Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:5558

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
02-09-2013
Datum publicatie
17-09-2013
Zaaknummer
13-660884-12 (A) en 13-684296-13 (B)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Smaad. Uit de uitspraak van de Hoge Raad van 24 oktober 1989 (LJN: ZC8250) volgt dat ‘een bepaald feit’ als bedoeld in artikel 261 van het Wetboek van Strafrecht uitdrukkelijk ziet op een specifieke gedraging van een ander. Het door verdachte plaatsen van twee foto’s van borsten en één foto van een vagina met daarbij kwalificerende teksten – “(persoon 1) KingKong borsten”, “wat voor kutje heb jij” en “(persoon 1) je kut is net kalkoen” - over die borsten en die vagina, levert naar het oordeel van de rechtbank niet het ten laste leggen van een aldus bedoeld ‘bepaald feit’ op. De door verdachte op internet geplaatste foto’s met teksten leveren veeleer belediging als bedoeld in artikel 266 van het Wetboek van Strafrecht op. Zulks is door de officier van justitie evenwel niet ten laste gelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummers: 13/660884-12 (A) en 13/684296-13 (B)

Datum uitspraak: 2 september 2013

op tegenspraak

VERKORT VONNIS

van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1997,

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[GBA adres].

De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd. Deze zaken worden hierna genoemd respectievelijk zaak A en zaak B.

De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 14 januari 2013 en 19 augustus 2013.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd hetgeen staat omschreven in de dagvaarding zoals deze ter terechtzitting is gewijzigd. Van de dagvaarding en de vorderingen wijziging tenlastelegging zijn kopieën als bijlagen 1, 2 en 3 aan dit vonnis gehecht. De gewijzigde tenlastelegging geldt als hier ingevoegd.

2 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

3 Waardering van het bewijs

3.1.

De rechtbank acht – anders dan de officier van justitie - het onder zaak B feit 1 primair en feit 3 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen en zal verdachte daarvan vrijspreken.

Ten aanzien van feit 1 primair overweegt de rechtbank dat op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet vast is komen te staan door wie de brommer uit de parkeergarage is weggenomen. De rechtbank volgt de lezing van verdachte dat dit een vriend van verdachte was en dat verdachte vervolgens op de brommer is gaan rijden en de brommer daarna onder zich heeft gehouden.

Ten aanzien van feit 3 overweegt de rechtbank als volgt. Uit de uitspraak van de Hoge Raad van 24 oktober 1989 (LJN: ZC8250) volgt dat ‘een bepaald feit’ als bedoeld in artikel 261 van het Wetboek van Strafrecht uitdrukkelijk ziet op een specifieke gedraging van een ander. Het door verdachte plaatsen van twee foto’s van borsten en één foto van een vagina met daarbij kwalificerende teksten – “[persoon 1] KingKong borsten”, “wat voor kutje heb jij” en “[persoon 1] je kut is net kalkoen” - over die borsten en die vagina, levert naar het oordeel van de rechtbank niet het ten laste leggen van een aldus bedoeld ‘bepaald feit’ op. De door verdachte op internet geplaatste foto’s met teksten leveren veeleer belediging als bedoeld in artikel 266 van het Wetboek van Strafrecht op. Zulks is door de officier van justitie evenwel niet ten laste gelegd.

Verdachte dient van deze feiten dan ook te worden vrijgesproken.

3.2.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

Ten aanzien van zaak A

op 23 oktober 2012 te Amsterdam op de openbare weg, te weten het Joop Woortmanplein tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een petje, toebehorende aan [persoon 2], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [persoon 2] en [persoon 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte, die [persoon 2] en [persoon 3] een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft getoond en dat voorwerp tegen de nek van die [persoon 2] heeft gedrukt en gehouden en tegen die [persoon 2] en [persoon 3] heeft geroepen: “hou je bek, anders schiet ik je neer";

ten aanzien van zaak B

feit 1 subsidiair

in de periode van 6 juni 2013 tot en met 8 juni 2013 te Amsterdam een bromfiets merk Peugeot, type Fox, kenteken [nummer] heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving en het voorhanden hebben wist dat het een door diefstal verkregen goed betrof;

feit 2

op 18 oktober 2012 te Amsterdam, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een koptelefoon Beats by Dr Dre, toebehorende aan [persoon 4], welke diefstal werd vergezeld van geweld tegen voornoemde [persoon 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat hij, verdachte,

- onverhoeds de koptelefoon van het hoofd van voornoemde [persoon 4] heeft getrokken;

feit 4

op 24 december 2012 te Amsterdam [persoon 5] en [persoon 6] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [persoon 5] en [persoon 6] op Twitter dreigend de woorden toegevoegd: "Ik ga [persoon 1] en haar moeder vermoorden" en "..ik kom ik vermoord jou en je moeder..".

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

4 Het bewijs

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Nadere overweging met betrekking tot feit 2, zaak B.

Op 18 oktober 2012 stapt het slachtoffer, [persoon 4], uit de bus op halte Slotermeerlaan te Amsterdam. Op het moment dat het slachtoffer het zebrapad oversteekt, wordt zijn koptelefoon door verdachte van zijn hoofd getrokken. Verdachte rent weg met de koptelefoon. Het slachtoffer rent achter verdachte aan en pakt de koptelefoon terug.

Nadat het slachtoffer zijn koptelefoon terug heeft, bedreigt verdachte het slachtoffer met een (nep)vuurwapen.

