Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2013:5112

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
05-06-2013
Datum publicatie
22-08-2013
Zaaknummer
C/13/541321 / KG ZA 13-551 HB/CGvB
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Aanbesteding. Eiseres stelt dat UWV telefonisch heeft toegezegd dat zij aan de loting mag deelnemen, opdat zij niet de dupe zou worden van de overmachtssituatie waarin zij verkeerde. UWV heeft uitdrukkelijk bestreden dat zij een dergelijke toezegging heeft gedaan. De voorzieningenrechter is van oordeel dat een nader feiten onderzoek nodig is waarvoor een kort geding zich niet leent. Aangezien eiseres in rechte niet heeft kunnen aantonen dat zij wel aan de door UWV gestelde ervaringseisen voldoet, is de voorzieningenrechter van oordeel dat UWV eiseres vooralsnog op steekhoudende gronden van de loting heeft uitgesloten. De gevraagde voorzieningen worden derhalve geweigerd.

Wetsverwijzingen
Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2013/181
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel,

zaaknummer / rolnummer: C/13/541321 / KG ZA 13-551 HB/CGvB

Vonnis in kort geding van 5 juni 2013

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SECOND CHANCE REINTEGRATIE B.V.,

gevestigd te Hellevoetsluis,

eiseres bij dagvaarding van 13 mei 2013,

advocaat mr. E.G. Karel te Middelharnis,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

UITVOERINGSINSTITUUT WERKNEMERSVERZEKERINGEN,

zetelend te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. C.R.V. Lagendijk en mr. J.F. van Nouhuys te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Second Chance en UWV worden genoemd.

1 De procedure

Ter terechtzitting van 29 mei 2013 heeft Second Chance gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. UWV heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Beide partijen hebben producties en pleitnotities in het geding gebracht. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen. Ter zitting waren aanwezig:

Aan de zijde van Second Chance: mw. [A], [functie] (hierna: [A]), met mr. Karel.

Aan de zijde van UWV: dhr. [B], [functie] UWV (hierna: [B]), met mr. Van Nouhuys.

2 De feiten

2.1.

UWV is een aanbestedende dienst in de zin van het Besluit Aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten (hierna: Bao). Op grond van het Bao is UWV verplicht opdrachten voor werken, leveringen en diensten boven de drempelwaarde aan te besteden.

2.2.

UWV heeft op 22 november 2012 een aankondiging voor een aanbestedingsprocedure aangaande een opdracht voor Re-integratiedienstverlening ten behoeve van klanten van UWV met een ziektewet- en arbeidsongeschiktheidsuitkering gepubliceerd. Deze opdracht is verdeeld in 59 Tranche I-percelen en 58 Tranche II-percelen, .

2.3.

UWV heeft in het kader van deze aanbestedingsprocedure een uitnodiging tot inschrijving opgesteld. Dit document van 20 november 2013 bevat, voor zover hier van belang, de navolgende informatie:

2 Inhoud van de opdracht

(…)

2.1 Klantgroepen

Aanbesteder besteedt 8 typen Re-integratietrajecten aan en één Re-integratiedienst. Ieder type traject is bestemd voor één specifieke klantgroep. Aanbesteder maakt dit onderscheid, omdat elk type klantgroep vraagt om een eigen - op de klantgroep toegesneden – re-integratiemethodiek. De cijfer/lettercombinatie voorafgaand aan de naam van de klantgroep/Re-integratiedienst verwijst naar de code waaronder de klantgroep/Re-integratiedienst bij Aanbesteder bekend is.

De 8 typen Re-integratietrajecten zijn:

13 HA Re-integratietrajecten voor Klanten met beperkingen van lichte fysieke en/of

psychische aard;

(…)

13 BB Re-integratietrajecten voor Klanten met ernstige beperkingen van lichamelijke

aard;

(…)

13.G Re-integratietrajecten voor werkzoekenden van 50 jaar en ouder;

(…)

N.B. : de hierbovenvermelde 13 NS Re-integratie trajecten (laatste liggende streepje)

mogen alleen uitgevoerd worden door ervaren bedrijven (zie § 9.1 van Bijlage I)

(…)

2.3 Opdracht verdeling in Percelen en Tranche Type-I/Tranche Type-II

(…)

2.3.2. Tranche Type-I en Tranche Type-II

Om voor een raamvereenkomst in aanmerking te komen dient een inschrijver in principe

over ervaring te beschikken. Op welke wijze hij dit kan aantonen is beschreven in paragraaf 6.2 onder het kopje Ervaring. Aanbesteder wil echter ook in beperkte mate inschrijvers die nog geen of weinig ervaring hebben met de dienstverlening die wordt aanbesteed, de mogelijkheid geven de onderhavige opdrachten te verwerven. Om deze reden maakt Aanbesteder onderscheid in twee typen tranches, te weten een:

- Tranche Type-I voor inschrijvers met aanzienlijke ervaring;

- Tranche Type-II voor inschrijvers die géén of weinig ervaring hebben.

