Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:6144

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
24-09-2013
Datum publicatie
23-01-2014
Zaaknummer
AMS 13-727
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2014:3685, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

GBA. Verzoek tot ongedaanmaking GBA-inschrijving derde (aantekening van onjuistheid). De rechtbank is van oordeel dat eiser meer dan aannemelijk heeft gemaakt dat de veronderstelde medebewoner feitelijk niet op het adres woonde. Echter, aannemelijk is niet genoeg en onomstotelijk vastgesteld is het niet. Verweerder heeft eisers verzoek tot wijziging dan ook kunnen afwijzen. De gevolgen voor eiser zijn echter niet zo onvriendelijk als het lijkt, nu de rechtbank vandaag ook uitspraak doet in de huurtoeslagzaak (zaaknummer AMS 12/5201) en in die zaak oordeelt dat aannemelijk is geworden dat de veronderstelde medebewoner niet op het adres woonde en dat daarom de Belastingdienst/Toeslagen in die zaak niet op de gegevens van de GBA kon afgaan. Beroep ongegrond.

Zie ook: AMS 12/5201

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 13/727

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 september 2013 in de zaak tussen

[naam], wonende te [woonplaats], eiser

(gemachtigde: mr. M.F.T. Rijksen),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Enschede, verweerder

(gemachtigde: mr. S. ten Kate).

Procesverloop

Bij besluit van 30 juli 2012 (het primaire besluit) heeft verweerder eisers verzoek om wijziging van inschrijving van[woonplaats] aan de[adres] te[woonplaats 1] afgewezen.

Bij besluit van 18 januari 2013 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank Oost-Nederland. Naar aanleiding van eisers verzoek is de zaak op grond van artikel 8:13 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) door die rechtbank ter behandeling verwezen naar deze rechtbank. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft de zaak ter zitting op 4 september 2013 gelijktijdig behandeld met het beroep geregistreerd onder zaaknummer AMS 12/5201. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde, mr. M.F.T. Rijksen. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Het onderzoek is ter zitting gesloten.

Vandaag doet de rechtbank in beide zaken afzonderlijk uitspraak. De rechtbank ziet aanleiding haar uitspraak in de zaak met nummer AMS 12/5201 aan deze uitspraak te hechten.

Overwegingen

1.

Feiten en omstandigheden

1.1.

Eiser woonde van 8 juli 2005 tot en met 14 augustus 2009 in[woonplaats 1] en stond ingeschreven op het adres [straatnaam](hierna: het adres).

1.2.

Bij besluit van 19 juni 2009 heeft de Belastingdienst/Toeslagen besloten tot herziening en terugvordering van de huurtoeslag over het jaar 2007, omdat het gezamenlijke jaarinkomen van eiser en zijn medebewoners te hoog bleek. Naar aanleiding van dit besluit is eiser op 7 juli 2009 naar de balie van de gemeentelijke basisadministratie (GBA) van[woonplaats 1] gegaan en heeft verzocht [naam 1] (hierna: [naam 1]) uit te schrijven, omdat [naam 1] volgens eiser nooit feitelijk op het adres heeft gewoond. Verweerder is een adresonderzoek begonnen. [naam 1] is (nadat hij een adreswijziging had doorgegeven) door verweerder met ingang van 11 augustus 2009 uitgeschreven van het adres.

1.3.

Bij brief van 27 april 2012 heeft eiser om ongedaanmaking verzocht van [naam 1]’s inschrijving op het adres in de periode van 13 februari 2007 tot en met 11 augustus 2009.

1.4.

Verweerder heeft eisers verzoek afgewezen onder de overweging dat de gegevens van de GBA betrouwbaar en duidelijk moeten zijn en dat gebruikers van de GBA er op moeten kunnen vertrouwen dat de gegevens die daarin vermeld staan in beginsel juist zijn. Een aantekening in de zin van artikel 54 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (Wet GBA) is niet mogelijk, aangezien er geen reden tot twijfel bestaat aan de juistheid van de inschrijving van [naam 1]. Bovendien is een aantekening niet meer mogelijk, omdat [naam 1] sinds 11 augustus 2009 niet meer woont op het adres en de feitelijke situatie van toentertijd niet meer is na te gaan.

