Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:5530

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
04-09-2013
Datum publicatie
20-11-2013
Zaaknummer
AWB-12-2901
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tijdelijke aanstelling niet van invloed op de juistheid van de uitgangspositie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 12/2901

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 september 2013 in de zaak tussen

[eiser], te [woonplaats], eiser

(gemachtigde mr. G.M. Terlingen),

en

de korpschef van het landelijk politiekorps, voorheen de korpsbeheerder van de politieregio Amsterdam-Amstelland, verweerder,

(gemachtigde mr. V. de Kruijf-Stellaard).

Procesverloop

Bij besluit van 21 oktober 2011 (het primaire besluit I) heeft verweerder het verzoek om functieonderhoud van eiser afgewezen.

Bij besluit van 24 oktober 2011 (het primaire besluit II) heeft verweerder de uitgangspositie van eiser definitief vastgesteld.

Bij besluit van 26 april 2012 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen beide primaire besluiten ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 februari 2013.

Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde en[persoon1]en [persoon2], functiekundigen.

De rechtbank heeft het onderzoek in de zaak heropend en verweerder schriftelijk vragen gesteld. De reactie van verweerder hierop is aan de gemachtigde van eiser voorgelegd, die hier tevens op heeft gereageerd.

Partijen hebben de rechtbank vervolgens toestemming gegeven om zonder nadere zitting uitspraak te doen.

Overwegingen

1.

In het Arbeidsvoorwaardenakkoord Politie (CAO) 2008-2010 is vastgelegd dat er één functiegebouw voor de Politie Nederland: het Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie (LFNP), zal worden ingevoerd met daarbij een nieuw functiewaarderingssysteem waarmee de functies uit het LFNP worden gewaardeerd. Het nieuwe LFNP kent circa 100 landelijk geldende functiebeschrijvingen, voorzien van een waardering per functie. Met de invoering van het LFNP bestaat er voor de organisaties niet langer een mogelijkheid om zelf functies te beschrijven en te waarderen, omdat uitsluitend gebruik mag worden gemaakt van functies uit het LFNP. De functie die een politiemedewerker bekleedt op 31 maart 2011 wordt in beginsel als uitgangspunt genomen voor de omzetting (matching) van de ‘oude’ functie naar een functie binnen het nieuwe LFNP. Voor een goede omzetting is daarom van belang dat de functie die op die datum wordt vervuld goed is omschreven. De medewerkers van de politie hebben daarom eenmalig de mogelijkheid gekregen om functieonderhoud aan te vragen.

2.1.

Eiser was werkzaam in de functie van [functie] schaal 9. Per 1 maart 2008 is hij bovenformatief geplaatst als [functie] schaal 10 bij [werkonderdeel] [afkorting werkonderdeel]) met een toelage in schaal 11 voor de duur van één jaar. Met ingang van 1 augustus 2008 is hij definitief geplaatst in deze functie met behoud van zijn persoonlijke toelage. In de zomer van 2009 is eiser benaderd met het verzoek of hij de functie van [functie1] ([functie]) [afdeling] wil vervullen, een functie in schaal 9. Bij besluit van 17 augustus 2009 is hij per 1 september 2009 bovenformatief geplaatst in deze functie voor de duur van één jaar. Zijn persoonlijke toelage in schaal 11 is ingetrokken. Eiser heeft geen rechtsmiddelen tegen dit besluit aangewend.

Bij besluit van 24 november 2009 is eiser ter tijdelijke vervanging van de [functie1][naam teamleider] aangewezen als beoordelaar. Eiser heeft hiervoor een toelage gekregen, die analoog is aan een waarnemingstoelage.

Bij besluit van 9 juli 2010 is de bovenformatieve plaatsing van eiser als [functie] schaal 9 met een jaar verlengd, tot 1 september 2011. Ook hier heeft eiser geen rechtsmiddelen tegen aangewend.

Deze functie vormt voor verweerder het uitgangspunt voor de omzetting naar het LFNP.

2.2.

Verweerder heeft eiser uitgangspositie vastgesteld op zowel de laatste door eiser vervulde functie, die van [functie] 9, als de door hem verrichte werkzaamheden in het kader van vervanging, de waarneming als beoordelaar.

3.

Het wettelijk kader.

3.1.

In artikel 1, eerste lid, onder r van het Besluit bezoldiging politie (Bbp) wordt onder functie verstaan: het samenstel van werkzaamheden door de ambtenaar te verrichten krachtens en overeenkomstig hetgeen hem door het daartoe bevoegde gezag is opgedragen, of het samenstel van door de ambtenaar te verrichten opgedragen werkzaamheden, zoals vastgelegd in het LFNP.

Artikel 6 van het Bbp, luidt – voor zover hier van belang - als volgt:

1.

Voor de ambtenaar geldt een salarisschaal.

2.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de functies en de bij de functies behorende waardering. Tevens worden regels gesteld over de overgang van ambtenaren naar een functie die is opgenomen in het LFNP.

3.2.

In de Toelichting bij de Tijdelijke regeling functieonderhoud politie (Trfp) in verband met de invoering van het Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie (LFNP) is het volgende uiteengezet ten aanzien van de uitgangspositie:

“De eerste stap is de vaststelling van de uitgangspositie(s) van de ambtenaar in de periode vanaf 31 december 2009 tot en met 31 maart 2011. In dit verband worden de uitgangspositie(s) omschreven als: de functie(s) en in samenhang daarmee de functiebeschrijving(en) en/of de schriftelijk opgedragen werkzaamheden en/of bijzondere situaties (zoals bijvoorbeeld outplacement) van een ambtenaar op enig moment vanaf 31 december 2009, zoals vastgelegd in een besluit of in besluiten.

Met het oog op het bepalen van de uitgangspositie(s) wordt aan alle ambtenaren tussen 18 en 23 april 2011 een voorgenomen besluit uitgangspositie(s) gezonden. Daarin wordt hen onder meer gewezen op de mogelijkheid om eenmalig functieonderhoud aan te vragen op de wijze zoals omschreven in artikel 3. Toegekend functieonderhoud is van invloed op de uitgangspositie en is daarom hier geregeld. Indien sprake is van waarneming mag geen functieonderhoud worden gevraagd.

De tweede stap is de feitelijke matching van de uitgangspositie(s) van de ambtenaar met een functie uit het LFNP. Dit zal worden uitgewerkt in een aparte ministeriele regeling.”

3.3.

Bij Koninklijk Besluit van 24 oktober 2012 is artikel 49f van het Bbp gewijzigd. Het zesde lid van artikel 49f zal met ingang van een nader te bepalen datum als volgt komen te luiden:

“Onder uitgangspositie wordt in dit artikel verstaan de functie en in samenhang daarmee de functiebeschrijving en de overige opgedragen werkzaamheden of bijzondere situaties van een ambtenaar op enig moment vanaf 31 december 2009 tot en met 31 december 2011.”.

4.

Standpunten partijen

4.1.

Eiser heeft in beroep geen gronden tegen de weigering functieonderhoud aangevoerd. Zijn beroep is uitsluitend gericht tegen de vaststelling van de uitgangspositie. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat hij ernstig is benadeeld door de besluiten van 17 augustus 2009 en 9 juli 2010. Door hiermee akkoord te gaan heeft hij in feite getekend voor zijn demotie. Eiser is daarom van mening dat zijn uitgangspositie zou moeten worden vastgesteld op de functie van [functie] schaal 10. Tevens heeft hij aangevoerd dat de gang van zaken reden voor verweerder had moeten zijn om de hardheidsclausule toe te passen.

4.2.

Verweerder stelt zich in het bestreden besluit op het standpunt dat de uitgangspositie van eiser juist is vastgesteld door uit te gaan van zijn ten tijde van de referteperiode verrichte functie van [functie] schaal 9 en daarin tevens de waarnemingswerkzaamheden als beoordelaar op te nemen.

5.

Oordeel van de rechtbank

5.1.

De aanstellingsbesluiten van 17 augustus 2009 en 9 juli 2010 staan in rechte vast. Eiser heeft tegen deze besluiten geen rechtsmiddelen aangewend. Dat hem achteraf pas duidelijk is geworden, welke (naar zijn mening negatieve) gevolgen deze besluiten hebben, maakt dit niet anders.

5.2.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder de uitgangspositie van eiser op juiste wijze heeft vastgesteld. Eiser bekleedde op 31 maart 2011 de functie van [functie] schaal 9. Dat hij deze functie vooralsnog op tijdelijke basis verrichtte, leidt niet tot het oordeel dat deze functie niet als uitgangspositie genomen had mogen worden. Het gaat immers om de feitelijk opgedragen werkzaamheden die eiser op die datum verrichtte. Ook de werkzaamheden als beoordelaar heeft verweerder toegevoegd aan de uitgangspositie van eiser. Daarmee heeft verweerder voldaan aan hetgeen in de regelgeving is bepaald omtrent het vaststellen van de uitgangspositie, waarbij verweerder tevens de bijzondere omstandigheden van eiser in aanmerking heeft genomen.

5.3.

Verweerder heeft geen aanleiding gezien om toepassing te geven aan de hardheidsclausule van artikel 7 van de Trfp. In dit artikel is bepaald dat het bevoegd gezag een bijzondere voorziening kan treffen in individuele gevallen, waarin de Trfp niet of niet naar billijkheid voorziet. Verweerder heeft zijn beslissing gemotiveerd met verwijzing naar de omstandigheden waaronder eiser in de functie van [functie] 9 terecht is gekomen. Eiser was in de knel gekomen tussen de dynamiek van de afdeling en het krachtenveld van zijn werkprocessen. Zijn ontwikkeltraject is daarom stopgezet en men is op zoek gegaan naar een plek waar hij op adem kon komen. Er is volgens verweerder meerdere malen overleg met eiser geweest over de vraag of deze strategische plaatsing gehandhaafd moest blijven. Eiser was het hiermee eens.

Eiser heeft in reactie hierop verwezen naar een e-mail van de adviseur MD & Leiderschap,[naam adviseur] van 29 januari 2013. Deze heeft hierin verklaard dat het niet de bedoeling lag om eiser structureel te demoveren naar een schaal 9 functie.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder geen toepassing heeft hoeven geven aan artikel 7 van de Trfp. De motivering die verweerder hiervoor heeft gegeven is naar het oordeel van de rechtbank afdoende, gelet ook op de terughoudende toets die de rechtbank hier moet hanteren. Dat eiser door deze beslissing ernstig en structureel is benadeeld, is niet aannemelijk gemaakt, nu eiser inmiddels te kennen heeft gegeven het MD-traject weer te willen oppakken.

6.

Conclusie

Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de beroepsgronden niet slagen. Het beroep van eiser zal ongegrond worden verklaard. Voor terugbetaling van griffierecht of veroordeling van verweerder in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.J. Polak, rechter,

in aanwezigheid van M. van Velzen, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 september 2013.

de griffier

de rechter

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Afschrift verzonden op:

D: B

SB