Hierna wordt verder uitgelegd wat Aanbesteder onder elk type tranche verstaat en op welk type tranche een inschrijver dient in te schrijven. Deze uitleg geldt zowel voor Re-integratietrajecten als Re-integratiediensten.

- Tranche Type- I

Op een Tranche Type-I dienen inschrijvers in te schrijven die de ervaring hebben zoals in detail beschreven in paragraaf 6.2.2. De eis Ervaring bestaat uit twee onderdelen, te weten een minimale omvangeis en een eis met betrekking tot een minimaal gerealiseerd

plaatsingspercentage voor Re-integratietrajecten of minimaal succespercentage in geval van de Re-integratiedienst. Een inschrijver die inschrijft op een Tranche Type-I van een Perceel dient aan deze beide minimale ervaringseisen te voldoen.

Een inschrijver kan de vereiste relevante ervaring hebben opgedaan door middel van

dienstverlening in het kader van o.a.:

o eerder met UWV afgesloten Overeenkomsten onder het Inkoopkader 2009;

o met UWV afgesloten IRO-Overeenkomsten (uitsluitend van toepassing

ingeval van Re-integratietrajecten);

o met UWV afgesloten Overeenkomsten Innovatieve Dienstverlening;

o voor UWV uitgevoerde dienstverlening voor de Klanten met een ZW-uitkering

(Arborol);

o met gemeenten afgesloten overeenkomsten en/of

o overeenkomsten met andere opdrachtgevers zoals werkgevers.

(…)

4 Inschrijvingsvoorwaarden

(…)

4.16 Voornemen tot gunning, gunning en geschillen

Na beoordeling van de inschrijvingen deelt Aanbesteder alle inschrijvers door middel van een gunningsbeslissing schriftelijk mede aan welke inschrijver Aanbesteder voornemens is een raamovereenkomst te gunnen. Deze mededeling, houdende het voornemen tot gunning, geeft de winnaar nog geen aanspraak op gunning van de opdracht, aangezien de mededeling geen aanvaarding van de aanbieding inhoudt.

(…)

Inschrijvers, die bezwaren hebben tegen het gunningsvoornemen dienen dat binnen 7 dagen na het bericht inzake het gunningsvoornemen schriftelijk en gemotiveerd kenbaar te maken. Aanbesteder beantwoordt schriftelijk en gemotiveerd de schriftelijke bezwaren zo spoedig mogelijk. Mocht een inschrijver zich niet in deze beantwoording kunnen vinden en nog steeds bezwaren tegen het gunningsvoornemen hebben, op grond waarvan hij aanspraak wenst te maken op gunning of heraanbesteding, dan dient hij binnen 15 kalenderdagen na dagtekening van de reactie van Aanbesteder een daartoe strekkend civielrechtelijk kort geding aanhangig te hebben gemaakt bij de civiele rechter te Amsterdam.

(…)

6 Geschiktheideisen

(…)

6.2.2 Ervaring

Tranche Type-I

Aanbesteder stelt cumulatief de volgende twee ervaringseisen aan een inschrijver op een

Type-I Tranche van een Perceel:

- Omvangseis : Inschrijver voldoet aan de els dat hij in de meetperiode 1 januari

2010 tot 1 juli 2012 beschikt over een instroom van 50 klanten.

- Gerealiseerd plaatsingspercentage : Inschrijver heeft in de meetperiode 1 januari

2010 tot 1 juli 2012 een minimaal plaatsingspercentage voor Re-integratietrajecten

of een succespercentage voor de Re-integratledienst gerealiseerd, danwel bij een

andere opdrachtgever dan UWV is voldaan aan hetgeen met die opdrachtgever als te

behalen resultaat is overeengekomen.

Inschrijver toont beide aspecten van de eis Ervaring aan door informatie te verstrekken over eerder door inschrijver uitgevoerde opdrachten via Bijlage 9 details ervaringscijfers.

(…)

6.2.2.1 De Omvangeis

Inschrijver toont aan dat in de periode 1 januari 2010 tot 1 juli 2012 de instroom 50 klanten heeft bedragen waarvoor hij de relevante dienstverlening heeft uitgevoerd. Als het om UWV opdrachten voor Re-integratietrajecten gaat, dan moet het gaan om de Netto-instroom aan Klanten. Als het gaat om opdrachten voor Re-integratietrajecten van andere opdrachtgevers, dan moet onder Netto-instroom worden verstaan het totaal van de ingestroomde klanten, waarvoor opdrachtgever in de bovenvermelde meetperiode daadwerkelijk met de re-integratiedienstverlening is begonnen. Betreft het de ervaring met Re-integratiediensten, dan gaat het om de in de bovenvermelde meetperiode aangemelde klanten.

Relevante dienstverlening is naar aard en inhoud hetzelfde als of gelijksoortig aan de

dienstverlening van het Perceel waarvoor inschrijver zich inschrijft.

Onder gelijksoortige dienstverlening verstaat Aanbesteder:

o Voor het uitvoeren van Re-integratietrajecten:

• dat de Klanten beschikken over dezelfde of vergelijkbare klantkenmerken zoals door Aanbesteder per klantgroep/Re-integratiedienst is beschreven in Bijlage I Overzicht Re-integratiedienstverlening;

• dat de aard en inhoud van de dienstverlening vergelijkbaar is aan het

uitvoeren van een Re-integratietraject gericht op de werkhervatting

van de Klant in regulier werk.

o Voor het uitvoeren van de Re-integratiedienst:

• dat deze naar aard en inhoud vergelijkbaar is met de dienst Assessment Noodzaak Scholing zoals beschreven in Bijlage I Overzicht Re-integratiedienstverlening.

De minimum omvangseis van 50 Klanten geldt per klantgroep ..

Inschrijver kan de instroom van alle overeenkomsten met opdrachtgevers waarin hij dezelfde of gelijksoortige dienstverlening heeft uitgevoerd bij elkaar optellen.

(…)

Klant eenmalig toewijzen aan een klantgroep

Inschrijver kan een klant voor wie een Re-integratieplan door een opdrachtgever is

geaccordeerd slechts eenmaal opvoeren. Inschrijver dient daarom per Klant te beoordelen welke klantkenmerken het meest bepalend zijn geweest voor de uitvoering van de dienstverlening. Inschrijver rekent de Klant dan toe aan die klantgroep voor het Perceel waarvoor het zich wil inschrijven.

Beschikt een inschrijver over een Netto-instroom van minimaal 50 Klanten en heeft hij deze toegewezen aan een specifieke klantgroep, dan kan hij zich voor de betreffende klantgroep op basis van zijn Netto-stroom voor alle Percelen met die specifieke klantgroep inschrijven.

Hij voldoet met zijn Netto-instroom voor elk Perceel met die specifieke klantgroep aan de omvangseis.

(…)

Aantonen van het voldoen aan de omvangeis

Door invulling en ondertekening van het inschrijfformulier verklaart inschrijver dat zijn

Netto-instroom C.q het aantal voor Re-integratiediensten aangemelde klanten in de

meetperiode van 1 januari 2010 tot 1 juli 2012 minimaal 50 klanten bedraagt. Inschrijver maakt:

Voor UWV-Opdrachten

o de opdrachtnummer(s) van de eerder met Aanbesteder gesloten overeenkomsten inzichtelijk;

o de totale Netto-instroom van Klanten c.q het aantal voor Re-integratiediensten

aangemelde Klanten voor wie hij dezelfde of gelijksoortige dienstverlening heeft uitgevoerd.

Welke eerdere overeenkomsten met Aanbesteder (en de daarbij horende opdrachtnummers) als relevante ervaring worden aangemerkt door Aanbesteder is in de hiernavolgende tabel 2 opgenomen. (…) Deze informatie moet duidelijk en verifieerbaar zijn.

In de hieronder opgenomen tabel 2 vindt u een overzicht van de als relevant aangemerkte ervaring op basis van eerdere met Aanbesteder gesloten overeenkomsten.

Opdrachtnummer Aanbesteding

Algemene opdrachtnummers

Specifieke opdrachtnummers

eerdere relevante

overeenkomsten

Aanbesteder

13.HA

(…)

13.BB

(…)

13.G

0905Y en 12 Y IRO

Re-integratietrajecten

voor Klanten met dezelfde Klantkenmerken

die als zgn. interventie

zijn ingezet voor de ZW-populatie.

09.03.IB en 12.IB

09.03.BB en 12.BB

09.01U en 12.U

(…)

09.03.BB en 12.BB

09.01U en 12.U

(…)

09.03G en 12.G

Tabel 2 Overzicht relevante ervaring op basis van eerdere met Aanbesteder

gesloten overeenkomsten

(…)

6.2.2.5 Beoordeling door Aanbesteder

Aanbesteder kan de door inschrijver geleverde gegevens toetsen op plausibiliteit.

Aanbesteder doet dit onder meer door de gegevens die inschrijver overlegt m.b.t.

overeenkomsten die met Aanbesteder zijn gesloten te verifieren met de door Aanbesteder

geregistreerde gegevens. Hierbij zal Aanbesteder ook de accounthouder(s) van inschrijver, indien noodzakelijk, raadplegen. inschrijver dient derhalve de naam van zijn UWV accounthouder(s) inzichtelijk te maken. Gegevens met betrekking tot andere opdrachtgevers zal Aanbesteder om te beginnen steekproefsgewijs toetsen bij de door inschrijver opgegeven referent. Daartoe dient inschrijver een referent op te geven en de contactpersoon van die referent. Aanbesteder adviseert inschrijver de referenten op de hoogte te stellen dat zij als zodanig zijn opgegeven.

Is er sprake van verschil van inzicht tussen de door inschrijver opgegeven gegevens en de door Aanbesteder geregistreerde en/of bij de referenten geverifieerde gegevens, dan zal Aanbesteder een verificatievraag aan inschrijver over dit verschil stellen. Inschrijver dient dan binnen uiterlijk 3 werkdagen op deze verificatievraag te reageren. Kan Inschrijver op basis van de verificatievraag niet aantonen dat de gegeven Informatie op het Inschrijvingsformulier correct is, dan neemt Aanbesteder de Inschrijving niet in behandeling.

(…)

7 Gunning

(…)

7.2.5 Gelijke score en Loting

In het geval dat er twee of meer inschrijvingen gelijk eindigen bij de beoordeling zal

Aanbesteder deze inschrijvers allemaal een raamovereenkomst gunnen, voorzover het

vooraf opgegeven aantal per perceel te vergeven raamcontracten daardoor niet wordt

overschreden. (…)

Mocht ook de score op kwaliteit van de betreffende inschrijvers gelijk zijn dan zal door

middel van loting door of onder toezicht van een notaris in het bijzijn van de betrokken

inschrijvers worden bepaald aan wie een raamovereenkomst zal worden gegund.”

2.4.

Naar aanleiding van de uitnodiging tot inschrijving hebben inschrijvers vragen gesteld. Deze vragen zijn beantwoord in een Nota van Inlichtingen (NvI). Deze NvI bevat voor zover hier van belang de navolgende passages:

Id

Vraag

Antwoord

75

Vallen klanten via opdrachtnummer 11.01.C (Jobhunting voor werkzoekenden voor wie UWV de arborol vervult) onder ervaring en dus, indien voldoende trajecten, onder Tranche Type-I en geldt dit ook voor Interventie opdrachten van UWV.

(…)

Klanten onder opdrachtnummer 11.01.C kunnen niet als relevante ervaring voor het voldoen aan de ervaringseisen worden ingebracht. Klanten met dezelfde klantkenmerken die onder een interventie in een traject zijn begeleid naar werk kunnen wel als relevante ervaring voor het voldoen aan de ervaringseisen worden ingebracht.

(…)

152

Gaat het bij het voldoen aan de minimumeisen uitsluitend om kandidaten met een ZWAG achtergrond of mag het ook gaan om kandidaten met een uitkering WW die via een IRO zijn aangemeld, maar bijvoorbeeld lichamelijke klachten hebben, 50+ zijn of allochtoon met psychomatische klachten?

Voor het voldoen aan de ervaringscijfers mogen uitsluitend klanten met een ZW/AG achtergrond die zijn aangemeld onder de klantgroepen genoemd in tabel 2 op blz. 25 van de UTI worden ingebracht. Uitdrukkelijk dus geen IRO-WW klanten.

2.5.

Second Chance exploiteert een onderneming die zich bezig houdt met onder meer het verrichten van reïntegratie-, bemiddelings- en begeleidingswerkzaamheden van mensen op de arbeidsmarkt en onderhoudt sedert 2006 een zakelijke relatie met UWV.

2.6.

Second Chance heeft tijdig, voor de inschrijfdatum van 21 december 2012, ingeschreven op opdrachten behorende tot de Tranche-I percelen 13HA, 13BB en 13G.

2.7.

Op 11 februari 2013 heeft UWV naar aanleiding van de inschrijving van Second Chance op Tranche-I een aantal verificatievragen gesteld met betrekking tot de ervaring waarop Second Chance zich heeft beroepen.

2.8.

Bij e-mail van 13 februari 2013 heeft Second Chance, voor zover hier van belang, het navolgende aan UWV geschreven:

“Wij hebben een probleem met alle gegevens trajecten instroom en uitstroom UWV van 2010 te benoemen.

Wij hebben op 30 augustus een probleem/incident met een client van de UWV en ons gehad, zie bijgaand artikel.

De benzine is over tafels, dossiers, computers, backup en server gestrooid. UWV is op de hoogte van dit incident. Er heeft een strafproces plaatsgevonden op 20 december 2012.

We hebben dus een nieuwe server en back up systeem, welke gezien de snelle veranderingen in systemen niet meer compettable is met elkaar.

Door de IT/systeem beheerder zijn er wel gegevens weer over gezet echter niet alle gegevens. Dit was ook niet mogelijk gezien de schade door de benzine.