1.5.

In beroep voert eiser aan dat [naam 1] nooit feitelijk op het adres heeft gewoond. Eiser en zijn medebewoners wisten niet eens dat [naam 1] zich had ingeschreven op hun adres. [naam 1] blijkt in het verleden eerder op hetzelfde adres ingeschreven te hebben gestaan. Toen dat door de toenmalige bewoners werd aangekaart bij verweerder, is [naam 1] uitgeschreven. Eiser verzoekt de rechtbank oproeping van [naam 1] en van[naam 2] (hierna: [naam 2]), de verhuurder van het toeslagadres, om hen als getuigen ter zitting onder ede te horen.

2.

Wettelijk kader

2.1.

Op grond van artikel 47, eerste lid, van Wet GBA wordt aan de aangifte van een ingezetene die zijn adres heeft gewijzigd, gegevens betreffende het adres ontleend, tenzij aannemelijk is dat hij het vermelde adres niet heeft.

2.2.

Op grond van artikel 54 van de Wet GBA wordt omtrent de beslissing dat een opgenomen algemeen gegeven onjuist is of, indien het een gegeven over de burgerlijke staat betreft, in strijd is met de Nederlandse openbare orde, omtrent een onderzoek naar die onjuistheid of strijdigheid, alsmede het van toepassing zijn van artikel 53, een aantekening geplaatst bij de desbetreffende gegevens.

3.

Inhoudelijke beoordeling

3.1.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) heeft in een aantal uitspraken overwogen dat de gegevens in de GBA betrouwbaar en duidelijk moeten zijn en dat de gebruikers van die gegevens er op moeten kunnen vertrouwen dat de gegevens in beginsel juist zijn. Verder heeft de Afdeling overwogen dat voor het wijzigen van eenmaal in de basisadministratie geregistreerde gegevens of het plaatsen van een aantekening van onjuistheid bij bepaalde gegevens onomstotelijk zal moeten vaststaan dat deze feitelijk onjuist zijn. De bewijslast ligt bij de betrokkene die de onjuistheid beweert. De rechtbank verwijst naar de uitspraak van de Afdeling van 21 maart 2012 (te vinden op www.rechtspraak.nl, onder European Case Law Identifier ECLI:NL:RVS:2012:BV9507).

3.2.

De rechtbank is van oordeel dat eiser meer dan aannemelijk heeft gemaakt dat [naam 1] feitelijk niet op het adres woonde. Echter, aannemelijk is niet genoeg en onomstotelijk vastgesteld is het niet.

3.3.

Verweerder heeft eisers verzoek tot wijziging dan ook kunnen afwijzen, zodat eisers beroep ongegrond zal worden verklaard. De gevolgen voor eiser zijn echter niet zo onvriendelijk als het lijkt, nu de rechtbank vandaag ook uitspraak doet in de huurtoeslagzaak (zaaknummer AMS 12/5201) en in die zaak oordeelt dat aannemelijk is geworden dat [naam 1] niet op het adres woonde en dat daarom de Belastingdienst/Toeslagen in die zaak niet op de gegevens van de GBA kon afgaan.

3.4.

De rechtbank wijst ook op de andere uitspraak van vandaag voor wat betreft het verzoek van eiser om [naam 1] en [naam 2] onder ede te horen als getuigen. Het met eisers correctieverzoek beoogde doel (ongedaanmaking van zowel de herziening als van de terugvordering van huurtoeslag 2008) is met die uitspraak immers verwezenlijkt. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

3.5.

Voor restitutie van het door eiser betaalde griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.J. Polak, rechter, in aanwezigheid van mr. M. van Looij, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 september 2013.

de griffier

de rechter

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Afschrift verzonden op:

Coll: SSo

D: B