Anders dan de raadsman, is de rechtbank van oordeel dat er wel degelijk gesproken kan worden van een voltooide diefstal. Op het moment dat verdachte de koptelefoon van het hoofd van het slachtoffer trekt en hiermee wegrent, onttrekt hij de koptelefoon aan de feitelijke heerschappij van het slachtoffer en kan hij als heer en meester over de koptelefoon beschikken. Dat dit als heer en meester beschikken slechts zeer kort heeft geduurd, maakt dit niet anders.

Gelijk de raadsman is de rechtbank voorts van oordeel dat de geweldshandelingen zoals vermeld onder het tweede en derde gedachtenstreepje van feit 2. niet bewezen kunnen worden. Het slachtoffer had op dat moment immers de koptelefoon weer in zijn bezit. De daaropvolgende, onder het tweede en derde gedachtenstreepje beschreven, geweldshandelingen zijn niet ten laste gelegd als een poging diefstal met geweld en/of bedreiging.

5 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Het ter zitting door de raadsman gedane beroep op psychische overmacht wordt door de rechtbank gepasseerd. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij (nog) niet bang was toen hij de bedreigingen uitte. Hetgeen daarna eventueel gebeurd zou zijn, is voor de beoordeling van de strafbaarheid van verdachte niet van belang.

Verdachte is dan ook strafbaar.

7 Motivering van de straffen en maatregelen

De officier van justitie heeft primair gevorderd dat verdachte voor de door haar onder zaak A en zaak B onder feit 1 primair, 2, 3 en 4 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie van zeven maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan twee maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met de bijzondere voorwaarde de Maatregel Hulp en Steun, ook indien dat inhoudt begeleiding van Unalzorg.

Subsidiair heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 194 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 150 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met de bijzondere voorwaarden de Maatregel Hulp en Steun, ook indien dit inhoudt begeleiding van Unalzorg, en een avondklok van 19.00 uur tot 07.30 uur voor de duur van zes maanden. Daarnaast een werkstraf van 150 uren, met bevel, voor het geval verdachte de werkstraf niet naar behoren (heeft) verricht, dat vervangende jeugddetentie zal worden toegepast van 75 dagen en de leerstraf So Cool voor de duur van 50 uren, met bevel, voor het geval verdachte de leerstraf niet naar behoren (heeft) verricht, dat vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 25 dagen.

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich, tot twee maal toe, schuldig gemaakt aan diefstal met geweld. Bij het feit onder A heeft verdachte zelfs een (nep)vuurwapen gebruikt. Voor het slachtoffer was het niet merkbaar dat dit wapen nep was. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dergelijke misdrijven vaak nog lang last hebben van psychische klachten, zoals andere de angst om op straat te zijn en slaapproblemen.

Dat, zoals de raadsman heeft betoogd, het feit onder A als grap was bedoeld en aldus in de strafmaat ook tot uitdrukking moet komen, wordt door de rechtbank niet gevolgd. Verdachte is de enige die spreekt over een grap en de rechtbank kan de humor van deze daad niet inzien. Voorts volgt uit het dossier dat het slachtoffer het feit evenmin als een grap heeft ervaren.

Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan bedreiging en opzetheling.

De rechtbank heeft kennis genomen van het Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 22 juli 2013. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder in aanraking is geweest met politie en justitie.

Tevens heeft de rechtbank kennis genomen van het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming (verder: de Raad) d.d. 16 juli 2013 en hetgeen de Raad en de William Schrikker Groep (verder: de WSG) ter terechtzitting naar voren hebben gebracht. Het advies van de Raad en de WSG is eensluidend: de leerstraf So Cool (verlengde variant) en een voorwaardelijke werkstraf met de Maatregel Hulp en Steun, ook indien dat inhoudt begeleiding door Unalzorg.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden aanleiding bestaat om bij de straftoemeting af te wijken van hetgeen door de officier van justitie is gevorderd.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77gg, 285, 312, en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

9 Beslissing

Verklaart het onder zaak B feit 1 primair en feit 3 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder zaak A en zaak B feit 1 subsidiair, feit 2 en feit 4 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 3 is aangegeven.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van zaak A

Diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit gepleegd wordt op de openbare weg;

Ten aanzien van zaak B

Feit 1 subsidiair

Opzetheling;

Feit 2

Diefstal vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken;

Feit 4

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie van 134 dagen.

Beveelt dat de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering (en in voorlopige hechtenis) is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 90 dagen, van deze jeugddetentie niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt of ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

De tenuitvoerlegging kan ook worden bevolen, als verdachte tijdens de proeftijd de volgende bijzondere voorwaarde niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarde:

Verdachte moet zich onmiddellijk onder toezicht en leiding van William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering namens het Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam (hierna: de WSG) stellen. Vervolgens moet hij gedurende de proeftijd onder toezicht en leiding WSG blijven en zich naar de door of namens die instelling te geven aanwijzingen gedragen, zolang deze instelling dat nodig vindt, ook indien dit inhoudt begeleiding door Unalzorg.

Geeft aan genoemde instelling opdracht verdachte bij de naleving van die voorwaarde hulp en steun te verlenen.

Veroordeelt verdachte voorts tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 100 uren. Beveelt dat, als verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 50 dagen.

Veroordeelt verdachte eveneens tot een taakstraf bestaande uit een leerstraf So Cool voor de duur van 50 uren. Beveelt dat, als verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 25 dagen.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.J. Wesdorp, voorzitter tevens kinderrechter,

mrs. R.H.G. Odink en H. Beestman, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H. de Haan - Bogaard, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 2 september 2013.