We zijn nu bezig alle gegevens wat wij nog hebben handmatig in uw exel bestand in te kloppen, maar komen er nu ook achter dat er hiaten zijn.

Kunt u met ons in contact treden, hoe we dit kunnen oplossen.”

2.9.

[B] heeft naar aanleiding van deze e-mail op dezelfde dag (13 februari 2013) telefonisch contact met [A] opgenomen. Na afloop van dit telefoongesprek heeft [B] (om 17.00 uur) de navolgende e-mail aan Second Chance doen toekomen:

“Geachte Mevrouw [A] ter bevestiging van onze telefoongesprek het volgende;

u geeft datgene op dat voor te achterhalen is wij zullen evt in overleg met collega [C] de aangeleverde gegevens beoordelen.”

2.10.

Bij brief van 18 maart 2013 heeft UWV de inschrijving van Second Chance ter zijde geschoven. Deze beslissing heeft UWV, voor zover hier van belang, als volgt toegelicht:

“Uit de door u in eerste instantie bij uw inschrijving aangeleverde gegevens hebben wij onvoldoende kunnen opmaken of uw bedrijf voldoet aan de gestelde eisen inzake instroom en gerealiseerd plaatsingpercentage. Hierop is door ons een verificatievraag gesteld op 11 februari 2013. U heeft aangegeven dat het beantwoorden van deze vraag problematisch was omdat een deel van uw gegevens verloren is gegaan bij een poging tot brandstichting op 30 augustus 2012. U heeft echter bij uw inschrijving op 21 december 2012 aangegeven wel over voldoende klanten te beschikken. Wij hebben de op basis van onze verificatie vraag van u ontvangen gegevens getoetst aan onze eigen administratie met het volgende resultaat;

Klantgroep 13 HA

U heeft bij uw inschrijving aangegeven over een voor deze klantgroep relevante netto instroom van 51 klanten te beschikken 48 van UWV en 3 van overige opdrachtgevers. Naar aanleiding van de verificatievraag heeft u 44 UWV klanten en een nadere specificatie daarvan opgegeven. Uit onze administratie is gebleken dat 3 klanten vanuit een WW uitkering een IRO traject hebben gevolgd. In geen van deze gevallen is blijkens de UTI en de daarbij behorende Nota van Inlichtingen sprake van relevante ervaring. Samen met de 3 klanten van overige opdrachtgevers komt u op een relevante Netto instroom van 44 klanten. Daarmee voldoet u niet aan de netto instroom van 50 klanten.

Klant groep 13 BB

U heeft bij uw inschrijving aangegeven over een voor deze klantgroep relevante netto instroom van 50 klanten te beschikken 49 van UWV en 1 van een overige opdrachtgever. Naar aanleiding van de verificatievraag heeft u 41 UWV klanten en een nadere specificatie daarvan opgegeven. Uit onze administratie is gebleken dat het 9 jobhunting trajecten, 1 voorziening, 1 niet gestart traject en 4 klanten betreffen die vanuit een WW uitkering een IRO traject hebben gevolgd. In geen van deze gevallen is blijkens de UTI en de daarbij behorende Nota van Inlichtingen sprake van relevante ervaring. Samen met 1 klant van overige opdrachtgevers komt u op een relevante netto instroom van 27 klanten. Daarmee voldoet u niet aan de netto instroom van 50 klanten.

Klantgroep 13 G

U heeft bij uw inschrijving aangegeven over een voor deze klantgroep relevante netto instroom van 50 UWV klanten te beschikken en naar aanleiding van de verificatievraag heeft u 16 UWV klanten en een nadere specificatie daarvan opgegeven. Uit onze administratie is gebleken dat het 1 jobhunting traject, 1 sociale activering en 7 klanten betreft die vanuit een WW Uitkering een IRO hebben gevolgd. In geen van deze gevallen is blijkens de UTI en de daarbij behorende Nota van Inlichtingen sprake van relevante ervaring. U komt daarmee op een relevante netto instroom van 7 klanten. Daarmee voldoet u niet aan de netto instroom van 50 klanten.”

2.11.

Bij e-mail van 19 maart 2013 heeft [A], voor zover hier van belang, het navolgende aan [B] geschreven:

“Ik heb met u gesproken inzake het wel of niet in papieren archief te moeten duiken, zodat we wel alle gegevens instroom kunnen achterhalen en de specificaties van de instroom op doel/klantgroepen.

U heeft aangegeven dat het alleen om de indruk te krijgen wat voor soort klanten het gaat i .v.m. de klant/doelgroepen van de betreffende gunningen.

In overleg met u ,hebben daarom ook niet ons papieren archief geraadpleegd, maar wat in computersysteem opnieuw handmatig ingevoerd is en/of overgenomen uit voorgaande

computerbestandenis, en deze aan u doorgegeven in het Exelsheet.

Nu blijkt dat we dat toch beter wel hadden kunnen doen om de gegevens te verifieren.

We voldoen op deze manier zelfs nu niet aan één van de gunningen, terwijl wij wel altijd clienten hebben welke voldoen aan de categorie en, vele clienten behoren zelfs tot meerdere klant/doelgroepen/specificaties gunningen.

Ik vind dit zeer onterecht, Second Chance Reintegratie had dan beter aan gedaan alle gegevens te verifieren en te bundelen voor in ieder geval twee van de gunningen.

U heeft aangegeven deze gegevens getoest te hebben aan uw eigen systeem, echter ook in het UWV systeem zijn niet alle gegevens correct en ingedeeld op deze klanten/doelgroepen, zeker niet al de IRO's welke wij hebben uitgevoerd voor ZW AG te Rotterdam.

Ik verzoek u dan ook de aangeleverde gegevens klanten samen te voegen, zodat (SCR) we bij twee gunningen( 13 HA en 13BB) voldoen aan de minimum eis van 50 klanten welke tot de betreffende doelgroep gunnigen behoren.

Hoewel dit een tussenoplossing is, zou ik het wel terecht vinden dat Second Chance Reintegratie BV het in ieder geval toegestaan is en mee kan doen aan de loteting betreffende 13 HA en 13 BB guningen.

Ik herinner U aan uw uitspraak:

"Nogmaals het is geen toezegging dat u een gunning krijgt toegewezen, maar we zullen dit niet laten afhangen, gezien de gebeurtenis van 30 augustus, van de door u toegezonden gegevens welke nog door u aangeleverd worden. U weet dat er een loting kan volgen."

Ik hoop dat de UWV in deze zijn woord kan houden en ik spoedig van u bericht krijg dat zaken toch doorgang kunnen vinden en SCR toegelaten is tot de loting van 13 HA en 13 BB.”

2.12.

[B] heeft bij e-mail van 20 maart 2013 de navolgende vragen aan Second Chance gesteld:

“Voordat wij u een formeel antwoord willen geven op uw onderstaande mail hebben wij de volgende vragen met het verzoek daarop omgaand op te reageren.

1. Als reeds op 30 augustus 2012 door het benzine incident uw gegevens verloren zijn gegaan waarop heeft u dan de aantallen van uw inschrijving van 21 december 2012 gebaseerd?

2. Als u op 21 december bij uw inschrijving aangeeft over, naar uw mening voldoende klanten te beschikken, waarom heeft u dan naar aanleiding van onze verificatievraag van minder klanten de detail gegevens ingediend dan aanvankelijk bij de inschrijving opgegeven.

3. U geeft aan klanten bij elkaar op te willen tellen om daarmee mogelijk te voldoen aan de aantallen. Klanten mogen maar 1 keer worden toegewezen aan een klantgroep hoe ziet u het optellen in dit verband? (zie Uitnodiging tot inschrijving onderaan pagina 23 (…))”

2.13.

Bij brief van 22 april 2013 heeft UWV, voor zover hier relevant, het navolgende in reactie op de e-mail van 19 maart 2013 aan Second Chance geschreven:

“In uw reacties refereert u aan een gesprek met de heer [B] op basis waarvan u stelt te hebben besloten om niet het papieren archief te raadplegen. Wij merken hierover het volgende op. De heer [B] heeft slechts aangegeven dat u niet meer gegevens kunt insturen dan u ter beschikking heeft voor de sluitingsdatum van de beantwoording van de verificatievragen. De heer [B] heeft nooit aangegeven en zou dit ook niet hebben kunnen aangeven dat u met minder gegevens zou kunnen volstaan dan voor de verificatie van de door u opgegeven ervaring noodzakelijk is.

Los van hetgeen u uit het gesprek met de heer [B] heeft geconcludeerd merken wij het volgende op. Bij controle van de door u naar aanleiding van onze verificatievraag door u geleverde klantgegevens is ons gebleken dat een aantal van de door u opgegeven klanten niet voldoet aan de daaraan gestelde eisen.

Van de voor klantgroep 13HA opgegeven klanten voldoen er, zoals wij al in ons

lotingsvoornemen hebben aangegeven, 3 klanten niet aan de gestelde eisen. Het betreffen klanten die vanuit een WW uitkering een IRO traject hebben gevolgd. Dit betekent dat van de door u bij uw inschrijving opgegeven 51 klanten er maximaal 48 (kunnen) voldoen aan de door ons gestelde eisen. Hiermee voldoet u niet aan de minimale omvangeis.

Van de voor de klantgroep 13BB opgegeven klanten voldoen er, zoals wij al in ons

lotingsvoornemen hebben aangegeven, 15 niet aan de gestelde eisen. Het betreffen 9 jobhunting trajecten, 1 voorziening, 1 niet gestart traject en 4 klanten die vanuit een WW uitkering een IRO traject hebben gevolgd. Dit betekent dat van de door u bij uw inschrijving opgegeven 50 klanten er maximaal 35 (kunnen) voldoen aan de door ons gestelde eisen. Hiermee voldoet u ook voor deze klantgroep niet aan de minimale omvangeis.

Aanbestedingsrechtelijk is het niet toegestaan om na uw inschrijving de klanten die niet

voldoen aan de gestelde eisen te vervangen door andere klanten, noch is het toegestaan om in reactie op de verificatievragen meer klanten op te voeren dan bij de inschrijving. Raadpleging van uw papieren archief zou derhalve bij beide percelen geen soulaas bieden.

Gelet op het vorenstaande gaan we niet in op uw verzoek om toegelaten te worden tot de loting voor de percelen 13HA, 13BB en 13G.”

3 Het geschil

3.1.

Second Chance vordert  samengevat - :

a. dat UWV, op straffe van een dwangsom, wordt geboden Second Chance toe te laten tot de loting voor de percelen 13HA, 13BB en 13G;

b. veroordeling van Second Chance in de kosten van dit geding.

3.2.

UWV voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

UWV heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de voorzieningenrechter met betrekking tot het door haar formeel opgeworpen verweer dat de mogelijkheid om tegen de gunningsbeslissing van 18 maart 2013 op te komen – gelet op de in paragraaf 4.16 UTI opgenomen bepaling – reeds is vervallen. UWV heeft in de gegeven omstandigheden evenwel, ook ingeval de inhoud van vorenbedoelde bepaling tot verval van rechten zou leiden, geen rechtmatig belang bij het inroepen van dit formele verweer. Daarbij is van doorslaggevend belang dat UWV nog niet tot definitieve gunning is overgegaan en de loting aangaande de percelen 13HA, 13BB en 13G nog moet plaatsvinden. Tegen de achtergrond van deze feiten gaat het naar het oordeel van de voorzieningenrechter te ver om de 15-dagentermijn strikt te blijven handhaven.

4.2.

Second Chance heeft in de eerste plaats betoogd dat [B] op 13 februari 2013 namens UWV een telefonische toezegging heeft gedaan, die erin bestond dat Second Chance – vanwege de overmachtsituatie waarin zij verkeerde, verbandhoudende met een poging tot brandstichting bij haar door een cliënt van UWV – in ieder geval zou worden toegelaten tot de loting van de percelen 13HA, 13BB en 13G en dat de informatie die Second Chance diende aan te dragen door UWV slechts gebruikt zou worden om zich een beeld/indruk te vormen aangaande de cliënten die Second Chance in de afgelopen jaren heeft bediend. Second Chance beroept zich in dit kort geding op de nakoming van deze afspraak.

4.3.

Second Chance heeft haar betoog onderbouwd met een schriftelijke verklaring van mevrouw [D], [functie] bij Second Chance (hierna: [D]), en een verklaring van [A]. [A] heeft het telefoongesprek met [B] gevoerd. [D] bevond zich ten tijde van het telefoongesprek in dezelfde ruimte als [A], maar kon het telefoongesprek volgen omdat de telefoon op de luidsprekerstand stond. Uit de schriftelijke verklaring van [A] en [D] volgt dat [B] tijdens het telefoongesprek van 13 februari 2013 heeft gezegd dat Second Chance zich in een uitzonderingspositie bevond en dat UWV alleen een indicatie wilde hebben van de klanten die zij heeft bediend en dat zulks vervolgens bij [C], [functie] bij UWV en thans direct aanspreekpunt van Second Chance, zou worden geverifieerd. Ter zitting heeft [A] daaraan toegevoegd dat [B] uitdrukkelijk heeft toegezegd dat Second Chance in ieder geval aan de loting van de percelen 13HA, 13BB en 13G mocht meedoen.

4.4.

UWV heeft op haar beurt uitdrukkelijk bestreden dat [B] een toezegging heeft gedaan, die erin bestaat dat Second Chance tot de loting van de percelen 13HA, 13BB en 13G zou worden toegelaten. [B] heeft meer specifiek verklaard dat hij tijdens het telefoongesprek met [A] heeft gemeld dat inschrijvers in beginsel vier verschillende gegevens dienden aan te leveren, te weten naam van de cliënt, het cliëntnummer, het bsn-nummer en het contractnummer. Op basis daarvan kan eenvoudig door UWV worden beoordeeld of een inschrijver aan de gestelde ervaringseisen voldoet. Nu Second Chance haar administratie – mede vanwege het incident in augustus 2012 – nog niet op orde had, kon zij bij wijze van uitzondering bij deze aanbestedingsprocedure volstaan met aanleveren van één van de vier gevraagde gegevens. UWV zou vervolgens aan de hand van de verstrekte informatie bij Maurmans kunnen verifiëren of Second Chance aan de ervaringseisen voldoet. Op die wijze zou UWV zich alsnog een goed beeld kunnen vormen van de cliënten die Second Chance de afgelopen jaren heeft bediend. UWV heeft in aanvulling op het vorenstaande gewezen op het onder 2.9 weergegeven e-mailbericht, waarin [B] de gegeven toezegging schriftelijk heeft vastgelegd. Voorts heeft UWV gesteld dat ook uit de verklaringen van [A] en [D] niet blijkt van een uitdrukkelijke en onvoorwaardelijke toezegging dat Second Chance aan de loting mocht deelnemen.

4.5.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt. In dit kort geding is noch het standpunt van Second Chance noch dat van UWV op voorhand zodanig aannemelijk geworden, dat zonder een nader onderzoek naar de feiten, waarvoor een kort geding zich niet leent, thans op de uitkomst van een eventuele bodemprocedure vooruit kan worden gelopen. Voor zover de vordering van Second Chance is gestoeld op een vordering tot nakoming van de door [B] namens UWV telefonisch gegeven toezegging, kan deze vordering in de gegeven omstandigheden voorshands niet worden toegewezen.

4.6.

Second Chance heeft voorts betoogd dat zij wel degelijk aan de door UWV gestelde ervaringseisen kan voldoen. Dit betoog is evenwel onvoldoende onderbouwd. Daartoe wordt als volgt overwogen. Tijdens de zitting heeft de voorzieningenrechter [A] gevraagd of zij weet hoeveel cliënten van UWV zij in de meetperiode 1 januari 2010 tot 1 juli 2012 heeft bediend. [A] heeft desgevraagd daarop geantwoord dat zij in die periode iets meer dan 160 cliënten van UWV heeft bediend en dat zij deze aantallen op basis van haar papierenadministratie heeft kunnen achterhalen. Voorts heeft [A] verklaard dat zij circa 10 cliënten bij deze aanbesteding niet heeft kunnen opvoeren, vanwege de wijze waarop de ervaringseis was afgebakend. Bij het inschrijven werd Second Chance echter met het probleem geconfronteerd dat zij niet precies wist welke cliënten een ZW/AG achtergrond hadden, alsmede welke cliënten als IRO-WW klanten konden worden aangemerkt. Dit was te wijten aan de omstandigheid dat haar digitale administratie onklaar was gemaakt en deze splitsing alleen nog uit het papierenarchief op dit punt te herleiden was. Second Chance had evenwel geen tijd om het papierenarchief op dit aspect volledig door te spitten, omdat zij haar reguliere werkzaamheden zo snel mogelijk wilde voortzetten.

4.7.

De voorzieningenrechter heeft Second Chance voorts gevraagd of zij nog meer UWV-klanten, die aan de gestelde ervaringseisen voldoen maar nog niet bij UWV bekend zijn, had kunnen opgeven. In reactie daarop heeft [A] geantwoord dat Second Chance – indien het digitale systeem wel had gewerkt – niet veel meer UWV-cliënten had kunnen opgeven dan zij thans heeft gedaan. UWV heeft daaraan toegevoegd dat Second Chance nimmer het standpunt heeft ingenomen dat de administratie van UWV niet klopte. Evenmin heeft Second Chance gemotiveerd gesteld dat UWV – op basis van de door haar gemaakte indeling (2.10) – ten onrechte heeft geconcludeerd dat Second Chance gegeven haar opgave van de aantallen cliënten in het kader van de gestelde ervaringseisen niet de minimaal benodigde 50 klanten op de betreffende percelen heeft bediend. Bij deze stand van zaken komt de voorzieningenrechter dan ook tot het oordeel dat Second Chance met de brieven van 18 maart 2013 (2.10) en 22 april 2013 (2.13) voorshands op steekhoudende gronden door UWV van deelname aan de loting van de percelen 13HA, 13BB en 13G is uitgesloten, nu niet is gebleken dat Second Chance aan de gestelde ervaringseisen voldoet.

4.8.

Uit hetgeen hiervoor is overwogen, volgt dat de vorderingen van Second Chance zullen worden afgewezen.

4.9.

Second Chance zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van UWV worden begroot op:

  • -

    griffierecht €  589,00

  • -

    salaris advocaat 816,00

Totaal €  1.405,00

4.10.

De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook op de navolgende wijze worden toegewezen.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

weigert de gevraagde voorzieningen,

5.2.

veroordeelt Second Chance in de proceskosten, aan de zijde van UWV tot op heden begroot op € 1.405,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na het wijzen van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3.

veroordeelt Second Chance in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

  • -

    aan salaris advocaat,

  • -

    te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Second Chance niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de dag van volledige betaling,

5.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.N. Brouwer, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. C.G. van Blaaderen, griffier en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2013.