvorming als gevolg van de funderingswerkzaamheden ernstiger is geworden, heeft [eiseres] haar stelling dat zij schade heeft geleden als gevolg van de funderingswerkzaamheden onvoldoende onderbouwd. Nu vast staat dat reeds sprake was van scheurvorming en scheefstand van de woning, had het op de weg van [eiseres] gelegen om een precieze vergelijking te maken tussen de staat van de woning na het verrichten van de funderingswerkzaamheden en de toestand van de woning vóór de funderingswerkzaamheden. Hierbij zou voorts rekening gehouden moeten worden met eventuele verzakking van de woning en eventuele schade als gevolg daarvan, wanneer de funderingswerkzaamheden niet zouden hebben plaatsgevonden. Nu dit niet is gebeurd, heeft [eiseres] niet aan haar stelplicht met betrekking tot de gestelde schade voldaan.

4.5.

Het voorgaande brengt mee dat de vordering van [eiseres] gegrond op onrechtmatige daad gepleegd door [gedaagden] zal worden afgewezen. De overige verweren van [gedaagden] zijn bij deze stand van zaken niet meer relevant en zullen buiten bespreking blijven.

4.2.

[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagden] worden begroot op:

- griffierecht 821,00

- salaris advocaat 1.788,00 (2,0 punten × tarief € 894,00)

Totaal €  2.609,00

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagden] tot op heden begroot op € 2.609,00,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Kraak en in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2013.1

1 type: coll: