Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:6254

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
18-09-2013
Datum publicatie
27-09-2013
Zaaknummer
KK 13-1337
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

kort geding; kwalificatie zorgverleningsovereenkomst als gemengde overeenkomst; maatstaf voor beoordeling of wetsbepalingen huurrecht woonruimte op zorgleveringsovereenkomst van toepassing zijn; zorgverlening is overheersend; vordering gebruiksvergoeding gelijk aan huurprijs voor gebruik woonruimte nadat door zorgverlener (verhuurder) eigen machtig sloten zijn veranderd afgewezen; compensatie proceskosten.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GJ 2013/149
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAMKORT GEDING

Afdeling Privaatrecht

Zaaknummer: KK 13-1337

Vonnis van: 18 september 2013

F.no.: 497

Vonnis in kort geding van de kantonrechter

I n z a k e

[eiser]

wonende [woonplaats eiser]

eiser in conventie

gedaagde in reconventie

nader te noemen: [eiser]

gemachtigde: mr. J. Wolfrat

t e g e n

de stichting Stichting HVO Querido

gevestigd te Amsterdam

gedaagde in conventie

eiseres in reconventie

nader te noemen: HVO-Querido

gemachtigde: mr. J.J.L. Boudewijn

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Bij dagvaarding met producties van 27 augustus 2013 heeft [eiser] in kort geding een voorziening gevorderd. Voorafgaande aan de mondelinge behandeling heeft HVO-Querido pas bij brief/fax van haar gemachtigde van 5 september 2013 een eis in reconventie en 27 producties toegezonden. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 6 september 2013. Bij die gelegenheid is [eiser], vergezeld van zijn gemachtigde, verschenen. HVO-Querido is verschenen bij [naam 1] ([teammanager]), bijgestaan door haar gemachtigde. Ter zitting hebben partijen hun standpunten toegelicht – beide gemachtigden mede aan de hand van pleitnotities - en vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft van het verhandelde ter zitting aantekeningen gemaakt, welke aan het procesdossier zijn toegevoegd. Ter uitvoering van de ter zitting gemaakte afspraken heeft [eiser] zich bij brief/fax van 12 september 2013 over de door HVO-Querido overgelegde producties uitgelaten, waarop HVO-Querido daags daarna bij brief/fax heeft gereageerd.

De zaak staat voor vonnis.

feitelijke uitgangspunten

1.

Tot uitgangspunt dient het navolgende:

1.1.

Bij brief van 12 september 2012 bericht Stadgenoot de thans 39-jarige [eiser] (geboren [1974]) dat hij op de eerder aan hem verhuurde woning aan de [straatnaam 1] overlast veroorzaakt waardoor de relatie met zijn buren ernstig verstoord is geraakt. Na overleg met de hulpverlening heeft Stadgenoot besloten aan [eiser] een andere woning in een andere woonomgeving toe te wijzen. In de brief wordt de volgende toelichting gegeven op de voorwaarden waaronder de andere woning, gelegen aan [straatnaam 2] – hierna veelal het gehuurde genoemd – , voor [eiser] ter beschikking wordt gesteld:

Het huurcontract van de nieuwe woning [straatnaam 2] staat op naam van [project 1]/HVO-Querido. Uw begeleider zal vaststellen hoe intensief de begeleiding dient te zijn, hoe deze vorm zal worden gegeven en waar deze op zal worden toegespitst. Uit de overeenkomst tussen u en HVO mag wel blijken dat het niet is toegestaan overlast te veroorzaken. Wij willen middels deze brief ook nog eens benadrukken dat het ten strengste verboden is overlast – in welke vorm dan ook – te veroorzaken in en vanuit de woning.

1.2.

Op of omstreeks 17 september 2012 gaat [eiser] een overeenkomst met HVO-Querido (hierna te noemen: zorgleveringsovereenkomst) aan, getiteld:

Zorgleveringsovereenkomst HVO-Querido

voor zorg met verblijf in een voorziening c.q. woning van HVO-Querido of voor zorg aan cliënten die een woning op eigen naam hebben

Aan de zorgleveringsovereenkomst is een – in het overgelegde exemplaar niet ondertekende of geparafeerde - bijlage gevoegd, getiteld:

onzelfstandig Huurovereenkomst horend bij de zorgleveringsovereenkomst

In deze bijlage is onder meer de volgende bepaling opgenomen:

Artikel 1 Doel en Middel

[project 1] zal participant door middel van woonbegeleiding en ondersteuning bij het aanleren van vaardigheden in staat stellen zelfstandig een huishouding op de bovengenoemde woning te kunnen voeren (zie ook zorgleveringsovereenkomst).

Voorts is aan de zorgleveringsovereenkomst een algemeen document toegevoegd, geheten “[project 1], begeleid wonen/volledig Pakket Thuis”. In dit document worden de verschillende terreinen van begeleiding beschreven en twee opties gegeven waaruit kan worden gekozen.

1.3.

[eiser] heeft vanaf 17 september 2012 het gebruik van het gehuurde. De huurprijs bedraagt bij aanvang € 542,29 per maand en is per 1 juli 2013 verhoogd naar € 544,20 per maand. [eiser] betaalt de huur rechtstreeks aan Stadgenoot.

1.4.

HVO-Querido legt bij brief van 8 februari 2013 aan [eiser] een begeleidingsvoorstel vast dat eerder met [eiser] is besproken. Bij brief van 7 maart 2013 bevestigt HVO-Querido dat [eiser] op 14 februari 2013 in een gesprek het begeleidingsvoorstel heeft afgewezen en heeft verklaard geen begeleiding vanuit HVO-Querido (afdeling [project 1]) te willen. Aan het slot van de brief wordt opgemerkt dat het aanbod van begeleiding blijft staan.

1.5.

Bij brief van 19 juni 2013 nodigt HVO-Querido [eiser] uit voor een gesprek op 24 juni 2013 op het politiebureau [(...)]. Onderwerp van gesprek zal zijn de afwijzing van [eiser] voor woonbegeleiding en de klachten over door hem veroorzaakte overlast.

1.6.

Op de bespreking van 24 juni 2013 meldt HVO-Querido dat de zorgleveringsovereenkomst en de daarvan onderdeel uitmakende huurovereenkomst zal worden beëindigd, zodat hij het gehuurde heeft te verlaten.

1.7.

Na die bespreking vindt later die dag een geweldsincident op de [straatnaam 3] plaats waarvoor [eiser] wordt gearresteerd en in detentie wordt geplaatst.

1.8.

Bij brief van 27 juni 2013 beëindigt HVO-Querido met onmiddellijke ingang de zorgleveringsovereenkomst “en onzelfstandige huurovereenkomst”. Als reden voor de opzegging wordt opgegeven:

Aanleiding voor deze beëindiging is overschrijding van de gemaakte afspraken in het kader van het tweede kans beleid op bovenstaand adres. Bij de aanvaarding zijn met u afspraken gemaakt over het begeleidbaar opstellen en het voorkomen van overlast. Deze afspraken zijn vastgelegd in de zorgleveringsovereenkomst welke door u is ondertekend.

Ter toelichting wordt opgemerkt dat [eiser] op 14 februari 2013 mondeling heeft aangegeven van de door HVO-Querido/[project 1] aangeboden begeleiding en ondersteuning geen gebruik te willen maken. Voorts zijn vanaf maart 2013 van politie, omwonenden, stadsdeel Nieuw West en Stadgenoot diverse klachten van door [eiser] veroorzaakte overlast ontvangen. De klachten van overlast hebben [naam 2] (politie Amsterdam Amstelland) en [naam 3] (HVO-Querido) tijdens het gesprek van 24 juni 2013 op het politiebureau met [eiser] besproken. Na dat gesprek heeft [eiser] later die dag een strafbaar feit begaan waarvoor hij in voorlopige hechtenis is geplaatst. Aan het slot van de brief wordt gemeld dat HVO-Querido [eiser] per direct de toegang tot de woning ontzegt. Vervolgens heeft

HVO-Querido nieuwe sloten op de voordeur laten plaatsen.

1.9.

De strafzitting voor het geweldsincident op 24 juni 2013 vindt op 3 juli 2013 plaats. Op 8 juli 2013 wordt [eiser] in vrijheid gesteld.

1.10.

De gemachtigde van [eiser] maakt bij per e-mail verzonden brief van 8 juli 2013 bezwaar tegen de beslissing van HVO-Querido [eiser] de toegang tot het gehuurde te ontzeggen en de huurovereenkomst te beëindigen.

1.11.

De gemachtigde van HVO-Querido geeft bij brief van 19 juli 2013 een nadere toelichting op de beslissing van HVO-Querido de zorgleveringsovereenkomst met de daarvan deeluitmakende huurovereenkomst met onmiddellijke ingang te beëindigen en [eiser] de toegang tot de woning te ontzeggen. Aan het slot van de brief wordt [eiser] uitgenodigd te laten weten of hij zorgverlening van HVO Querido wenst in welk geval partijen daarover in gesprek moeten. Als hij dat niet wil, eindigt de relatie tussen partijen.

1.12.

De gemachtigde van [eiser] voert bij brief van 6 augustus 2013 aan dat de overeenkomst tussen partijen bestaat uit een zorgleveringsovereenkomst en een huurovereenkomst. Door de beëindiging van de zorgleveringsovereenkomst is aan de huurovereenkomst geen einde gekomen. Voorts wijst de gemachtigde van [eiser] erop dat [eiser] noodgedwongen op straat leeft. Voorts is [eiser] bereid tot een gesprek met HVO-Querido en als hij weer toegang tot het gehuurde krijgt, zal hij volledige medewerking aan de zorgverlening van HVO-Querido verlenen.

vordering in conventie

2.

[eiser] vordert bij dagvaarding, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, HVO-Querido

  • -

    op straffe van een dwangsom te veroordelen om binnen 4 uur na betekening van het vonnis de woning aan de [straatnaam 2] aan [eiser] ter beschikking te stellen, onder afgifte van de sleutels en zich te onthouden van verdere ontzegging van toegang tot de woning;

  • -

    te veroordelen in de kosten van het geding.

3.

Aan de vordering legt [eiser] ten grondslag, dat HVO-Querido in strijd met haar verplichtingen uit de huurovereenkomst [eiser] de toegang tot het gehuurde ontzegt. Ter toelichting voert [eiser] samengevat het navolgende aan.

4.

De zogeheten zorgleveringsovereenkomst bestaat uit twee zelfstandige overeenkomsten, te weten een zorgovereenkomst en een huurovereenkomst woonruimte.

Als de zorgleveringsovereenkomst als een gemengde overeenkomst wordt gekwalificeerd, is de zorgverlening niet overheersend. De begeleiding (zorg) bestond vooral uit wekelijkse huisbezoeken van een contactpersoon bij HVO-Querido ([project 1]), zodat van een intensieve vorm van begeleiding (zorg) van [eiser] geen sprake is geweest. De huur is overheersender dan de begeleiding (zorg).

5.

Doordat hetzij sprake is van een gemengde overeenkomst waarin de huur overheersend is, hetzij van twee naast elkaar bestaande overeenkomsten, brengt beëindiging van de zorgleveringsovereenkomst niet automatisch mee dat daarmee ook een einde aan de huurovereenkomst is gekomen. De door HVO-Querido gedane onmiddellijke beëindiging van (ook) de huurovereenkomst is in strijd met de wet. Door het slot op de voordeur te wijzigen en [eiser] de toegang tot het gehuurde te ontzeggen, pleegt HVO-Querido eigen richting.

6.

[eiser] betwist de klachten van overlast. Als er al een buur klaagde - bijvoorbeeld over luide muziek - heeft hij daartegen meteen wat gedaan. [eiser] is over de beweerdelijke overlastklachten door Stadgenoot, HVO-Querido of politie niet geïnformeerd en hij is daarvoor ook niet in gebreke gesteld.

7.

Mensen met psycho-sociale problemen kunnen incidenteel overlast veroorzaken, zodat voor een adequate behandeling niet te lichtvaardig de zorglevering en het gebruik van het gehuurde dienen te worden gestaakt. De bijzondere aard van de zorgleveringsovereenkomst brengt met zich mee dat HVO-Querido [eiser] niet zomaar op straat kan zetten omdat hij zich niet netjes gedragen heeft.

[eiser] is op dit moment dakloos. Hij woont in een tent [bos].

verweer in conventie

8.

HVO Querido voert verweer. De zorgleveringsovereenkomst heeft HVO-Querido opgezegd bij brief van 27 juni 2013. Volgens HVO-Querido is de ingebruikgeving van het gehuurde aan [eiser] ondergeschikt aan de zorgverlening, zodat de beëindiging van de zorgovereenkomst tevens tot gevolg heeft dat de huurovereenkomst is geëindigd. HVO-Querido heeft daardoor op goede gronden [eiser] de toegang tot het gehuurde ontzegd en is bij gebreke van een overeenkomst niet gehouden hem de toegang tot het gehuurde te verlenen. Ter toelichting merkt HVO-Querido nog het navolgende op.

9.

[eiser] is lange tijd verslaafd aan alcohol en drugs. In de laatste jaren zijn er perioden geweest waarin [eiser] dakloos was. [eiser] heeft moeite zijn financiën te beheren. Bij [eiser] is vastgesteld dat hij lijdt aan een anti-sociale persoonlijkheidsstoornis, cannabis afhankelijkheid en problemen met het hanteren van emoties en daaruit voortvloeiend onaangepast gedrag.

10.

De door HVO-Querido te verlenen zorg via haar afdeling [project 1] richt zich vooral op hulp aan [eiser] om weer zelfstandig te kunnen functioneren. Hierbij zijn ook de reclassering, de politie, de GGD (Vangnet & Advies), Jellinek, GZ-instelling De Waag en Mentrum betrokken.

[eiser] laat de hulpverlening niet toe. Zo bericht De Waag HVO-Querido bij e-mail van 14 november 2012 dat de behandeling van [eiser] bij De Waag is gestopt. De reden daarvoor is dat [eiser] teveel blowt waardoor De Waag niet toekomt aan de agressie regulatie behandeling, onderzoek naar zijn intelligentieniveau en traumabehandeling. Ook de (financiële) hulpverlening vanuit HVO-Querido verloopt met incidenten, waarbij [eiser] niet op gemaakte afspraken verschijnt of zich agressief jegens zijn hulpverleners opstelt. In ieder geval vanaf 14 februari 2013 heeft [eiser] de zorgverlening door HVO-Querido (afdeling [project 1]) geweigerd.

Ook zorgt [eiser] (in ieder geval) vanaf maart 2013 (weer) voor overlast aan omwonenden en hulpverleners.

11.

HVO-Querido heeft bij brief van 27 juni 2013 de zorgleveringsovereenkomst rechtsgeldig met onmiddellijke ingang beëindigt. HVO-Querido blijft bereid aan [eiser] zorg te verlenen, maar niet meer op basis van de beëindigde zorgleveringsovereenkomst.

vordering in reconventie

12.

HVO-Querido vordert in reconventie [eiser] te veroordelen tot:

  1. ontruiming van het gehuurde;

  2. betaling van

- € 1.710,38 wegens huurschuld t/m september 2013;

- € 544,20 voor iedere maand dat [eiser] na 30 september 2013 het gehuurde in gebruik houdt tot aan de dag van ontruiming;

- de proceskosten.

13.

Aan de vordering in reconventie legt HVO-Querido ten grondslag, dat HVO-Querido op uitdrukkelijk verzoek van (de gemachtigde van) [eiser] het gehuurde tot op heden heeft gelaten in de staat waarin die zich ten tijde van de beëindiging bevond. In het gehuurde staan ook nog eigendommen van [eiser]. Hierdoor heeft HVO-Querido het gehuurde niet leeg en ontruimd aan Stadgenoot kunnen opleveren, terwijl HVO-Querido jegens Stadgenoot wel verplicht is de huur te betalen. [eiser] heeft daardoor de door HVO-Querido aan Stadgenoot betaalde huur te vergoeden.

verweer in reconventie

14.

[eiser] betwist dat de huurovereenkomst is geëindigd en betwist dat hij gehouden is de door HVO-Querido gevorderde bedragen te betalen. De door HVO-Querido gestelde huurschuld ziet vooral op de periode dat HVO-Querido [eiser] de toegang tot het gehuurde heeft ontzegd en de sloten heeft veranderd. Nu [eiser] niet in de gelegenheid is gesteld het gehuurde te gebruiken, kan HVO-Querido over die periode ook geen huur verlangen.

beoordeling

15.

De conventionele en reconventionele vorderingen lenen zich voor gezamenlijke behandeling.

16.

De kantonrechter heeft te beoordelen of op basis van de door partijen gepresenteerde feiten en omstandigheden - zonder dat daarbij ruimte is voor nader onderzoek - de vordering van [eiser] in conventie en de vordering van HVO-Querido in reconventie in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben dat het gerechtvaardigd is op de uitkomst daarvan vooruit te lopen en de vordering(en) in dit kort geding toe te wijzen. Het volgende behelst niet meer dan een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen.

17.

De kantonrechter stelt voorop dat tussen partijen niet in geschil is dat aan de zorgleveringsovereenkomst tussen HVO-Querido en [eiser] eind juni 2013 een einde is gekomen. Het geschil tussen partijen spitst zich toe op de vraag of de door HVO-Querido bij brief van 27 juni 2013 gedane opzegging van de zorgleveringsovereenkomst tevens tot gevolg heeft dat daarmee het gebruiksrecht van [eiser] van het gehuurde is geëindigd.

18.

De kantonrechter neemt tot uitgangspunt dat de wettelijke bepalingen betreffende woonruimte (Boek 6, titel 4, afdeling 5 BW) de bescherming van de huurder voorop stellen. Ingeval een overeenkomst onder bezwarende titel – zoals een zorgleveringsovereenkomst – niet alleen het gebruik van woonruimte verschaft, maar bovendien zorgverlening regelt, brengt de strekking van voornoemde wetsbepalingen betreffende woonruimte met zich mee dat zij op dergelijke overeenkomsten van toepassing zijn, tenzij het zorgleveringselement duidelijk overheerst (vlg. onder meer Hoge Raad 28-6-1985, NJ 1986, 38).

19.

Uit hetgeen partijen hebben aangevoerd en aan stukken hebben overgelegd, leidt de kantonrechter voorshands het navolgende af.

[eiser] blowt al vele jaren overmatig, waarvan de laatste jaren met name cannabis. Daarnaast heeft [eiser] psycho-sociale problemen die door zijn overmatig drugsgebruik verergeren. De problemen met [eiser] zijn al lange tijd zodanig ernstig dat [eiser] niet in staat is zelfstandig zijn financiën te beheren en zelfstandig te wonen zonder overlast te veroorzaken. HVO-Querido heeft [eiser] hulpverlening voor zijn problemen aangeboden teneinde te bereiken dat [eiser] op termijn weer in staat is zelfstandig te wonen zonder in financiële problemen te komen en overlast (aan omwonenden) te veroorzaken.

In dit kader is eerst aan hem aangeboden de woning aan de [straatnaam 1]. Na enige tijd heeft [eiser] de hulpverlening van HVO-Querido geweigerd, waarna er ernstige problemen met zijn buren ontstonden en [eiser] een huurschuld liet ontstaan. Aan [eiser] is toen aangeboden het gehuurde aan [straatnaam 2] onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat hij zich onder coördinatie van HVO-Querido (afdeling [project 1]) voor zijn problemen zou laten behandelen/begeleiden.

Gelet op het doel van de zorgverlening – [eiser] in staat te stellen (op termijn) weer zelfstandig te wonen – is het in gebruik geven van het gehuurde aan [eiser] naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter zodanig nauw met de zorgverlening verbonden dat het einde van de zorgleveringsovereenkomst tot gevolg heeft dat de ingebruikgeving van het gehuurde niet in stand kan blijven. Tegen de achtergrond waaronder de zorgleveringsovereenkomst is gesloten, kunnen de contractuele afspraken tot zorgverlening en ingebruikgeving van het gehuurde in hun opzet en inhoud niet los van elkaar worden gezien en dienen zij als één geheel van samenhangende verbintenissen te worden beschouwd. [eiser] was ermee bekend, althans hij diende te begrijpen, dat het gehuurde door Stadgenoot en HVO-Querido uitsluitend ter beschikking werd gesteld om hem in de gelegenheid te stellen met behulp van de zorgverlening onder coördinatie van HVO-Querido (afdeling [project 1]) zijn problemen zodanig op te lossen dat hij op termijn in staat zou zijn zelfstandig te wonen zonder (geregeld en ernstige) overlast te veroorzaken en zijn financiën op orde te hebben zodat reguliere betalingen als huur kunnen worden voldaan. Het aan [eiser] gegeven woongenot is daarmee onlosmakelijk verbonden met de zorgverlening.

De kantonrechter is voorshands van oordeel dat de (nadere op basis van de zorgleveringsovereenkomst) te maken afspraken omtrent de zorgverlening naar zelfstandig wonen volgens de bedoeling van de betrokken partijen bij de zorgleveringsovereenkomst – direct [eiser] en HVO-Querido en indirect Stadgenoot – de essentie van de rechtsverhouding vormt.

20.

Nu tussen partijen niet in geschil is dat de zorgleveringsovereenkomst rechtsgeldig door HVO-Querido eind juni 2013 is geëindigd, brengt het voorgaande naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter mee dat de daarmee verband houdende aanspraak op het gehuurde ook is geëindigd.

De enkele omstandigheid dat [eiser] verklaart bereid te zijn weer hulp van HVO-Querido te aanvaarden brengt niet mee dat [eiser] alsdan aanspraak kan maken op het (voortgezet) gebruik van het gehuurde. Zo heeft [eiser] zijn bereidheid afhankelijk gesteld van het gebruik van het gehuurde en geen direct contact met HVO-Querido gezocht en concrete afspraken over de noodzakelijke zorgverlening gemaakt. In de gegeven omstandigheden brengt ook de bijzondere (en zorgelijke) situatie van [eiser] niet met zich mee dat op HVO-Queerido een rechtsplicht rust [eiser] weer tot het gehuurde toe te laten.

21.

Het voorgaande leidt ertoe dat de conventionele vordering van [eiser] om in het gehuurde weer te worden toegelaten wordt afgewezen en dat de reconventionele vordering van HVO-Querido tot ontruiming van het gehuurde wordt toegewezen.

22.

In reconventie vordert HVO-Querido voorts de huurschuld en de maandelijkse huurprijs vanaf oktober 2013 tot aan de daadwerkelijke ontruiming.

23.

De kantonrechter stelt voorop dat het voorgaande met zich meebrengt dat eind juni 2013 de contractuele verplichting van [eiser] jegens HVO-Querido tot betaling van de huurprijs (rechtstreeks aan Stadgenoot) is geëindigd. Kennelijk strekt de reconventionele vordering van HVO-Querido ertoe dat [eiser] vanaf eind juni 2013 bij wege van schadevergoeding een bedrag betaalt dat gelijk is aan de huurprijs.

24.

De kantonrechter is voorshands van oordeel dat HVO-Querido in de gegeven omstandigheden vanaf eind juni 2013 tot heden geen aanspraak kan maken op een bedrag dat gelijk is aan de huurprijs. HVO-Querido heeft eigenmachtig eind juni 2013 het slot op de voordeur van het gehuurde gewijzigd en [eiser] de toegang tot het gehuurde ontzegt. [eiser] heeft daardoor geen gebruik van het gehuurde kunnen maken.

25.

Op zichzelf is tussen partijen niet in geschil dat er nog (enige) persoonlijke bezittingen in het gehuurde van [eiser] aanwezig zijn. In het kader van dit kort geding is onvoldoende aannemelijk geworden om hoeveel persoonlijke bezittingen het gaat, of HVO-Querido [eiser] in staat heeft gesteld zijn persoonlijke bezittingen uit het gehuurde te halen en of er mogelijkheden voor [eiser] waren die persoonlijke bezittingen elders tijdelijk op te slaan. Onder deze omstandigheden laat de vergoeding voor het feitelijk gebruik van het gehuurde voor opslag van zijn bezittingen vanaf eind juni 2013 zich voorshands niet begroten. Dit leidt ertoe dat de in reconventie gevorderde gebruiksvergoeding wordt afgewezen.

26.

Nu HVO-Querido deels in het ongelijk is gesteld en HVO-Querido zonder daartoe een rechterlijk oordeel uit te lokken [eiser] de toegang tot het gehuurde heeft ontzegd waardoor [eiser] genoodzaakt was de onderhavige procedure te entameren, zal de kantonrechter in conventie en in reconventie de proceskosten compenseren in die zin dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.

BESLISSING

De kantonrechter:

in conventie

wijst de vordering af;

compenseert de proceskosten in die zin dat ieder der partijen de eigen kosten draagt;

in reconventie

veroordeelt [eiser], met alwie en alwat zich daarin vanwege [eiser] moge bevinden, tot ontruiming van de woning, met aan- en toebehoren, staande en gelegen te Amsterdam aan het adres [straatnaam 2];

compenseert de proceskosten in die zin dat ieder der partijen de eigen kosten draagt;

verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mr. D.H. de Witte, kantonrechter en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 september 2013 in tegenwoordigheid van de griffier.